Een glans van genoegen overstraalde Eline's gelaat, nu zij weder buiten
was, en nu zij gedurfd had, en zij gevoelde zich zeer vriendelijk
en sprak telkens als een lief moedertje tegen Ben. En toen zij in
de Hoogstraat Jeanne Ferelijn bespeurde, die melancholiek, in haar
wintermantel wijd als een zak, en met haar eenvoudig zwart hoedje op,
aan de overzijde liep zonder haar te bemerken, stak zij haastig, Ben
medetrekkend, de straat over, tusschen twee rijtuigen, en zij sprak
Jeanne aan, glimlachend en vol hartelijkheid. Zij liepen te zamen een
eind op, en Jeanne vertelde haar, dat het zeer goed met Dora ging,
maar dat zij een kindermeisje had moeten nemen, dat zij de kinderen
niet altijd onder de hoede van Mietje durfde laten, die zoo slordig
was en zoo weinig attent en dat dit haar financieël wel eenigszins
drukte. Eline dwong zich oplettend te zijn bij het verhaal der nieuwe
beslommering; Jeanne sprak echter weldra opgewekter over haar vader,
den heer Van Tholen, en over dokter Reijer, waarmede zij thans beter
overweg kon. Nu zij opmerkte hoe sympathiek Eline haar aanzag, en
hoe lief zij Ben een enkele maal vermaande, rakelde zij eenige oude
herinneringen op uit haar schooltijd, en zij lachten beiden om een paar
guitenstreken, eertijds bedreven, en om de kersen, die zij snoepten uit
Eline's capuchon. Jeanne berispte zichzelve, dat zij op het dinertje,
onlangs bij de Van Raats, zulk een onaangenamen indruk van Eline had
kunnen ontvangen; zij vond haar nu eenvoudig en hartelijk.
--Maar laat mij je niet langer ophouden, Eline, sprak zij, eensklaps
stilstaande; ik heb eenige vervelende commissies te doen; ik moet
een paar pannen bestellen, en een melkkan. Mietje heeft kans gezien
me er een te breken.
--O, ik heb niets te doen, ik ga zoo ver met je meê, wanneer je het
niet vervelend vindt, en wanneer Ben niet moê is. Ben je moê, kleine
baas? Neen, niet waar? Hij kan al zoo flink loopen!
Zij liepen verder op en Jeanne bestelde de pannen en Eline koos in
een porceleinwinkel een melkkan voor haar uit. Intusschen bleef zij
vol van haar eigen gedachten over Fabrice en zij gevoelde soms een
onweêrstaanbaar verlangen, om het enveloppe, dat zij in haar eene hand
droeg, te openen en zijn portretten te zien. Ze hield zoo dol veel
van muziek, en Fabrice zong met zoo iets innigs, met veel meer gevoel
dan andere acteurs. Hij was nog jong, geloofde zij; hij zou later
zeker zeer veel naam maken en in Parijs worden geëngageerd. Jeanne
ging nooit naar de opera en had hem dus denkelijk nooit gezien....
Zou zij, Eline, hem wel eens tegenkomen in de straten? En hoe zou
hij er uitzien in zijn gewone kleeren? Ze zou eens, des morgens
vroeg, een boodschap verzinnen, ten einde de opera te passeeren;
mogelijk was het dan repetitie geweest, en zou zij de artisten in den
omtrek van het gebouw ontmoeten. Vervuld van haar eigen berekeningen,
hoorde zij niet altijd wat Jeanne haar verhaalde, maar zij bleef haar,
wandelende aan heur zijde, aanzien met die oogen en dien glimlach,
welke zoo betooverend lichtvol en Eline's grootste innemendheid waren.
Zij waren intusschen omgekeerd en zij nam nu afscheid bij den Hoogewal.
--Nu adieu, ik kom je eens gauw opzoeken, Jany, en mijn groeten aan
Ferelijn. Zal je het doen? Kom Ben, geef mevrouw een handje.
Jeanne gevoelde, in haar behoefte aan teederheid, iets als een lauwe
warmte haar doorstroomen bij den klank van dien naam, Jany, een
herinnering aan vroeger, aan haar jongemeisjesjaren, toen iedereen
haar Jany noemde, Jany....
En zij haastte zich naar de Hugo de Grootstraat vol moed en
vroolijkheid, verlangende naar haar klein binnenhuisje, haar man en
haar schatjes van kinderen....
Eline glimlachte heimelijk, terwijl zij zich door het Willemspark
naar huis begaf. De dorre takken boven haar glinsterden van den rijp,
en in de vriezende lucht was het helder en klankrijk, als vol van
onbestemde echo's.... Zij gevoelde een aandrang om haar geluk in die
ruime atmosfeer uit te galmen met een schitterende roulade....
Was zij dan een klein beetje.... gecharmeerd.... op dien cabotin?
Ach, het was te dwaas, hij zong alleen maar goed!
Hoofdstuk X.