De stortvloed van geschenken was opgehouden. Mevrouw Van Erlevoort
had heur gasten verzocht haar beide ontredderde salons, vol papier,
stroo, zemelen en aardappelschillen te verlaten, nu Willem de deuren
der eetzaal voor de tweede maal openschoof en de eettafel, voor het
souper gedekt, vroolijk glinsterend allen tegenlachte.
Het was zeer vroolijk aan tafel. De heer Verstraeten amuzeerde
mevrouw Van Erlevoort en Betsy, tusschen wie hij gezeten was, met
zijn kluchtige scherts en Mathilde naast Betsy lachte vaak meê, Henk,
tusschen zijn moeder en zijn tante gezeten, ontbrak het aan niets,
terwijl Otto en Eline in een druk gesprek waren en Etienne zeer
rumoerig tusschen Lili en Marie het hoogste woord voerde.
--Freddy, wat ben je stil, chère amie? vroeg Paul, terwijl hij een
kreeftensalade verorberde en zich tevergeefs uitputte, zijn, anders
genoeg luidruchtig buurvrouwtje aan den praat te maken. Heb je soms
niet genoeg gekregen naar je zin?
--Ik stil? Hoe kom je er aan! antwoordde Freddy en zij begon te
kakelen met een overstelpende levendigheid, welke als de echo was
van die van Etienne. Maar toch, de hare was een weinig opgeschroefd,
zij lachte niet altijd meê uit den grond van haar hart en zag vaak
steelsgewijze naar Eline om, schitterend van bevalligheid in haar
vroolijk gesprek met Otto. Ja, ze had toch wel een bizonder waas over
zich, iets betooverends, als een sirene, terwijl haar droomerige oogen
zich half sloten, wanneer zij lachte, en de mollige lijn harer fijn
besneden lippen zich in twee kuiltjes verloor. En die mollige handjes,
die zoo blank tusschen de zwarte kant en de donkerroode strikken van
haar toilet woelden, en die coquette brillant, een enkele, als een
droppel, trillende in de zwarte tulle aan heur hals... Frédérique
vond haar betooverend, maar toch, zij vond haar antipathiek .... en
haar oogen bespiedden bijna angstig Otto's blik, die vol licht op de
sirene neerzag.
Maar onderwijl praatte en lachte zij door met Paul, met Etienne en Lili
en Marie, en de oude mevrouw Van Raat riep van den overkant haar toe,
dat de familie Pretmaker de eer van haren naam weer goed ophield.
Champagne stroomde in de kelken en de heer Verstraeten dronk op de
immer jeugdige gastvrouw, met haar mooie grijze haren en bedankte haar
met een kus, dien zij wilde afweren, voor het prettige feest. Eline
klonk met Otto op iets, dat Frédérique niet verstond, en waarvoor
zij haar mooiste cadeau had willen geven, om het te weten. Toch vroeg
zij het niet....
--Etiênne, wat maak je een leven! riep zij bijna ongeduldig haar
broêr toe, die iets galmde van:
"Buvons jusqu'à la lie!"
terwijl hij zijn bevenden kelk bijna uitstortte over Lili's taart. Maar
zij had berouw over dat dwaze verwijt: waarom mochten anderen niet
vroolijk zijn, al was zij nu ontstemd?
Het souper liep ten einde, de rijtuigen stonden reeds voor
en de gasten, beladen met allerlei, vertrokken onder herhaalde
dankbetuigingen voor de gewisselde geschenken. Mathilde was moê en
ging spoedig naar boven, terwijl mevrouw Van Erlevoort en Otto een
oog hielden op de overal verspreide cadeaux en ze een weinig bij
elkaâr schikten.
--Wat zien de kamers er uit! zeide Frédérique en zij schopte
een gescheurde kartonnen doos terzijde naar een hoop verkreukeld
pakpapier. Daarop naderde zij de tafel; de waaier..... Eline had
hem meêgenomen. Vervolgens kuste zij haar moeder en Otto, maakte
schertsenderwijze Etienne's haar in de war en bracht haar cadeaux
naar boven.
Langzaam ontkleedde zij zich, dralende in de kilte, die haar
huiverend omving.... En terwijl zij zich rillende tusschen haar
dekens uitstrekte, zag zij weder Eline voor zich, in haar betooverende
elegance, in haar zwarte kant, glimlachend tegen Otto.... Het dwarrelde
voor haar heen als een ordelooze kaleidoscoop, Henk als St. Nicolaas
gedost met zijn afgezakten tabbaard, en Jan Verstraeten als knechtje,
de kist uit Londen, de waaier van Bucchi....
Hoofdstuk IX.