waar men van boven inzag. Hij was boven een refractor gekozen,
opdat men zoo weinig mogelijk licht zou verliezen en het voorwerp
waarop men het richtte, de meestmogelijke helderheid behouden. Ten
gevolge dier inrichting plaatsten zich Belfast en Maston boven aan
het instrument. Zij kwamen er langs een wenteltrap, een meesterstuk
van lichtheid. Er aldus inziend, namen zij waar hetgeen de spiegel
op den bodem der reusachtige buis van 280 voet lengte terugkaatste.
De twee waarnemers brachten dus al hun tijd door op den omgang aan
den mond van den telescoop, grommende over het weder, dat de Maan aan
hun gezicht onttrok en alle waarneming aan den hemel onmogelijk maakte.
Men stelle zich dan voor, hoe groot hun vreugde was, toen, na eenige
dagen wachtens, in den nacht van 5 December, het voertuig dat hun
vrienden bevatte, zich aan hun blikken vertoonde! Op die vreugde
volgde een smartelijke teleurstelling, toen zij in vertrouwen op
onvolledige waarnemingen hun eerste telegram overal lieten verspreiden,
dat het projectiel een wachter van de Maan was geworden en zich in
een onveranderlijke baan om haar bewoog.
Sedert dat oogenblik had het gevaarte zich niet meer aan hun oog
vertoond; en dit was zeer natuurlijk, daar het zich toen bewoog boven
de van ons afgekeerde zijde der Maan. Maar toen het weder op de voor
ons zichtbare maanschijf moest te zien zijn, was er projectiel noch
wat erop geleek te bespeuren! Men verbeelde zich het ongeduld van
den opgewonden Maston en zijn geleerden metgezel, die niet minder
ongeduldig was dan hij! Elk oogenblik van den nacht meenden zij het
voertuig te zien, maar 't geleek er niet naar! En dit gaf tusschen hen
aanleiding tot gedurige kibbelarijen. Belfast beweerde: het projectiel
was er niet, Maston hield stijf en sterk staande, dat het hem als
vlak voor de oogen stond.
»'t Is het projectiel!" zie Maston nog eens.
»Neen, zeg ik u," antwoordde Belfast. »Het is een sneeuwval die van
een maanberg naar beneden rolt."
»Welnu, morgen zullen wij het wel zien."
»Wij zullen het nimmer meer zien; het is nu in de hemelruimte
verdwenen."
»Neen."
»Ja."
En in die oogenblikken, waarin de ja's en neen's ratelden als hagel,
was de welbekende prikkelbaarheid van den secretaris der Gun-club
een altijddurende kwelling voor Belfast.
Zulk een leven zou weldra onhoudbaar geworden zijn, maar een onverwacht
voorval maakte een einde aan dat eeuwigdurend overhoopliggen.
In den nacht van 14 op 15 December waren de twee onvermoeide
kampioenen bezig met het waarnemen der Maan. Maston schold naar
gewoonte op den geleerden Belfast, die zijnerzijds ook geen troef
verzaakte. De secretaris der Gun-club beweerde voor de duizendste
maal, dat hij het projectiel zag, er zelfs bijvoegende, dat hij het
gelaat van Michel Ardan voor een der kijkglaasjes had gezien. Hij
bevestigde zijn verzekeringen met een reeks gebaren, die eenigszins
verontrustend werden door het zwaaien met zijn haak.
Op dit oogenblik verscheen de bediende van Belfast op den omgang;
het was 10 uur in den avond--de bediende overhandigde een telegram
aan zijn meester. 't Was van den commandant der Susquehanna.
Belfast brak den omslag open en slaakte een kreet.
Maston kuchte.
»Het projectiel?"
»Welnu?"
»Is op de aarde gevallen."
Een nieuwe kreet, ditmaal een akelig gehuil!
Belfast keerde zich naar Maston. De ongelukkige had onvoorzichtig
genoeg een weinig te veel over den rand van de telescoopbuis gehangen;
hij had het evenwicht verloren en was er in gevallen! Een val van 280
voet, om op een harden spiegel terecht te komen! Belfast zag hem na
met angstige blikken.
Maar, o geluk! Maston was met zijn haak aan een schoorijzer van de
buis blijven hangen. Hij jammerde en gilde, maar hield zich toch vast.
Belfast riep om hulp. Er daagden menschen op; zij haalden touwen, die
men om Maston wist te slaan, en met groote moeite trok men eindelijk
den onvoorzichtigen secretaris der Gun-club uit den telescoop.
