of hij was in de Columbiad gevallen, toen hij een blik in den mond
wilde werpen. Zonder den rechterarm van Blomsberry, dien de waardige
kolonel gelukkig nog behouden had, zou de secretaris der Gun-club
zijn dood in de diepte van het stuk gevonden hebben.
Na 23 September werd het terrein voor het publiek geopend en de
toevloed van nieuwsgierigen was verbazend. Reisgelegenheden bij
menigte werden in dienst gesteld en zoovelen stroomden van alle zijden
naar Tampa-Town, dat de stad aanmerkelijk moest worden uitgelegd,
straten bebouwd, kerken gesticht, scholen gevestigd--want geheele
scharen waren voornemens in Florida te blijven totdat het groote werk
geheel zou zijn afgeloopen. De nieuwstad van Tampa-Town kreeg den naam
Moon-city, Maanwijk. Nu bleek het, dat Texas niet ten onrechte gekampt
had om de eer, dat het kanon er zou worden gegoten en afgevuurd. Dat
de spoorweg tusschen Tampa-Town en Stone's Hill onophoudelijk bereden
werd, spreekt van zelf.
Met dat al werd de nieuwsgierigheid der toegestroomde scharen,
slechts ten deele bevredigd. Velen hadden gehoopt op het gieten,
maar zij kregen niets dan rookwolken te zien. Dat was een groote
teleurstelling; maar Barbicane had niemand bij dat werk willen
toelaten. Dit gaf misnoegen, ontevredenheid, gepruttel: men schold op
den voorzitter; men beschuldigde hem van aanmatiging: zijn handelwijze
heette »weinig Amerikaansch." Er ontstond bijna oproer rondom de
afsluiting van Stone's Hill. Barbicane was, gelijk men reeds weet,
onwrikbaar op dit punt.
Maar toen de Columbiad geheel gereed was, kon het publiek niet
langer geweerd worden; het zou niet hebben aangegaan de hekken
dicht te houden, onvoorzichtig zelfs het algemeen verlangen teleur
te stellen. Barbicane opende dus de afsluiting voor ieder die er
in wilde--toch besloot zijn practische geest, geld te slaan uit de
algemeene nieuwsgierigheid.
De Columbiad te zien was wel iets, maar de Amerikanen beschouwden
het als toppunt van genot, in de diepte van den reusachtigen koker
aftedalen. Geen nieuwsgierige of hij wilde zich vermeien aan dien
tocht. Daarom waren toestellen boven den tromp geplaatst met een
stoomkraan, ten einde die lieden te bevredigen, Het was een ware
woede. Vrouwen, kinderen, grijsaards, alles achtte het plicht,
tot de ingewanden van die geheimzinnige buis door te dringen. De
prijs was 5 dollar per persoon, en ofschoon dit een hooge prijs was,
leverde het in twee maanden aan de Gun-club niet minder dan 500,000
dollar op. 't Is overtollig te zeggen, dat de leden der Gun-club
de eersten waren; dat was ook billijk. Deze plechtigheid had den
25sten September plaats. Een staatsie-bak daalde af met Barbicane,
Maston, majoor Elphiston, generaal Morgan, kolonel Blomsberry, den
ingenieur Murchison en andere voorname leden der vermaarde club,
tien in 't geheel. Op den bodem was het nog zeer warm. Men had het
nog te benauwd. Maar welk een dag! Welk een verrukking! Een tafel
voor tien personen was aangericht op den steenen voet die de Columbiad
droeg; zij was _à giorno_ verlicht door een electrieke vlam. Keur van
gerechten, als uit den hemel nederdalende, verschenen achtervolgens
voor de gasten, terwijl de beste Fransche wijnen stroomden bij dit
feestmaal, 900 voet beneden den grond.
Aan den feestdisch heerschte ongemeene vroolijkheid; er was een
kruisvuur van toosten, men dronk op den aardbol, op zijn wachter, op
de Gun-club, op de maan, op Selene, op Diana, op de nachtvorstin, op
de blanke, op de kuische--op al wat de maan maar was en heette. Al die
juichtonen, al die »Leve's!" werden door de metalen wanden opwaarts
gedragen, en de menigte, rondom Stone's Hill geschaard, paarde haar
kreten aan die der tien gasten.
