a. Jaromir roept St. Michiel aan als hij de klokken vervloekt.
b. Daarom beschermt de Heilige hem.
c. Uit erkentelijkheid belooft Jaromir te zullen vasten.
d. De duivel verleidt hem zijn gelofte te verbreken.
e. Jaromir doet boete en smeekt St. Michiel om vergiffenis.
f. De vergiffenis wordt verleend, nadat de zondaar werkelijk getoond
heeft zijn leven te willen beteren.
g. St. Michiel staat Jaromir nogmaals bij in zijn strijd tegen
den Booze.
[Karakter van Jaromir.] Uit het eerste gedeelte, Jaromir te Praag,
blijkt niet veel omtrent het karakter van den student, we kunnen
alleen zeggen, dat hij een vroolijk leventje leidde, schulden had,
vooral tengevolge van zijn trek naar lekker eten en bovendien blijkt
uit het geheel, dat hij een vindingrijk, slim persoon is.
Voor deze karaktertrekken zijn de eerste van 't meeste belang voor
ons verder onderzoek: uit den levenslustigen student groeit later
een welgedane priester, die niet in eens in een strenggeloovig man
is veranderd, en vooral "zijn gezonde maag" behoudt hij: die wordt
juist de oorzaak van zijn val in Jaromir te Zutfen.
Duidelijker komt zijn karakter aan 't licht in Jaromir te Lochem
en we moeten het wel bekennen: veel goeds kan van onzen held niet
gezegd worden.
1. Hij is hoogmoedig. Dit blijkt vooreerst uit het feit, dat hij
't luiden der klokken verklaart als gebeurende ter eere van hem,
maar ook kunnen we het opmaken uit verschillende kleine trekjes door
Staring hier aangebracht. Jaromir zit parmantig op een ros; hij plooit
zijn mond in 't deftige; de uitval tegen den onschuldigen jongen;
de komische overdrijving der zonde en dan bovenal uit hetgeen in de
volgende regels gezegd wordt:
"-- -- -- -- -- 's Mans hevig blaken is
Min ijvergloed, meer ergernis,
Om d'al te slinkschen trek, dien hem de hoogmoed speelde."