»maar ons projectiel is geen arke Noachs. Het is er niet groot genoeg
voor en ook niet voor bestemd. Wij blijven dus binnen de grenzen van
het mogelijke."
Eindelijk werd besloten, dat men zich zou bepalen tot twee honden,
een vervaarlijk grooten en sterken Newfoundlander, benevens een teef,
als uitmuntende jachthonden. Voorts eenige doozen met de nuttigste
zaden, bij welke Michel Ardan eenige zakken aarde had willen voegen,
om er in te zaaien. Van het medenemen van een dozijn zorgvuldig
ingepakte heesters was hij niet af te brengen geweest.
Wat de levensmiddelen aangaat, dat sprak van zelf! Men moest er op
bedacht zijn, dat men een dor en onvruchtbaar gedeelte der maan
kon aantreffen. Barbicane nam proviand mede voor een jaar. Doch
vleesch en groenten waren door middel van sterke waterpersen tot den
kleinstmogelijken omvang saamgeperst; er was niet veel verscheidenheid
van gerechten, maar op zulk een tocht kwam ook geen kieskeurigheid te
pas. Van brandewijn had men een paar honderd liter, water voor twee
maanden, en dit was zeer ruim, want niemand twijfelde na de laatste
ondernemingen der sterrenkundigen, of er is wel water op de maan. Zelfs
ook levensmiddelen dacht men er te zullen aantreffen. Michel Ardan
hield er zich van verzekerd. Had hij er aan getwijfeld, hij zou niet
besloten hebben te vertrekken.
»Bovendien," zei hij eens tot zijn reismakkers, »we zullen niet geheel
van onze vrienden op de Aarde afgesloten zijn en zij zullen wel zorgen
ons niet te vergeten."
»Zeker niet," verzekerde Maston.
»Hoe meent gij dat?" vroeg Nicholl.
»Doodeenvoudig," antwoordde Ardan, »zal de Columbiad daar niet altijd
blijven? Welnu, telkenmale als de maan er een gunstigen stand toe
heeft, dat is te zeggen, ééns in het jaar, kan men ons immers bommen
met levensmiddelen toezenden, die wij dus op een vasten dag kunnen
afwachten."
»Bravo!" juichte Maston.
»Daarentegen zullen wij ook wel een middel vinden om u van ons te
doen hooren," merkte Michel Ardan aan.
De laatste benoodigdheden werden ingeladen en Michel Ardan rangschikte
alles met voorbeeldigen ijver. Het water werd in de holten geladen,
het gas in den houder. De beide potasch-soorten in een hoeveelheid
dat zij het twee maanden konden uithouden.
Het projectiel werd naar den top van Stone's Hill gebracht. Sterke
kranen hielden het hangende boven het stuk.
Een ontzettend oogenblik! Als éen ketting brak, stortte het gevaarte
op het schietkatoen en een vreeslijke ontploffing zou volgen.
Dat gebeurde gelukkig niet. Eenige uren later was het projectiel
onmerkbaar zacht op het katoenen kussen gezakt.
»Verloren!" zei kapitein Nicholl, terwijl hij den voorzitter Barbicane
3000 dollar overhandigde.
Barbicane wilde dat geld niet uit de handen van een reisgenoot
ontvangen, maar Nicholl stond er op, aan al zijn verplichtingen te
voldoen, alvorens hij de aarde verliet.
VIERENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
VUUR!!!
De 1ste December was aangebroken. Een gewichtige dag, want ging het
stuk dien avond niet af, en wel te 10 u. 46 min. 40 sec, dan zouden
ruim 18 jaren verloopen eer de maan denzelfden stand had, tegelijk
in haar naaste punt en in het toppunt.
Het was heerlijk weder, en schoon de winter voor de deur stond,
verlichtte de heldere zon de Aarde, die eerlang zou worden verlaten
door drie harer bewoners.
