gevanghen: De Heeren Commissarissen by de _Hoog Mogende Heeren Staten
Generaal_, tot examinatie van syn Persoon geordonneert; ende daar naar de
Heeren Rechteren by de welgemelte hare Ho. Mog. tot vordere kennisse ende
judicature van syne saacke gecommitteert, buyten pijne ende banden van
ysere bekent heeft; ende de selve Heeren Rechteren voorts ghebleken is, dat
niet tegenstaande niemandt gheoorloft en is, den bandt ende Fondamentele
Wetten daar op de Regeeringe der Vereenighde Nederlanden gefundeert, ende
de selve Landen door Godes genadigen zeghen teghen alle gheweldt, meneen
ende machinatien haarder Vyanden ende quaadtwillighen, tot noch toe
beschermt zijn, te violeren, ofte te verbreecken: hy Gevangen hem
onderstaan heeft den standt van de Religie te helpen perturberen, ende de
Kercke Godes grootelijcx te beswaren ende bedroeven; toe dien eynde
sustinerende ende in 't werk stellende exorbitante ende voor den Staat van
den Landen pernitieuse maximen; ende onder dien krachtich gesustineert ende
anderen ingescherpt: ende in publycque vergaderingen, oock by diversche
geschriften, propositien ende anders alomme helpen sustineren ende
inscherpen heeft, dat elcke Provintie in 't syne alleen toequam de macht
omme over de Religie te disponeren, en dat d'andere Provintien haar daar
mede niet te bemoeijen en hadden. Dat hy mede toegestaan, ende by diversche
gheschriften helpen vorderen heeft, dat verscheyden nieuwe opinien,
strydende mette Formulieren van eenicheyt; te vooren in de Ghereformeerde
Kercke noyt aanghenomen, nochte Wettelyck geexamineert, tegen alle
Kerckelycke ordre in de Kercken hier te Lande zijn inghevoert, ende
gedefendeert gheworden. Dat hy Ghevangen daar inne soo verre is gheckomen,
dat hy wel wetende dat in de macht van Mannen van _Schielandt_ niet en was,
eenighe Placcaten te moghen maacken, hy op der selver Naame inghesteldt,
ende gheconcipieert heeft een seecker rigoureus Placcaadt, het welcke
uytgegeven is op den een-en-twintighsten Junij sesthien honderd sesthien,
op den Name van Bailliu, Schepenen ende Mannen van _Schielandt_: de welcke
wetende dat alle de publycke Kercken in 't selve Bailliuschap ingenomen
waren by Predicanten mette voorsz. Nieuwicheden besmet, nochtans by 't
selve Placcaat verboden hebben alle byeenkomsten tot oeffeninghe van de
waren Ghereformeerde Religie, anders als in de voorsz. Kercken. Verklarende
voor verbeurt Huys, Schuyr, Berch, Schip, Schuyt, Velt ofte andere plaatsen
daar soodanighe oeffeninghe anders soude moghen werden ghedaan; alwaart
schoon soo dat den Eygenaar daar toe gheen consent gegeven en hadde, den
welcken ghereserveert werdt alleenelijck zijn regres tegens den Huyrman,
ofte den ghenen die d'selfe vergaderinge daar beroepen hebben, oock met
impositie van een mulcte van drie hondert gulden, tot laste van den ghenen
die daar ghepredickt, Sacramenten gheadministreert, voorghelesen ofte
andere Kerckelijke exercitien gedaan: Mitsgaders oock van de ghenen die de
vergaderinghe by een geroepen soude hebben, ofte in de plaatse woont daar
de selve soude gheschieden, daar voor hy datelijck sal mogen werden
verseeckert, ende niet mogen werden ontslagen, aleer d'selve somme sal zijn
ghenamptiseert, met ongewoonelijcke clausulen van proceduyren daar in te
houden, als dat weygeringe van antwoort sal strecken confessie, ende dat op
't seggen van de Ghetuygen alleen recht gedaan sal werden. Dat hy Gevangen,
omme te verhinderen dat daar tegen, nochte tegen het onwettelijck invoeren
van de voorsz. nieuwe opinien, gheen remedie en soude werden ghestelt, ofte
versien naar behooren, hy ghestadelijck helpen teghenstaan heeft, dat in de
Vereenighde Nederlanden gheen Synode Nationaal soude gehouden ofte
geaccordeert werden, niet teghenstaande de Coninghlijcke Majesteyt van
_Groot Brittannien_, _syn Excellentie_ ende de meeste Provintien, met vele
van de notabelste Leden van Hollandt, oordeelden dat 't selve een seecker
ende nootwendigh remedie was tot afweeringhe van alle de voorsz.