»'t Zou wat te zeggen zijn geweest," was zijn eerste woord, »als ik
den spiegel eens had gebroken!"
»Dan hadt gij hem kunnen betalen," antwoordde Belfast droogjes.
»Waar is dat satansche projectiel gevallen?" vroeg Maston.
»In de stille zee."
»Laat ons gaan."
Een kwartier later daalden de beide sterrenkundigen af langs de
helling van het Rotsgebergte, twee dagen later waren zij tegelijk
met hun vrienden uit de Gun-club te San-Francisco, na onderweg vijf
paarden doodgereden te hebben.
Elphiston, Blomsberry van de club en Bilsby hadden zich bij hun
aankomst bij hen gevoegd.
»Wat nu?" riepen zij uit.
»Naar het projectiel visschen," antwoordde Maston, »en wel hoe eer
zoo beter."
ZEVENENVEERTIGSTE HOOFDSTUK.
DE REDDING.
De plaats, waar het gevaarte in de diepte der zee nederzonk, was
nauwkeurig genoeg bekend, maar 't ontbrak nog aan werktuigen en
gereedschappen om het te bereiken en naar boven te brengen. Deze
moesten eerst nog worden uitgevonden, vervolgens vervaardigd. De
Amerikaansche ingenieurs konden met zulk een kleinigheid niet
bemoeielijkt worden. Waren de dreggen eenmaal gereed en was er stoom
opgemaakt, dan waren zij er zeker van, den puntkogel te zullen ophalen,
in weerwil van zijn gewicht, waarvan hij trouwens in het water zooveel
verloor als het gewicht bedroeg van het water dat hij verplaatste.
Maar 't was niet genoeg het projectiel op te hijschen. Men moest ook
aan de reizigers denken. Niemand twijfelde eraan, of zij zouden nog
wel in leven zijn.
»Ja," herhaalde Maston onophoudelijk met het grootste zelfvertrouwen,
»die kerels zijn bij de hand; zij kunnen niet als weerloozen gevallen
zijn. Zij zijn levend, springlevend, maar wij moeten ons reppen om
hen nog levend te krijgen. Over levensmiddelen en water bekommer
ik mij niet. Daar hebben zij voorraad genoeg van. Maar de lucht,
de lucht! Die zullen zij tekortkomen. Daarom haastje, repje!"
En men haastte en repte zich. Men maakte de Susquehanna gereed voor
haar nieuwe bestemming. Haar krachtige machines werden ingericht om op
de ophaalkettingen te werken, het aluminium-projectiel woog slechts een
kleine 10,000 kilo, vrij wat minder dan de onderzeesche kabel, die in
den Atlantischen oceaan werd gelegd onder dergelijke omstandigheden. De
eenige moeielijkheid bestond dus daarin, dat men een projectiel van
cylindervorm met kegelpunt moest ophalen, zonder dat men er aanvatsels
of uitsteeksels aan had tot het vasthechten der kettingen.
Met het oog daarop liet de ingenieur Murchison, die zich ijlings naar
San-Francisco had begeven, sterke dreggen aanbrengen, die den vorm
hadden van tanden, welke het projectiel, als zij het eenmaal hadden
vastgegrepen, niet weder zouden loslaten. Ook liet hij duikertoestellen
maken, waarmee men veilig tot op den bodem der zee kon afdalen. Hij
bracht ook aan boord van de Susquehanna toestellen voor ineengeperste
lucht, zeer schrander bedacht en gemaakt. Het waren inderdaad kamertjes
met glasruiten; door het water in afzonderlijke ruimte in te laten,
konden deze tot op groote diepten neerzinken. Deze toestellen waren
te San-Francisco voorhanden; zij hadden er gediend bij het leggen
van een onderzeeschen dijk. En dat was zeer gelukkig, want tijd om
ze te maken zou er niet zijn geweest.
Intusschen, in weerwil van de deugdelijkheid dier toestellen en in
weerwil van de schranderheid dergenen die er zich van zouden bedienen,
was de uitslag nog volstrekt zoo zeker niet, want het gold hier niets
minder dan een zoo zwaar lichaam uit een diepte van 20,000 voet te
voorschijn te halen! Voorts--wanneer zelfs het projectiel naar de
oppervlakte der zee zou geheschen zijn, hoe zou het er met de drie
reizigers uitzien? Hadden zij den schok weerstaan, dien 20,000 voet
water misschien niet geheel hadden kunnen breken?
Doch praten en bedenkingen baten niet--er moesten onverwijld spijkers
met koppen worden geslagen. Maston zweepte de werklieden dag en nacht
voort. Hij was gereed, 't zij om het duikerspak aan te trekken, 't
zij om de luchttoestellen te beproeven, ten einde zich te vergewissen
van den toestand waarin zijn vrienden zich bevonden.
Wel zette men allen mogelijken spoed achter het vervaardigen der
verschillende takels en andere toestellen; wel werd alles gedaan om de
zaak in orde te krijgen; wel stelde de Regeering der Unie aanzienlijke
geldsommen ter beschikking van de Gun-club--toch duurde het vijf lange
dagen,--vijf eeuwen--eer de voorbereidende werkzaamheden voltooid
waren. Gedurende dien tijd was de openbare meening tot het uiterste
gespannen. Telegrammen vroegen uit alle wereldoorden hoe het er mee
stond, en telegrammen seinden naar alle wereldoorden het antwoord. De
redding van Barbicane, Nicholl en Michel Ardan werd nog meer de
algemeene zaak der menschheid beschouwd als vroeger het gieten en
afvuren van de Columbiad. Inzonderheid overal waar men ingeschreven
had tot het dragen der kosten, liet men zich ijverig aan het lot der
reizigers gelegen liggen.
Eindelijk werd alles aan boord van de Susquehanna gebracht,
hijschkettingen, luchthouders, dreggen, windassen--kortom
alles. Maston, de ingenieur Murchison en de afgevaardigden der Gun-club
betrokken hunne hutten. Men was gereed om te vertrekken.
Den 21sten December 's avonds te 8 uur, stak de korvet in zee. Het
was vrij koud, met fraai weder en een matig koeltje blies uit het
noord-oosten. De geheele bevolking van San-Francisco verdrong zich
op de kade, verbaasd, verstomd--zij bewaarde haar juichkreten voor
de terugkomst.
De stoom werd tot de hoogste drukking gebracht en de schroef der
Susquehanna bracht de korvet met snelheid uit de baai.
't Is nutteloos uit te weiden over de gesprekken aan boord tusschen
de officieren, matrozen en passagiers. Allen hadden slechts éen
gedachte. Aller hart klopte voor dezelfde zaak. Wat zouden Barbicane
en zijn vrienden doen, terwijl men hun te hulp snelde! Wat was er
van hen geworden? Waren zij in staat eenige stoutmoedige proeven
te nemen ten einde hunne vrijheid te heroveren? Niemand kon daarvan
iets zeggen. Blijkbaar waren al hun hulpmiddelen uitgeput. Meer dan
20,000 voet onder de oppervlakte van den oceaan lag hun kerker, en
die metalen kerker spotte met alle mogelijke pogingen der gevangenen.
Den 23sten December, te 8 uur 's morgens, moest de Susquehanna ter
plaatse van het ongeluk zijn aangekomen. Men diende tot den middag
te wachten om het bestek nauwkeurig te maken. De boei, aan de lijn
vastgebonden, was niet in het gezicht.
Op den middag schoot kapitein Blomsberry de zon, geholpen door
zijn officieren en in tegenwoordigheid der afgevaardigden van de
Gun-club. Het was een oogenblik van angstige spanning. Toen haar stand
bepaald was, bleek dat de Susquehanna zich eenige minuten ten westen
bevond van het punt, waar het projectiel in de diepte was verdwenen.
De korvet moest dus den steven naar dat punt richten.
De boei werd 47 minuten na twaalven gezien. Zij lag in volmaakte orde
en kon weinig afgedreven zijn.
»Eindelijk!" riep Maston uit.
»Beginnen wij nu?" vroeg kapitein Blomsberry.
»Zonder een seconde te verliezen," antwoordde Maston.
Alle maatregelen werden genomen om de korvet zoo goed als onbeweeglijk
te doen bijleggen.
Alvorens het grijpen van het projectiel te beproeven, wilde de
ingenieur Murchison eerst onderzoeken in welken stand het op den bodem
lag der zee. De luchttoestellen, daartoe bestemd, werden gevuld. Ze
te hanteeren is niet zonder gevaar, want op de diepte van 20,000 voet
en bij zulke geweldige drukking staan zij bloot aan breken en dit is
een van de verschrikkelijkste gevolgen.
Maston, Blomsberry van de Gun-club en de ingenieur Murchison namen
plaats in de duikerklok, van de luchttoestellen voorzien. De commandant
bestuurde het werk, gereed om op het minste teeken zijn kettingen te
vieren of aan te halen. De schroef was buiten werking gesteld en al
de kracht der machines, overgebracht op den kaapstander, kon in een
oogenblik de toestellen aan boord hijschen.