Reeds in den vroegen morgen bedekte een onafzienbare menigte
den geheelen omtrek. Ieder kwartier bracht de spoortrein andere
nieuwsgierigen; ja men meent, dat op dien merkwaardigen dag 9 millioen
toeschouwers den grond van Florida betraden.
Reeds sedert een maand waren zij bij duizenden toegestroomd;
zij kampeerden rondom Stone's Hill en legden er de grondslagen
van een stad, later Ardan Town genaamd. Allerlei natiën waren
er vertegenwoordigd, allerlei talen werden er gesproken, allerlei
kleederdrachten gezien. 't Waren mannen, vrouwen en kinderen, rijken
en armen, in juweelen en lompen, millionnairs en bedelaars. Van alles
werd er gegeten en gedronken; menigeen was blijde de maag te kunnen
vullen met wat maar eenigszins eetbaar was. Aan kieskeurigheid viel
niet te denken.
Het was avond geworden, het sloeg zeven uur. De maan rees statig boven
de kimmen. Zij was er prompt op haar tijd. Millioenen jubelkreten
begroetten haar.
Daar verschenen de drie koene reizigers. Een nieuw gejubel, zoodat
hooren en zien verging. Als door een electrischen stroom ontstoken,
hieven de ontelbare scharen tegelijk het Amerikaansche volkslied aan.
Een commissie uit de Gun-club, benevens commissiën uit de Europeesche
sterrenwachten begeleidden deze helden van den dag. Barbicane gaf
bedaard en koel zijn laatste bevelen. Nicholl stapte met afgemeten
tred, de lippen gesloten, de handen op den rug gekruist. Michel
Ardan in reiskleederen, met lederen laarspijpen, een reistaschje op
zijde, een sigaar in den mond, maakte zich met de ellebogen door de
volksmenigte baan.
Het werd tien uur. Het oogenblik van instappen was daar. Eenige
minuten waren noodig om in het stuk af te dalen, de sluitplaat vast
te schroeven, de stellingen weg te nemen.
Barbicane had zijn chronometers op 1/10 seconde gelijk gezet met dien
van den ingenieur Murchison, die de electrische vonk zou ontsteken,
zoodat de reizigers het juiste oogenblik konden nagaan waarop zij in
de lucht zou worden geschoten.
Het oogenblik des afscheids was daar. Het was een treffend
tooneel. Zelfs Michel Ardan was, in weerwil zijner koortsachtige
vroolijkheid diep ontroerd. Maston pinkte van onder zijn uitgedroogde
oogleden een oude traan weg, zeker voor deze gelegenheid bewaard. Ze
viel op het hoofd van zijn waarden voorzitter.
»Als ik eens meêging, het is nog tijd!"
»Onmogelijk, mijn oude Maston!" zei Barbicane.
Eenige minuten later waren de drie mannen binnen het projectiel. Zij
hadden de sluitplaat aangeschroefd, en de mond van de Columbiad wendde
zich vrij en onbelemmerd naar den hemel.
Nicholl, Barbicane en Michel Ardan waren voor goed in hun metalen
gevangenis ingekerkerd.
Wie schildert de ontzettende ontroering, die toen door de verzamelde
scharen voer?
De maan gleed statig aan den donkeren hemel. Zij stond in het
sterrenbeeld de Tweelingen en was gevorderd tot halverwege den horizon
en het zenith. Zij werd begluurd, gelijk het wild door den jager,
eer hij losbrandt.
Een sombere stilte woog als lood op dit geheele tooneel. Men durfde
nauwelijks ademhalen. Alle blikken zochten den mond van de Columbiad.
Murchison had geen oog van zijn chronometer af. Nog 40 seconden--elke
seconde duurde een eeuw.
Na 23 seconden verhieven zich kreten.
»Vijfendertig, zesendertig, zevenendertig, achtendertig, negenendertig,
veertig! Vuur!!!"
Murchison drukte op den knop, de vonk vloog door de lading.