Maston was zichzelven niet meester; hij schreeuwde meer dan hij
gesticuleerde, en wat hij meer deed, eten of drinken, is een punt
dat moeilijk was uit te maken. In allen gevalle--hij zou zijn plaats
voor geen keizerrijk hebben afgestaan, »neen, al was het kanon op
dit oogenblik afgevuurd en had het hem aan stukken en brokken naar
de hemelruimte geslingerd."
VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
EEN TELEGRAM.
Het groote werk der Gun-club had, om zoo te zeggen, zijn beslag, en
toch moesten nog twee maanden verloopen eer het projectiel naar de
maan zou vliegen. Twee maanden--'t waren twee jaren voor het algemeen
ongeduld? Tot dusver had men de kleinste bijzonderheden dagelijks
medegedeeld in de dagbladen; men verslond ze met begeerlijke blikken,
maar 't stond te vreezen, dat daaraan een einde zou komen, en ieder
duchtte, dat het oogenblik nabij was, waarin niets meer over de zaak
te schrijven zou vallen.
Maar dat was niets; er kwam iets nieuws, en wel wat allerminst
te verwachten was, zoo buitengewoon, zoo ongeloofelijk, zoo
onwaarschijnlijk als het maar kon; iets dat de gansche wereld in
spanning bracht.
Den 30sten September, te 3 uur 47 min., ontving de voorzitter der
Gun-club een langs de Trans-Atlantische lijn overgeseind telegram.
Barbicane verscheurde den omslag las den inhoud, en hoeveel
zelfbeheersching hij ook bezat, toch verbleekten zijn lippen en werden
zijne oogen vochtig bij het lezen der volgende woorden:
_Frankrijk Parijs_.
30 September 'sm, 4 u.
Barbicane, Tampa, Florida. Vereenigde Staten.
Neem voor projectiel cylinder met kegelpunt. Ik ga mee. Kom met
stoomschip Atlanta.
Michel Ardan.
Juist twintig woorden.
ZESTIENDE HOOFDSTUK.
MICHEL ARDAN.
Indien dit bericht eenvoudig in een brief met de post ware aangekomen,
zou er niets van zijn uitgelekt. Maar nu was het door de handen
gegaan van Fransche, Iersche, Newfoundlandsche, Amerikaansche
telegraafbeambten. Barbicane kon dus een tijding, die als een
bliksemstraal uitschoot, onmogelijk verborgen houden. De voorzitter
zou dit wel hebben gewenscht, want wat beduidde het? Het telegram
kwam van een Franschman--misschien mystificatie? Had het schijn van
waarheid, dat iemand op de wereld zoo roekeloos zou zijn om zelfs
het denkbeeld van zulk eene reis in het hoofd te krijgen? En gesteld
dat zoo iemand bestond, moest men hem dan niet eer in een gekkenhuis
sluiten dan in een projectiel?
»'t Kan niet!--Ongeloofbaar!--Spotternij!--Ongerijmd!--Belachelijk!" Al
die uitroepingen en nog vele anderen moesten dienen om den indruk
te kennen te geven, dien dit telegram maakte, zoodra het, eenmaal
door de gedienstigheid van verbaasde telegrafisten »in vertrouwen"
verhaald, zich als loopend vuurtje, inderdaad, »als een bliksemstraal"
verspreid had.
Maston alleen zei: »Een diepe gedachte!"
»Zoo diep," merkte de majoor aan, »dat men er zelfs niet aan denken
kan haar voor den dag te halen."
»En waarom niet?" vroeg de secretaris der Gun-club levendig en
strijdvaardig. Maar hij vond geen partij.
De naam van Michel Ardan lag vooral te Tampa-Town op aller lippen. Men
vroeg elkander: »Wie is die man? Bestaat hij?"