swaricheden in den standt van de Religie verweckt. Dat hy Gevangen daar toe
voorghegeven heeft, dat de Synode prejudiciabel waren 't recht van de Hooge
Overicheyt deser Landen: dat in 't stuck van de Synode noch stemminghe noch
overstemminghe en viel, ende dattet tegen de Hoocheyt, vry ende
gerechtigheyt van den Lande van _Hollandt_ soude strecken, dat men haar,
ofte de meeste Leden van dien, teghen haaren danck, een Nationale Synode
soude willen overdringhen. Dat hy Gevanghen om 't selve beter te
verhinderen, met de Ghedeputeerden van eenighe Steden aparte vergaderinghen
heeft ghehouden, om malkanderen te hooren, verstaan ende overkomen, ende
dan met ghecomplotteerde eenigheyt, haare stemmen in de vergaderinghen van
de _Heeren Staten_ in te brengen. Dat hy Ghevangen sonder last van de
_Heeren Staten van Hollandt_, ende sonder dat hem gebleecken is geweest van
eenigen last der _Heeren Staten van Uytrecht_, ende _Over-Yssel_, hem
vervordert heeft ten huyse van _Johan van Olden Barnevelt_, op den naam van
de Provintien van _Holland_, _Uytrecht_ ende _Over Yssel_ conjunctim, te
schryven seker protest, 't welcke sy oock in de vergaderinghe van de
_Heeren Staten Generaal_ inghebracht hebben, daar by sy t'samen teghen alle
ordre in de selve vergaderinghe ghebruyckelijck, by forme van complot
ghelijckelijck protesteerden tegen de Ghecommitteerden van de andere
Provintien, dat sy wesen souden Autheurs ende veroorsaackers van onheylen
ende swaricheden, door 't vorderen van de Nationale Synode: Welk protest hy
oock te vooren op een onghewoonelijcke wijse in 't Collegie van de
Ghecommitteerde Raden van _Hollandt_ inghebracht ende voorghelesen hadde,
sonder ordentelijcke resolutie daar op af te wachten. Dat hy Gevangen mede
helpen toestemmen, ende mette vorder Gedeputeerden van de acht Steden
doordringen ende helpen effectueren heeft, dat tot groote verachtinghe van
de Bondtgenoten, den Brief by de _Heeren Staten Generaal_ totte convocatie
van de Nationale Synode gheschreven, aan de _Heeren Staten van Hollandt_
ongheopent weder te rugghe ghesonden is gheweest. Dat hy mede helpen
instellen heeft den Brief op de Naam van de _Heeren Staten van Hollandt_,
geschreven aan de _Konincklijcke Majesteyt van Vranckrijck_, daar by
gearbeyt werd omme de selve syne _Majesteyt_ inne te beelden teghen de
waarheyt, dat de meyninge in 't uitschrijven van de Synode Nationaal was,
omme de Hooge Overicheyt, de Edelen ende notable Vasalen van den Landen te
benemen haar recht van collatie ofte Patronaatschap. Dat de _Heeren Staten
Generaal_ in de uitschryvinge van de selve Synoden usurpeerden den naam van
de _Staten Generaal_, ende daar by de selve _Majesteyt_ versocht werdt,
niet te willen toelaten dat eenighe van syne Onderdanen op de selve Synode
souden komen, maar veel eer die van _Hollandt_ teghen de Factie der andere
Provintien (soo sy dat daar noemen) te assisteren, alle omme de voorschreve
Nationale Synode, ende 't remedie tegen de swarigheydt in de Religie
voorghenomen, te verhinderen. Dat hy Gevangen daar toe in _Enghelandt_ op
het aanmanen van _Johan van Olden-Barnevelt_, mede ghefondeert heeft de
humeuren van de Bisschoppen, omme ten uytersten komende eenige op de Synode
te moghen krijghen, die de voorsz. nieuwigheyt niet teghen en waaren. Alles
niet teghenstaande alle de Geunieerde Provintien by diversche Recessen,
Tractaten Accoorden ende Resolutien, onderlinghe den anderen belooft
hebben, ende verbonden zijn, met lijf, goedt ende bloedt te maintineren de
Gereformeerde Euangelische Religie, alomme in dese Landen aangenomen,
sonder eenige veranderinghe daar inne te doen, ofte ghedoogen ghedaan te
worden; ende dat in conformiteyt van de selve in den Jare vijfthienhondert
acht-en-tachtigh, alle de Eeden van de Gouverneurs, Oversten, Capiteynen
ende Soldaaten, ghedresseert, ende sulcx gearresteert waren, dat sy
getrouwigheydt mosten sweeren aan de _Heeren Staten Generaal_, die by de
Unie, ende de hanthoudinghe van de ware Ghereformeerde Religie souden
blyven: ende dat in alle Tractaten van 't overgaan van de Steden bedonghen
is gheweest, datse souden moeten aannemen de oeffeninge van de voorsz.
Religie, sulcks die by de Bondtgenooten alomme aanghenoomen was, Dat hy
Gevangen dit alles achtende niet ghenoegh te zijn, hem mede onderstaan
heeft den standt van de Politie te helpen turberen, omme daar inne oock
alles naar haren appetijdt te mogen bestellen: Dat hy Gevangen daar inne
sulcken cours heeft helpen handhaven, dat diversche Persoonen soo
Kerckelijke als Wereltlijcke, die klaaghden teghens recht beswaart,
gebannen, uitgeleydt ofte geoppresseert te wesen, daar teghen in Justitie
niet en hebben moghen werden ghehoort, nochte 't complement van dien
ghenieten: maar dat de Magistraten van de Steden ghestijft zijn gheworden,
omme de bevelen van de ordinaris Collegien van Justitie dies aangaande niet
te gehoorsamen. Ende omme malkanderen daar inne te stijven, ende alle dit
voornemen met de authoriteyt van de _Heeren Staten_ te mogen bedecken: dat
hy Gevangen daar op ende op andere saacken met de Gedeputeerden van de
voornoemde Steden, ter aanmaaninghe van den voornoemden _Jan van
