Eindelijk Engeland. Men wist dat dit land sterk tegen het voorstel

Barbicane gekant was. De Engelschen hebben enkel gevoel voor de

36 millioen inwoners van Groot-Brittannië. Zij gaven te verstaan,

dat de onderneming der Gun-club in strijd was met het beginsel van

non-interventie en schreven nog voor geen dubbeltje in.

Dit vernemende, haalde de Gun-club de schouders op, en nadat

Zuid-Amerika, namelijk Peru, Chili, Brazilië, de la Plata-provinciën

en Columbia hun 300,000 dollar hadden overgemaakt, bleek voorhanden

te zijn:

Uit de Vereenigde Staten 4,000,000 dollar.

Uit verschillende landen 1,446,675 dollar.

---------

Samen 5,446,675 dollar.

Voor de zaak was dit niet zoo overvloedig. Het gieten, het uitboren,

het metselwerk, het vervoer der werklieden, hun onderkomen in een bijna

onbewoond land, het bouwen van ovens en loodsen, het gereedschap der

werkplaatsen, het projectiel, de onvoorziene uitgaven--dat alles zou

bijna de geheele som wegnemen. In den Amerikaanschen oorlog zijn wel

kanonnen van 1000 dollar gebruikt, en waarom zou dat van Barbicane,

dat eenig zou zijn in zijn soort, niet 5000 maal zooveel kunnen kosten?

Den 8sten October, werd een overeenkomst aangegaan met de gieterij

der firma Goldspring, bij New-York, die in den oorlog aan Parrott

zijn beste kanonnen geleverd had.

Deze firma zou, gelijk tusschen de contracteerende partijen werd

overeengekomen, het voor het gieten van de Columbiad benoodigde

materiëel naar Tampa-Town in Zuid-Florida vervoeren.

De onderneming moest uiterlijk den 15den October des volgenden jaars

voltooid zijn en het kanon in goeden staat opgeleverd, op verbeurte

van 100 dollar daags tot op het oogenblik dat de maan zich andermaal

in denzelfden stand zou bevinden, dat is 18 jaren en 11 dagen later.

Het in dienst nemen van de werklieden, hun loon en de noodige onkosten

kwam voor rekening der firma Goldspring.

Deze overeenkomst werd in dubbel opgemaakt en onder goedkeuring van

het daarin vervatte geteekend, ter eene zijde door I. Barbicane,

als voorzitter der Gun-club, en J. Murchison als directeur der firma

Goldspring, ter andere zijde.

ELFDE HOOFDSTUK.

HET TERREIN.

Zoodra zich over het uitgestrekte grondgebied der Vereenigde Staten

de mare verspreid had, dat Florida de hoogbegunstigde plek was, waar

het monsterkanon zou gegoten worden, toog iedereen aan het bestudeeren

der aardrijkskunde van dat schiereiland. Bartram's _Travel in Florida,

Natural history of East and West Florida_ van Roman, _Territory of

Florida_ van William en andere werken over Florida werden als vet

verkocht; de eene nieuwe druk moest na de andere het licht zien.

Barbicane had meer te doen dan lezen: hij wilde het terrein zelf

opnemen en de plaats aanwijzen, waar de Columbiad zou gegoten

worden. Hij bezorgde zijn zaken, stelde een behoorlijke geldsom

in handen van de sterrenwacht te Cambridge ten einde daarvoor

een telescoop te laten maken, en ging met het huis Breadwill en

Comp. te Albany een overeenkomst aan om het projectiel van aluminium

te vervaardigen. Vervolgens ging hij op reis, vergezeld door den

secretaris Maston, majoor Elphiston en den directeur der firma

Goldspring.

Zij kwamen gelukkig te New-Orleans, scheepten zich in aan boord van het

stoomschip Tampico en landden twee dagen later, den 22sten October,

te 7 uur des avonds, te Tampa-Town, dat, zooals iedere schooljongen,

iedere knappe schooljongen namelijk, weet, in het noordwestelijk

gedeelte van het schiereiland ligt en door de golf van Mexico

bespoeld wordt.