Toen Barbicane het denkbeeld opperde om een projectiel naar de maan te
zenden, vond ieder die onderneming natuurlijk, uitvoerbaar, een zuivere
zaak van artillerie. Maar dat een redelijk wezen in dat projectiel
plaats wilde nemen en die onwaarschijnlijke reis beproeven,--dat
was een dwaze inval, juist wat de Franschen zoo gaarne aangaande de
Amerikanen zeggen: »een humbug."
Hoe meer men er over dacht en praatte, des te meer kwam men er toe den
geheelen Ardan en het geheele bericht uit te lachen. Doch daar waren
er ook, die de zaak anders inzagen. Noemde men het een dwaasheid--hoe
menigmaal was het niet gebeurd, dat heden waarheid bleek wat gisteren
dolheid heette! Waarom zou die reis te avond of morgen niet eens
kunnen gedaan worden?
Een andere vraag: Bestond die Michel Ardan inderdaad? Gewis, en
zelfs was zijn naam in Amerika niet gansch onbekend. Michel Ardan,
zoo heette een Europeaan, befaamd wegens zijn krasse ondernemingen. En
dan nog: een telegram, de naam van het schip.... neen! dat alles kon
geen verzinsel zijn.
Maar men wilde meer dan gissing en redeneering--men wilde zekerheid
hebben. Dus, naar de woning van Barbicane; den voorzitter der
onderneming!
Deze had zich over het telegram volstrekt niet uitgelaten. Hij wilde
afwachten. Maar nu was er een oploop onder zijn ramen. Niet waar? Op
hem rustten al de plichten van een hooggeplaatst persoon, en dus ook
die om zich den volke te vertoonen.
Hij vertoonde zich. Een uit de menigte vroeg met ronde woorden:
»Is de zich noemende Michel Ardan op reis naar Amerika, of niet?"
»Mijne heeren," antwoordde Barbicane, »ik weet er niet meer van
dan gij."
»Gij moet het weten," klonk het ongeduldig.
»De tijd zal het leeren," sprak de voorzitter koeltjes.
»De tijd heeft het recht niet om een geheel land in het onzekere te
houden," antwoordde de spreker uit den hoop. »Hebt gij het plan van
het projectiel veranderd naar het telegram?"
»Nog niet, mijne heeren; maar ge hebt gelijk, men moet weten waaraan
zich te houden; de telegraaf, die deze geheele opschudding verwekt
heeft, zal ons wel verder helpen."
»Naar het telegraafkantoor!" riep de menigte.
Barbicane ging derwaarts vooruit en eenige minuten later was een
telegram afgezonden aan den deken der makelaars te Liverpool, met
verzoek om antwoord op deze vragen: »Is er een schip Atlanta? Wanneer
heeft het Europa verlaten? Heeft het een Franschman Michel Ardan
aan boord?"
Twee uren later ontving Barbicane een antwoord, dat niet den minsten
twijfel overliet:
»Stoomschip Atlanta van Liverpool vertrokken 2 October naar
Tampa-Town. Persoon met den naam Michel Ardan aan boord als passagier."
De oogen van den voorzitter schitterden. Men hoorde hem mompelen:
»Toch waar! En over veertien dagen is hij hier. Maar 't is een gek,
een waanzinnige. Ik zal nimmer toestaan...."
En toch schreef hij dienzelfden avond aan het huis Breadwill en
Comp. om met het projectiel alles te staken tot nader order.
Den 20sten October, 's morgens te 9 uur, zag men op de lichttorens
van het Bahama-kanaal een dikken rook aan den horizon. Twee uren
later wisselde een stoomjacht herkenningsteekenen en werd de naam
der Atlanta naar Tampa-Town geseind. Te 4 uur was het stoomschip
voor Espirito-Santo; te 5 liep het langs de reede van Hillisboro met
vollen stoom; te 6 ankerde het voor Tampa-Town. Nauwelijks had het
anker gevat of een sloep lag aan de Atlanta; Barbicane sprong aan
boord en riep overluid: »Michel Ardan!"
»Present!" antwoordde iemand die aan de verschansing stond.
