--Moeder,... zeg, moeder, zie eens hier...
Fietje, eensklaps kersrood geworden, stak, met iets als een zweem
van toorn en afkeer op 't gelaat, de portefeuille met de zonderlinge
voorwerpen naar haar moeder uit. De oude vrouw, met haar door tranen
verduisterde ogen, kon eerst niets onderscheiden, begreep niet wat
het zijn mocht. Doch plotseling was het of haar betraande aangezicht
versteende in een uitdrukking van schrik: zij slaakte een schorre
zucht, gaf Fietje, met een trillend:--in 't vuur! in 't vuur! die
lelijke dingen! de portefeuille terug, en zakte als vernield op een
stoel, het snikkend hoofd onder haar beide handen verborgen.
Blink had dus niet gelasterd!... Fortuné had zich op zijn beurt
slecht gedragen in het vreemde land, en als slachter van zijn
losbandigheid was hij er gestorven! O! wie zou dat toch ooit van
hem hebben gedacht!