Die dag duurde hun een eeuw. Hoe stoutmoedig de drie mannen ook waren,

toch klopte hun het hart bij de gedachte aan het naderen van het

beslissend oogenblik, waarin blijken zou, of zij toch nog op de Maan

zouden terecht komen, dan wel of zij tot een voortdurend rondzweven in

een onveranderlijke loopbaan om de Maan zouden veroordeeld zijn. Zij

telden dan ook de uren, die nimmer schenen te zullen eindigen;

Barbicane en Nicholl verdiept in hunne berekeningen, Michel Ardan

heen en weder stappende, zooveel de enge ruimte dit toeliet, terwijl

hij van tijd tot tijd een ongeduldigen blik wierp op de Maan.

Nu en dan vlogen gedachten aan de Aarde met snelheid door hun

hoofd. Zij zagen in verbeelding hunne vrienden uit de Gun-club terug,

vooral Maston, met wien zij het meest bevriend waren. Op dat oogenblik

zou de ijverige secretaris der club ongetwijfeld op zijn post op het

Rotsgebergte wezen. Indien hij het projectiel op den spiegel van zijn

reusachtigen telescoop ontwaarde, wat zou hij dan wel denken? Eerst

had hij het projectiel achter de zuidpool der Maan zien verdwijnen,

en nu kwam het weder te voorschijn van achter de noordpool! Was het

dan de wachter van een wachter geworden? Had hij, Maston, dat nieuwe

hemellichaam in het leven geroepen? En was dit nu de ontknooping van

de grootsche onderneming?....

Intusschen verliep de dag zonder dat er iets bijzonders voorviel. Het

werd middernacht, middernacht namelijk op hun chronometers, want dat

daar in de hemelruimte van dag of nacht geen sprake is, behoeven wij

niet te herhalen.

De 8ste December dan was daar. Nog een uur, en het bewuste nulpunt was

bereikt. Hoe zou het dan met de snelheid van het projectiel gesteld

zijn? Zij wisten het niet te berekenen, zelfs niet te gissen. Maar in

een opzicht kon de berekening van Barbicane niet falen: te 1 uur moest

en zou het nulpunt bereikt zijn en alle snelheid van het projectiel

hebben opgehouden.

Doch er was nog een verschijnsel, waardoor met volkomen zekerheid werd

aangewezen, dat zij het punt hadden bereikt waar de aantrekking der

Aarde volmaakt even sterk was als die der Maan, Dat gold niet alleen

het projectiel, maar ook hen zelven en al wat om hen was--niets zou

meer eenige zwaarte hebben. Dit zonderling verschijnsel, waarover

Barbicane en zijn vrienden den vorigen keer zoo verbaasd hadden

gestaan, moest dan weder plaats grijpen. En dat was het ware oogenblik

om te handelen.

De kegelpunt van het projectiel was merkbaar naar de maanschijf

gedraaid. Het voorwerp had nu een stand, waarop een drukking in de

opwaartsche richting het naar de Maan moest drijven. En indien de eigen

snelheid van het projectiel nu daar ter plaatse geheel had opgehouden,

zou een schok in de richting naar de Maan, hoe gering dan ook,

toereikend wezen om het naar dat hemellichaam heen te doen schieten.

»Nog 53 minuten," zei Nicholl.

»Alles klaar!" antwoordde Michel Ardan, een wasje nabij den gasbek

houdende.

»Opgepast!" riep Barbicane met het horloge in de hand.

Op dit oogenblik had de werking der zwaartekracht geheel opgehouden. De

reizigers gevoelden het aan hen zelven. Zij waren wel zeer nabij het

nulpunt, zoo zij er al niet waren....

»Eén uur!" zeide Barbicane.

Michel Ardan bracht het aangestoken wasje bij een toestel, die

onmiddellijk gemeenschap had met de vuurpijlen. Daar er geen lucht

was en dus geen leiding van het geluid, hoorden zij niets van de

uitbarsting. Maar door het raampje zag Michel Ardan een lichtstreep,

die echter aanstonds uitdoofde.