Met gekruiste armen, vragend oog en gesloten mond, keek Barbicane
den passagier aan.
Het was een man van 42 jaar, lang, maar een weinig voorovergebogen,
zooals de kariatiden die balken op het hoofd dragen. Zijn hoofd,
bedekt met zwaar, borstelig haar, teekende vastheid van geest. Zijn
gelaat was breed; onder den haviksneus prijkte een knevel, die wel iets
had van dien eener kat; de mond was fijnbesneden. Voorts teekende zijn
geheele persoonlijkheid kracht en vastheid, »eer gesmeed dan gegoten,"
om een zijner technische uitdrukkingen over te nemen.
Wat Lavater in dat gelaat zou hebben gelezen, moeten wij in het
midden laten. Een gewoon mensch zag Michel Ardan in den eersten opslag
aan voor iemand die durfde, maar ook welwillend was. Wat hem vooral
kenmerkte was iets onrustigs, iets beweeglijks, zoodat hij ook aan
boord van de Atlanta nu hier stond, dan daar zat en nooit op zijn
plaats bleef. In éen woord, Michel Ardan was een dier zonderlingen,
zooals de Schepper ze wel eens uit grilligheid voortbrengt, maar
waarvan hij den gietvorm terstond verbrijzelt.
Inderdaad, de inwendige persoonlijkheid van Michel Ardan leverde
een ruim veld aan den menschenkenner. Die opmerkelijke man had
een voortdurende neiging tot het overdrevene, lang voordat hij,
om taalkundig te spreken, den overtreffende trap had bereikt; ieder
voorwerp teekende zich op het netvlies van zijn oog in bepaalde vormen
af. Vandaar een stapel reusachtige denkbeelden; hij zag alles in het
groot, derhalve de moeilijkheden en de menschen.
Overigens was hij een echte waterrot. Van aanleg een man der kunst,
naar den geest iemand, die het niet met groote woorden afdeed, maar
spijkers met koppen sloeg. In een twistgesprek liet hij zich noch aan
logica, noch aan kunst van sluitredenen gelegen liggen; hij zou die
nooit uitgevonden hebben, en toch was de slag steeds aan hem. Het was
zijn lust, iedereen te overbluffen en met een sabelhouw zijn partij
armen en beenen stuk te slaan.
Tot zijn liefhebberij behoorde ook dat hij zich een »heerlijke
weetniet" noemde, evenals Shakespeare. Voor al wat »wetenschap"
heet koesterde hij diepe verachting; »die lui", zeide hij, »doen
niets dan punten aanteekenen, terwijl wij zitten te spelen." In
't kort, hij was een Zigeuner uit het land van bergen en wonderen;
avontuurlijk, maar geen avonturier; een koorddanser wien de meest
halsbrekende toeren de liefste waren; een Phaëton die de kar der zon
mende, een Icarus met waarlooze vleugels. Met opgeheven hoofd stortte
hij zich in de dolste ondernemigen; hij schroomde niet zijn schepen
achter zich te verbranden, en welke bokkesprongen hij ook maakte,
altijd kwam hij, als de beste kat, op de pooten terecht.
»Onmogelijk," was voor hem een onzinnig woord. Zonder aarzelen zette
hij den kop tegen een muur. »Die waagt wint," was zijn lijfspreuk.
Om geld bekommerde Michel Ardan zich volstrekt niet; op dat punt
was hij een Danaïden-vat. Op belang zag hij nimmer; beschaving was
beneden hem. Hij zou in staat geweest zijn zich zelven voor slaaf te
verkoopen en het geld te besteden tot losprijs van een neger.
In Frankrijk, ja door geheel Europa was Michel Ardan bekend als
de bonte hond. En kon het ook anders, waar hij de honderdtongige
faam zoo in zijn dienst had? Hij leefde immers in een glazen huis
en maakte immers het geheele menschdom tot zijn vertrouwde? Maar
hij bezat ook een rijke verzameling vijanden, en daaronder nog al
eenigen die hij had gewond, geranseld, zonder genade doodgeslagen,
terwijl hij zonder blikken of blozen zich met zijn ellebogen ruim
baan maakte door de menigte.
Toch was hij gansch niet onbemind, en als hij bij een zijner _salti
mortali_ den nek scheen te moeten breken, keek iedereen zijn bewegingen
met angst na. Men wist immers wat waaghals hij was! Als iemand hem
wilde tegenhouden en hem een ongeluk voorspelde, luidde zijn gewoon
antwoord: »men wordt slechts door zijn eigen vlooien"--eigenlijk
noemde hij een ander diertje--»gebeten."
Zulk een man was de passagier op de Atlanta, altijd opgewonden,
altijd opborrelend als het water in een ketel boven 't vuur, altijd in
spanning, niet over 't geen hij in Amerika kwam doen--daar dacht hij
niet eens aan--maar tengevolge van zijn koortsachtig gestel. Indien er
ooit twee menschen van tegenovergestelde natuur bijeen zijn geweest,
dan waren het de Franschman Michel Ardan en de Yankee Barbicane; en
toch kwamen zij daarin overeen, dat beiden ondernemend, volhardend,
stoutmoedig waren, elk op zijne wijs.
De voorzitter van de Gun-club kon zich niet lang verdiepen in het
beschouwen van den man die hem naar den achtergrond kwam schuiven;
want de menigte hief een levendig gejuich aan. Deze kreten van
hoezee! en leve! werden zelfs zoo uitgelaten en de geestdrift uitte
zich zoo op den man af, dat Michel Ardan, na een duizendtal handen te
hebben gedrukt, op 't gevaar af van zijn tien vingers te verspelen,
genoodzaakt was de wijk te nemen naar zijn hut.
Barbicane volgde hem zonder een woord te spreken.
»Gij zijt Barbicane?" vroeg hem Michel Ardan, zoodra zij alleen waren,
en op een toon alsof hij hem twintig jaar gekend had.
»Ja," antwoordde de voorzitter der Gun-club.
»Welnu, goeden dag, Barbicane. Hoe maak je 't? Goed? Zooveel te beter!"
»Gij zijt dus," sprak Barbicane zonder eenige andere inleiding,
»besloten om te gaan?"
»Bepaald."
»Houdt niets u terug?"
»Niets. Hebt gij het projectiel laten maken volgens mijn telegram?"
»Ik wachtte op uw komst. Maar," vroeg Barbicane andermaal, nu met
aandrang, »hebt gij u wel bedacht?"
»Bedacht! Heb ik tijd tot bedenken? Ik vind gelegenheid om een reisje
naar de maan te doen, ik maak daar gebruik van--dat is alles. Ik vind
niet dat daarover zooveel te bedenken valt."
Met verbazing staarde Barbicane den man aan, die over zijn reisplan
zoo losjes sprak als over een watertochtje op de rivier.
»Maar gij zult toch wel een reisplan hebben en middelen ter
uitvoering?"
»Opperbest, mijn waarde Barbicane. Maar mag ik zoo vrij zijn u iets
te doen opmerken. Ik verlang al mijn geschiedenis op een goeden dag
aan heel de wereld te vertellen. Om nu herhalingen te voorkomen,
moest gij intusschen uw vrienden, ook uw medeleden, de geheele stad,
geheel Florida, geheel Amerika als gij wilt, bijeenroepen, en morgen
zal ik bereid zijn mijn middelen te ontvouwen en te antwoorden op
tegenwerpingen, welke ook."
»Wees bedaard, ik zal ze gerust afwachten. Vindt ge dat goed?"
»Mij wel," antwoordde Michel Ardan.
Daarop verliet de voorzitter de hut en deelde aan de volksmenigte
het voorstel van den Franschman mede. Zijn woorden vonden levendige
toejuiching.
Zoo werd ineens alle moeilijkheid afgesneden. Den volgenden dag kon
iedereen op zijn gemak den Europeeschen held beschouwen. Toch wilden
eenigen van de grootste heethoofden de Atlanta niet verlaten: zij
bleven den nacht over aan boord. Maston had zijn haak zoo vast in
den rand van den koekoek geslagen, dat bijna een kaapstander noodig
was om er hem uit te trekken.