Olden-Barnevelt_, veele ende diversche aparte vergaderingen, ende
Conventiculen heeft gehouden, omme malkanderen oock daar inne te hooren,
verstaan ende overkomen, ende alsoo haare stemmen met ghecomplotteerde
eenigheydt in de vergaaderinghe in te brenghen, ende te formeren resolutien
haar daar toe dienstigh: alwaar mede gherecapituleert zijn diversche
poincten, soo nu ende dan in de deliberatie van de _Staten_ gebracht, omme
daar van een generale conclusie te maken, ghelijck oock dienvolgende
ghedaan, ende by den voornoemden _Johan van Olden-Barnevelt_ inghestelt is,
ende voorts in een mondelinge gheneraale conclusie ghebracht, de scharpe
resolutie van den vierden Augusti 1617, by de welke de bevelen van de
ordinaris Justitie teghen haar voorsz. voornemen verleent, verklaardt
werden nul ende van onwaarden, ende de Magistraaten van de Steden gestijft
die niet te ghehoorsamen: ende voorts gheauthoriseert, omme haar selven te
moghen stercken met nieu gewapent Krijghsvolk, by elck van hemluyden te
lichten in haren particulieren ende besonderen Eedt, buyten den ghemeynen
Eedt van de Bondtgenoten, ende daar by mede alle Officeren, Justicieren,
ende die in den Eedt van den Lande van _Hollandt_ zijn, op haaren Eedt
geastringeert werden, de selve resolutie te moeten helpen uytvoeren: ende
voorts oock gheordonneert, dat alle Oversten, Capiteynen, Officieren ende
Soldaaten van 't ordinaris Krijgsvolck ernstelijck belast ende bevolen sal
werden, de _Heeren Staten_ van de particuliere respective Provintien haare
betaals-Heeren, ende de Magistraaten van de Steeden daar sy in Guarnisoen
ghebruyckt werden (niet tegenstaande eenige andere bevelen) getrouw ende
gehoorsaam te wesen op peine van cassatie. Waar op ghevolght is dat men de
Justitie noch vorder heeft beginnen teghen te staan, ende dat op den Naam
van de Magistraat van _Haarlem_, by openbaare publicatie, met kennisse van
hem Gevangen inghestelt, ende by hem gevisiteert wesende, den Hoogen Rade
in _Hollandt_ in hare Persoonen voor wederhoorige, ende als ghedaan
hebbende tegen haare Eere en Eedt, ende haare Sententien voor nul zyn
verklaart gheweest, om datse Justitie gheadministreert hadden aan eenige
Persoonen die klaaghden teghen recht geoppresseert te wesen, daar op mede
gevolght is dat de Magistraaten van de voorsz. acht Steden, op diversche
aanmaninghen haar ghedaan by den voornoemden _Johan van Olden-Barnevelt_,
van wel op haar hoede te wesen, nieuw ghewapent, ende onder Vaandelen
ghedresseert Krijgshvolck hebben aanghenomen, ofte die sy te vooren
aanghenomen hadden, verandert, ende versterckt, ende dat in elcx heuren
particulieren ende bysonderen Eedt, met uytsluytinge van de Generaliteyt
ende syne _Excell._ als Capiteyn Generaal, ende met last de bevelen van de
respective Magistraten alleen te ghehoorsamen tegens allen ende eenen
yegelijcken, oock selfs teghen de Generaliteyt ende syn _Excellentie_, als
de voornoemde Magistraaten meynen souden by de selve, yet voorghenoomen te
werden, dat sy achten souden teghen haar recht ende vryheyt te strecken.
Dat hy Gevangen mede aanghenoomen heeft de voorsz. vermaaninge van den
voornoemden _Johan van Olden-Barnevelt_, ende toeghestaan dat tot
_Rotterdam_, gelijcke lichtingen zijn gedaan: ghelijck mede dat in krachte
van de voorsz. resolutie Commissarisen naar den _Briele_ zijn gesonden,
buiten weten van syn _Excellentie_ als Capiteyn Generaal, om 't ordinaris
Krijghsvolck, daar in Guarnisoen legghende, te dringhen tot den
voorverhaalden Eedt, ofte die te casseren. Dat hem Gevanghen wel kennelijck
is geweest, dat 't voorsz. nieuw Gewaapent Krijghsvolck, niet en is
ghelicht gheweest alleen teghen populaire factien, soo om dat de selve mede
ghelicht zijn by die van der _Goude_, ende _Hoorn_, daar gheen populaire
factien en stonden te vreesen, als mede tot _Uytrecht_, daar de Stadt
t'zedert den Jaaren sesthien hondert thien tegen alle populaire factien,
met een sterck Guarnisoen was beset, ende dat die van _Rotterdam_ ende
_Uytrecht_ haare nieuwe Soldaaten, toeghesonden hebben, om de Stadt van
_Schoonhooven_, daar twee Compagnien van de Gheneraliteyt, in Guarnisoen
laaghen, mede voor haare factie te verseeckeren. Gelijck hy Gevanghen mede
ghepoocht heeft eenighe van de Vroedschap van _Delft_ te induceren, datse
mede nieuw Krijghsvolck souden behooren te lichten, ende dat tot
afweeringhe van populaire factien, soo grooten ghetal nieuwe Soldaaten niet
van noode en waren, nochte oock datse daaromme ghehouden souden werden
buyten den Eedt van de Generaliteyt, ende van den Capiteyn Generaal. Dat hy
Gevangen mede helpen delibereren heeft, omme de onkosten ende betaalinghe
van 't selve nieuw gelichte Krijghsvolck onder de geintresseerde Steden by
repartitie te vinden, ofte oock tot laste van de Generaliteyt te brenghen:
daar hy Gevangen nochtans selfs bekent dat de selve ongehouden waren de
_Staten-Generaal_ te ghehoorsamen, als de bevelen van de respective
Magistraaten van de Steden daar teghen souden wesen. Dat hy Gevangen oock
helpen delibereren heeft, omme de Fransche Troupen te casseren, ofte de
starcke Compagnien te reduceren, omme met de penninghen van dien de voorsz.