Te 1 uur 25 minuten na den middag werden de duikers nedergelaten;
zij verdwenen onder den waterspiegel.
De belangstelling der officieren en matrozen verdeelde zich nu tusschen
de gevangenen in het projectiel en de gevangenen in de duikerklok. De
laatsten dachten niet aan zich zelven: zij keken met aandacht door
de glaasjes naar het water dat zij doorkliefden.
De daling ging snel. Te 2 ure 17 minuten had de duikerklok den bodem
der Stille zee bereikt. Maar zij zagen niets dan een zandgrond, zonder
dieren, zonder planten. Bij het licht hunner lampen, die voorzien
waren van sterke spiegels, konden zij de duistere waterlagen tot op
vrij verren afstand overzien, maar van het projectiel ontdekten zij
niet het minste spoor.
Het ongeduld dezer stoutmoedige duikers is niet te beschrijven. Daar
hun toestel in electrische gemeenschap was met de korvet, gaven zij
het afgesproken teeken, en de Susquehanna haalde hen eenige meters op,
ten einde zich en daardoor ook hen wat te verplaatsen.
Aldus doorzochten zij den geheelen omtrek onder water, maar werden
telkens misleid door gezichtsbedrog dat hun door het hart sneed. Hier
een rots, daar een heuveltje, hielden zij voor het projectiel, maar
gedurig ontdekten zij hun dwaling en zij werden wanhopend.
»Maar waar zijn zij toch? Waar zijn zij?" riep Maston.
En de arme man riep met luider stem: »Nicholl! Barbicane! Michel
Ardan!" alsof zijn ongelukkige vrienden hem hadden kunnen hooren
of antwoorden!
Hun zoeken werd voortgezet totdat de bedorven lucht in de klok de
duikers noodzaakte het sein tot ophalen te geven.
Men begon daarmede tegen 6 uur in den avond en eerst te middernacht
waren zij boven.
»Tot morgen!" zuchtte Maston, toen hij voet op de korvet zette.
»Ja," zei Blomsberry.
»En dan op een andere plek."
»Ja."
Maston twijfelde nog niet aan den uitslag, maar de anderen, niet
langer zoo opgewekt als de eerste uren, begrepen al de moeielijkheid
der onderneming. Hetgeen hun te San-Francisco gemakkelijk toescheen,
bleek hier, in volle zee, zoo goed als onuitvoerbaar. De kansen van
slagen namen zeer sterk af, en van een gelukkig toeval alleen was
het vinden van het projectiel te verwachten.
Den volgenden dag, 24 December, werd de onderneming hervat, in
weerwil der teleurstelling van het vorig etmaal. De korvet verhaalde
telkens na eenige minuten een weinig naar het westen, en de toestel,
van versche lucht voorzien, nam dezelfde personen nogmaals op, om de
diepten van den oceaan te doorzoeken.
De geheele dag verliep hiermee vruchteloos. De bedding der zee was een
woestijn. De volgende dag gaf even weinig; ook de 26ste December niet.
Het was om wanhopig te worden. Men dacht aan niets dan aan
de ongelukkigen die nu 26 dagen in het projectiel opgesloten
zaten. Misschien werden zij in deze oogenblikken aangegrepen door
de eerste aanvallen van verstikking, indien zij tot hiertoe waren
ontsnapt aan de gevaren van hun val! De lucht was zeker uitgeput,
en daarmede ongetwijfeld hun moed, hun geestkracht!
»De lucht--dat kan zijn," zei Maston zeer beslist, »maar de
geestkracht--nimmer!"
Den 28sten December, na nog twee dagen zoekens, was alle hoop
vervlogen.
Het projectiel was immers een stofje in dezen onmetelijken oceaan! Men
moest het opgeven.
Toch wilde Maston van geen opbreken hooren. Hij verkoos de plaats
niet te verlaten zonder althans het graf zijner vrienden te hebben
gevonden. Maar de commandant Blomsberry kon het niet langer volhouden;
in spijt van al de vertoogen, door den secretaris der Gun-club
ingebracht, gaf hij last om te vertrekken.
Den 29sten December, 's morgens te 9 uur, zette de Susquehanna koers
naar de baai van San-Francisco.
Het was 10 uur. De korvet stoomde met halve kracht, alsof zij noode
de plaats verliet, toen de uitkijk in den mast naar omlaag riep:
»een boei aan stuurboord!"
De officieren wendden het oog in de aangewezen richting. Met hun
kijkers zagen zij inderdaad een ton, zooals men ze in afgepeilde
vaarwaters ziet liggen. Maar tot hun groote bevreemding ontwaarden
zij er een vlag op. De boei stak een voet of vijf, zes boven het
water uit en blonk in de stralen der zon, alsof zij met zilveren
platen beslagen was.
De commandant Blomsberry, Maston en de afgevaardigden der Gun-club
waren op rolpaarden geklommen en gluurden naar het op de watervlakte
dobberend voorwerp.
Allen zagen in koortsachtige spanning uit. Niemand sprak een
woord. Niemand durfde de gedachte uitspreken die allen door de
ziel vloog.
De korvet was tot op ruim twee kabellengten genaderd.
Een siddering voer door aller leden.
Het was de Amerikaansche vlag!
Op dit oogenblik hoorden de schepelingen een vreeslijk
gebrul. Het was Maston, die een gil uitstiet en voor dood op den
grond stortte. Vergetende dat zijn rechterarm door een ijzeren haak
vervangen was en dat een getah-pertja kapje zijn hersenen bedekte,
had hij zich een geduchten slag toegebracht.
Men snelde op hem toe en hief hem op. Tot zich zelven gebracht
riep hij uit: »Stommelingen die wij zijn! Drie- en viermaal
apen! Ellendelingen! Ezels!"
»Maar wat is er dan toch?" riepen allen uit één mond.
»Wat er is?"....
»Maar spreek dan toch!"
»Wat er is? Dat het projectiel nóg geen 10,000 kilo weegt."
»En wat zou dat?"
Dat het een watergewicht van 28 ton verplaatst en bijgevolg _dat het
drijven moet_.
Onbeschrijfbaar is de nadruk, dien de waardige man op het woord
»drijven" legde. En het was ook zoo! Allen, ja allen hadden zij
de waterweegkundige wet vergeten, dat het projectiel, na door de
kracht van den val tot in de diepte van den oceaan gedoken te zijn,
onfeilbaar weder naar de oppervlakte moest rijzen. En nu dreef het
zachtjes op den oceaan....
Sloepen werden gestreken; Maston en zijn vrienden sprongen er in. De
spanning klom ten top. Aller harten klopten hoorbaar, terwijl de
vletten naar het projectiel roeiden. Wat zou het bevatten? Levenden
of dooden? Levenden, ja! Levenden, indien namelijk Barbicane en de
anderen niet waren omgekomen nadat zij die vlag hadden geplant!
De diepste stilte heerschte in de sloepen. Alle inzittenden hielden den
adem in. Hun vochtige oogen zagen niets meer. Een der venstertjes was
open. Eenige stukjes glas, die in de sponning waren blijven zitten,
bewezen dat het stukgestooten was. Dat venstertje bevond zich vijf
voet boven den waterspiegel.
Een sloep naderde, die waarin Maston stond. Hij keek in de opening....
Op datzelfde oogenblik hoorden zij een heldere stem, ze was van
Michel Ardan, overluid juichende: »Gesloten, Barbicane, hier blank
en daar blank!"
Barbicane, Michel Ardan en Nicholl zaten domino te spelen.
ACHTENVEERTIGSTE HOOFDSTUK.
SLOT.
Zeker herinneren zich de lezers dezer geschiedenis, hoe algemeen
de belangstelling in de drie reizigers was bij hun vertrek. Had
de aanvang der onderneming zooveel opspraak verwekt in de Oude en
in de Nieuwe wereld, welke geestdrift, moest dan hun terugkomst
niet teweegbrengen? Die millioenen toeschouwers, naar Florida
heengestroomd, zouden immers niet onverschillig zijn aangaande de
teruggekeerde waaghalzen? Zouden die scharen vreemdelingen, uit alle
oorden samengevloeid naar de Amerikaansche stranden, het grondgebied
der Unie verlaten zonder Barbicane, Nicholl en Michel Ardan te hebben
teruggezien! Neen voorzeker! Zelfs moest de feestelijke stemming van
het publiek op waardige wijze beantwoorden aan de grootschheid der
onderneming. Menschelijke wezens, die den aardbol hadden verlaten en
terugkeerden van hunne allerzonderlingste reis door de hemelruimte,
konden niet op alledaagsche wijze ontvangen worden. Elk wenschte hen
eerst te zien en dan te hooren.
Deze wensch moest verwezenlijkt worden, wilde bijna de geheele
bevolking der Vereenigde Staten voldaan zijn.
Barbicane, Michel Ardan, Nicholl en de afgevaardigden der Gun-club
vertrokken terstond naar Baltimore en werden er met onbeschrijfelijke
geestdrift ontvangen. Het reisverhaal van den voorzitter Barbicane
was ter uitgave gereed. De _New-York-Herald_ kocht dit handschrift
voor een prijs die nog niet bekend is, maar buitengewoon hoog
moet wezen. Trouwens, zoolang _De reis naar de Maan_ in dat blad
stond, steeg het debiet tot 5 millioen exemplaren. Drie dagen na de
terugkomst der reizigers op de Aarde was hun wedervaren tot in de
kleinste bijzonderheden bekend. Niets ontbrak meer, dan het zien van
de helden dezer bovenmenschelijke onderneming.
Wat Barbicane en zijn vrienden bij hunne vaart rondom de Maan
hadden kunnen waarnemen, strekte grootelijks tot verbetering der
verschillende gevoelens aangaande den wachter onzer Aarde. Zij hadden
_gezien_, en dat onder zeer bijzondere omstandigheden. Men wist nu
welke onderstellingen moesten verworpen worden, welke aangenomen,
zoo aangaande het voorkomen der Maan als ten opzichte van haren
oorsprong en haar bewoonbaarheid. Haar verleden, haar toestand, haar
toekomst--dat alles was in vele opzichten onthuld voor de wetenschap
der aardbewoners. Kon men betwisten wat waarheidlievende mannen
gezien hadden? Men neme alleen eens den Tycho, den zonderlingsten
van alle maanbergen, dien zij tot op een afstand van minder dan 40
kilometer genaderd waren. Wat kon men die mannen tegenspreken, die
hunne blikken hadden geworpen in de diepten van den Platokrater? Wat
viel er op aan te merken, wanneer die mannen berichtten, dat zij uit
de nabijheid de geheimenissen hadden aanschouwd van die helft der Maan,
op welke nog nooit het oog van eenigen aardbewoner gericht was geweest
en waar ook nimmer de kijker van eenige sterrenwacht op de Aarde
zal doordringen? Zij alleen hadden recht om een einde te maken aan
die vermeende maanwetenschap, welke de Maan op hare wijze aaneenzet
gelijk Cuvier de verstrooide beenderen van een voorwereldlijk dier,
nu zeggende: de Maan was eene bewoonde en bewoonbare wereld reeds
vóór de Aarde; dan bewerende: het is eene onbewoonbare wereld en zij
is dan ook onbewoond.
Ten einde de terugkomst van haar eerste lid en diens twee reisgenooten
op de luisterrijkste wijze te vieren, verlangde de Gun-club hun een
prachtig feestmaal aan te bieden, maar een feestmaal, hunne grootsche
onderneming, en tevens het Amerikaansche volk waardig. Dat geheele
volk, de gansche Unie moest in de gelegenheid zijn er rechtstreeks
deel aan te nemen.
Al de hoofdlijnen der spoorwegen in de Vereenigde Staten werden door
hulpsporen aaneengetrokken. Verder werden aan al de stations in de
zalen, alle met gelijke tapijten belegd en op gelijke wijze versierd,
tafels aangericht, de eene volmaakt gelijk aan de andere, zoo wat
betreft inrichting als spijzen en dranken. Op bepaalde tijdstippen,
vooraf berekend en door electrische, gelijk gaande en gelijk slaande
uurwerken aangewezen, konden gansche bevolkingen plaats nemen en aan
den feestmaaltijd deelnemen.
Vier dagen lang, 5-9 Januari, waren de vertrekuren, evenals zondags,
op alle spoorwegen der Unie opgeheven, zoodat al de lijnen vrij bleven.
Alleen een sneltrein-locomotief met een eerewaggon er aan gehaakt,
had het recht gedurende die vier dagen over de spoorwegen der
Vereenigde Staten te loopen. Op deze locomotief bevond zich, door
bijzondere vergunning, de secretaris der Gun-club, Maston. De waggon
zelf was bestemd voor den voorzitter Barbicane, kapitein Nicholl en
Michel Ardan.
Onder de daverende toejuichingen eener ontelbare volksmenigte verliet
de trein het station Baltimore. Groot was de snelheid waarmee de
locomotief en de eerewagen over den spoorweg vlogen, maar wat haalde
dit bij de vaart, waarmee die moedige mannen zich in Florida buiten
het bereik der Aarde hadden laten schieten!