»'t Is een held! een held!" schreeuwde hij uit al zijn macht, »en
wij zijn slechts oude wijven bij dien Europeaan!"
Nadat de voorzitter de bezoekers had verzocht zich te verwijderen,
keerde hij naar de hut van den passagier terug en bleef er totdat het
aan boord kwartier voor twaalf had geslagen. Toen scheidden de beide
groote mannen met een handdruk en Barbicane zocht zijn legerstede op.
Zeventiende hoofdstuk.
Een volksvergadering.
Den volgenden morgen verscheen de dagvorstin later dan aan het ongeduld
van het publiek lief was. Men vond haar lui voor een zon die zulk
een feest moest beschijnen. Barbicane, beducht voor vragen die aan
Michel Ardan onaangenaam konden zijn, had het getal toehoorders tot
een klein getal begunstigden willen beperken, b.v. zijn medeleden. Maar
men kon even goed de Niagara afdammen. Hij moest dus dat plan opgeven
en zijn nieuwen vriend aan de openbaarheid prijs geven. De nieuwe zaal
der beurs te Tampa-Town werd, hoe ruim ook, ontoereikend geoordeeld,
want het liet zich aanzien, dat het een ontelbare menigte zijn zou.
Men koos dus een vlakte buiten de stad, alwaar tegen de zon, met
behulp van de schepen in de havens en op de reede, zeilen werden
uitgespannen bij wijze van een reusachtige tent, onder welke 300,000
personen plaats vonden. Een derde deel kon zien en hooren, een derde
weinig zien en niets hooren; een derde zag niets en hoorde niets. En
toch was dit laatste derde niet het achterlijkst in toejuichingen.
Te 2 uur verscheen Michel Ardan, vergezeld van de voornaamste leden
der Gun-club. Hij ging gearmd tusschen Barbicane en Maston. Hij klom op
een verhevenheid, en zoodra de oorverdoovende toejuichingen eenigszins
tot bedaren waren gekomen, wenkte hij met de hand, verzocht stilte
en begon in vloeiend Engelsch aldus:
»Mijne heeren! Hoe warm het ook is, moet ik toch eenige oogenblikken
vragen om u de noodige inlichtingen te geven aangaande de plannen,
die gij wel met uwe aandacht wilt verwaardigen. Ik ben noch geleerde
noch redenaar, en ik zou er ook niet aan gedacht hebben in het
openbaar te spreken, maar mijn vriend Barbicane heeft er mij toe
uitgenoodigd. Luistert dus met uwe 600,000 ooren en verschoont het
gebrekkige mijner voordracht."
Uitbundige toejuichingen!
»Mijne heeren! Ieder mag zijn goed- of afkeuring te kennen geven. Dat
is dus afgesproken."
»Vergeet echter niet, dat gij te doen hebt met een weetniet,
wiens onwetendheid zoo ver gaat, dat hij zelfs onbekend is met
de moeilijkheden. Hij is dus van oordeel, dat het zeer eenvoudig
en gemakkelijk is, plaats te nemen in een projectiel om naar de
maan te reizen. Die reis moet vroeg of laat gedaan worden, en dat
volgens de wet van vooruitgang. De mensch is begonnen op handen en
voeten te loopen, daarna op twee beenen, toen met een kar te rijden,
vervolgens met een koets, daarop met een diligence en eindelijk met
een spoortrein. Welnu, het projectiel is het rijtuig der toekomst,
en om de waarheid te zeggen, de planeten zijn niets dan projectielen,
eenvoudige kogels, geschoten, door de hand des Scheppers. Maar om
weder van ons vervoermiddel te spreken. Sommigen uwer hebben kunnen
gelooven, dat de voorgenomen snelheid overdreven is. Dat is niet zoo:
al de sterren overtreffen het in dit opzicht: de aarde zelve wentelt
zich driemaal sneller om de zon. Ziehier eenige voorbeelden. Ik
zal mij met uw verlof in geographische mijlen uitdrukken, want uw
Amerikaansche maten zijn mij niet zoo bekend, en ik zou niet gaarne
met mijn berekening in de war komen.
»Dat die mijlen tusschen de vijf kwartier en anderhalf uur gaans lang
zijn, weet gij. Nu, van die mijlen legt Mercurius in zijn baan om de
zon ieder uur ruim 24,000 af, dat is zooveel als een voetganger, dag
en nacht onafgebroken doorstappende, in 3 jaren en omtrent 8 maanden
zou afleggen. Dat doet Mercurius in één enkel uur. En is het dan
om er zooveel beweging over te maken, en is het niet blijkbaar, dat
dit alles na eenige jaren door nog grooter snelheden overtroffen zal
worden, waarschijnlijk met behulp van het licht en de electriciteit?"
Niemand sprak het tegen.
»De tijd zal komen," ging de spreker voort, »dat men reizen doet naar
de maan, naar de planeten, naar de sterren, zooals men tegenwoordig van
Liverpool naar New-York reist, gemakkelijk, snel en veilig. De tijd
zal komen, dat de oceaan der ruimte even druk doorreisd wordt als de
oceaan der Aarde, onze planeet. Afstand is slechts een betrekkelijk
woord. Eenmaal wordt de afstand nul."
De vergadering was gunstig ten aanzien van den Franschen held gestemd,
maar deze leer scheen haar wat kras. Dat scheen Michel Ardan te
begrijpen.
»Gij schijnt niet overtuigd. Welnu, laat ons zien. Weet gij hoeveel
tijd een sneltrein noodig zou hebben om de maan te bereiken?"
»Driehonderd dagen, meer niet. Het is een afstand van nog geen
52,000 mijlen, maar wat maakt dat uit? Nog geen tienmaal de tocht om
de aarde, en hoeveel reizigers en zeelieden hebben dien afstand al
niet afgelegd! Bedenkt dus, dat ik slechts 97 uren onderweg ben. Gij
meent misschien, dat de Maan ver van de Aarde is en dat men zich wel
tweemaal mag bedenken eer men de reis waagt? Maar wat zoudt gij dan
wel zeggen van een reis naar Neptunus, die 600 millioen mijlen van de
zon af is? Verbeeldt u een spoorweg van hier naar die planeet, en dat
een plaatskaartje 1 Amerikaansche cent per kilometer kost,--uiterst
goedkoop!--dan zou nog een kapitaaltje van 45,000 millioen dollar
noodig zijn om de reis te betalen."
Deze manier van betoogen viel zeer in den smaak. Dat scheen Michel
Ardan te bemerken; hij werd er te welbespraakter door.
»En wat is nog die afstand naar Neptunus bij dien der vaste
sterren! Wij kunnen dien niet meer bij mijlen uitdrukken, maar
ik zal u iets anders zeggen. Het licht legt in iedere seconde een
afstand van ruim 41,000 mijlen of omtrent 55,000 uren gaans af. Het
licht der zon komt dus in ruim 8 minuten tot ons. Welnu! datzelfde
licht zou, om van ons tot de allernaaste vaste ster, de grootste
in het sterrenbeeld Centaurus te komen, meer dan 3 jaren noodig
hebben, Sirius 14, de Poolster 43 jaren. En deze zijn voor ons de
naaste vaste sterren. Daar zijn er, van welke men met zekerheid
weet, dat zij niet minder dan driehonderdmaal verder kunnen zijn,
misschien duizendmaal. Daar kan men dus eerst van afstanden beginnen
te spreken. Weet gij wat ik denk van de wereld, die begint op de zon
en eindigt op Neptunus? Doodeenvoudig. Het zonnestelsel is een vast
lichaam, een vaste zelfstandigheid, de planeten zijn enkel gescheiden
door ruimtetjes, zooals de stofdeeltjes van het zwaarste metaal,
zilver, ijzer of platina. Daarom heb ik recht te zeggen en herhaal
het met de innigste overtuiging »afstand is een hol woord, afstand
is een onding!"