De inwoners dier stad, de verdiensten van den voorzitter der

Gun-club waardeerende, hadden hem een luisterrijke ontvangst bereid;

maar Barbicane onttrok zich aan alle eerbewijzen en liet door zijn

secretaris onmiddellijk alles in orde brengen tot een uitstapje naar

het uitgekozen terrein.

Ik mag den lezer niet ophouden met een aardrijkskundige beschrijving

van Florida; 't is alleen noodig te zeggen, dat dit terrein een

allergunstigsten indruk op den voorzitter der Gun-club maakte uit

hoofde van de glooiing des bodems.

Hij deed Maston opmerken, dat een eerste vereischte was, een hoogen

grond te hebben tot het gieten van de Columbiad.

»Misschien om dichter bij de maan te zijn?" vroeg de secretaris

der club.

»Waarachtig niet!" antwoordde Barbicane. »Wat maakt een voet of

wat? Neen! maar in een hooge streek zal het werk beter vlotten. Wij

zullen geen last hebben van water, en dat is geen kleinigheid als

men een gat van 900 voet diepte te graven heeft."

»Beter is het zeker," meende de ingenieur Murchison, »maar wij hebben

werktuigen genoeg om het water weg te werken."

»Toch moeten wij een honderd voet of wat boven den waterspiegel der

zee zijn; in allen gevalle zou ik gaarne de eerste spade in den grond

steken," sprak Barbicane.

»En ik de laatste," riep Maston levendig uit.

»Het zal best gaan," merkte de ingenieur aan; »de firma Goldspring

zal u geen boete voor overtijd werken behoeven te betalen."

»'t Zou anders een aardig sommetje zijn, 100 dollar daags over 18

jaar en 11 dagen. Weet ge wel hoeveel?"

»Neen," zeide de ingenieur droogjes, »en 't is mij ook glad

onverschillig."

Het was een prachtige natuur, vruchtbaar bovenmate, maar Barbicane

zag daar alleen dit van, dat die vruchtbaarheid hem zoo bijzonder

niet aanstond, want deze was hem een kenteeken van vochtigen grond,

en hij zocht allereerst naar droog terrein.

»Hier moeten wij zijn!" riep hij opeens uit.

Waar waren zij?

Dat vroeg de voorzitter ook, en wel aan een man van het sterke geleide

dat zij--dit moet nog worden verhaald--veiligheidshalve te Tampa-Town

hadden aangenomen, een vijftigtal ruiters, met karabijnen op zijde

en revolvers in de holsters. Men kon wilden aantreffen!

»Het heet daar Stone's-Hill," onderrichtte de ruiter.

Barbicane steeg af. Zonder een woord te spreken, nam hij zijn

instrumenten en begon ze te stellen.

Juist op dat oogenblik ging de zon door het zuiden--het was

middag. Barbicane schoot de zon, bekeek zijn barometer en maakte in

zijn zakboekje met potlood een kleine berekening.

»Dit punt ligt," zeide hij, »900 meter boven de zee, op 27°7'

Noorderbreedte en 5°7' Westerlengte. Naar mij toeschijnt is het

wegens droogte en hardheid van den grond volkomen geschikt voor onze

zaak. Hier zullen wij dus onze magazijnen, onze werkplaatsen, onze

ovens, de hutten onzer werklieden opslaan, en hier"--bij deze woorden

stampte hij met den voet op den top van den heuvel, die Stone's-Hill

heet--»hier zal ons projectiel het luchtruim invliegen."

Dienzelfden avond keerden zij naar Tampa-Town terug. De ingenieur

Murchison reisde met de Tampico naar New-Orleans terug. Hij moest

een geheel leger werklieden aanwerven en het grootste gedeelte van

het materiëel aanvoeren. De leden der Gun-club bleven te Tampa-Town,

teneinde de voorbereidende werkzaamheden aan te vangen met behulp

van volk uit den omtrek.

TWAALFDE HOOFDSTUK.

