DE JAROMIR-CYCLUS.

De bedoeling van 't onderstaande is duidelijk het verband in 't

licht te stellen tusschen de vier onderdeden van 't werk en tevens

om aan de hand er van na te gaan, welke de verdiensten van Staring

als dichter zijn.

[Ontstaan en compositie.] Staring had slechts drie gegevens:

a. twee plassen bij Lochem, de zoogenaamde duivelskolken.

b. de zoogenaamde hondentree in de kerk te Zutphen.

c. een weiland te Lochem, de duivelsaars.

Zijn groote verdienste is dat hij uit deze weinige gegevens een

verhaal heeft opgebouwd, waarin al deze deelen met elkaar in logisch

verband gebracht worden. De draad die dit alles zou vereenigen, werd

de strijd tusschen een zekeren pater Jaromir en den duivel. Hoe het

in bizonderheden uitgewerkt is, zullen we straks nader zien.

[Jaromir te Praag is de inleiding.] Maar de dichter had nog een

inleiding noodig, waardoor de wrok van den duivel tegen Jaromir

verklaard kon worden en deze vond hij in een verhaal, voorkomende

in een Engelsch tijdschrift, welk verhaal hij omwerkte tot zijn:

Jaromir te Praag. Dit gedeelte is dus geen eigen vinding, maar het

verdienstelijke van Staring is hier, dat hij een vreemd verhaal

zoo handig wist te gebruiken als inleiding voor zijn eigen werk,

dat het vreemde gedeelte één met zijn eigen werk is geworden. Dat

Staring Jaromir te Praag bedoelt als inleiding tot het volgende,

blijkt uit de vier eerste regels van Jaromir te Zutphen:

"De kennis werd gemaakt; Gij kondt een beetre maken

Dan met Vriend Jaromir, maar, Lezer, 't was voor mij

De beste: ik kom daardoor van een Prefatie vrij,

En heb een naam, waaraan 't geen volgt is vast te haken."

Juist deze laatste zin bewijst het gegronde van onze bewering.

Jaromir te Praag kon dienen ter inleiding, omdat daardoor de wrok van

den duivel tegen Jaromir wordt verklaard. Dit zien we uit Jaromir te

Zutphen, vers 23-32: de priester dacht niet meer aan de klucht die

hij in zijn studententijd uitgehaald had, maar de duivel wèl. Hij

is boos, omdat Jaromir vroeger zijn rol gespeeld had (vgl. "Dat ligt

deze aperij den zwarten had verdroten").

De wrok van den duivel vermeerderde steeds omdat Jaromir, nadat hij

Franciscaner monnik was geworden, telkens met succes tegen satan

optrad en hem overal tegenwerkte. De oud-student werd later een

beroemd duivelbanner.

[Verdere uitwerking.] Staring heeft zijn gegevens op de volgende

wijze gebruikt:

1o. Jaromir te Praag werd de inleiding.

2o. In Jaromir te Lochem wordt verteld hoe de duivel wraak neemt

door de klepels der klokken op 't hoofd van zijn tegenstander neer te

smakken. De klokken werpt hij in twee poelen bij Lochem, die voortaan

de duivelskolken heeten.

3o. Jaromir te Zutphen verhaalt ons, hoe Belzebub den monnik verleidt

en hem de gelofte aan St. Michiel doet schenden. De hondentree in de

vloersteenen herinnert er aan, dat de duivel Jaromir in de gedaante

van een hond was verschenen.

4o. Jaromir Gewroken eindelijk brengt ons de boete en de overwinning

van den zwaarbeproefde, en het weiland bij Lochem, de duivelsaars.

".... heet, van dien dag af tot dezen,

Naar dat gestaarte deel, waarop het gordeltouw

De wraak van Jaromir in striemen gaf te lezen."

[Eenheid van 't geheel.] We zullen zien, dat Staring de eenheid van

zijn dichtwerk door andere middelen nog meer versterkt heeft.

1. Door in Jaromir Gewroken zijn held als overwinnaar van den booze

te laten optreden; nu kreeg 't geheel een bevredigend slot, zooals

Staring zelf ook schertsend opmerkt in den aanhef van het laatste deel.

2. Door Jaromir niet alleen voor te stellen als overwinnaar, maar

vooral als iemand, die zijn leven gebeterd heeft: juist door zijn

beproevingen is hij een beter mensch geworden en daarom zegeviert

hij ten slotte over den boozen vijand.

Gids bij de studie der Nederlandsche letterkunde Voor leerlingen der gymnasia, H. B. scholen en studeerenden voor de hoofdacte · 第 39 / 83 题