Het projectiel onderging een schok, die zich zeer duidelijk liet

bemerken.

Met strakke blikken, zonder een woord te spreken, nauwelijks adem

halende, zaten de drie vrienden--men zou in de grafstilte hun hart

kunnen hooren kloppen.

»Vallen we?" vroeg eindelijk Michel Ardan.

»Neen," antwoordde Nicholl, »want het projectiel heeft zich omgewend

en zijn bodem naar de Maan gekeerd."

Op dat oogenblik trad Barbicane van het raampje weg, keerde zich

naar zijn vrienden en sprak doodsbleek met samengetrokken lippen:

»Wij vallen!"

»Naar de Maan?" riep Michel Ardan.

»Naar de Aarde," antwoordde Barbicane somber.

»Alle duivels!" schreeuwde Michel Ardan uit; maar met wijsgeerige

bedaardheid voegde hij er bij: »In vredesnaam! Toen wij in het

projectiel kropen, betwijfelden wij of het wel gemakkelijk zijn zou

er uit te komen."

Het was zoo--een vreeselijke val begon. De snelheid, die het projectiel

nog had overgehouden, had het voorbij het nulpunt doen schieten. De

uitbarsting der vuurwerken had het kunnen remmen. De snelheid, welke

op de uitreis het projectiel voorbij het nulpunt had doen schieten,

deed dat ook op den terugweg. Naar de wetten van beweging moest

het gevaarte denzelfden weg terugloopen als het had afgelegd. Een

vreeselijke val! Van een hoogte van 60,000 uren gaans! En daar was

niets aan te doen; het projectiel moest onfeilbaar met dezelfde

snelheid de Aarde bereiken waarop het uit het stuk geschoten was:

16,000 meter in de laatste seconde!

»Wij zijn verloren!" zei Nicholl koel.

»Welnu," antwoordde Barbicane, »als wij sterven, kan men van onze

reis van alles verzinnen. Wij kunnen er niets aan doen. Aan ons ligt

het niet. De wereld moet dan maar met den dichter zeggen:

Rekent d'uitkomst niet, maar telt het doel alleen.

Nicholl en Michel Ardan bedekten hun gelaat met de handen.

»In Gods naam!" sprak Barbicane, de armen op de borst gekruist.

VIJFENVEERTIGSTE HOOFDSTUK.

AAN BOORD VAN DE SUSQUEHANNA.

»Welnu, luitenant, hoe staat het met de peiling?"

»Ik geloof, mijnheer, dat de zaak ten einde loopt," antwoordde

luitenant Bronsfield. »Maar wie had verwacht zulk een diepte zoo nabij

den wal te vinden, slechts honderd mijlen van de Amerikaansche kust?"

»'t Is diep, Bronsfield," zei kapitein Blomsberry. »Hier ter plaatse

moet een diepte zijn, zeker uitgehold door den Humboldt-stroom,

die van de kust van Amerika tot aan straat Magelhaen loopt."

»Die groote diepten," merkte de luitenant aan, »zijn niet gunstig

voor het leggen van telegraafkabels. Beter is een vlakke bodem,

zooals tusschen Valencia en Newfoundland de Atlantische kabel heeft."

»Daar hebt gij gelijk in, Bronsfield. Maar zeg eens, als 't u blieft,

waar zijn wij op dit oogenblik?"

»Mijnheer," antwoordde de luitenant, »wij hebben zooeven 21,500 voet

gepeild en nog geen grond, want dan zou de bol wel van zelf naar

boven gekomen zijn."

»Die toestel van Brook is toch een vernuftig uitgedacht ding!" zei

kapitein Blomsberry. »Men kan er zeer nauwkeurig mee peilen."

»Grond!" riep op dat oogenblik een der stuurlieden met de peiling

belast.

»Als ik u vragen mag--welke diepte hebben we?" hernam de kapitein.

»Wij hebben 21,762 voet," antwoordde de luitenant, het cijfer in zijn

zakboekje opschrijvende.

»Goed," sprak de kapitein, »ik zal het op de kaart aanteekenen. Laat

nu de lijn inhalen. Dat duurt een heelen tijd. Intusschen zullen

de machinisten stoom opmaken, dan kunnen wij weg, als gij klaar

zijt. Het is vier glazen, en zoo gij er niet tegen hebt, luitenant,

ga ik naar kooi."

»Slaap lekker, mijnheer!" antwoordde Bronsfield, beleefd buigende.

De kapitein der Susquehanna, een flink zeeman, zoo goed als een, maar

wat overbeleefd jegens zijn bemanning, ging naar zijn hut, nam een

grogje van onberispelijke samenstelling en legde zich in zijn kooi,

niet zonder zijn jongen geprezen te hebben over het opmaken van zijn

kooigoed. Weldra lag hij in diepen slaap.

Het was dus 10 uur. De 11de December scheen met een prachtigen nacht

te zullen eindigen.

De Susquehanna, een oorlogskorvet der Vereenigde Staten, met een

stoommachine van 500 paardekracht, was belast met peilingen in

den Grooten oceaan, ongeveer 100 mijlen van de Amerikaansche kust,

onder keerkringsbreedte.

De wind was langzamerhand gaan liggen. Geen koel zuchtje blies over het

water. De wimpel der korvet hing onbeweeglijk slap als een natte doek.

Kapitein Jonathan Blomsberry was een volle neef van den ons reeds

bekenden kolonel, het ijverig lid der Gun-club, echtgenoot eener

jonkvrouw Horschbidden, de tante van den kapitein en dochter van een

groot koopman te Kentucky. Hij had geen gunstiger tijd kunnen kiezen om

nauwkeurige peilingen te doen. Zijn korvet had zelfs niets ondervonden

van het ongunstig weder, dat op het Rotsgebergte het waarnemen van

het uitgeschoten projectiel had belet. Alles ging naar zijn zin en

hij was er als goed Christen den Hemel dankbaar voor.

De peilingen der Susquehanna hadden ten doel onderzoek te doen naar

den gunstigsten zeebodem tot het leggen van een telegraafkabel tusschen

de Hawaï-eilanden en de Amerikaansche kust.

Het was een uitgebreid plan, uitgegaan van een aanzienlijke

Maatschappij, welker directeur, de schrandere Cyrus Field, beweerde

dat hij alle eilanden der Stille zee met een uitgestrekt net

telegraafdraden zou verbinden--een onderneming, de geestkracht van

Amerika waardig.

Aan de korvet Susquehanna waren de eerste peilingen toevertrouwd. In

den nacht van 11 op 12 December bevond zij zich juist op 27° 7'

N. Br. en 41° 37' W. L. van Washington.

Nadat kapitein Blomsberry naar kooi was gegaan, vertoefde luitenant

Bronsfield met nog eenige andere officieren aan dek. De Volle

Maan stond in heldere pracht aan den hemel. Maar al wapenden die

zeeofficieren hunne oogen nog zoo goed, toch zagen zij geen spoor

van het projectiel dat rondom de nachtvorstin zweefde. Wel zochten

zij er naar; wel richtten zij hun kijkers naar de Maan; maar vergeefs.

»Zij zijn nu 10 dagen weg; wat mag wel van hen geworden zijn?" sprak

luitenant Bronsfield.

»Zij zijn er toch gekomen," antwoordde een jonge adelborst, »en zeker

doen zij wat ieder vreemdeling in elk vreemd land doet als hij er

komt--eens wandelen!"

»Omdat gij dat zegt, zal het wel waar zijn," merkte luitenant

Bronsfield aan.

»Dat zij er gekomen zijn, lijdt wel geen twijfel," meende een ander

officier. »Het projectiel heeft de Maan moeten bereiken juist toen

zij vol was, dat is den 5den te middernacht. Wij hebben nu den 11den,

dat zijn 6 dagen. In 6 etmalen, met voortdurend daglicht, heeft

men tijd genoeg om het zich lekker te maken. Mij dunkt, ik zie hen,

onze kloeke landgenooten, gekampeerd op den bodem eener vallei, aan

den oever van een liefelijke maanbeek, nabij het door de vulkanische

rotsblokken half stuk geslagen projectiel. Kapitein Nicholl begint zijn

opmetingen, de voorzitter Barbicane is bezig met zijn reisverhaal in

het net te schrijven en Michel Ardan parfumeert de eenzame maanvlakte

met zijn potjes en fleschjes."

»Zeker is het zoo; zeker, daar is geen twijfel aan!" riep de adelborst

uit, zich van pret de handen wrijvende bij deze fraaie beschrijving.

»Ik wil het graag gelooven," antwoordde luitenant Bronsfield, die in

het geheel niet in deze verrukking deelde. »'t Is maar ongelukkig,

dat wij nimmer tijding uit de Maan zullen krijgen."

»Met uw verlof, luitenant," vroeg de adelborst, »maar kan de voorzitter

Barbicane niet schrijven?"

Een algemeene uitbarsting van lachen was het eenig antwoord.

»Geen brieven," ging de opgewonden jonkman voort. »De postbeambten

hebben er niets mee noodig."

»De telegraafbeambten dan wel?" vroeg een der officieren spottend.

»Die ook niet," zei de adelborst, die het niet wilde opgeven. »Maar

het is zeer gemakkelijk, een gemeenschap met de Aarde te openen door

middel van teekens."

»En hoe dat dan?"

»Door middel van den telescoop van Longs piek. Gij weet hoe sterk hij

de Maan aanhaalt, en gij weet ook, dat men er voorwerpen van 9 voet

doorsnede op de Maan door zien kan. Welnu, laten onze maanmannen een

reusachtig alphabet nemen! Zij moeten woorden schrijven van honderd

meter, en op die wijze kunnen zij ons tijdingen toezenden."

Een algemeen gejuich beantwoordde dezen voorslag van den adelborst,

wien het waarlijk niet aan een levendige verbeelding ontbrak. Zelfs

luitenant Bronsfield vond het denkbeeld niet onuitvoerlijk. Hij

gaf toe, dat men ook een onmiddellijke gemeenschap met de Maan zou

kunnen openen door middel van blinkende straalbundels, teruggekaatst

door parabolische spiegels; deze stralen zouden, meende hij, even

zichtbaar zijn op de oppervlakte van Venus of Mars, als de planeet

Neptunus van de Aarde, namelijk met een sterken kijker. Hij eindigde

met de mogelijkheid te opperen, dat lichtpunten, reeds meermalen

op de naastbijstaande planeten waargenomen, zeer wel proeven zouden

kunnen zijn, dáar genomen om gemeenschap met de Aarde te openen. Maar

hij deed opmerken, dat al kon men op die wijze tijdingen van de

Maan ontvangen, men er daarom nog geen heen kon zenden, tenzij de

maanbewoners instrumenten tot hun beschikking hebben, geschikt om op

hun beurt zulke waarnemingen in de verte te doen.

»Dat is zoo klaar als de dag," zei een der officieren; »maar

wat wij vooral wilden weten, is hetgeen onze drie landgenooten

betreft, wat er van hen is geworden, wat zij er zien, wat zij er

uitvoeren. Bovendien, indien de proef gelukt is, waaraan ik niet

twijfel, zal men die herhalen. De Columbiad zit nog altijd vast in den

grond van Florida. Het ligt dus alleen aan het projectiel en kruit,

en telkenmale als de maan door het toppunt gaat, kan men haar een

nieuwe lading bezoekers toezenden."

»Dit is wel zeker," zei luitenant Bronsfield er op, »dat Maston de

allereerste zijn zal om van die reisgelegenheid gebruik te maken."

»Als hij mij mee wil hebben," riep de adelborst, »ben ik tot zijn

dienst."

»Och! aan liefhebbers zal het niet ontbreken," antwoordde Bronsfield,

»en als men hen laat begaan, zal het niet lang duren of de helft der

aardbewoners is naar de Maan."

Dit gesprek der zeeofficieren aan boord van de Susquehanna duurde

tot ongeveer éen uur na middernacht. Het is niet te zeggen,

welke verwonderlijke invallen, welke reusachtige plannen, welke

gedrochtelijke beschouwingen al door deze stoutmoedige gasten

werden uitgekraamd. Na de proefneming van Barbicane scheen voor

de Amerikanen niets onmogelijk. Zij spraken er zelfs van, niet een

commissie van geleerden, maar een geheele kolonie naar de Maan te

zenden, benevens een leger met infanterie, artillerie en cavalerie,

ten einde de maanwereld te veroveren.

Te éen uur, twee glazen in de hondewacht, was het inhalen der lijn

nog niet gedaan. Er schoten nog 10,000 voet over, en dit eischte

een arbeid van nog verscheiden uren. Ingevolge de orders van den

commandant waren de vuren aan en was stoom opgemaakt. De Susquehanna

was gereed om oogenblikkelijk te vertrekken.

Op dat oogenblik, 17 minuten over éenen, stond luitenant Bronsfield

gereed om naar zijn hut te gaan, toen zijn aandacht werd getrokken

door een onverwacht gesis in de verte.

Zijn kameraden en hij zelf dachten eerst, dat dit geluid veroorzaakt

werd door ontsnappen van stoom, maar bij nader opmerken werden zij

gewaar, dat het heel ver uit de lucht kwam.

Zij hadden den tijd niet er over te praten, want het gesis werd

geweldig sterk, en zij zagen voor hun oogen een ontzettenden vuurbol,

in gloed, door de snelheid zijner vlucht en door zijn wrijving tegen

de luchtlagen.

Deze vurige klomp werd voor hun oogen al grooter en grooter; eindelijk

stortte het gevaarte met een donderend geraas op den boegspriet

der korvet; het tuig aan den boeg werd verbrijzeld en het onbekende

voorwerp viel met een allervreeslijkst geplomp in zee. Eenige voeten

meer achterwaarts, en de Susquehanna ware met man en muis vergaan!

Op dit oogenblik kwam kapitein Blomsberry half gekleed te voorschijn,

hij vloog naar de voorplecht, waar zijn officieren stonden.

»Met uw verlof, mijne heeren! wat is hier gebeurd?" vroeg hij.

De adelborst nam voor allen het woord en riep: »Commandant, zij zijn

het; zij zijn teruggekomen!"

ZESENVEERTIGSTE HOOFDSTUK.

MASTON TEN TOONEELE.

Er was een groote beweging aan boord van de Susquehanna. Officieren

en matrozen vergaten het vreeslijk gevaar dat zij hadden geloopen,

verbrijzeld en naar den zeebodem medegesleurd te worden. Zij

dachten alleen aan het einde der hachelijke reis. Zoo kostte dan de

stoutmoedige onderneming van ouden en lateren tijd het leven aan de

waaghalzen die haar hadden beproefd.

»Zij zijn het; zij zijn terug!" had de jonge adelborst uitgeroepen,

en allen hadden hem begrepen. Doch aangaande het lot der reizigers

in het projectiel waren de gevoelens verdeeld.

»Zij zijn dood," meende de een.

»Zij leven," zei de ander. »Het water is diep, daardoor is hun val

geheel gebroken."

»Maar zij hebben geen lucht gehad," merkte een derde aan; »zij hebben

moeten stikken."

»Verbrand!" liet zich een ander hooren. »Het projectiel was niets

dan een gloeiende klomp, toen het zoo door de lucht schoot."

»Dat doet er niet toe," was de algemeene stem; »dood of levend,

wij moeten hen zien op te halen."

Inmiddels had kapitein Blomsberry zijn officieren om zich

verzameld en »onder hun goedkeuring" hield hij scheepsraad. Er moest

oogenblikkelijk gehandeld worden. Het noodigste was, het projectiel

op te visschen--iets, dat wel zeer moeielijk, maar toch niet geheel

onmogelijk was. Maar de korvet miste de noodige werktuigen, zoodat

men besloot, naar de naaste haven te stoomen en daar de Gun-club

kennis te geven van het neerkomen van het projectiel.

Dit besluit werd met eenparigheid van stemmen genomen; het kwam alleen

aan op de keuze der haven. De naastbijgelegen kust bezat geene op die

27° breedte. Het dichtste waren zij nog bij Monterey, maar daar was

geen telegraafkantoor, en de electrische draad alleen kon het groote

nieuws snel genoeg verspreiden.

Eenige graden hooger opende zich de baai van San-Francisco. De

hoofdstad van het goudland zou gemakkelijker hulpmiddelen bieden

tot gemeenschap met het hart der Unie. In minder dan twee dagen kon

de Susquehanna, met kracht doorstoomende, die haven van Californië

bereiken. Dus--onverwijld onder stoom!

De vuren werden opgestookt. Er hingen nog wel een paar duizend vadem

lijn overboord, maar wat het zwaarst was moest het zwaarst wegen. De

commandant beval, altijd »met goedvinden zijner officieren," de lijn

te kappen.

»Wij zullen," zei hij, »aan haar boveneinde een boei vastbinden,

ten einde de plaats waar het projectiel in zee is gevallen, juist

te weten."

»Bovendien," zei luitenant Bronsfield, »wij hebben een nauwkeurig

bestek, 21° 7' N. Br. en 41° 37' W. L."

»Zeer wel, mijnheer Bronsfield," antwoordde de kapitein, »en met uw

goedvinden, laat de lijn kappen."

Een groote boei werd stevig aan het boveneinde der lijn vastgebonden,

en daar deze duizenden voeten lang was, bestond er geen gevaar van

merkbaar afwijken.

De kapitein, onderricht, dat alles kant en klaar was, liet den

machinist bedanken voor zijn vaardigheid en gaf last om noordwest

te sturen. De korvet wendde en stoomde met volle kracht naar de baai

van San-Francisco. Het was zes glazen--drie uur in den morgen.

De afstand tot San-Francisco was een kleinigheid voor een zoo vlug

stoomschip als de Susquehanna. Zij kon dien in 36 uren afleggen,

zoodat zij den 14den December, 's namiddags te 1 uur 27 minuten in

de baai van de hoofdstad kon zijn.

Hooggespannen was de nieuwsgierigheid, toen het prachtig oorlogsschip

daar met volle vaart in zijn ontredderden toestand kwam aanstoomen:

zonder boegspriet, met gebroken fokkemast en gehavend touwwerk. Een

menigte menschen stroomde naar de kade om de ontscheping af te wachten.

Zoodra de korvet geankerd was, begaven zich kapitein Blomsberry

en luitenant Bronsfield in een sloep met 8 roeiers, die hen in een

oogenblik aan wal brachten.

Zij sprongen van boord.

»Waar is het telegraafkantoor?" was hun eerste en eenige vraag;

geen antwoord gaven zij op de ontelbare vragen die hun gedaan werden.

De havenmeester bracht hen zelf aan het telegraafkantoor, te midden

van een menigte nieuwsgierigen.

Blomsberry en Bronsfield traden binnen, terwijl de menigte zich buiten

de deur verdrong.

Eenige minuten later werd een gelijkluidend telegram aan vier adressen

afgezonden, namelijk: 1) aan den secretaris van het marine-departement

te Washington; 2) aan den tweeden voorzitter der Gun-club te Baltimore;

3) aan Maston, Long's piek, Rotsgebergte; 4) aan den onderdirecteur

der sterrenwacht te Cambridge, in Massachusetts.

Het telegram was van den volgenden inhoud:

Op 27° 7' N. Br. en 41° 37' W. L., 13 December, te 1 u. 27 min. 's

morgens, projectiel Columbiad in zee gevallen. Sein beschikkingen,

Blomsberry, commandant der Susquehanna."

Het duurde geen vijf minuten, of de geheele stad San-Francisco wist

het nieuws. Vóór zes uur in den avond vernamen de verschillende Staten

der Unie de groote gebeurtenis. En na middernacht was geheel Europa

bekend met den uitslag der Amerikaansche proefneming.

Wij zullen ons niet wagen aan het beschrijven van den indruk, dien

deze onverwachte ontknooping allerwege maakte.

Zoodra de secretaris van het marine-departement het telegram had

ontvangen, telegrapheerde hij naar de Susquehanna, dat zij in de baai

van San-Francisco wachten moest zonder haar vuren uit te dooven. Dag

en nacht moest zij zich gereed houden om zee te kiezen.

De sterrenwacht te Cambridge hield een buitengewone vergadering,

in welke, met de kalmte die het kenmerk is van geleerde lichamen,

de zaak uit wetenschappelijk oogpunt werd in behandeling genomen.

Bij de Gun-club heerschte een groote beweging. Alle artilleristen waren

bijeen. Juist las de tweede voorzitter Wilcome de tijding voor, bij

welke Maston en Belfast berichtten, het projectiel in den reusachtigen

kijker op Long's piek te hebben waargenomen. Deze mededeeling meldde

tevens, dat het projectiel, onder den invloed van de aantrekking der

Maan, de wachter van een wachter in het zonnestelsel was geworden.

De lezer weet reeds wat er van de zaak was.

In den boezem der Gun-club vormden zich twee partijen, toen het

telegram van Blomsberry was ontvangen en daarmede dat van Maston

lijnrecht tegengesproken. Aan de eene zijde stonden diegenen, die

den val van het projectiel, en derhalve de terugkomst der reizigers,

voor waar hielden. Een andere partij hield zich aan de waarnemingen van

Long's piek, en verklaarde uit dien hoofde het telegram van Blomsberry

voor een dwaling. In het oog der laatsten was het vermeende projectiel

niets anders dan een vuurkogel, die in zijn val den steven der korvet

had gehavend. Men kon tegen deze opvatting weinig zeggen, want de

snelheid van het vallend voorwerp had een nauwkeurige waarneming

zeer moeten bemoeielijken. De commandant en de officieren der

Susquehanna hadden zich gewis te goeder trouw kunnen vergissen. Eén

bijzonderheid sprak niettemin tot hun voordeel: dit namelijk, dat

indien het projectiel op den aardbol gevallen was, het alleen op 27°

noorderbreedte had kunnen neerkomen, en indien men den verloopen tijd

benevens de aswenteling der aarde in rekening bracht--tusschen de 41°

en 42° westerlengte.

Hoe het zij, met eenparigheid van stemmen werd in de Gun-club besloten,

dat de leden Blomsberry, Bilby en majoor Elphiston onverwijld naar

San-Francisco zouden vertrekken, ten einde middelen te beramen om

het projectiel uit de diepte des oceaans op te visschen.

Deze ijverige mannen togen op reis zonder een oogenblik te verliezen;

de spoorweg die weldra geheel midden-Amerika moet doorsnijden, bracht

hen te St. Louis, waar vlugge diligences hen zouden opnemen.

Bijna op hetzelfde oogenblik, waarop de secretaris van het departement

der marine en de onderdirecteur der sterrenwacht te Cambridge het

telegram uit San-Francisco ontvingen, beleefde Maston het vreeslijkst

oogenblik van zijn geheele leven, waarin hij misschien nog zekerder

zijn leven had ingeschoten dan bij het springen van zijn vermaard

kanon, en waarbij hij zeer zeker nog meer naam zou gemaakt hebben.

De lezer zal zich herinneren, dat de secretaris der Gun-club zich

onmiddellijk na het afschieten der Columbiad naar zijn post in het

Rotsgebergte, en bijna even snel als het projectiel had begeven. De

geleerde directeur der sterrenwacht te Cambridge, mijnheer Belfast,

vergezelde hem. Ter plaatse hunner bestemming aangekomen, hadden

zij de noodige beschikkingen genomen en verlieten den mond van den

reusachtigen telescoop niet.

De Reis naar de Maan in 28 dagen en 12 uren · 第 15 / 17 段