BEGIN VAN HET WERK.

Weldra was een groote menigte werklieden, als het ware een

landverhuizing, ter plaatse van hunne bestemming. In allerijl was een

spoorweg van Tampa-Town naar Stone's-Hill aangelegd--dat is in Amerika

een kleinigheid--en reeds den 1sten November kon Barbicane, de ziel

der geheele onderneming, Tampa-Town verlaten met een onoverzienbare

bende. Even snel verrees op het terrein eene stad van als uit den grond

verrezen hutten, waar een levendigheid, eene bedrijvigheid heerschte,

alsof men zich in een der groote Amerikaansche steden bevond.

Op den 4den November vereenigde Barbicane de opzieners en hoofden om

zich en opende de eigenlijke werkzaamheden met de volgende toespraak:

»Gij kent allen, mijne vrienden, de reden, voor welke ik u in

dit woeste gedeelte van Florida heb doen komen. Het geldt hier de

vervaardiging van een kanon, metende 9 voet inwendige doorsnede, met

wanden van 6 voet dikte en een steenen bemanteling van 9 1/2 voet. De

kuil moet derhalve 60 voet wijd en 900 voet diep zijn. Dit groote werk

moet in acht maanden voltooid wezen; gij hebt dus 2.543.400 kubiek

voet grond uit te graven in 250 dagen; dat maakt in ronde cijfers

10.000 kubiek voet daags. Dat zou niets zijn voor 1000 werklieden,

als men de armen vrij had, maar in een zeer nauwe ruimte zal het

lastiger zijn. Toch moet het gebeuren; het zal ook gebeuren, en ik

reken evenzeer op uwen moed als op uwe handigheid."

Des morgens te 8 uur werd de eerste spade gestoken, en van dat

oogenblik af waren houweel en schop geen oogenblik uit de handen der

gravers. De werklieden wisselden elkaar viermaal daags af.

Hoe reusachtig overigens het werk was, toch overschreed het de kracht

der handen niet. Verre vandaar. Hoevele werken zijn niet voltooid,

die grooter moeielijkheden opleverden en waarbij de natuur-zelve zich

verzette! En, om niet te spreken van dergelijke ondernemingen, zal

het genoeg zijn de Jozefs-putten te noemen die bij Kaïro door sultan

Saladin zijn gegraven, en dat in een tijd, toen de werktuigkunde

nog niet in staat was den menschelijken arbeid honderdvoudig te

versterken--een werk, dat zelfs afdaalde tot den waterspiegel van den

Nijl, op een diepte van 300 voet! En dan die andere put, te Coblentz

gegraven door markgraaf Johan van Baden, 600 voet diep! Wat was hier te

doen! Eenvoudig deze diepte te verdriedubbelen, maar op tienmaal meer

wijdte, waardoor het uitgraven veel gemakkelijker werd. Er was dan ook

geen opziener en geen werkman, die aan den goeden uitslag twijfelde.

Een belangrijk besluit door den ingenieur Murchison in overleg met

den voorzitter Barbicane genomen, leidde nog tot bespoediging van het

werk. Een der artikelen van de overeenkomst hield in, dat de Columbiad

zou omzet worden met banden van smeedijzer. Men achtte dit gansch

onnoodig, daar het stuk sterk genoeg zou zijn zonder deze sluitringen,

zoodat deze bepaling werd weggenomen. Dit bespaarde veel tijd;

want men kon nu gebruik maken van een nieuw stelsel van uitgraving,

daarin bestaande, dat het metselwerk van den kuil onmiddellijk met

het graven voortgaat. Dientengevolge behoefde men de aarde niet

meer van stutten te voorzien; het muurwerk strekte tot een stevigen

dam en zakte door zijn eigen zwaarte naar gelang van het uitgraven

dieper. Doch deze wijze van arbeiden kon eerst dan gevolgd worden,

wanneer het houweel den vasten grond zou bereikt hebben.