nieuwe Soldaaten, te moghen betaalen. Dat hy Gevangen, in krachte van de
voorsz. resolutie, den Eedt, van 't ordinaris Krijghsvolk soo mede heeft
willen ende helpen duyden, dat die voor al de _Staaten_ van de respective
Provintien haare Betaals-Heeren, ende der selver resolutien mosten
obedieren ende gehoorsaamen, ende mede van de Magistraaten van de Steden
daar sy in Guarnisoen legghen, oock teghen de Generaliteyt ende syn
_Excellentie_ als de bevelen van de respective Betaals-Heeren ende
Magistraaten anders wesen souden als de bevelen van de Generaliteyt ende
syn _Excell._ omme die van haare factie, soo daar door, als door 't lichten
van de nieuwe Soldaaten, Meester te maacken van 't meeste deel van 't volk
van Oorloge van de Landen. Dat hy Gevanghen in de voorsz. aparte
vergaaderinghen mede toegestaan heeft, dat een verklaringe by hem Gevangen,
_Haan_, ende _Hoogerbeetz_, ingestelt met advijs van de voorsz. _Johan van
Olden-Barnevelt_, ende op den Naam van die van _Haarlem_ in de _Staten van
Hollandt_ ghebracht, ende by de andere Leden van haare factie goedt
gevonden is, daar by gheseyt werdt datse niet en sullen ghedoogen dat by de
andere Provintien van de Unie in het stuck van de Religie buyten haar
consent yet ghedaan soude werden: Dat teghen haare resolutien by de Hooven
van Justitie, gheen provisien en souden werden verleent: Dat de middelen
van de Landen voor al tot afweeringhe van dien sullen werden ghebruyckt:
Dat 't voorsz. Krijghsvolck Eedt souden moeten doen aan de Magistraaten,
daar sy in Guarnisoen gheleydt werden om de selve te defenderen, alwaart
dat by haar yet bevoolen mochte werden, oorsaacke oft pretext nemende uyt
't stuck van de Religie, ende daar mede sy op onghewoonelijcke wyse haare
consenten waaren limiterende, ende in effecte andere Steden, ende Leden,
als tot een nieuw verbondt inviterende, de selve mede doende translateren
in Franchoys, ende buytens Landts seyndende, daar van hy Gevangen mede
communicatie heeft ghehouden met een uytheems Ambassadeur. Dat hy Gevangen
over 't besetten van den _Brielle_ met ordinaris Garnisoen van de
Generaliteyt, op dat gheen nieuwe Soldaaten daar ghelicht en souden werden,
syn misnoegen ghetoont heeft, doende met eenighe andere Ghecommitteerde
Raden daar over seer bedenckelijck schrijven, aan den voornoemden _Johan
van Olden-Barnevelt_, ende de Steden van _Hollandt_, ende naar den _Briele_
deputeren uyten haaren, omme syne _Excellentie_, daar inne te
contrequarreren. Dat hy Gevangen omme haare factie noch vorder te styven
met de Ghedeputeerden van de voorsz. acht Steden, goedt gevonden ende
ontworpen hebben seeckere procuratie van den veerthienden May, sesthien
hondert achthien, by de voorsz. acht Steden verleden op haare
Ghedeputeerden, in krachte van de welcke, de selve sonder vorder rapport
souden mooghen resolveren, met alsulcke middelen als alreede by der handt
ghenoomen, ofte noch te nemen souden zyn, tot feytelijcke teghenstandt, van
alle de gheenen die de _Synode Nationaal_, souden willen vorderen, ofte
voornemen omme haare nieuwe ghelichte Soldaten te casseren, dat tegen
niemandt anders en konde dienen dan tegen syn _Excellentie_, ende de
_Staten Generaal_, die tot beide de voorsz. poincten vorderinghe deden. Dat
oock de selve Ghedeputeerden in krachte van dien, malkanderen souden mogen
versien ende verseeckeren met alsulcke belofte, bystandt, hulpe ende
indemniteyt als sy bevinden souden noodich te wesen: streckende alsoo een
nieuw verbondt onder malkanderen aangegaan, ende daar toe mede gepoocht is
gheweest te trecken de _Staten van Uytrecht_, op wiens name op den derden
Juny sesthien hondert achthien, _Stilo veteri_, daar naar ghelijcke
procuratie is uytgegheven: maar de Magistraat der Stadt _Utrecht_
apprehenderen waar toe die ghevordert werde, en heeft daar inne niet willen
consenteren, dan onder expresse limitatie den thienden Junij daar aan
volgende daar by ghedaan, dat haare Gedeputeerden de selve niet en souden
mogen gebruycken omme tot datelyckheyt ofte extremiteyten te procederen,
ofte nieuwe verbonden buyten de gemeene Unie te maken. Ende als de _Heeren
Staten van Uytrecht_ bemerckten dat het onderhout ende continueren van
haare nieuwe Soldaten ruyneerden den staat van haare Finantien, ende
daaromme in Junio sesthien hondert achthien, haare Gecommitteerden in
competenten ghetale naa den _Haghe_ gesonden hadden, omme met _syn
Excellentie_ op 't casseren derselver te handelen, dat hy Gevangen mette
Pensionarissen _Haan_ ende _Hoogerbeetz_ ten huyse van _Johan
Uytenbogaart_, ende metten Secretaris _Ledenbergh_, beraamt hebbende
redenen ende middelen waar mede men de vordere Gecommitteerden van
_Uytrecht_ soude mogen moveren ende disponeren omme haaren last dien
aangaande niet te openen, ende daar af rapport ghedaan hebbende aan den
voornoemden _Johan van Olden-Barnevelt_: Dat hy Gevangen daar naar mette
voorsz. Pensionarissen, sonder last van syne Principalen daar toe te
hebben, hem laten vinden heeft by de voorsz. Ghecommitteerden van
_Uytrecht_ ten huyse van _Daniel Tresel_, expresselyck daar toe vergadert,
ende de selve met vele scherpe pernicieuse ende voor den staat ende ruste
van de Landen ondienstige middelen ende motiven, ende oock belofte van
assistentie, ghepersuadeert heeft, omme haren last aan _syn Excellentie_
niet te openen, maar weder te keeren naar _Uytrecht_, tot groot ghevaar
ende prejuditie van die Staat ende Stad: Dat hy in de selve motiven de
_Heeren Staten Generaal_ ende _syne Excellentie_ ghetaxeert heeft voor
parthyen, quaatwillighen, daar men met couragie moste teghen gaan, ende de
middelen van de Landen voor al daar toe gebruycken: Dat 't casseren der
nieuwe Soldaten de voorsz. quaatgunstighen goeden moet soude gheven, ende
een irreparabel prejuditie voor haar factie maaken, oock vol peryckels was
