Glimlachend en beleefd, terwijl de gesprekken eensklaps in een
murmelend gegons overgingen, drongen zich de gasten in de groote suite
en de serre een weinig naar voren, verblind door een zee van kleuren
en licht. Heeren weken uit voor een paar lachende meisjes; op den
achtergrond der zaal klommen jongelieden op stoelen, om beter te zien.
--"La mort de Cléopâtre!" las Betsy Van Raat aan mevrouw Van Erlevoort
voor, die haar het programma had gereikt.
--Prachtig, magnifique! hoorde men van alle zijden.
In den witten gloed van het licht scheen het oude Egypte herschapen
te zijn. Tusschen weelderige draperieën zag men iets als een
oaze doorschemeren, een blauwe lucht, een paar pyramiden, een
palmengroep. Op haar door sfinxen getorste rustbank lag Kleopatra,
overgolfd door een vloed van lokken, den dood reeds nabij, terwijl
zich een adder om heur arm kronkelde. Twee slavinnen wrongen zich in
wanhoop aan haar voeten. De bonte droom eener oriëntalische pracht van
enkele seconden, de poëzie der oudheid voor korte wijlen herlevend,
onder de blikken eener moderne soirée.
--Dat is Freddy! sprak Betsy; beeldig, o beeldig! en zij wees mevrouw
Van Erlevoort, wie al die weelde een weinig voor oogen schemerde,
de stervende vorstin aan. Nu echter herkende de moeder haar eigene
dochter in het bevallige, onbewegelijke beeld, ginds voor haar.
--En dat is Marie, en die andere, o, dat is Lili, onherkenbaar! Wat
een prachtige costumes, wat een moeite! Ziet u, die draperie van Lili,
dat violet met zilver, heb ik hun nog geleend.
--Hoe doen ze het! murmelde de oude dame.
De witte gloed van het licht weifelde, de deuren schoven dicht.
--Prachtig, tante, prachtig! riep Betsy tot mevrouw Verstraeten,
de gastvrouw, die haar voorbij ging.
Tweemalen herhaalde zich de droom, eerst in zeegroenen glans,
daarna in vuurrooden gloed. Onbewegelijk lag Freddy met den adder,
en alleen Lili sidderde in haar gewrongen poze. Paul zag met een
stralend gezicht uit zijn hoek toe; alles was goed.
--Wat ligt die Freddy stil! En alles zoo rijk en toch niet
overladen! Iets als een schilderij van Makart! sprak Betsy, haar
veeren waaier ontplooiend.
--De freule uw dochter is al heel gauw levensmoê, mevrouw! lispelde
de jonge De Woude Van Bergh, zich tot mevrouw Van Erlevoort, de mama
van Freddy, buigende.