Den 4den November groeven 50 werklieden in het midden der vooraf

afgepaalde ruimte, op het hoogste gedeelte van Stone's-Hill, een rond

gat van 60 voet wijdte.

Men vond eerst een laag zwarte teelaarde, 9 duim dik, die

zeer gemakkelijk door te steken was; daarna 2 voet fijn zand,

dat zorgvuldig bewaard werd, als bruikbaar bij het maken van den

binnenvorm. Vervolgens witachtig leem, veel gelijkende naar het mergel

in Engeland, 4 voet dik.

Na deze aardlagen stootte het houweel op een harde rotslaag, bestaande

uit versteende schulpen, zeer droog, zeer vast. Zoover 6 1/2 voet,

gekomen, begon men met het metselwerk.

Op den bodem van den gegraven kuil vervaardigde men een soort van

schijf van eikenhout, stevig met ijzeren bouten bevestigd; deze

schijf had in haar midden eene opening, even groot van doorsnede als

de doorsnede van den buitenwand der Columbiad. Op deze schijf rustten

de benedenste lagen van het metselwerk, waarbij men door best tras de

steenen ijzervast aaneenverbond. Toen de werklieden van den omtrek naar

binnen hadden gemetseld, stonden zij in een put van 21 v. doorsnede.

Na dezen arbeid togen de gravers opnieuw aan het werk, om de rots onder

de schijf weg te hakken, de schijf zelve onderschragende. Zoodra zij 2

voet gevorderd waren, werden de stutten achtereenvolgens weggenomen;

de schijf zakte van lieverlede en tegelijk het metselwerk, op welks

bovenste laag onmiddellijk weder werd voortgewerkt, zorg dragende

om luchtgaten open te laten, ten einde bij het gieten de gassen te

laten ontsnappen.

Deze arbeid eischte bij de werklieden een zeer groote handigheid en

onafgebroken oplettendheid; meer dan een werd bij het arbeiden onder

de schijf gevaarlijk, enkelen zelfs doodelijk, gewond door vallende

rotsblokken; maar de ijver verflauwde geen oogenblik en de arbeid

ging dag en nacht door; daags onder een hitte, eenige maanden later

van 40° C, in die kale vlakte; bij nacht bij electriek licht, onder

het getik der houweelen op den rotsgrond, het donderend geraas der

vallende stukken, het gonzen der machines, terwijl onophoudelijke rook-

en dampwolken mensch en dier in den geheelen omtrek schrik aanjoegen.

Onder dat alles ging de arbeid geregeld voort; de stoomkranen haalden

onophoudelijk het uitgegravene weg; onvoorziene hindernissen kwamen

weinig voor, wel moeilijkheden, maar die men had voorzien, en men

was er tegen gewapend.

Na een maand was de kuil zoo diep geworden als voor dien tijd berekend

was: 120 voet. In December het dubbele, in Januari het driedubbele. In

Februari hadden de werklieden het te kwaad met een waterader, die dwars

uit den grond sprong. Men moest sterke pompen en andere werktuigen

bezigen, ten einde de bron te stoppen, gelijk men een lek aan boord

van een vaartuig stopt. Eindelijk was men die lastige besproeiing

meester. Doch nu zakte, tengevolge der losheid van den bodem, de

schijf ongelijk en week uit, zoodat het muurwerk van 75 voet hoogte

neerzakte, hetgeen aan onderscheiden werklieden het leven kostte en 3

weken arbeid eischte eer het ongeval hersteld was. Maar dank zij der

bekwaamheid van den ingenieur en der kracht der machines--alles kwam

weder in orde en het werk ging ongehinderd voort, zoodat den 10den

Juni, 20 dagen vóór het door Barbicane berekende tijdstip, de kuil de

diepte van 900 voet bereikt had en van een stevigen muurwand voorzien

was. Op den bodem rustte het metselwerk op een massieven teerling van

30 voet dikte terwijl het boveneinde met den beganen grond gelijk kwam.

