2. Toch worden de engelen dienstbaar gemaakt ten behoeve van den
mensch:
401. "Wy zyn ter dienstbaerheit, de menschen tot regeeren
Geboren."
3. De laatste troef: Zelfs Lucifer, die vroeger heerscher was, moet
"het Menschdom met neêrgeslagene oogen aanbidden;" hij moet zijn
morgenstralen afleggen en het nieuwe licht met eerbied groeten.
Hoe goed kende Belzebub zijn meester Lucifer! Nijd en hoogmoed waren
de meest kenmerkende eigenschappen van den aartsengel: zijn nijd
(afgunst) is ons reeds gebleken uit zijn alleenspraak in 't begin van
't tweede bedrijf, zijn hoogmoed komt thans aan den dag. Lang heeft
hij zich ingehouden, met verbeten woede heeft hij de woorden van
Belzebub aangehoord, maar als deze gewaagt van het feit, dat Lucifer
zijn plaats moet afstaan aan een ander, dan kan de aartsengel zich
niet langer inhouden en barst hij los: