divan. Barbicane had het meest van hun drieën geleden--men zag
bloed. Maar 't bleek, dat dit slechts uit een lichte wond aan den
schouder kwam. Toch had hij eenigen tijd noodig om bij te komen.
»Nicholl, zijn wij onderweg?" was het eerste dat hij vroeg.
»Ja--zijn wij op reis?" herhaalde Michel Ardan.
»Of liggen wij nog stillekens op den Floridaschen grond?" vroeg
Nicholl.
»Of op den bodem der golf van Mexico?" vroeg Michel Ardan.
»Och kom!" riep Barbicane uit.
Zij konden er niets van zeggen; of het projectiel stil lag of
in beweging was, konden zij alleen weten door gemeenschap met de
buitenwereld. Het was gissen, meer niet.
Zij luisterden--diepe stilte. Maar daar viel Barbicane's oog op den
thermometer. Nu voelde hij ook een groote hitte; 45° C. teekende
het instrument.
»Nu zie ik het, wij snellen voort; deze hitte kan door niets
veroorzaakt zijn dan door wrijving tegen de luchtlagen, 't Zal spoedig
beteren, als wij buiten den dampkring der aarde zijn; zoo heet als nu,
zoo koud zal het dan wezen."
»Wat?" vroeg Michel Ardan. »zouden wij zoo spoedig buiten de grenzen
van den dampkring der Aarde zijn?"
»Zonder twijfel. Luister. Het is 10 uur 55 min. Wij zijn omtrent
10 minuten in de vaart. Als onze aanvankelijke snelheid niet was
gebroken door de wrijving, zouden wij in 6 seconden buiten den
dampkring geweest zijn."
»En hoeveel rekent gij dan wel voor die wrijving?"
»Een derde. Indien wij een aanvankelijke snelheid van 11,000 meter in
de seconde hebben gehad, zal zij bij ons verlaten van den dampkring
tot 7332 meter zijn ingekrompen. In allen gevalle zijn wij reeds
buiten den dampkring en...."
»En--dan is vriend Nicholl zijn beide laatste weddenschappen ook
kwijt: 4000 dollar, omdat de Columbiad niet is gesprongen, en 5000
omdat het projectiel hooger is gestegen dan 6 mijlen. Ook op, Nicholl!"
»Eerst zeker zijn en dan betalen, 't Is zeer goed mogelijk, dat
Barbicane gelijk heeft en ik mijn 9000 dollar heb verloren. Maar er is
nog één geval mogelijk, en als dat zoo was, is de weddenschap te niet."
»Welk geval?" vroeg Barbicane levendig.
»Dat door de een of andere oorzaak het stuk niet afgeschoten is en
wij nog goed en wel op den bodem van de Columbiad zitten."
»Dat zou wat moois zijn!" riep Michel Ardan uit. »Hebben wij dan het
schot niet gehad? Niet voor dood gelegen? En Barbicane's schouder dan?"
»Draaf niet zoo door," merkte Nicholl aan; »hebt gij het schot
gehoord?"
»Neen."
»En gij, Barbicane?"
»Ik ook niet. Hoe mag dat komen? Daar begrijp ik niets van. Het
projectiel is in de vaart, dus zou men het schot hebben moeten hooren
afgaan. Maar kom, wij willen eens onderzoeken hoe het er meê zit."
De sluitklep van een der lichtglazen werd losgeschroefd; van een
tweede, van een derde. Nu konden zij naar alle richtingen zien,
voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts.
Barbicane en zijn tochtgenooten legden een oog aan de
glazen--stikdonker!
»Wij zijn in de hemelruimte!" riep de voorzitter der Gun-club
uit. »Ziet maar eens de sterren."
»Bravo!" riepen de beide anderen.
't Was zoo: de dikke duisternis onder hen bewees, dat zij de aarde
hadden verlaten, anders hadden zij het maanlicht op den grond moeten
zien schijnen.
»Verloren," zei Nicholl.
»Ik wensch u geluk," antwoordde Ardan.
»Ziehier 9000 dollar," zei de kapitein, de bankbiljetten uit zijn
zak halend.
»Wilt gij een reçu?"
»Asjeblieft," sprak Nicholl, »dat is ordelijker."
Barbicane nam bedaard een blad uit zijn zakboekje; met potlood schreef
en onderteekende hij de kwitantie en gaf haar aan den kapitein. Deze
legde haar zorgvuldig in zijne brieventasch.
Het kijken door de lensglazen werd hervat. Aan alle zijden schitterden
de sterren als fijne punten op een pikzwarten grond.
»Waar zit toch de Maan?" vroeg Ardan.
Barbicane merkte aan, dat men haar aan de drie zijden niet zien kon
en dus de vierde lens moest opengeschroefd worden. Het geschiedde.
Maar wat zagen ze nu? Een zeer groote schijf, welker omvang
zich niet liet bepalen. Naar de zijde der Aarde was zij hel
verlicht. Men zou gezegd hebben, dat een kleine maan het licht der
groote terugkaatste. Het voorwerp had een groote snelheid en scheen
een kring om de Aarde te beschrijven, die de baan van het projectiel
sneed, terwijl het tevens een omwenteling om zijn as beschreef.
»Wat is dat voor een ding?" vroeg Michel Ardan; »een ander projectiel?"
Barbicane gaf geen antwoord. De verschijning van dat hemellichaam
verraste en beangstigde hem. Een botsing was mogelijk, en deze kon
de treurigste gevolgen hebben, 't zij het projectiel zijwaarts van
zijn baan werd getrokken, 't zij het onder de macht der aantrekking
van dat hemellichaam geraakte.
De voorzitter was nog bezig over het een en ander na te denken, toen
ten gevolge van een gezichtsbedrog het projectiel op de lichtende
schijf scheen te vallen.
»Alle duivels!" schreeuwde Michel Ardan, »de beide treinen zullen op
elkander botsen.
Instinctmatig waren de reizigers achteruit geweken. Zij waren hevig
beangst; maar dat duurde niet lang, nauwelijks eenige seconden. Het
hemellichaam schoot op eenige honderden meters voorbij het projectiel
en verdween, niet zoozeer door de snelheid van zijn loop, als omdat het
zich van de Maan af bewoog en dus door haar niet meer werd beschenen.
»Goede reis!" riep Michel Ardan uit. »Het heelal is waarachtig toch
groot genoeg, dat er een arm schilderhuisje als het onze wel vrij
doorheen kan zwieren! Moest zoo'n verwaand ding ons hier met een
stoot komen bedreigen!"
»Ik weet wat het is," zei Barbicane.
»Drommels, gij weet alles."
»'t Is," legde de voorzitter uit, »een eenvoudige vuurbol, maar een
groote, door de aantrekkingskracht der Aarde tot haar wachter gemaakt."
»Is 't mogelijk!" riep Michel Ardan uit. »Heeft dan de Aarde twee
manen, zooals de planeet Neptunus?"
»Zeker, mijn vriend, hoewel zij den naam heeft van er slechts éen
te bezitten. Maar deze tweede maan is zoo klein en haar loop is zoo
snel, dat de aardbewoners haar niet kunnen zien. Haar bestaan is door
een Fransch sterrenkundige, Petit, uit de berekening harer elementen
afgeleid. Volgens zijn waarnemingen moet die bol zijn omloop om de
aarde volbrengen in 3 uur 20 minuten, wat een verbazende snelheid
onderstelt."
»Zijn alle sterrenkundigen het eens aangaande het bestaan van dien
tweeden wachter der Aarde?" vroeg Nicholl.
»Neen," antwoordde Barbicane, »maar indien zij als wij, hem hadden
waargenomen, zouden zij er niet aan twijfelen. Als ik mij niet vergis,
zal het ontmoeten van dat maantje ons een middel aan de hand geven
om te bepalen wáár wij in de wijde wereld zijn."
»Hoe dat?" vroeg Michel Ardan.
»Omdat men weet hoever die wachter van de Aarde verwijderd is:
8140 kilometers."
»Dat kan wel," meende Nicholl, op zijn chronometer ziende, »het is
11 uur, en wij hebben Florida 13 minuten geleden verlaten."
»Pas 13 minuten?" vroeg Barbicane.
»Zeker," antwoordde Nicholl, »en indien wij onze eerste snelheid van
11 kilometer hadden behouden, zouden wij reeds 143 kilometer ver zijn."
»Dat is nu alles goed en wel, mijne vrienden," sprak de voorzitter,
»maar éen ding is nog niet opgehelderd: waarom wij den knal van het
afgaan van het schot niet gehoord hebben."
Daar niemand het kon zeggen, kwijnde het gesprek, zoodat de reizigers
al den tijd hadden zich door een hunner glazen te verdiepen in het
beschouwen van den onvergelijkelijk helderen glans der Maan, die als
een platina spiegel boven hun hoofden schitterde, met al haar bergen,
vlakten en dalen. De Aarde, die onder hun voeten wegweek, hadden zij
reeds geheel vergeten. Kapitein Nicholl was de eerste die er hen aan
deed denken.
»Zeker," vond Michel Ardan, »wij moeten haar niet ondankbaar
vergeten. Ik moet nog een kijkje van haar nemen eer zij verdwijnt."
Barbicane verwijderde de boven beschreven schijf en ontschroefde het
deksel van het glas in den bodem van het projectiel, zoodat zij door
een lens van 15 centimeter dikte het gezicht naar buiten hadden.
»Daar staat de Aarde," zei Barbicane.
»Dat ding? Die zilverkleurige afgeknipte nagel?"
»Wacht maar. Over een dag of vier is het Volle maan en bijgevolg Nieuwe
aarde. Zij zal dan eenige dagen in dikke duisternis gehuld zijn."
En zoo was het ook. De Aarde scheen een groote sikkel, blauwachtig
van kleur door de weerkaatsing van den dampkring. Een lichte stip
hier en daar in het donker gedeelte der schijf toonde hooge bergen;
somwijlen werden die bergtoppen bedekt door dichte nevels, hetgeen met
de maanbergen nimmer het geval is. Het donker gedeelte der aardschijf
had een aschgrauw licht, maar minder duidelijk dan zooals wij de Maan
zien. De reden daarvan is gemakkelijk te begrijpen. Het aschgrauwe
licht op de Maan is een weerkaatsing van het op haar vallende en
naar de Aarde terugkaatsende licht der nachtvorstin. En daar nu de
Aarde ten gevolge van haar meerdere groote omtrent 13 maal meer licht
afgeeft dan de Maan, volgt daaruit dat het licht, hetwelk de Maan
aan de Aarde toezendt, ook zooveel zwakker zijn moet.
Opeens schoot een hoop vallende sterren hen voorbij. Honderden
vuurbollen lieten vurige staarten achter. Van de Aarde gezien,
is in dien tijd des jaars het aantal vallende sterren ook soms
zeer aanzienlijk en men heeft er naar berekening tot 24,000 in een
uur waargenomen. Michel Ardan echter verklaarde het verschijnsel
anders. Naar zijn gevoelen staken de aardbewoners ter eere van drie
hunner broeders een allerprachtigst vuurwerk af.
De drie gebroeders kregen vaak en besloten zich ter ruste te
leggen. Nauwelijks echter hadden zij den slaap gevat, of Barbicane
maakte de anderen wakker met een luiden schreeuw; »Ik heb het
gevonden! Ik heb het gevonden!"
»Wat?" riep Michel Ardan, het hoofd opheffende.
»Hoe het komt dat wij het stuk niet hebben hooren afgaan."
»En dat is?" vroeg Nicholl.
»Omdat ons projectiel grooter snelheid had dan het geluid."
NEGENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
EEN KIJKJE IN HET PROJECTIEL.
Na deze doodeenvoudige verklaring te hebben vernomen, waren de drie
vrienden in een diepen slaap gevallen. En waar zouden zij ook rustiger
hebben kunnen sluimeren? Op aarde is het overal minder kalm, in de
huizen der steden, in de hutten op het land; hier de koude, ginds de
warmte; hier de menschen, daar het gedierte--van alles dat uit den
slaap houdt. Zelfs in een ballon, ver van de onrust der Aarde, wordt
men gekweld door het geplaag der verschillende luchtlagen. Maar zij,
goed verzorgd in hun projectiel, zweefden te midden eener diepe stilte
in de onbegrensde hemelruimte--waar kon men beter zijn?
De vrienden zouden dan ook misschien wel--wie weet hoe lang--geslapen
hebben, indien zij niet door een ongewoon gedruisch waren gewekt
geworden, toen het, in den morgen van 2 December 7 uur was, acht uren
na hun vertrek.
»Wat is dat?" vroeg Barbicane.
»De honden," zei Michel Ardan, zich de oogen uitwrijvende.
»Zij zullen honger hebben," meende Nicholl.
»Drommels," merkte Michel Ardan aan, »wij hebben de arme dieren
vergeten."
Zij zochten en vonden eindelijk den eenen hond onder een divan
gekropen. Verschrikt en versuft door den schok, had hij zich in dien
hoek verscholen, totdat de honger en de stem van zijn meester hem te
voorschijn deed komen.
Het was de beminnelijke Diana, die bevende uit haar schuilhoek kwam
kruipen. Michel Ardan lokte het dier tot zich met de zoetste woordjes.
»Kom Diaantje, kom mijn beestje! Kom Evaatje! Wie weet of je niet
bestemd zijt de stammoeder te worden van een maanhondengeslacht. Kom
hier bij den baas!"
De hond kroop naar Michel Ardan toe en jankte.
»Goed en wel!" sprak Barbicane, »ik zie Eva wel, maar waar is Adam?"
»Adam," antwoordde Michel Ardan, »zal zoo heel ver niet zijn. We
zullen hem roepen."
»Kom Wachter... Wachter, Wachter! Pst!"
Maar Wachter liet zich niet zien. Diana bleef voortjanken. Bij
onderzoek bleek, dat de hond niet gekwetst was; Michel Ardan gaf het
dier een lekker kluifje.
Wachter was nergens te vinden. Zij zochten en zochten in hoeken en
gaten; eindelijk vonden zij hem in een verscholen hoek, ergens boven
in het projectiel. Het beest bevond zich kennelijk in een treurigen
toestand.
»'t Ziet er niet naar uit, er maanhonden van te maken!" schertste
Michel Ardan.
Voorzichtig namen zij den hond op. Zijn kop was tegen de zoldering
geslagen en die slag scheen zoo goed als doodelijk te zijn
geweest. Doch de vrienden beproefden hem op een kussen te leggen,
waar het arme dier een diepen zucht slaakte.
»Wij zullen je goed verzorgen," zei Michel Ardan. »Wij zijn
verantwoordelijk voor je leven. Ik was liever een arm kwijt dan dat
mijn arme Wachter een poot moest missen."
Dit zeggende gaf hij den hond een kom water; het dier dronk gretig.
Daarop vestigden onze reizigers hun oogen op de aarde en de Maan. De
aarde was een schijf met aschgrauw licht, aan de eene zijde een
lichtende sikkel; de maan daarentegen was bijna geheel verlicht.
»Sakkerloot!" riep Michel Ardan, »het spijt me geweldig, dat wij niet
vertrokken zijn bij Volle aarde, dat wil zeggen, toen onze aardbol
tegenover de zon stond."
»Waarom?" vroeg Nicholl.
»Omdat wij dan het licht anders zouden hebben zien vallen op onze
vaste landen en onze zeeën. En dan zouden we ook de beide polen gezien
hebben, tot welke het menschelijk oog nooit is doorgedrongen."
»Ongetwijfeld," antwoordde Barbicane, »maar als de Aarde Vol was
geweest, zou de maan Nieuw geweest zijn en dus onzichtbaar. En dan
is het toch beter dat het punt waarheen wij gaan verlicht is, dan
dat van waar wij zijn vertrokken."
»Gij hebt gelijk, Barbicane," antwoordde kapitein Nicholl, »en
bovendien--wanneer wij de maan bereikt hebben, zullen wij in de
lange maannachten tijd in overvloed hebben om uit te zien naar dien
wereldbol, waarop onze gelijken dooreen krioelen."
»Onze gelijken!" riep Michel Ardan uit. »Onze gelijken--dat zijn zij
nu niet meer dan de maanbewoners. Wij bewonen een wereld op ons eigen
handje, het projectiel, en wij zijn met ons drieën! Ik ben zoo goed
als Barbicane en Barbicane is zoo goed als Nicholl. Wij hebben met
het geheele heelal niets meer te maken en zijn de eenige bewoners
van dit poppenwereldje, totdat wij maanbewoners zullen worden."
»In omtrent 24 uren," merkte de kapitein aan.
»Dat wil zeggen?" vroeg Michel Ardan.
»Dat wil zeggen, dat het half negen is," antwoordde Nicholl.
»Welnu," zei Michel Ardan, »ik kan onmogelijk zelfs een schijn van
reden vinden om niet oogenblikkelijk te ontbijten."
En inderdaad, de bewoners van het nieuwe hemellichaampje konden er
niet leven zonder eten, en hun maag ondervond op dat oogenblik de
onweerstaanbare macht van den honger. Michel Ardan verklaarde zich
als Franschman voor opperhofmeester, naar welke bediening niemand
zich als mededinger opwierp. Het gas gaf hitte genoeg om de spijzen
gereed te maken en de koffer met mondbehoeften leverde het benoodigde
voor den eersten maaltijd.
Zij begonnen met uitmuntende soep, vervaardigd van Liebigkoekjes met
beste Julienne. De Liebigjes waren gemaakt van het beste rundvee uit
den Pampas. Zij waren, benevens de Julienne-groenten, begoten met
kokend water, waartoe de gasbek zijn diensten had geleend. Op die
soep volgde onberispelijke biefstuk, zoo malsch als ooit in de beste
restauratie is opgedischt. Schoon die biefstuk onder de waterpers
was geweest om gecondenseerd te worden, beweerde Michel Ardan met
zijn levendige verbeelding, dat het bloed er nog uitliep.
De groenten uit de bussen waren volgens zijn bewering nog verscher dan
zoo van de groenvrouw, terwijl een kop thee met een dun boterhammetje
op Amerikaansche wijs den maaltijd besloot. En dat de thee bijzonder
geurig was, is niet te verwonderen; de keizer van Rusland had eenige
kistjes van zijn eigen karavanenthee ter beschikking van de reizigers
gesteld.
Eindelijk ontkurkte Michel Ardan een fijne flesch Bourgogne,
»toevallig" in een hoekje gevonden. De drie vrienden dronken haar
ledig op het welzijn van de Aarde en haren wachter.
En als rekende de zon het niet genoeg het hare te hebben gedaan
door de druiven voor die flesch langs de heuvelen van Bourgondië
te hebben gestoofd met haar stralen, bracht zij nog iets bij tot
opluistering van dezen maaltijd. Het projectiel trad op dat oogenblik
uit den schaduwkegel achter den aardbol, zoodat de stralen der zon
onmiddellijk op den bodem van de aluminium woning vielen met den hoek,
dien de baan der Maan maakt met die der Aarde.
»De zon!" riep Michel Ardan.
»Zeker," antwoordde Barbicane doodbedaard, »ik verwachtte haar."
»Maar," merkte Michel Ardan op, »de schaduwkegel, dien de Aarde aan
haar van de zon afgekeerde zijde achter zich werpt, strekt zich toch
uit voorbij de Maan."
»Ver zelfs, indien men de straalbreking van den dampkring der Aarde
niet in rekening brengt," onderrichtte Barbicane. »Maar wanneer de
maan in die schaduw gedompeld is, heeft het verschijnsel plaats,
dat de drie hemellichamen: zon, aarde en maan, in een rechte lijn
staan. De punten waar de baan der Maan die der Aarde snijdt, heeten
knoopen. Wanneer nu de maan in of zeer nabij een van haar knoopen
staat, tijdens zij nieuw of Vol is, heeft er voor de aarde een eclips
plaats, en wel een zon-eclips, indien de maan Nieuw is of tusschen
de zon en de aarde staat; een maan-eclips indien de aarde tusschen
de zon en de maan staat en de maan alzoo, gelijk men het noemt,
Vol is. Indien wij tijdens een maaneclips vertrokken waren, zou onze
geheele reis in de schaduw gebeurd zijn, en dat ware treurig."
»Waarom?"
»Omdat, hoewel wij in de ledige hemelruimte zweven, ons projectiel,
zich badende in de stralen der Zon, van haar licht en warmte
ontvangt. Wij sparen daarmede gas uit, en dat is ons veel waard."
Inderdaad--onder den invloed dezer stralen, niet verborgen of getemperd
door eenigen dampkring, werd het projectiel zoo verwarmd en verlicht
alsof het ineens van den winter in den zomer kwam. De maan van boven,
de zon van onder--licht en warmte genoeg.
»Het gaat hier goed," merkte Nicholl aan.
»'k Geloof het wel!" riep Michel Ardan uit. »Als wij maar een weinigje
Aardsche aarde op ons aluminium planeetje konden uitstrooien, wed ik
dat wij in 24 uren doperwten kweekten. Ik ben maar voor één ding bang:
dat de wanden zullen gaan smelten."
»Wees niet bezorgd, mijn waarde vriend," stelde Barbicane hem gerust,
»het projectiel heeft wel een andere hitte doorgestaan toen het door
de lagen van den dampkring der Aarde schoot. Het zou mij zelfs niet
verwonderen indien het zich aan de oogen der bewoners van Florida
voordeed als een gloeiende bol."
»Maar dan zal Maston denken, dat wij gebraden worden?"
»'t Verwondert mij genoeg, dat dit al niet lang gebeurd is," meende
Barbicane. »Het is een gevaar, dat wij verzuimd hebben te voorzien."
»Ik was er wel bang voor," antwoordde Nicholl droogjes.
»En gij hebt ons daar niets van gezegd, mijnheer de kapitein!" riep
Michel Ardan uit.
Onder dit gesprek bracht Barbicane alles in het vertrekje zoo in orde
alsof hij het nimmer dacht te verlaten. Men herinnert zich dat het op
den bodem een oppervlakte had van 54 vierkante voeten. Daar het 12 voet
binnenwerks hoog was, had men geen last van de instrumenten en andere
voorwerpen. Alles had zijn plaats en was uit den weg. Ook het glas in
den bodem was sterk genoeg om een zwaar voorwerp te dragen. Barbicane
en zijn vrienden stonden er dan ook gerust op; maar de zon scheen er
onmiddellijk op en dat gaf zonderlinge luchtverschijnselen.
Zij begonnen met het nazien van den waterhouder en de kist met
levensmiddelen. Deze hadden niets geleden, zoo goed was alles verzorgd
tegen den schok. Levensmiddelen waren er in overvloed: voor een jaar
met hun drieën. Barbicane had zich willen voorbereiden op het geval,
dat het projectiel eens op een volkomen onvruchtbaar gedeelte der
maan zou terechtkomen. Groot behoefde evenwel, naar 't scheen, de
vrees daarvoor niet te zijn, want volgens de laatste waarnemingen
heeft de maan een wel lagen, maar dikken dampkring, ten minste in
de dalen, zoodat daar beken en bronnen niet konden ontbreken. En
daar nu ook voor twee maanden water en brandewijn »aan boord" was,
behoefden de reizigers vooreerst niet beducht te zijn dat zij aan
het noodige gebrek zouden krijgen.
Maar nu nog de luchtverversching. Doch ook daaromtrent alle
zekerheid. De toestel van Reiset en Regnaut tot het voortbrengen
van zuurstof was voorzien van potasch-chloraat voor twee
maanden. Noodwendig werd een zekere hoeveelheid gas verbruikt, want
het moest de voortbrengende zelfstandigheid boven de 40° houden. Maar
ook daarvan was voorraad genoeg. De toestel eischte slechts eenig
toezicht, maar werkte overigens van zelf. Op die temperatuur gaf het
potasch-chloraat, overgaande in chlorium van potasch, al zijn zuurstof
af. En wat gaven 9 kilo potasch-chloraat? De 3 1/2 kilo zuurstof,
die dagelijks voor de bewoners van het projectiel noodig waren.
Maar 't was niet genoeg de verbruikte zuurstof te vernieuwen, het
koolzuur, door de uitademing ontstaan, moest ook onschadelijk gemaakt
worden. Sedert een twaalftal uren nu was de lucht in het vertrekje
tot dien trap met dit doodelijk gas bezwangerd, dat het zich reeds
aan Diana's ademhaling deed bemerken. Trouwens het koolzuur zakte--een
verschijnsel dat ook in de befaamde Hondsgrot wordt waargenomen--naar
den bodem: een gevolg van zijn zwaarte. De arme Diana, die zooveel
lager bij den grond ademde, moest er dus eer last van hebben dan de
mannen met hun opgerichte hoofden. Maar kapitein Nicholl haastte zich
in deze ongelegenheid te voorzien. Hij plaatste op den bodem van het
projectiel onderscheidene brand-potasch-houders, die hij eenigen tijd
in werking bracht; deze zelfstandigheid, zeer gretig het koolzuur
opnemende, zuiverde alzoo de lucht volkomen.
Thans was de beurt aan de instrumenten. De thermometers en barometers
waren ongedeerd gebleven, behalve één thermometertje waarvan de
buis gebroken was. Een uitmuntende ronde barometer werd aan den wand
opgehangen. Natuurlijk kon hij niets teekenen dan de luchtdrukking
in het projectiel. Maar hij teekende ook de hoeveelheid aanwezigen
waterdamp. Op dat oogenblik wankelde de naald tusschen 765 en 760
millim.--»Schoon weder."
Barbicane had ook eenige kompassen medegenomen; zij waren insgelijks
volkomen in orde. Men begrijpt, dat onder de bestaande omstandigheden
de naald werkeloos was. Trouwens, op den afstand dien het projectiel
van de Aarde had, kon de magnetische pool geen merkbare werking
uitoefenen op het kompas. Maar als deze kompassen eenmaal op de Maan
waren overgebracht, zouden zij misschien merkwaardige verschijnselen
vertoonen. In allen gevalle was het belangrijk na te gaan of de
wachter der Aarde insgelijks aan den invloed van het magnetisme
onderworpen was.
Een hoogtemeter tot het bepalen van de hoogte der maanbergen; een
sextant om de zon schieten; een theodoliet voor hoekmetingen; kijkers,
die vooral bij het naderen der maan veel dienst zouden bewijzen--al
die instrumenten werden met zorg nagezien en goed gevonden, in weerwil
van den stoot bij het afschieten van de Columbiad.
Wat gereedschappen, houweelen en dergelijken betreft, Nicholl had er
bijzonder veel werk van gemaakt; de zakjes met verschillende zaden,
benevens de heesters die Michel Ardan in de maangronden dacht te
planten, dat alles was op zijn plaats boven in het projectiel, waar
de weelderige Franschman een soort van zolder had ingericht, dien hij
met allerlei voorwerpen had opgevuld. Wat het zoo al was kon men niet
nagaan, en hij zelf liet er zich niet over uit. Van tijd tot tijd
klom hij langs krammen in den wand geslagen naar dat wijkplaatsje,
om er te schikken en in eenige geheimzinnige doosjes te snuffelen,
waarbij hij zoo valsch mogelijk een Fransch liedje zong.
Barbicane zag met welgevallen dat zijn vuurpijlen en andere vuurwerken
niet beschadigd waren. Zij waren zwaar geladen en moesten den val
breken van het projectiel, wanneer het, nadat de aantrekking der
Aarde door die van de Maan zou vervangen zijn, op de laatste zou gaan
vallen. Ondertusschen zou die val zes maal minder snelheid hebben
dan die naar de oppervlakte der Aarde, daar de Maan zooveel minder
stofhoeveelheid bezit.
Alles samengenomen, was er dus alle reden tot tevredenheid. Zij konden
dan ook op hun gemak naar buiten gluren.