De voorzitter Barbicane en de leden der Gun-club wenschten den

ingenieur Murchison geluk met de voltooiing van dezen voorbereidenden

arbeid, die, ja, aan eenige onvoorzichtigen en ongelukkigen het

leven had gekost; maar dit is met elke groote onderneming van dien

aard allicht het geval, en den voorzitter Barbicane komt de lof toe,

tijdens acht maanden lang ongemoeid in het touw geweest te zijn en

zoo voor het voortgaan van het werk als voor de gezondheid en het

welzijn der werklieden uitstekende zorg te hebben gedragen.

DERTIENDE HOOFDSTUK.

HET GIETEN.

Acht maanden waren verloopen nadat de eerste spade op Stone's-Hill

in den grond gestoken was. Er was veel in dien tijd gedaan.

Op 600 yard afstand van den kuil verhieven zich in het rond 1200

smeltovens, ieder 6 voet breed, op een onderlingen afstand van een

voet of drie. De kring, door deze ovens gevormd, was omtrent 3600

meter lang. Al die ovens waren naar hetzelfde model gebouwd en hadden

een hoogen vierkanten schoorsteen. Maston had er verbazend veel schik

in; het herinnerde hem de monumenten te Washington; naar zijn oordeel

was er nooit, zelfs niet in Griekenland, iets zoo schoons geweest.

De lezer herinnert zich zeker, dat de commissie in haar derde zitting

besloten had, de Columbiad van ijzer te gieten, als zijnde daartoe

het allergeschiktste metaal.

Maar indien het ijzer slechts éenmaal tot een massa gesmolten is, komen

de allicht verschillende ijzersoorten niet volkomen goed dooreen en

wordt het geen zuivere specie; daarom bewerkstelligt men bij voorkeur

een tweede gieting, opdat de ijzermassa goed doorgemengd zij en alle

vreemde bestanddeelen verwijderd worden.

Daarom was ook het voor de Columbiad bestemde ijzer, eer het naar

Tampa-Town werd afgezonden, in de hoogovens der firma Goldspring

naar eisch in puddelovens met kool en cilicium onder sterke hitte

behandeld; eerst daarna werd het naar Stone's Hill vervoerd. Maar

het gold hier bij de 70 millioen kilo, en het zou te duur uitkomen

die met den spoortrein te verzenden; het ijzer zou daardoor tot den

dubbelen prijs gestegen zijn. Het scheen dus verkieslijker, het in

gegoten baren ijzer te New-York in schepen te laden. Daartoe had men

niet minder noodig dan 68 bodems van 1000 ton--een vloot, die den

3den Mei de reede van New-York verliet en den 10den voor Tampa-Town

ankerde. Vandaar werd het ijzer over den Stone's Hill-spoorweg vervoerd

en was omstreeks half Mei ter plaatse zijner bestemming.

Men begrijpt lichtelijk, dat het van 1200 ovens niet te veel gevergd

was op denzelfden tijd deze 60.000 ton ijzer te smelten. Elke

oven kon zeer ruim 50.000 kilo metaal bevatten, men had ze gebouwd

naar het model van die, welke voor het gieten van het kanon Rodman

dienden. Zij waren in allen deele geschikt voor het doel en leverden

de beste waarborgen voor het goed gelukken der gieting.

Daags nadat het metsel- en het graafwerk voltooid waren, liet

Barbicane aan den binnenvorm beginnen. In het midden van den kuil

moest een cylinder komen van 900 voet hoogte en 9 voet dikte, juist

de grootte van de ziel der Columbiad. Deze cylinder was vervaardigd

uit een mengsel van leemaarde en zand, onder bijvoeging van hooi en

stroo. De ruimte tusschen dezen vorm en het metselwerk moest worden

gevuld door het gesmolten ijzer, ter dikte alzoo van 6 voet.

Om dezen cylinder in evenwicht te houden, moest hij vastgezet

worden met ijzeren ankers, van afstand tot afstand naar het muurwerk

schietende; deze ankers zouden bij het gieten tusschen de gesmolten

gietmassa geraken; maar dat hinderde niets.

»Dat gietfeest zal een schoone plechtigheid zijn," sprak Maston tot

zijn vriend Barbicane.

»Voorzeker," antwoordde deze, »maar geen publiek feest."

»Hoe?" vroeg Maston, »zult gij de hekken in de afpaling niet voor

iedereen openzetten?"

»Ik zal er wel op passen, Maston; het gieten van de Columbiad is een

moeilijk, om niet te zeggen gevaarlijk werk; ik wil het liever met de

deuren dicht doen. Als het projectiel wegvliegt, mag men feestvieren

zooveel men wil, maar nu niet."

De voorzitter had gelijk; het werk kon onvoorziene gevaren opleveren,

het verhelpen waarvan een groote toevloed aanschouwers licht hinderen

zou. Men moest vrij blijven in alle bewegingen. Niemand werd dus binnen

de omheining toegelaten, met uitzondering van een commissie uit de

leden der Gun-club, daartoe overgekomen. Zij bestond uit den vroolijken

Bilsby, Tom Hunter, kolonel Blomsberry, majoor Elphiston, generaal

Morgan en nog eenige anderen. Maston had zich belast met de taak om

hen te geleiden en alles te laten zien: magazijnen, werkplaatsen,

machines, ja al de 1200 ovens, den eenen na den anderen. Juist op

den middag moest het gieten aanvangen; den vorigen dag was elke oven

gevuld met 50.000 kilo ijzer aan baren; de noodige zorg voor den

vrijen luchtstroom was gedragen. Sedert den morgen braakten de 1200

schoorsteenen hun vlam en rook; de grond trilde van doffe schuddingen.

De hitte werd weldra ondraaglijk binnen den kring der ovens, waarvan

het trekken een gerommel als van den donder deed hooren, dat gevoegd

bij het fluiten van vele luchtkokers, die zuurstof naar de geweldige

vuren joegen, een helsche harmonie vormde.

Zou het gieten hoop op goeden uitslag geven, dan moest het met snelheid

geschieden. Op het teeken van een kanonschot moest iedere oven zich

openen en het vloeibaar metaal volkomen in den kuil uitstorten.

Toen alle beschikkingen genomen waren, verbeidden hoofden en werklieden

het beslissend oogenblik met ongeduld, tevens niet zonder een zekere

mate van ontroering. Er was niemand meer binnen de omheining en iedere

onderbaas-gieter was op zijn post bij de gietgaten.

Barbicane en zijn ambtgenooten stonden op een nabij geplaatste

tribune. Vóór hen stond een geladen kanon, gereed om los te branden

op een teeken van den ingenieur.

Eenige minuten voor het middaguur begonnen de eerste droppeltjes metaal

uit te sijpelen; de ontvangbakken raakten langzamerhand gevuld, en toen

het ijzer volkomen vloeibaar was, hield men het eenige oogenblikken in

rust, teneinde het verwijderen van vreemde omstandigheden gemakkelijker

te maken.

Het sloeg twaalf uur. Een kanonschot liet zich hooren, en 1200

gietmonden gingen tegelijk open, en 1200 slangen van vuur kronkelden

in gloeiende bochten naar den kuil. Aan den rand gekomen, stortten

zij zich met een vreeselijk geraas 900 voet in de diepte. Het was

een ontzettend, maar prachtig schouwspel. De grond beefde, terwijl

de gloeiende vuurstroomen, onder het hemelwaarts krullen van dikke

rookwolken, zich in den afgrond stortten met donderend geraas en

de vochtdeelen uit den kuil in gloeiende dampen zich verhieven. Zij

rolden en krulden en stegen tot 500 voet hoogte. Men zou uit de verte

het trotsche schouwspel aanstarende, hebben gemeend, dat plotseling

een vulkaan uit het midden van Florida was opgerezen; en toch was het

daar noch vulkaan-uitbarsting, noch hoos, noch onweder, noch strijd der

elementen, noch een der vreeslijke verschijnselen, zooals de natuur

kan teweegbrengen. Neen! de mensch alleen heeft ze doen ontstaan,

die roodachtige dampen, die reusachtige vlammen als van een vulkaan,

die trillingen van den grond, welke aan een aardbeving deden denken,

dat ontzettende gedruisch van orkanen en onweders; het was de hand

des menschen, die een Niagara van gloeiend ijzer deed stroomen in

een kuil, door dezelfde hand gegraven.

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

DE COLUMBIAD.

Of de gieting gelukt was? Men kon het slechts gissen. Doch alles

deed het beste denken, daar de vorm al het gesmolten metaal had

opgenomen. Hoe het zij, het zou nog lang onmogelijk blijven er iets

zekers van te zeggen.

En inderdaad, majoor Rodman moest wel twee weken wachten alvorens zijn

kanon van 80,000 kilo bekoeld was. En hoe lang zou het dan wel duren

eer men de Columbiad kon ontblooten? 't Was moeilijk te berekenen.

Het bestuur der Gun-club werd gedurende dien tijd op een harde proef

gesteld. Maar men kon er niets aan doen. Twee weken na het gieten

steeg nog een dikke rook opwaarts en de grond brandde onder de voeten,

tot wel 200 passen van Stone's Hill.

De dagen verliepen tot weken, maar er was geen middel om den geweldigen

cylinder te bekoelen. Men kon er zelfs onmogelijk bij komen. Wachten

was al wat er op zat.

»Daar hebben we nu den 10den Augustus," zei Maston op zekeren

morgen. »Nog een kleine vier maanden, en het is December. De

binnenvorm moet nog worden weggenomen, de ziel klaar gemaakt, het stuk

geladen.... Wij komen niet klaar! Men kan er nog niet eens bij! Zal

dat ding dan nimmer bekoelen? Dat zou toch wat te zeggen zijn."

't Gelukte niet den ongeduldigen secretaris tot bedaren

te krijgen. Barbicane zei niets, maar dit zwijgen toonde, dat hij

inwendig het land had. Hij was in de macht van iemand tegen wien hij

niets vermocht--den tijd; het valt hard zich machteloos te voelen.

Toch duidde de dagelijksche waarneming een zekere verandering in den

aard van den grond aan. Omstreeks half Augustus begonnen de dampen

aanmerkelijk te verminderen. Eenige dagen later was het slechts de

onbeduidende adem van het monster in zijn steenen kist. Langzamerhand

bedaarden de aardschuddingen; de hitte werd minder; de stoutmoedigsten

durfden naderbij komen....

»Eindelijk!" kon de voorzitter uitroepen.

Denzelfden dag werd het werk hervat. Men ging onmiddellijk over tot

het uitnemen van den binnenvorm, teneinde de ziel van het stuk te

ledigen; allerlei werktuigen werden ter hand genomen om het kanon uit

te boren. Gemakkelijk ging dat niet, want leem en zand waren door de

hitte zeer hard geworden, maar de machines deden haar plicht en de

heete massa werd met zooveel zorg weggebracht, dat den 3den September

van den geheelen vorm niets meer te zien of te vinden was.

Daarop begon dadelijk het afdraaien en eenige weken later was de

binnenwand der reusachtige buis volmaakt rond, terwijl de ziel van

het stuk zoo glad was als een spiegel.

Den 22sten September, nog geen jaar na het voorstel van Barbicane,

stond het kanon tot laden gereed. Men behoefde naar niets meer te

wachten dan naar de maan, maar men wist dat deze er wel op haar tijd

zou zijn.

Den 6den October schreef diensvolgens Barbicane in zijn boeken 2000

dollar ten laste van kapitein Nicholl, die er--zoo meent men--een

ziekte van haalde. Doch hem restten nog drie weddenschappen, van 3,

4, en 5000 dollar, en hoewel hij de eerste twee, samen ten bedrage

van 3000 dollar kwijt was, stond zijn kans nog niet zoo kwaad. Toch

werd hij wel wat bang.

De Reis naar de Maan in 28 dagen en 12 uren · 第 3 / 17 段