van in meerder ghevaar te vallen, ende de andere gheinteresseerde Steden t'
onvrede te maken, dat men mette ordinaris Garnisoen niet vast en ginghe,
datse in desen couragie mosten thoonen: Dat de gheinteresseerde Steden ende
Leden van _Hollandt_ haar de handt souden bieden ende de saacke met
ghemeender handt helpen uytvoeren, ende met alle moghelycke devoiren
onbeweeghlyck daar by blyven. Dat die van _Hollandt_ sulcke ordre op haare
Finantien souden stellen, dat die van _Uytrecht_ daar af verlichtinghe
souden voelen, ende dat de selve oock sulcke ordre souden stellen op de
Soldaaten van haare repartitie, dat se weten souden wie te betrouwen, ofte
niet te vertrouwen souden wesen: alles niet teghenstaande hy Gevangen
bekent, in syn gemoet de openinge van den voorsz. last, een goedt ende
bequaam middel gheacht te hebben, om vele swaricheden te ontgaan. Ende als
de _Heeren Staten Generaal_, _syn Excellentie_ hadden versocht, ende
eenighen uyten haaren ghecommitteert, omme naar _Uytrecht_ te gaan, ende de
cassatie der voorsz. nieuwe aanghenomen Soldaten, ende het inwillighen van
de Synode Nationaal, ende eenighe andere saacken daar te bevorderen, dat hy
Gevanghen by weynighe uyt den Heeren Edelen, ende de Gecommitteerde van
drie Steden, ende van weynighe Gecommitteerde Raden, die tot sulcks gheenen
last van hare Principalen en hadden, hem heeft laten deputeren, om neffens
den Pensionaris _Hoogerbeets_ ende anderen naar _Uytrecht_ te gaan, omme de
_Heeren Staten_ aldaar, ende de Magistraat van de Stadt aan te bieden
assistentie van raadt ende daadt: ende indien _Syne Excellentie_ ende de
Gecommitteerden van de Generaliteyt souden willen poogen de cassatie der
nieuwe Soldaten aldaar te doen, sonder consent van de Staten van
_Uytrecht_, 't selve datelijck te helpen beletten: Bekennende heure
intentie gheweest te zyn, de intentie van de Heeren Staten van _Uytrecht_
te seconderen, ende by de ordinaris Soldaten te doen seconderen, daar toe
mede nemende brieven aan de Kryghs-Oversten van 't ordinaris Kryghsvolck,
staande op de repartitie van _Hollandt_, geminuteert by den voornoemden
_Johan van Olden-Barnevelt_, noch in de Vergaderinghe (soo die was) niet
gelesen, waar by de selve aangheschreven werde, dat sy ghehouden ende
verbonden waren haare Betaalsheeren, midtsgaders de _Heeren Staten_ van de
respective Provintien, daar inne sy zyn ofte gebruyckt werden, gehouw,
getrouw ende gehoorsaam te wesen, ende de selve te assisteren in 't
onderhouden ende doen onderhouden van alle derselver resolutien, sonder
daar teghens yet te moghen doen ofte te attenteren, nochte gedoogen ghedaan
ofte geattenteert te worden. Dat hy Gevanghen in haaste tot _Uytrecht_
ghekomen wesende, ende aldaar in aparte vergaderinghe geconsulteert
hebbende metten voornoemden _Ledenbergh_, op de middelen ende presentatien
die men de _Heeren Staten_ aldaar soude moghen voorhouden, omme de cassatie
der nieuwe Soldaten ofte Waardgelders niet toe te staan, maar de selve te
verhinderen, dat hy Gevanghen met _Hoogherbeetz_ ende andere syne Complicen
daar naar in de vergaderinghe van de _Heeren Staten_ haare propositie
hebben ghedaan, ende assistentie van raadt ende daat belooft als vooren,
ende oock van ghelycken ghedaan by de Magistraat van de Stadt, selfs met
bedenckelicke redenen in regard van de _Heeren Staten Generaal_, ende syne
_Excellentie_. Alles daar toe streckende omme deselve te encourageren, ten
syne datse sonder haar consent de nieuwe aanghenomen Soldaten niet en
souden laten casseren. Ende als syn _Excellentie_ ende de Gecommitteerden
van de _Staten Generaal_ aldaar mede ghekomen waren, ende haare propositie,
volghende haaren last hadden ghedaan, dat hy Gevanghen hem heeft laten
employeren, omme inne te stellen de antwoordt aan de selve, op den Naam van
de _Heeren Staten van Uytrecht_ te gheven, daar inne hy de Ghecommitteerden
voorsz. niet en heeft willen erkennen in de qualiteyt als Gecommitteerden
van de _Heeren Staten Generaal_, aan de welcke nochtans sy haare credentie
overgelevert, ende haare propositie ghedaan hadden. Dat hy Gevangen tot
_Uytrecht_ hem mede bemoeyt heeft mette saacken van de State van 't Lant
van _Uytrecht_, ende in aparte vergaderinghen daar over ghestaan, daar aan
den Capiteyn _Hartevelt_ gegheven werde 't Commandament over de nieuwe
Soldaten. Dat hy mede gepoogt heeft in 't particulier een van de
Burghemeesteren van _Uytrecht_ te disponeren totte continuatie der nieuwe
Soldaaten: Oock metten Commandeur in deliberatie gheleydt wat men doen
soude indien _syn Excellentie_ tot feytelijcke cassatie wilde procederen.
Dat hy ghearbeyt heeft om de _Heeren Staten_ aldaar tot feytelycke
teghenstandt van dien te beweghen, radende dat sy aan haare Poorten goede
Wacht houden, ende op haar verseeckertheyt wel letten souden, oock op haar
Stadhuys, ende daar eenighe Schutters doen waacken: ende verstaande dat den
Capiteyn _Hartevelt_ swaricheyt maackte teghen de _Heeren Staten Generaal_
ende _syn Excellentie_ te dienen, dat hy Gevangen daar op gheseyt heeft,
dattet een rechte poltronnie ende groote ontrouwicheyt was, die niet
strecken en konde tot reputatie ofte dienst, hem daar over seer
verwonderende. Dat hy Gevanghen om 't ordinaris Krijghsvolck van de
Generaliteyt mede tot teghenstant als vooren te beweghen, deselve
voorghehouden heeft haaren Eedt, ende die alsoo willen duyden, datse niet
gehouden en waren de Generaliteyt ende _syn Excellentie_ te obedieren in 't
ghene strecken soude teghen de bevelen van de _Staten van Uytrecht_, maar
ter contrarien de bevelen ende resolutien van hare betaals-Heeren ende van
de _Staten van Uytrecht_ te volbrengen ende doen volbrengen, sonder daar
tegen te doen ofte attenteren, ofte ghedoogen ghedaan te werden, dreyghende
de selve datmense niet betalen en soude, indien sy yet daar teghen deden.
