Maar wat vooral in haar persoon bekoorde en wat bovendien de gevoelige

zielen uitermate trof, dat was het ernstige uiterlijk van dat jonge

meisje; dat was haar peinzend gelaat, alsof zij steeds over vervlogen

schier uitgewischte herinneringen nadacht en die met den geest

vervolgde. Er bestond iets onverklaarbaars, hetgeen tot haar aantrok en

toch bedroefde. Vandaar ook, dat zij eene buitengewone terughoudendheid

bij al de personen teweeg bracht, die de salons van haren vader

bezochten, of die haar soms in de Stradona-laan ontmoetten.

Men zal gemakkelijk kunnen aannemen, dat Sava, die de eenige erfgename

zou zijn van een vermogen, hetwelk kolossaal groot heette en wat haar

eenmaal geheel zou toebehooren, meermalen tot een huwelijk aangezocht

was geworden. Maar hoewel zich verscheidene jongelieden, die alle

maatschappelijke eigenschappen en hoedanigheden in zich vereenigden,

als huwelijks-candidaten voorgedaan hadden, had het jonge meisje

steeds, wanneer zij geraadpleegd werd, zonder opgave van redenen

geweigerd. Silas Toronthal had haar dienaangaande nimmer gepolst of

gedwongen. Ongetwijfeld was de schoonzoon, dien hij gewenscht had—meer

voor zich zelven dan voor Sava—nog niet voorgekomen.

Om het portret van Sava Toronthal te voltooien, moeten wij nog

mededeelen, dat zij eene zeer sterke neiging had om de daden van deugd

of moed, die de vaderlandsliefde tot grondslag hadden, te bewonderen.

Niet dat zij zich met staatkunde inliet; maar de verhalen, die het

vaderland betroffen, de opofferingen, die voor den geboortegrond

geschied waren, de jongere voorbeelden, die zoo eervol en roemvol in de

geschiedenis prijkten, maakten steeds diepen indruk op haar.

Indien zij die gevoelens niet aan het toeval harer geboorte

ontleende—en inderdaad van Silas Toronthal had zij ze niet—dan had zij

ze natuurlijk in haar edelmoedig hart moeten vinden.

Verklaart dat niet—zooals de lezer waarschijnlijk reeds gegist zal

hebben—de innige toenadering, welke tusschen Piet Bathory en Sava

Toronthal daaruit ontstaan was? Ja, het kon als een zeker toeval van

het ongeluk beschouwd worden, hetwelk in de plannen van den bankier

verwarring en die beide jongelieden tot elkaar bracht. Sava was nog

slechts twaalf jaren oud, toen iemand eens tegen haar zeide en daarbij

naar Piet wees, die vooruitging:

„Dat is de zoon van een man, die het leven voor Hongarije heeft ten

offer gebracht!”

Die woorden zouden nimmer uit het geheugen van het edele meisje

gewischt worden.

Beiden waren grooter geworden. Sava’s brein was reeds met het beeld van

Piet vervuld, vóórdat deze het meisje nog opgemerkt had. Zij zag hem

steeds zoo ernstig, zoo peinzend. Hij was arm, dat was waar; maar hij

arbeidde ten minste om den naam zijns vaders eer aan te doen, wiens

levensloop en wedervaren zij geheel en al kende.

De lezer weet het overige.

Hij weet, hoe Piet Bathory op zijne beurt bekoord en onweerstaanbaar

aangetrokken werd door den aanblik van Sava, wier heerlijke geaardheid

zoozeer met de zijne moest overeenkomen.

Hij weet, hoe de jongman het lieve jonge meisje, dat wellicht nog

onkundig was met den aard van het gevoel, hetwelk haar hartje

binnengeslopen was, reeds met eene innige liefde beminde, eene liefde,

die zij weldra deelen en gevoelen zou.

Men zal alles, wat Sava Toronthal betreft, dadelijk begrijpen, wanneer

men den toestand zal kennen, waarin zij zich bij hare ouders bevond.

Tegenover haren vader was Sava steeds uitermate teruggetrokken geweest.

Nimmer had er eenig gevoel van overeenkomst tusschen die twee bestaan.

Nimmer had hij het vaderlijk hart jegens zijne dochter laten spreken;

nimmer had de dochter zich tot een streelend gebaar jegens haren vader

laten verleiden. Bij den eenen was het droogheid des harten; maar bij

de andere ontstond die verwijdering uit de oneenigheid, welke tusschen

die beide karakters in alles waar te nemen was. Sava betoonde voor

Silas Toronthal al den eerbied, dien een kind aan zijn vader

verschuldigd is—maar ook niets meer.

Bovendien, hij liet haar volkomen vrijheid om te handelen, zooals zij

verkoos. Hij dwarsboomde haar niet in hare neigingen; hij stelde geene

grenzen voor hare liefdadigheidswerken, die zijn behoefte aan uiterlijk

verkeer zeer prikkelden en hem derhalve zeer bevielen.

Om kort te gaan, bij hem was het volmaakte onverschilligheid, die hem

bezielde. Bij haar, het moet erkend worden, was het eerder antipathie,

bijna afkeer, dien zij onverklaarbaar genoeg ondervond voor den man,

waarmede zij dagelijks omging.

Voor hare moeder, voor mevrouw Toronthal, koesterde Sava geheel andere

gevoelens. Ondervond die goede vrouw het onaangename van de

heerschzucht van haren echtgenoot, die weinig beleefdheidsvormen jegens

haar in acht nam, en toonde zij zich zwak tegenover die bejegening, dan

sproot dat uit hare goedheid van karakter voort; want zij was

duizendmaal beter dan hij, zoowel door het onbesprokene van haren

levensloop, als door de zorg, die zij koesterde voor hare persoonlijke

waardigheid.

Mevrouw Toronthal had Sava oprecht lief. In weerwil van de

terughoudendheid van het jonge meisje, had zij de meest degelijke

hoedanigheden in haar meenen te ontdekken. Maar de genegenheid, die zij

voor haar gevoelde, was inderdaad van buitengewonen aard. Zij was

vermengd met een soort van bewondering, met een soort van eerbied en

zelfs met een weinig vrees. Het edel, verheven karakter van Sava, hare

rechtschapenheid en ook hare onverzettelijkheid in sommige oogenblikken

en bij sommige voorvallen, konden dien vreemden vorm van moederlijke

liefde eenigermate wettigen. Toch vergold het jeugdige meisje hare

toegenegenheid met gelijke wederliefde. Zelfs zonder de banden des

bloeds, zouden beiden toch uitermate aan elkander gehecht geweest zijn.

Het zal dus bij den lezer geene verwondering baren, wanneer hij zal

vernemen, dat mevrouw Toronthal de eerste was, die raadde, wat er in de

ziel en in het hart van Sava omging. Het jonge meisje had haar dikwijls

van Piet Bathory en van zijne familie gesproken, zonder evenwel daarbij

den weemoedigen indruk, welken die naam bij hare moeder telkens teweeg

bracht, te ontwaren. Toen dan ook mevrouw Toronthal tot erkenning

gekomen was, dat Sava dien jongen man beminde, prevelde zij in haar

binnenste:

„Zou God dat dan toch willen? Zou Hij dat kunnen willen? O! het is

schier onmogelijk!”

Wat die woorden in den mond van mevrouw Toronthal beteekenden, zal de

lezer wel kunnen raden. Wat hij evenwel niet weten kan, en wat die

rampzalige vrouw wel wist, dat is tot welk punt Sava’s liefde voor Piet

Bathory een rechtvaardig herstel zou zijn voor het leed en de rampen,

zijne familie aangedaan.

Wanneer mevrouw Toronthal, die vroom en geloovig was, evenwel vermeenen

kon, dat zulk een huwelijksband met de inzichten der Voorzienigheid zou

kunnen strooken, zou het zaak zijn, dat ook haar echtgenoot tot die

toenadering der beide familiën gewonnen werd. Zij besloot dan ook om

hem, zonder er evenwel iets van aan Sava te zeggen, over dat onderwerp

te polsen.

Evenwel bij de eerste woorden reeds, die zijne gade zich liet

ontvallen, werd Silas zoo woedend, dat hij iedere grens van

betamelijkheid overschreed. Hij poogde dat gevoel van toorn zelfs niet

te bemantelen of te bedwingen. Mevrouw Toronthal, door dien uitval

onthutst en afgeschrikt, keerde ijlings naar hare vertrekken weer en

kreeg de bedreiging mede:

„Neem u in acht, mevrouw!.... Als gij u ooit mocht verstouten met dat

voorstel andermaal te berde te komen, of er zelfs nog maar op te

zinspelen, dan zult gij het u berouwen! Laat u dat genoeg zijn!”

Dus het noodlot, zooals Silas Toronthal dat noemde, had niet alleen de

familie Bathory in deze stad gevoerd, maar ook Sava en Piet, die

elkander hadden leeren kennen en beminnen, tot elkander gebracht. Ja,

dat mocht waarlijk een noodlot heeten! Een vreeselijk noodlot!

Misschien vraagt de lezer zich af, waarom die toorn, waarom die

verbittering van den kant des bankiers?

Had hij geheime plannen gevormd omtrent Sava, omtrent hare toekomst? En

werden die plannen thans gedwarsboomd?

Zou, hij voor het geval dat zijn schandelijk verraad ooit aan het licht

kwam, integendeel geen groot belang hebben, dat de gevolgen van die

snoode daad vooraf binnen de grenzen der mogelijkheid hersteld en

vergoed waren? Wat zou Piet Bathory, eenmaal de echtgenoot van Sava

Toronthal geworden, kunnen zeggen, wanneer hij vernam, dat haar vader

den dood van den zijnen veroorzaakt had? Wat zou mevrouw Bathory alsdan

kunnen doen? Zeker zou dat een afgrijselijken toestand vormen: de zoon

van het slachtoffer gehuwd met de dochter van den sluipmoordenaar!

Afgrijselijk vooral voor dien zoon, niet voor hem Silas Toronthal!

Voor hem zou dat huwelijk een schutmiddel wezen.

Maar men was, wel is waar, zonder tijding omtrent Sarcany. Zijne

terugkomst was evenwel toch mogelijk. Waarschijnlijk bestonden vroegere

afspraken tusschen den bankier en zijn medeplichtige. En deze was er de

man niet naar, om die te vergeten, wanneer het hem in de wereld

tegenliep.

Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat Silas Toronthal wel

eenige bekommernis gevoelde omtrent dien Sarcany, zijnen

Tripolitaanschen makelaar van weleer, vooral omtrent zijn wedervaren

tot heden. Hij had sedert die zaak te Triëst geen tijding hoegenaamd

van hem gehad en het was dus reeds meer dan vijftien jaren geleden, dat

zij van elkander gegaan waren. Nu en dan had hij getracht berichten in

te winnen, maar steeds te vergeefs.

Zelfs in Sicilië, waar hij wist, dat Sarcany door tusschenkomst van

zijn ouden makker Zirone betrekkingen onderhield, waren de nasporingen

vruchteloos gebleven. Toch kon Sarcany den eenen of anderen dag te

voorschijn treden. Dat was inderdaad een voortdurend schrikbeeld voor

den bankier.

Maar kon die gelukzoeker ook dood zijn? Wie weet? Misschien wel!

Dat zou eene tijding wezen, die Silas Toronthal met onuitsprekelijk

genoegen ontvangen zou.

Dan zou hij wellicht de mogelijkheid van eene vereeniging, van een band

tusschen de familie Bathory en de zijne leeren inzien en zijne

bewilliging verleenen.

Maar zoo als de zaken thans stonden, was er in ieder geval niet aan te

denken. Dat begreep mevrouw Toronthal al ras.

Silas Toronthal kwam dus niet terug op de ruwe bejegeningen, die hij

zijne echtgenoote had doen ondergaan, toen zij met die zaak te berde

kwam. Hij sprak er niet meer over en vermeed ten stipste eenige

verklaring te geven. Hij stelde zich tot taak, haar en Sava beter te

bewaken, haar zelfs te doen bespionneeren. Wat den jeugdigen

werktuigkundige betrof, dien zou hij nog trotscher bejegenen; hij zou

het hoofd afwenden, wanneer hij hem ontmoeten zou; in éen woord: hij

zou zoo handelen, dat hem duidelijk moest zijn, dat er geen ziertje

hoop te koesteren was. Ja, dat was de gedragslijn, waartoe hij besloot,

en hij slaagde er maar al te goed in, om den radeloozen verliefde te

toonen, dat iedere stap van zijn kant totaal overbodig zou zijn.

Het was onder die omstandigheden, dat in den avond van den 10den Juni,

Sarcany’s naam in de salons van de woning in de Stradona-laan

weerklonk, nadat de deuren zich voor dezen schaamteloozen kerel hadden

geopend.

Dienzelfden morgen had Sarcany, door Namir vergezeld, in den spoortrein

van Cattaro naar Ragusa plaats genomen. Hij was in een der voornaamste

hôtels van de stad afgestapt, had daar zijn reispak tegen een elegant

toilet verwisseld en had zich, zonder een oogenblik te laten verloren

gaan en zonder aarzeling te laten blijken, aan de woning van zijn ouden

medeplichtige aangemeld. Hij rekende voorzeker op de machtspreuk: aan

de stoutmoedigen behoort het heelal!

Silas Toronthal ontving hem en gaf bevelen, dat hun onderhoud niet

zoude gestoord worden.

Hoe nam de bankier dat bezoek van Sarcany op?

Had hij geestkracht genoeg, om hetgeen hij moest gevoelen bij dat

wederzien te bemantelen en ging hij tot onderhandelingen met hem over?

Was Sarcany van zijn kant heerschzuchtig, onbeschaamd, ja onbeschoft,

zooals hij vroeger was? Herinnerde hij den bankier hunne afspraken en

de beloften, die deze misschien gedaan had, overeenkomsten, die lang

geleden aangegaan waren?

Spraken zij eindelijk over het verleden, over het heden, over de

toekomst, ja over de toekomst?

Dat kon niemand zeggen; want behalve door hen beiden werd dat onderhoud

door geen sterveling bijgewoond en kon het door niemand beluisterd of

gestoord worden.

Maar ziehier, wat er uit voortvloeide.

Vier en twintig uren later verbreidde zich een nieuwtje door de stad,

dat wel geschikt was, om verwondering te baren. Men sprak van een

huwelijk van Sarcany met Sava Toronthal en voegde er bij, dat die

Sarcany een onmetelijk rijk en adellijk inboorling van Tripoli was. De

lezer weet, wat er van dien adeldom aan is.

Blijkbaar had de bankier tegenover de bedreigingen van dien man, die

hem in het verderf kon storten, moeten toegeven. Noch de smeekbeden

zijner echtgenoote, noch de afschuw, die Sava, toen haar vader haar

zijn wil meende op te dringen, aan den dag legde, vermocht iets.

Wij zullen slechts een enkel woord reppen over het belang, dat Sarcany

bij het sluiten van dat huwelijk had,—een belang, dat hij volstrekt

niet voor Silas Toronthal verborgen gehouden had. Sarcany was namelijk

geruïneerd. Het gedeelte van dat zoo schandelijk verworven vermogen,

hetwelk den bankier in staat gesteld had, om het crediet van zijn

wankelend huis te herstellen, was nauwelijks voldoende geweest voor den

gelukzoeker, om gedurende vijftien jaren zijne hartstochten bot te

vieren. Sedert hij Triëst verliet, had Sarcany geheel Europa doorreisd

en daarbij als verkwister geleefd, voor wien de vertrekken, die hij in

de hôtels te Parijs, Londen, Amsterdam, Weenen, Berlijn en Rome betrok,

nimmer ramen genoeg gehad hadden, waardoor hij het geld volgens de

invallen zijner grillige luimen had kunnen wegwerpen. Na de vermaken en

genoegens van allerlei aard daar genoten te hebben, ging hij aan de

kansen van het lot vragen, om in te slokken wat hem van zijn vermogen

nog over gebleven was. Hij bezocht dan ook de steden in Zwitserland en

Spanje, waar nog speelbanken aangetroffen worden. Hij bezocht het

Vorstendom Monaco, dat door een cirkel van Franschen grenzen omgeven

is.

Het zal wel niet noodig zijn er bij te vertellen, dat Zirone gedurende

dat geheele tijdvak zijn onafscheidelijke makker geweest was. Toen hen

evenwel nog slechts ettelijke duizenden guldens overbleven, waren zij

naar het eiland, hetwelk voor ieder Siciliaan zoo dierbaar is, naar het

oostelijk deel van het oude Trinacria (het driepuntige) teruggekeerd.

Daar bleven zij evenwel, in afwachting van de gebeurlijkheden, niet

werkeloos, dat wil zeggen totdat Sarcany den tijd gekomen zou achten om

zijne relatiën met den bankier Silas Toronthal te hervatten.

En inderdaad was een huwelijk met Sava, de eenige erfgename van den

rijken Silas Toronthal, niet de eenvoudigste oplossing van het

vraagstuk betreffende het herstel van zijn vermogen?

De bankier kon en mocht hem toch niets weigeren.

Misschien bestond er tusschen die twee mannen, behalve die band, dien

de lezers reeds kennen, nog een andere, die de toekomst alleen kan

ontsluieren.

Intusschen vroeg Sava eene juiste verklaring aan haren vader, waarom

hij op dusdanige wijze over haar beschikte.

„Mijne eer hangt van dat huwelijk af,” had Silas Toronthal na tal van

uitvluchten geantwoord, „en dat huwelijk zal voltrokken worden.”

Toen Sava dat antwoord van den bankier aan hare moeder overbracht, viel

deze schier bewusteloos in de armen harer dochter en kon slechts tranen

van wanhoop storten.

Silas Toronthal had dus in zijn voornemen volhard.

Het huwelijk werd op den 6den Juli vastgesteld en zou op dien dag

voltrokken worden.

Men kan begrijpen, hoe Piet Bathory gedurende die drie weken leed!

Zijne ontsteltenis en opgewondenheid waren schrikkelijk om aan te zien.

Hij had aanvallen van machtelooze woede en bleef nu eens opgesloten in

zijn vertrek in de Marinella-straat, dan weer ontsnapte hij uit de

gevloekte stad in eene zoodanige gemoedstemming, dat mevrouw Bathory

inderdaad vreezen kon, dat hij tot een wanhopigen stap in staat was en

dat zij hem niet meer terug zou zien. Het was verschrikkelijk!

Welke troostwoorden zou zij hem ook hebben kunnen doen hooren?

Zoolang er geen quaestie van dat huwelijk geweest was, kon Piet

Bathory, hoewel hij door den vader van Sava afgewezen werd, eenige

hoop, wel is waar zeer weinig, maar toch nog hoop koesteren. Maar was

Sava eenmaal gehuwd, dan was er een afgrond—een onoverkomelijke afgrond

ditmaal tusschen de beide jongelieden gegraven.

Wat dokter Antekirrt ook mocht gezegd of beloofd hebben, och, altemaal

praatjes! Ook deze scheen Piet in den steek te laten.

Maar.... hij vroeg zich af, hoe het mogelijk was, dat het jonge meisje,

dat hem toch zoozeer beminde en wier geest krachtvolle geaardheid hij

kende, tot die vereeniging hare toestemming had kunnen geven?

Welk geheim beheerschte dan toch die woning in de Stradona-laan, waar

zoo iets kon gebeuren?

Och, Piet had zeer zeker beter gedaan met Ragusa te verlaten, met de

voorstellen aan te nemen, die hem daar buiten gedaan waren, met ver,

zeer ver weg van Sava heen te gaan, van Sava, die men aan dien

vreemdeling, aan dien Sarcany overleverde.

„Neen!” riep hij uit en herhaalde hij telkens: „Neen! dat is

onmogelijk!.... Ik bemin haar!”

De wanhoop was dus die woning binnengedrongen, waar weinige dagen te

voren een straal van hoop gegloord had.

Helaas, ja!

Pescadospunt vervulde intusschen steeds zijne rol van verspieder en was

dus geheel en al op de hoogte omtrent de geruchten, die in de stad

liepen, ook omtrent hetgeen in de Stradona-laan voorbereid werd.

Zoodra hij het bericht van het huwelijk tusschen Sava Toronthal en

Sarcany vernam, schreef hij naar Cattaro.

Zoodra hij zich had kunnen overtuigen omtrent den ellendigen toestand,

waartoe die tijding den jeugdigen ingenieur, die hem levendig belang

inboezemde, gebracht had, deed hij daarvan mededeeling aan dokter

Antekirrt.

Tot eenig antwoord ontving hij het bevel, om voort te gaan met alles

gade te slaan wat te Ragusa voorviel en hem te Cattaro daaromtrent op

de hoogte te houden.

Midderwijl naarmate die ongelukkige datum van 6 Juli naderde,

verergerde de toestand van Piet Bathory al meer en meer. Zijne moeder

kon hem niet meer tot kalmte brengen. Hoe zou Silas Toronthal dan ook

te bewegen zijn om zijne plannen te wijzigen? Was het niet

klaarblijkelijk uit de haast, waarmede dit huwelijk kenbaar gemaakt en

vastgesteld was, dat het reeds sedert lang besloten was? Bleek daar

niet duidelijk uit, dat Sarcany en de bankier Silas Toronthal elkander

sedert lang kenden, dat die „rijke Tripolitaan” op den vader van Sava

een bijzonderen invloed moest hebben.

Door die niet te verdrijven denkbeelden gemarteld, kwam Piet Bathory op

de gedachte, om acht dagen vóór de voltrekking van het huwelijk aan

Silas Toronthal te schrijven.

Hij deed zulks; maar.... zooals wel te voorzien was, hij kreeg geen

antwoord.

Piet poogde toen den bankier op straat te ontmoeten....

Dat lukte ook al niet. De bankier scheen hem opzettelijk te ontwijken.

Piet wilde hem in zijne woning gaan opzoeken....

Hij slaagde er zelfs niet in, den drempel van de deur te overschrijden.

Dat was trouwens te voorzien geweest.

Wat Sava en hare moeder betrof, die waren thans geheel en al

onzichtbaar. Geene mogelijkheid bestond er om tot haar te genaken.

Maar kon Piet Bathory noch Sava, noch hare moeder, noch haren vader

ontmoeten, daarentegen kwam hij herhaalde malen in de Stradona-laan

Sarcany tegen, ja liep hij hem bijkans tegen het lijf. Den blik van

haat, dien de jongman op hem wierp, beantwoordde Sarcany slechts met

een onbeschoft, minachtend gebaar. Piet Bathory dacht er toen aan om

hem uit te dagen, om hem tot vechten te noodzaken....

Onder welk voorwendsel evenwel zou hij dat kunnen doen, en waarom zou

Sarcany, om zoo te zeggen daags vóór zijn huwelijk met Sava Toronthal,

eene zoodanige ontmoeting inwilligen? Had hij er niet integendeel alle

belang bij, om die te vermijden? Neen, van een tweegevecht was ook geen

uitkomst te verwachten.

Zoo gingen zes dagen voorbij, zes lange, zes eindelooze dagen! Het was

alsof er geen einde aan kwam!

In weerwil van de smeekingen zijner moeder, in weerwil van het bidden

van den ouden Borik, verliet Piet in den avond van den 4den Juli de

woning in de Marinella-straat. De oude dienaar poogde hem te volgen;

maar deze met zijne oude beenen was het spoor van den jongen man weldra

bijster. Piet dwaalde als een waanzinnige op goed geluk af, door de

eenzaamste straten der stad langs de buitenmuren van Ragusa.

Een uur later bracht men hem, helaas! stervende, in de woning van

mevrouw Bathory terug.

Een dolksteek had het bovenste gedeelte zijner linkerlong doorboord.

Eene zeer gevaarlijke wond!

Er was geen twijfel mogelijk. Piet had in een aanval van krankzinnige

wanhoop, de hand aan zich zelven geslagen!

Zoodra Pescadospunt dat ongeluk vernam, liep hij in alle haast naar het

telegraafkantoor.

Ene uur later ontving dokter Antekirrt de tijding van den zelfmoord van

den jongen man te Cattaro.

Het zou moeilijk zijn de smart van mevrouw Bathory te beschrijven, toen

zij zich tegenover haren bewusteloozen zoon bevond, die wellicht nog

slechts weinige uren te leven had. Maar de geestkracht der moeder

bestreed de zwakheden der vrouw. Vóór alles moest er hulp verleend,

moest de gekwetste verpleegd en verzorgd worden. Tranen konden later

vergoten worden. Daartoe was thans geen tijd.

Een dokter werd geroepen en kwam ook dadelijk. Hij onderzocht den

gewonde; hij luisterde naar zijne zwakke en tusschenpoozende

ademhaling; hij sloeg het onregelmatige op en neergaan der borstkas

gade; hij peilde de wonde, legde het eerste verband, in één woord, hij

verleende die zorg der kunst, in dergelijke gevallen noodig en

gebruikelijk, maar hij deelde geene hoop mede, die hij zelf niet bezat.

Vijftien uren later was de toestand van den jongen man nog verergerd

door eene zeer belangrijke verbloeding. Zijne ademhaling was toen nog

nauwelijks waarneembaar, en dreigde in een laatsten zucht heen te

vlieden.

Mevrouw Bathory was op de knieën naast het ledikant gevallen en bad God

innig haren zoon toch te willen sparen.

In dit oogenblik ging de deur der kamer open....

Dokter Antekirrt stapte regelrecht op de sponde van den stervende toe.

Mevrouw Bathory wilde tot hem ijlen.... Hij weerhield haar met een

enkel gebaar.

Toen bukte de dokter over Piet en onderzocht hem met de grootste

aandacht, zonder evenwel een enkel woord te spreken. Daarna bekeek hij

hem met een onweerstaanbaren blik. En alsof een electrische stroom uit

zijne oogen schoot, scheen hij in die hersens, waarin de gedachte op

het punt was om uitgebluscht te worden, zijn eigen leven met zijn eigen

wil te doen doordringen.

Plotseling richtte zich Piet half overeind op. Zijn oogleden openden

zich. Hij keek den dokter aan. Daarna viel hij levenloos neder.

Mevrouw Bathory stiet een kreet uit, viel op haren zoon en lag weldra

bewusteloos in de armen van den ouden Borik.

Toen sloot de dokter de oogen van den jeugdigen doode. Daarna richtte

hij zich overeind, verliet de kamer en men zou hem die spreuk, aan de

Indische legenden ontleend, hebben kunnen hooren prevelen:

„De dood vernietigt niet, hij maakt slechts onzichtbaar.”

IV.

EENE ONTMOETING IN DE STRADONA-LAAN.

Dat sterfgeval had groot opzien in de stad veroorzaakt; maar niemand

kon de ware oorzaak van den zelfmoord van Piet Bathory gissen, noch

vermoeden dat Sarcany en Silas Toronthal er eenig part of deel aan

hadden.

Den volgenden morgen, den 6den Juli, zou het huwelijk van Sava

Toronthal met Sarcany voltrokken worden.

Het bericht van dien zelfmoord, onder zoo roerende omstandigheden

gepleegd, drong niet tot mevrouw Toronthal en hare dochter door. Silas

Toronthal en Sarcany hadden dienaangaande hunne maatregelen goed

getroffen. Het geheim zou niet verraden worden.

Mathias Sandorf [2] · 第 4 / 19 段