Een vreeselijke slag, donderde in de atmosfeer--geen menschelijke
taal is in staat het uit te drukken. Een allerverschrikkelijkste
vuurgloed deed den grond sidderen, als braakte een vulkaan zijn
vlammen uit. De aarde werd opgeheven; slechts aan weinigen gelukte
het, in dat oogenblik van schrik het projectiel glorierijk tusschen
vlammen en damp opwaarts te zien snellen.
VIJFENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
TELEURSTELLING.
In het oogenblik toen de vlam van het ontplofte schietkatoen als een
onmetelijke pluim ten hemel steeg, werd in geheel Florida voor een
onberekenbaar kort oogenblik de nacht in helderen dag veranderd. Zelfs
in den Atlantischen oceaan werd het lichtverschijnsel waargenomen en
in meer dan éen scheepsjournaal aangeteekend.
Het afgaan van de Columbiad werd vergezeld door een wezenlijke
aardbeving. Florida schudde tot in zijn ingewanden. Het gas van het
schietkatoen, door de hitte uitgezet, verdrong met onvergelijkbaar
geweld de luchtlagen, en deze kunstmatige orkaan, honderdmaal sneller
dan de natuurlijke, vloog als een hoos door het luchtruim.
Niemand bleef op zijn beenen: mannen, vrouwen, kinderen werden
neergeworpen als koren door den storm. Velen werden gewond; Maston, die
de onvoorzichtigheid had gehad te dicht bij te komen, werd opgenomen
en verscheiden meters achteruit geworpen; hij draaide als een kogel
boven de hoofden zijner medeburgers. Ruim 300.000 personen werden op
een oogenblik doof.
De luchtpersing wierp tenten en loodsen omver, ontwortelde boomen,
ja vernielde te Tampa-Town een honderdtal huizen, benevens de
St. Maria-kerk en de nieuwgebouwde beurs. Onderscheidene schepen
werden tegen elkander geslagen; van een tiental aan de havenkade
vastgemeerde werden de kettingen als katoendraden doorgebroken.
Tot zelfs buiten de grenzen der Vereenigde Staten liet de schok zich
voelen. Diep in den Atlantischen oceaan werd hij door westenwinden
merkbaar. Een onverwacht noodweer teisterde het eskader van den
admiraal Fitz-Roy; onderscheidene schepen werden er door aangegrepen,
zonder tijd te hebben zich te bergen; zij sloegen om, onder anderen
de _Childe Harold_ van Liverpool, welk ongeluk aanleiding gaf tot
zeer ernstige vertoogen van de zijde van Engeland.
Zelfs zegt men--maar hiervoor is geen andere waarborg dan het verhaal
van eenige inlanders--dat aan de westkust van Afrika een half uur na
het schot een dof geluid als van onder de zee zou gehoord zijn.
Doch wij keeren naar Florida terug. Na het eerste oogenblik van
ontsteltenis verhief zich uit aller mond, ook te midden van het
klagen en kermen der gekwetsten, de juichtoon: »Leve Ardan! Leve
Barbicane! Leve Nicholl!" Ontelbaren staken den neus in de lucht
en zetten kijker of lorgnet voor het oog, om het projectiel na te
staren. Maar vruchteloos. Men kon er niets van zien en vergenoegde
zich met de telegrammen van Long's piek af te wachten. De directeur
der sterrenwacht te Cambridge was op zijn post in het Rotsgebergte,
en aan dien bekwamen en ervaren sterrenkundige waren de waarnemingen
toevertrouwd.
Maar het publiek werd zwaar beproefd door iets dat niet voorzien,
en toch gemakkelijk te begrijpen was.
Het weder, tot dusver zoo schoon, veranderde plotseling; de lucht
werd geheel en al bewolkt. Het kon ook wel niet anders na de geweldige
verplaatsing der luchtlagen tengevolge van het ontploffen van 200,000
kilo schietkatoen. Heeft men, tengevolge van de luchtpersing, na
zware veld- of zeeslagen meermalen het weder zien veranderen, dan
was na een zoo verschrikkelijken schok wel niets anders te verwachten.
Den volgenden dag--een ondoordringbaar dikke nevel tusschen den
hemel en de aarde; en ongelukkigerwijze hing dit gordijn ook boven
het Rotsgebergte. Uit allerlei oorden regende het klachten. Maar de
natuur stoorde er zich niet aan; nu--hadden de menschen den dampkring
in de war gebracht, dan moesten zij het nu zelven bezuren.
Dien geheelen eersten dag trachtte iedereen door het grauwe
wolkenkleed heen te boren, maar vruchteloos! En al was de lucht helder
geworden, dan nog zou het projectiel niet te zien zijn geweest, want
tengevolge van de aswenteling der aarde stond het boven de hoofden
der tegenvoeters.
Het werd nacht, maar de maan vertoonde zich even weinig aan den hemel
als de zon het overdag had gedaan, zoodat alle waarneming onmogelijk
was. Hetzelfde was, blijkens telegram, ook op Long's piek het geval.
Indien intusschen de proef geslaagd was, moesten de reizigers, op 1
December 's avonds te 10 u. 46 min. 40 sec. weggeschoten, den 4den
te middernacht op de maan landen. Tot dat tijdstip moest men geduld
oefenen, terwijl het ook zeer moeielijk zou zijn een betrekkelijk
zoo klein voorwerp waar te nemen, zoolang het onderweg was.
Den 4den December kon de kans bestaan des avonds van 8 tot 12 uur het
projectiel te volgen, daar het zich toen als een zwart vlekje op de
heldere maanschijf moest vertoonen. Maar de lucht bleef onverbiddelijk
bewolkt, zoodat het publiek in woede geraakte en de maan allerlei
scheldwoorden toesnauwde.
Maston was wanhopig; hij besloot naar Long's piek te reizen om zelf
te zien. Hij twijfelde niet of zijn vrienden hadden het doel hunner
reis bereikt. Trouwens men had niet gehoord dat het projectiel ergens
op aarde was neergekomen, en Maston dacht er niet eens aan, dat het
gemakkelijk in den oceaan kon gevallen zijn, die toch den aardbol
voor 3/4 bedekt.
Den 5den, hetzelfde weder. De groote telescopen der Oude wereld,
die van Herschel, Rosse, Foucault, waren op de maan gericht, daar het
weder in Europa allergunstigst was. Maar de werktuigen waren te zwak
voor eenige afdoende waarneming.
Den 6den, hetzelfde weder. Sint Nicolaas bracht wel lekkers voor de
kinderen, maar geen helder weer voor de groote menschen. Men begon
te vragen of niets aan het weder zou kunnen gedaan worden.
Den 7den eenige hoop, maar 't duurde niet lang: toen de avond viel,
dikke, dikke, dikke lucht.
't Werd erg. Den 11den 's morgens 9 u. 11 min. was het Laatste
kwartier. Dan werd de stand der maan van dien aard, dat geen helder
weder meer helpen zou. Zij zou hoe langer zoo meer afnemen en ten
laatste Nieuw worden; zij zou tegelijk met de zon op- en ondergaan,
maar de stralen van deze moesten beletten, iets van de maanschijf
te zien. Er zat dus niets anders op dan te wachten tot 3 Januari,
44 min. na den middag, om bij Volle maan de waarnemingen te hervatten.
De dagbladen maakten er zich zoo goed mogelijk af en vermaanden het
publiek tot engelengeduld.
Den 8sten, geen verandering in den toestand.
Den 9den geen verandering. Algemeen gemor.
Den 10den geen verandering, dan alleen in het hoofd van den secretaris
Maston, daar de brave man op het punt scheen het verstand te verliezen,
dat hij onder zijn kunstschedel van getah-pertja nog altijd had
behouden.
Den 11den zwaar onweder, gevolgd door heldere lucht in den avond. Er
kwam....
ZESENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
EEN NIEUWE STER.
In den nacht vloog, met de snelheid van een bliksemstraal, door
middel van al de telegraafdraden der Aarde, het navolgend bericht
van de sterrenwacht op het Rotsgebergte.
_Long's Piek 12 December._
_Aan de Sterrenwacht te Cambridge_.
»Het projectiel, afgeschoten door de Columbiad op Stone's Hill,
is den 12den December, 's avonds te 8 uur 47 min. gezien bij het
laatste kwartier der maan.
»Het projectiel heeft de maan niet bereikt; het is er nabij gekomen,
nabij genoeg om onder de aantrekkingskracht der maan te geraken.
»De rechtlijnige beweging is veranderd in een kringvormige, zoodat
het projectiel een elliptische baan om de Maan beschrijft en een
wachter is geworden van den wachter der Aarde.
»De elementen van dit nieuwe hemellichaam kunnen nog niet worden
opgegeven. Men kent noch zijn snelheid in de loopbaan, noch die van
de aswenteling. De afstand van de oppervlakte der Maan kan voorloopig
op 4,500 mijlen worden geschat.
»Twee onderstellingen kunnen zich voordoen en een verandering in den
staat van zaken veroorzaken:
»òf, de aantrekking der Maan zal de omwentelingssnelheid overwinnen,
zoodat het projectiel toch op de Maan nederkomt.
»òf, het projectiel zal tot aan het einde der eeuwen rondom de Maan
blijven zweven.
»De waarnemingen zullen dit eenmaal uitwijzen, maar tot hiertoe heeft
de onderneming der Gun-club niets uitgewerkt dan ons zonnestelsel
met een nieuw hemellichaam ter verrijken.
J. Belfast."
Tal van vragen vloeiden voort uit dit onverwacht bericht; tal van
geheimen werden aan de wetenschap ter ontraadseling voorgelegd. Zoo
zou dan, dank zij den moed en de zelfopoffering van drie mannen,
deze onderneming: een projectiel naar de maan af te schieten,--en
hoe weinig beteekende dat!--tot onberekenbare gevolgen leiden. De
reizigers, in den nieuwen wachter opgesloten, mochten dan hun doel
niet bereikt hebben,--zij draaiden om de nachtvorstin, zoodat deze haar
verborgenheden voor 't eerst aan aardbewoners zou onthullen. De namen
van Nicholl, Barbicane en Michel Ardan zouden dus voor altijd beroemd
worden in de jaarboeken der sterrenkunde; want terwijl deze waaghalzen
den kring der menschelijke kundigheden hadden willen verwijden,
waren zij zelven in een kring van sterrenkundige beweging verplaatst.
Hoe het zij, het bericht van den directeur Belfast bracht door
de geheele beschaafde wereld een indruk teweeg van verbazing
en schrik. Zou men die moedige mannen te hulp kunnen komen? Neen
voorzeker, want zij hadden zich begeven buiten de grenzen, aan wezens
der Aarde gesteld. Luchtverversching hadden zij voor twee maanden,
levensmiddelen voor een jaar. Maar dan?... De ongevoeligste harten
klopten angstig bij deze vraag.
Eén man was er, die de zaak niet als hopeloos beschouwde--de secretaris
Maston.
Hij verloor hen niet uit het oog. Hij verliet den kijker der Gun-club
niet. Zoodra de Maan boven de kimmen kwam, was hij op zijn post,
onophoudelijk turende naar de zilveren schijf, op of nabij welke
hij het voorwerp hoopte te zien, dat zijn drie vrienden bevatte,
en tot ieder, die het hooren wilde, uitte hij de hoop, dat de tijd
eerlang zou aanbreken, waarop hij en zij elkander tijding konden
toezenden. »Wetenschap en Kunst staat hun," zei hij, »ten dienste,
en daarmede kan men doen wat men wil. Gij zult eens zien hoe zij er
zich uitredden."
ZEVENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
GOEDE REIS.
Met klokslag van tienen waren Barbicane, Michel Ardan en Nicholl in
het projectiel gegaan; te 10 u. 46 min. 40 sec. zou de Columbiad
worden afgeschoten; zij hadden bijgevolg 46 min. 40 sec. op het
schietkatoenen kussen door te brengen. Van de buitenwereld waren zij
afgesloten zoodra Nicholl de aluminium-plaat die op de opening paste,
had vastgeschroefd. Het was stikdonker in hun verblijf.
»Nu moeten wij doen alsof wij thuis zijn," meende Michel Ardan. »Laat
dat maar aan mij over, ik weet wel hoe. Eerst wat licht! Voor den
drommel, het gas is niet voor de mollen uitgevonden!"
Hij streek een lucifer tegen de zool zijner laars en bracht het
vlammetje tegen den gasbek, gemeenschap hebbende met koolwaterstof,
dat onder hooge drukking in dier voege was opgesloten, dat voor 144
uren, zes etmalen, vuur en licht voorhanden was.
Bij het gaslicht kon men zien hoe keurig het vertrekje er uitzag, de
wand met zijde bekleed, met divans in het rond, alles net gerangschikt:
wapenen, instrumenten, gereedschappen. Al het mogelijke was gedaan
om de vermetele onderneming te doen slagen. Michel Ardan betuigde
zeer tevreden te zijn.
»'t Is een gevangenis," zei hij, »maar een reizende, en als ik den
neus buiten het raam kon steken, zou ik er wel voor honderd jaar huur
aan willen hebben. Ge lacht, Barbicane? Waar denkt ge aan? Dat dit
kamertje uw graf wel zou kunnen zijn? Is het er niet mooi genoeg voor?"
Terwijl Michel Ardan aldus babbelde, hadden de anderen ook nog het
een en ander te doen.
De chronometer van Nicholl wees tien uur twintig, toen de reizigers
goed en wel binnen waren.
»Nog 27 min. blijven wij op de Aarde," zei Barbicane, den chronometer
raadplegend.
»Nog 26 minuten 40 seconden," antwoordde Nicholl.
»Nu ja! maar wij hebben meer te doen dan over seconden te praten."
»Zijn wij dan niet klaar?"
»Zeker, maar wij moeten nog eenige voorzorgen nemen tegen den eersten
schok."
»Wij hebben immers watervlakken met schutsels die aan stukken springen,
om den schok te breken?
»Ik hoop er het beste van," mompelde Barbicane.
»Hopen!" riep Michel Ardan uit. »Hopen? De grappenmaker is er niet
eens zeker van!"
»Nog twintig," merkte Nicholl aan.
»Zouden wij niet op ons hoofd gaan staan, zooals de clown in een
paardenspel?" vroeg Michel Ardan.
Barbicane meende, dat het beter was op zijde te gaan liggen. »In
allen geval geloof ik, dat het vrij om 't even zal zijn, want wij
zijn hier toch ingesloten."
»Dertien minuten dertig seconden," zei de kapitein.
Drie welgevulde matrassen behoorden tot den inventaris van het
projectiel. Nicholl en Barbicane legden ze midden op de schijf,
die den beweegbaren vloer uitmaakte. De reizigers zouden er zich op
uitstrekken als het tijd van vertrekken was.
Ardan speelde inmiddels met de honden, aan wie hij de beteekenisvolle
namen Diana en Wachter had gegeven.
»Het is 10 uur 37 minuten 6 seconden," sprak Nicholl.
»Welnu, kapitein, dan hebt gij binnen een kwartier nog 9000 dollars
aan den voorzitter te betalen; 4000 omdat de Columbiad niet springt;
5000 omdat het projectiel hooger dan 6 mijlen zal stijgen."
»Ik bezit de dollars," zei Nicholl, op zijn zak kloppende, »en doe
niets liever dan betalen."
»Ik zie, Nicholl, dat gij een man van orde zijt; ik heb dat nooit
kunnen wezen; maar als ge mij niet kwalijk neemt, gij hebt daar
weddenschappen aangegaan die u niet veel voordeel aanbrengen."
»En waarom dat?" vroeg Nicholl.
»Wel, als gij de nu eerstvolgende wint, moet de Columbiad gesprongen
zijn en het projectiel ook, maar dan is Barbicane er niet meer om u
zijn verlies te betalen."
»Mijn inzet is gedeponeerd bij de Bank te Baltimore," zei Barbicane
koeltjes, »en als Nicholl er niet meer is, kunnen zijn erfgenamen
het geld opstrijken."
»Gij zijt mannen van zaken," viel Michel Ardan in; »ik bewonder u te
meer naar ik u minder begrijpen kan."
»Tien uur twee en veertig," zei Nicholl.
»Nog vijf minuutjes," liet Michel Ardan zich hooren, »en wij zijn
opgesloten in een aluminiumdoos, op den bodem van een kanon van 900
voet! en onder die doos zijn opgestapeld 200,000 kilogram schietkatoen,
zooveel kracht als 800,000 kilogram kruit. En vriend Murchison staat
met zijn chronometer in de hand, zijn duim op den knop, gereed om
ons de hemelruimte in te zenden!"
»Al genoeg, al genoeg!" zei Barbicane ernstig.
»Tien uur zesenveertig!" mompelde de kapitein.
Nog 40 seconden! Barbicane draaide het gas uit. Doodstil--men hoorde
alleen het tikken van den chronometer....
Een hevige schok, ook maar éen--het projectiel was door 6 milliard
liter gas, ontwikkeld door de ontploffing van het schietkatoen,
de lucht ingeslingerd.
ACHTENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
HET EERSTE HALFUUR.
Wat was er gebeurd? Welke uitwerking had die geweldige knal gehad? Was
de schranderheid der vervaardigers van het projectiel beloond? Waren
die vier proppen, de waterkussens, de afgedeelde hokjes voldoende
geweest om den schok te breken? Dat was de vraag, ook voor de duizenden
toeschouwers. Zij vergaten het doel der reis, om alleen aan het lot
der reizigers te denken. Hadden zij eens een kijkje in het projectiel
kunnen nemen!...
Zij zouden niets gezien hebben, want het was er stikdonker. Maar de
aluminium wanden hadden zich uitmuntend gehouden. Geen scheurtje,
geen bultje!
Van binnen lag de boel alleen wat overhoop, doch dit beteekende
niets. Dat zou zich wel schikken. De personen intusschen lagen voor
dood op den grond.
Voor dood? of waarlijk dood? Gelukkig het eerste: eenige minuten
later bewoog zich een arm, een hoofd: Michel Ardan lag op zijn knieën.
»Michel Ardan is compleet. Maar de anderen?"
Hij wilde zich oprichten; maar kon niet staan. Zijn hoofd suizebolde,
zijn aangezet bloed maakte hem blind, hij was volkomen als iemand
die dronken is.
»Precies alsof ik een paar flesschen champagne naar binnen heb
geslagen!" mompelde hij. »Nicholl! Barbicane!"
Geen antwoord. Nog eens geroepen. Vruchteloos.
»Verduiveld! 't Is alsof zij uit een vijfde verdieping op hun hoofd
zijn gevallen."
Langzamerhand kwam hij bij. Toen hij zoo ver was dat hij staan
kon, nam hij een lucifer en stak den gasbek aan. De gastoestel had
gelukkig niets geleden. Ware dit het geval geweest en gas ontsnapt,
dan zou Michel Ardan, zoo hij het althans niet geroken had, met het
aansteken van een lucifer een ontploffing hebben veroorzaakt, die
het projectiel anders aanpakte dan de 200,000 kilogram schietkatoen.
Toen het licht brandde, zag Michel Ardan zijn reisgenooten voor dood
liggen, Nicholl bovenop Barbicane.
Hij schudde Nicholl eens goed heen en weer, die, zoodra hij de oogen
opsloeg, hem met zijn gewone koelbloedigheid de hand drukte.
»En Barbicane?" vroeg hij.
»Elk zijn beurt," antwoordde Michel Ardan bedaard. »Ik ben met u
begonnen omdat gij bovenop laagt. Nu is het Barbicane's beurt."