Dat hy ende syne Complicen haar niet ontsien en hebben den Commandeur te
bevelen niemant anders als haar, ende de _Staten van Uytrecht_ te pareren:
ende omme syne intentie totte voorsz. tegenstant wel te bethoonen, dat hy
Gevangen even daachs voor het casseren der nieuwe aanghenomen Soldaten
voornoemt, de Brieven die sy aan de Kryghs Oversten van 't ordinaris
Kryghsvolck hadden, noch overgelevert hebben, omme de selve ten minsten
stille te doen staan. In welcken ghevalle den voornoemden _Ledenbergh_ ende
anderen, voorgaven haar saacke wel te boven te konnen komen, mette ordre
die sy seyden over haare nieuwe Soldaten ghestelt te hebben. Dat mede hy
Gevangen den selven nacht communicatie metten Commandeur heeft gehouden,
ende met hem ghedelibereert by wat middelen men soude konnen beletten, dat
syne _Excellentie_ geen meer Kryghsvolck in de Stadt en dede komen, ende
omme ten dien eynde, goede Wacht aan de Poorte van _Amersfoort_ te houden,
noemende te wesen ghewelt, indien _Syn Excellentie_ daar toe de Poorten
wilde doen openen. Alle welcke proceduyren daar toe ghestreckt hebben, om
niet alleen de _Stadt van Uytrecht_ in een bloedtbadt, maar oock de Staat
van de Landen, ende de Persoon van syne _Excellentie_ in 't uyterste
ghevaar te brenghen, daar door, ende door alle syne vordere machinatien
ende conspiratien gevolgt is; datter Staaten in Staaten, Regieringe in
Regieringe, ende nieuwe verbonden in, ende teghen de Unie opgherecht,
generale perturbatie in den staat der Landen, in 't Kerckelycke ende
Polityck ghekomen, de Finantien uytgheput, ende de Landen op ettelycke
milioenen aan kosten gebracht, gheneraale dissidentien, ende dissensien,
onder de Bondtgenoten, ende Ingesetenen van de Landen inghevoert: De Unie
verbroocken: De Landen tot haar eyghen defensie onbequaam gemaackt, ende in
pericule ghebracht zijn van te moeten vervallen, tot eenighe schandelycke
handelinghe, ofte tot haaren gheheelen onderganck; die daaromme, in een
Welghestelde Regeeringhe niet en behooren gheleeden, maar anderen ten
exempel ghestraft te werden. SOO IS 'T, Dat de Heeren Rechteren voornoemt,
met rype deliberatie van Rade, doorghesien, ende overwoghen hebbende, alle
't ghene ter materie dienende is, ende heeft mogen moveren, doende recht in
den Name, ende van weghen de Hoochgemelte _Heeren Staten Generaal der
Vereenigde Nederlanden_, den selvighen Gevangen gecondempneert hebben, ende
condempneeren hem mits desen, tot een eeuwige gevangenisse, ende
indien-volgende gebrocht te worden in een verseeckerde plaatse, by de
Hooghgemelte _Heeren Staten Generaal_ te ordonneren, ende aldaar syn leven
lang gehouden en bewaart te worden; ende verklaren alle syne Goederen
geconfisqueert. Aldus ghedaan in de Vergaderinge van de voorsz. Heeren
Rechteren in _'s Gravenhage_, ende gepronuncieert den 18. May, anno 1619.
Zie daar een zeer aanmerkelyk stuk--welk een drom van beschuldigingen!--en
dat ten laste van een man zo groot als DE GROOT!--De aankanters tegen het
huis van _Oranje_ kennen deze Sententie genoegzaam van buiten: de Hemel
weet hoe veel duizende maalen dezelve in onze dagen niet wel geleezen en
herleezen is!
Zeide de meergemelde groote Dichter, VONDEL, in zyne _Opdragt van
_HIPPOLYTUS_ aan den getrouwen Hollander_, (onzen DE GROOT naamlyk,) niet
te recht:
_Een kyfaes[3], en niet meer, dat baet u 't lieve leven;_
_Sprak flauwelyk de tong der ongerechte schael,_
_Daer vrijdom tegens bloed gewogen wierd, het stael_
_Gestroopt en reê was om den tweeden slach te geeven._
Met groote aandacht en blyken van eene zonderlinge gerustheid van ziel,
werd het vonnis door den gevangenen aangehoord; alleenlyk keerde hy zyn
hoofd om, wanneer 'er iets geleezen werd, dat, naar zyn oordeel, met de
waarheid niet overëenkwam: naderhand schreef hy in zyne gedrukte
verantwoording, _dat 'er in de Sententie veele pointen stonden, die
nooit by hem bekend, maar wel uitdrukkelyk ontkend waren, en gesteld met
uitlaating van de noodige omstandigheden, en met byvoeging van ongegronde
gevolgen, uit zyne woorden getrokken; ja zelfs dat 'er eenige opstonden,
daar hy nooit op gehoord was_: wanneer men dit zeggen van onzen Held
nagaat, is zeer gemaklyk te begrypen, wat de drangreden geweest is tot
de bovengemelde zeldzaame voorzorg, omtrent de verkozene Rechters
genomen; welke voorzorg, trouwens alleenlyk tot nadeel der gevangenen,
uit het oog verlooren werd, in de uitschryving van een' Biddag, die den
17den April gehouden stond te worden; want in die uitschryving werden de
gevangenen niet weinig beschuldigd, regelrecht strydig met het gemaakte
verbond, van daaromtrent niets te zullen openbaaren, gelyk dan ook door
veele Predikanten geweigerd werd, gezegde uitschryving van den
Predikstoel den volke voor te leezen; schoon zy om die weigering van
hunne kostwinning ontzet werden.
Op den 5den Juny eerstvolgende, des avonds, tusschen elf en twaalf
uuren, werd HUGO naar het bekende _Loevestein_ gevoerd, met bevel, dat
niemand by hem mogt komen, zelfs ook zyn oude vader niet: voords werd
hem 24 stuivers daags toegelegd, welk sober tractement echter door zyne
heldhaftige Gemaalin geweigerd werd, alzo zy voorneemens was, den haar
zo dierbaaren gevangenen op haare eigene kosten te onderhouden.
Zie daar dan den grooten HUGO binnen den omtrek der muuren van een kamer
bepaald--welk eene ommekeer!--van pas herinneren wy ons de woorden
waarmede de laatstgenoemde Dichter zynen _Palamedes_ ten tooneele doet
verschynen:
_Die zorgt, en waekt, en slaeft, en ploegt, en zwoegt, en zweet,_
_Ten oirbaer van het lant een lastig ampt bekleet,_
_En waent de menschen aen zyn vroomheit te verbinden,_
_Zal zig te jammerlyk in 't endt bedrogen vinden._
_Van 't wispelturig volk, dat, veel te los van hooft,_
_Genoten dienst vergeet, en 't ergste liefst gelooft._
De Commandeur van het Slot, zynde de Luitenant JACOB PROUNINK, genaamd
_Deventer_, had bevel, dat de Huisvrouwen der gevangene Heeren in de
keuken zouden mogen kooken; dat de Dienstmaagd de spyzen bovenbrengen en
weder afhaalen mogt, mits door den Commandeur in- en uit-gelaaten te
worden, en dat de Huisvrouwen tot _Workum_ of _Gorkum_ mogten reizen, om
het noodige te koopen: korten tyd daarna werden de vrouwen nog nader
bepaald, naamlyk in diervoegen, dat ze by haare mannen opgeslooten
mogten blyven, zo lang zy wilden, maar niet van hun afgaan, dan met
consent: ook werd den Commandeur gelast, voor het bepaalde geld van 24
stuivers daags, zelf de gevangenen te moeten spyzigen; waarop de braave
REIGERSBERGEN zeide, dat haar man niet gewoon was zo soberlyk te leeven;
_dat men, ingevalle de meening van de Heeren was, hem de keel toe te
binden, en van gebrek of ongezondheid te laaten vergaan, hem dan alzo
lief had mogen handelen, gelyk men den Advokaat gedaan had_: recht
manlyke taal! uitmuntende vrouw! overwaardig dat het verstandige
gedeelte uwer sexe u bewondere, gelyk het u bewondert--zouden myne
leezers hiervan onkundig kunnen weezen? te berucht zyn, om my by het
schitterendst vernuft van onzen tyd; by de schranderste vrouw, het
voorbeeld van gezond verstand, doordringend oordeel, levendige
verbeelding, ongeveinsd hart, vrolyken en arbeidzaamen aart, om my by
het pronkjuweel van _Neêrlands geleerde vrouwen_ te bepaalen; te berucht
zyn de werken van de groote ELIZABETH WOLFF, geboren BEKKER, die
ontelbaare lauwers, en nog onlangs eenen voor alle ander vernuft
onverkrygbaaren krans behaald heeft; te veel worden de werken dier
voorbeeldige vrouwe geleezen, dan dat men niet zou weeten, hoe breed de
lof van HUGO'S Gemaalinne door haar uitgemeeten wordt: dus zingt zy
onder anderen in haar _Walcheren_,[4]:
_ó Reigersberg! 'k ontroer daar ik uw beeld beschouw;_
_'k Doorzoek uw helder oog!.... gy zyt een groote vrouw!_
_Gy waart een Grotius of niemand was hem waardig:_
_Hoe zweeft uw geest op uw gelaat!_
_Wat kwam u uwen moed te baat!_
_Die vlugge werkzaamheid! dat oordeel, vast en vaardig!_
Het antwoord dat REIGERSBERGEN haare vrienden gaf, toen dezen haar
aanspoorden tot het verzoeken van pardon voor haar' man, welk verzoek
zelfs door den Raadsheer VOSBERGEN, op begeerte van zyne Exellentie,
ondersteund werd, is door de gemelde groote Dichteres, in de volgende
verzen gebragt,[5]:
_Wat rustig antwoord gaaft ge aan uwe vrienden niet,_
_Daar elk u bad, dat ge om vergeeving bidden liet!_
_"Men sla hem 't hoofd af, is hy schuldig. Hoe! vergeeven!_
_Wel, heeft myn Grotius misdaan,_
_In recht en wetten voortestaan?_
_Hy sterv' met Barneveld: ik bid nooit om zyn leven."_
Wy zullen terstond de geleerde ELIZABETH nog eens van de kloekmoedige
MARIA hooren zingen.
De fiere uitdrukking, door de laatstgenoemde, wegens het spyzigen van
haaren man, gebruikt, veroorzaakte veel moeite, om van PROUNINK verlof
te verkrygen, dat zy naar den _Haag_ mogt gaan, om haare bezwaaren by
H.H.M. intebrengen, eindelyk gelukte dit evenwel, en de roemwaardige
vrouw bragt, niet zonder veel loopens en biddens, ten wege, dat zy met
haare vyf kinderen, vier of vyf weeken op het Slot zou mogen blyven, en
twee of drie maal daags af- en toe-gang hebben; dat ze ook van de keuke,
en de kinderen en dienstboden van slaapplaatzen zouden voorzien worden;
mitsgaders dat 'er dagelyks een geneesheer uit _Gorkum_, by DE GROOT,
die door de koorts in 't bed gehouden werd, mogt komen: zie daar
schreeuwende gunstbewyzen!--dan men kon dezelven ligtlyk toestaan, want
de gevangene had nog genoeg te lyden: sterk drukt de bovengemelde groote
Dichteres zig desaangaande uit, in een' brief van ARNOLD GEESTERANUS aan
MARIA VAN REIGERSBERGEN (_Bladz. 45_), daar zy ARNOLD deze woorden laat
schryven:
_Men bragt me op Loevestein, daar veele broeders zaten._
_Men zegge: dit 's het loon van al wie stout weêrstreeft,_
_Het geen de magt des Lands gesteld heeft by Placacaten:_
_Maar dat men ons zo hard--zo wreed mishandeld heeft!_
_Of heeft de Magt des Lands dit ook met een geboden?_
_Men wyz' de wettigheid van zulk een handel aan;_
_Wat heeft men uw' Gemaal, door uw beleid ontvloden,_
_In dees Gevangenis al kwelling aangedaan!_
Bevreesd dat HUGO, door middel van touw en rappe handen, zyn lyden zou
ontvluchten, had men reeds beslooten, de kleine vengsters zyner
gevangenis nog digter te maaken, "waardoor hy meer benaauwing van licht
en lucht, ten nadeele zyner gezondheid zou gehad hebben," maar zyn
Geneesheer wist zo veel dringends, nopens zyne zwakheid te zeggen, dat
men hem de genade bewees, om het lieve daglicht te mogen zien, en de
gezonde werking van versche lucht te mogen genieten: ô ja, de groote
HUGO, het uitmuntend mensch, werd tot zo verre van den medemensch,
waarschynelyk vry minder groot, begenadigd, dat hy in 't algemeene
geschenk van GOD mogt deelen: hy mogt den dageraad zien aanbreeken--maar
zuchtende: hy mogt de avondschemering al 't aardsche zien bedekken--maar
klaagende--des niettegenstaande werd de mensch door den mensch
begenadigd.
Men denke echter niet dat zyn ryk verstand hem geene onuitputtelyke bron
van troost zou verschaft hebben; ongetwyfeld zyn 't slechts oogenblikjes
geweest, dat de mensch het roer in handen gehad heeft, en zekerlyk is 't
getal dier oogenblikjes nog verminderd door de toegenegenheid zyner
geleerde vrienden, waaronder boven allen te tellen zyn, de Heeren VAN
MAURIER, SCRIVERIUS, ERPENIUS en VOSSIUS, die heimelyk briefwisseling
met hem hielden: VOSSIUS vermaande hem, dat hy moest denken aan zynen
naam, en aan de gulde spreuk van SENECA:
__GROOT_ is de man alleen;_
_Die 't groot kan achten kleen._
Men kon niet weeten, schreef die geleerde man, wat GOD nog met hem voor
had--voorwaar uitmuntende troostwoorden in de ooren des verstandigen;
wat weet ik, zegt deze, ik die het algemeene plan niet kan overzien.....
maar wy moeten by onzen HUGO blyven.
Dezelfde VOSSIUS zond hem nu en dan eenige boeken, zulks deed ook
ERPENIUS, die te _Gorkum_ geboren was, en aldaar een zuster had,
getrouwd met zekeren ADRIAAN DAATSELAAR, welke op verzoek van den Heere
ERPENIUS, de gevangene Heeren DE GROOT en HOGERBEETS, getrouwlyk met
raad en daad bystond: alles wat, ten behoeven van de gezegde Gevangenen,
uit _Holland_ naar _Loevestein_, of vandaar herwaards overgezonden werd,
kwam eerst aan het huis van DAATSELAAR; dus ook het koffer, waarin de
boeken, bovengemeld, van wegen ERPENIUS gezonden werden, en door middel
van welk koffer de beroemde HUGO, op aandrang van zyne Gemalinne, uit
het bange _Loevestein_ ontsnapt is; te beter gelukte deze list, om dat
dezelve niet te overhaast in 't werk gesteld werd, want men ondernam
niets, voor dat het af- en aan-brengen van het boekenkoffer als eene
gewoonte geworden was; niets voor dat men het koffer niet meer opende,
om te zien wat 'er in was, 't geen in den beginne telkens gedaan was
geworden.
Veel viel 'er intusschen nog voor, zo over het verkoopen der verbeurd
verklaarde goederen van den Gevangenen, als over het uitgeeven van
deszelfs afbeeldzel, al het welk door anderen breedvoerig beschreeven
is, en niet tot ons plan behoort; PROUNINK bleef ook bestendig zyn best
doen, in het onredelyk behandelen van den ongelukkigen DE GROOT; terwyl
evenwel de braave MARIA, niet zonder groote moeite, vergund werd, eens
ter week om nooddruft te mogen uitgaan, of te zenden.
Onze Held bragt zyn' tyd door met leezen en schryven, en ook somtyds met
het naloopen van een' dryftol, ter bevorderinge of onderhoudinge zyner
gezondheid--Onder zynen _Loevesteinschen arbeid_, muntte uit, het reeds
door ons genoemde werk, _Inleiding tot de Hollandsche Rechtsgeleerdheid_,
en, _Het bewys van den waaren Godsdienst_, dat hy met deze verzen sloot:
_Vindt gy hier iet, het welk u dunkt te weezen goedt,_
_Bedank hem, zonder wien geen mensch iets goeds en doet:_
_Is hier of daar gemist, herinner met medoogen,_
_U zelven, wat een wolk bedwelmt der menschen oogen:_
_Verschoon veel liever 't werk, dan dat gy 't bitter laakt,_
_En denk, och Heer, het is te Louvestein gemaakt!_
Een gedeelte van den gezegden arbeid bestond ook daarin, dat hy zynen
Dienaar VAN DEN VELDE, in de _Latynsche Taale_, en de gronden, der
Rechtsgeleerdheid onderwees; en deze moeite is voorwaar met den
allerzonderlingsten uitslag bekroond; want by vervolg van tyd, huwde die
braave dienaar met de Dienstmaagd van Mevrouw VAN REIGERSBERGEN, genaamd
ELSJE VAN HOUWENING, welke, gelyk welhaast blyken zal, een voornaam
hulpmiddel geweest is, ter ontkominge van den ongelukkigen HUGO; VAN
DEN VELDE, verwierf den tytel van _Advocaat voor het Hof_, ja heeft
zelfs de eer gehad, van den uitersten wille zyner Hoogheid FREDRIK
HENDRIK, te schryven.
Na onze Held nu byna twee jaaren op de voorgemelde wyze doorgebragt had,
viel het oog van zyne schrandere Gemalinne op het koffer van den Heere
ERPENIUS, en zy sloeg haaren man voor, om zig, onder den naam van
boeken, met hetzelve, naar den vriend DAATSELAAR, te laaten brengen: men
stelle zig voor de verbaasdheid die onzen Held bevong, toen de
kloekmoedige MARIA hem dezen voorslag deed: