gelaat trok en dat zijne stem eenigszins haperde. Het was alsof hijzelf
niet gerust was over zijne toekomst. Beiden zwegen een oogenblik;
toen hervatte Jan het gesprek.
--Nu wij toch samen den tocht naar Port-Clarence doen, mijnheer
Sergius, begrijp ik niet waarom gij niet verder met ons medegaat? Gij
hebt ons immers gezegd dat gij voornemens zijt naar Rusland en naar
uwen vader terugtekeeren?
--Dat kan niet Jan, antwoordde Sergius. De onderzoekingen die ik
in het verre Westen van Amerika heb aangevangen, zijn nog niet ten
einde gebracht.
--En blijft Kayette dan bij u? vroeg de ander.
Dit zeide hij op zulk een treurigen toon dat Sergius er onwillekeurig
door getroffen werd.
--Nu ik eenmaal de zorg voor hare toekomst op mij genomen heb, zeide
hij, dient zij ook in mijne nabijheid te blijven.
--Als gij met ons medegingt, behoefde zij u niet te verlaten en
eenmaal in uw vaderland......
--Mijne plannen zijn nog niet voorgoed vastgesteld. Meer kan ik u
er op het oogenblik niet van zeggen. Te Port-Clarence zullen wij
nader overleggen. Het is niet onmogelijk dat ik dan uw vader iets
anders zal voorstellen en van zijn antwoord zal het afhangen wat er
verder gebeurt.
Opnieuw bespeurde Jan dezelfde aarzeling in de woorden van den
Rus. Hij wilde niet verder aandringen dewijl hij begreep dat hij dan
onbescheiden zou worden, maar na dit gesprek ontstond er tusschen
hen beiden eene nog vriendschappelijker verhouding. Sergius had het
oprechte, degelijke en in alle opzichten voortreffelijke karakter van
den flinken jongen op prijs leeren stellen. Hij spaarde dus geen moeite
om hem te helpen in zijne studiën en hem den weg te wijzen dien de
jonge man zoo gaarne op wilde. Wat vader en moeder Cascabel betreft,
zij zagen met groote voldoening dat een man als Sergius hunnen zoon
zooveel belangstelling waardig keurde.
Te midden van dit alles liet Jan het jagersbedrijf echter niet
rusten. Sergius was een hartstochtelijk liefhebber en vergezelde
hem gewoonlijk op zijne tochten. Dit gaf hun gelegenheid tot menig
ernstig en leerzaam gesprek. Aan wild was in deze streek geen gebrek
en er liepen hazen genoeg rond om tien karavanen als de hunne van
het noodige te voorzien. Bovendien was dit wild niet alleen nuttig
voor de keuken, maar ook in andere opzichten had het waarde.
--Kijk eens, zeide Cascabel, zulk een beest geeft ons een lekkeren
schotel, maar bovendien loopt het rond met een bonten mantel, een mof,
een boa of een deken aan zijn lijf.
--Daar hebt gij groot gelijk in, mijn vriend, antwoordde Sergius, want
nadat zij eenmaal hun dienst aan onze maag bewezen hebben, kunnen zij
met even veel voordeel in de kleerenkast gebruikt worden. Voor eene
koude zooals gij in Siberië zult ondervinden kunt gij geen voorzorgen
genoeg nemen.
De hazenvellen werden dus zorgvuldig bewaard en het vleesch, dat niet
dadelijk verbruikt kon worden, werd ingezouten om te dienen in den
winter, als het wild door de koude uit de poollanden wordt verjaagd.
Gebeurde het echter eene enkele maal dat de jagers geen haas of
patrijs thuis brachten, dan ontzag Cornelia zich niet, op de manier
der Indianen een kraai of een raaf in den ketel te doen. Zulk eene
soep smaakte niet minder goed.
Nu en dan kwam Jan of Sergius ook wel van de jacht terug met een
prachtig koppel korhoenders. Bij zulk eene gelegenheid maakten zij
goede sier en werd er een waar feestmaal aangericht.
Er bestond dus niet het minste gevaar dat onze karavaan van honger zou
omkomen, maar het was ook nog slechts het minst moeielijke gedeelte
van de gevaarvolle reis welke zij ondernomen hadden, waar zij op het
oogenblik aan bezig waren.
Een van de ongemakken die zij te verduren hadden, en dat wel een
van de ergste soort, waren de steken der muskieten. Nu hij zich niet
meer op engelschen grond bevond, verwenschte Cascabel dit hinderlijke
gedierte uit den grond van zijn hart. De plaag zou inderdaad niet te
verduren geweest zijn indien de zwaluwen niet zulk eene geweldige
hoeveelheid muskieten verslonden hadden. Maar de zwaluwen zouden
spoedig naar zuidelijker gelegen landen verhuizen, want in den omtrek
der poollanden vertoeven zij slechts korten tijd.
Den 9den Juli kwam de _Schoone Zwerfster_ aan de samenvloeiing van
twee rivieren, waarvan de eene zich in de andere stort. Dit is de
Lewis-rivier, wier linkeroever eerst eene wijde bocht beschrijft en
vervolgens geheel in de Youkon overgaat. Kayette maakte hen opmerkzaam
dat het bovengedeelte dezer rivier ook onder den naam van Pelly-rivier
bekend is. Voorbij de plek waar de Lewis zich met haar vereenigt,
keert de stroom zich recht naar het noordwesten. Een eind verder
wordt zijne richting westelijk, waarna hij spoedig zijne wateren in
een ruimen inham van de Behringzee uitstort.
Bij de samenvloeiing van de Lewis en de Youkon ligt weder eene factory,
het fort Selkirk, dat echter van minder beteekenis is dan het fort
Youkon. Dit laatste ligt ongeveer honderd mijlen verder naar beneden,
op den rechteroever der rivier.
De jonge Indiaansche had aan de karavaan na het vertrek van Sitka
goede diensten bewezen en zich bij menige gelegenheid een vertrouwbare
gids getoond. Vroeger met haren stam in deze streek rondtrekkende,
had zij aan de oevers van de grootste rivier in Alaska geruimen tijd
doorgebracht. Sergius verlangde in bijzonderheden alles te weten
wat op hare kindsheid betrekking had. Dit was grootendeels eene ware
lijdensgeschiedenis, een leven vol ontbering en gevaar, terwijl de
stam der Indgeletés eerst her en derwaarts trok, steeds kleiner werd
en eindelijk geheel wegsmolt, zoodat er van haar familie ten laatste
niemand meer overbleef. Het eenige wat zij toen nog kon beproeven,
was zich als dienstbode te gaan verhuren bij den een of anderen
ambtenaar of koopman te Sitka. Meer dan eens hoorde Jan haar dit
treurige verhaal doen en telkens voelde hij het diepste medelijden
met de arme verlatene.
In de nabijheid van het fort Selkirk, aan den oever van
de Youkon-rivier, ontmoetten zij eenige zwervende Indianen,
behoorende tot den stam der Birch-, of zooals Kayette het vertaalde,
der Berk-indianen. Behalve de pijnboomen, de Douglas-dennen en de
ahornboomen, worden er namelijk in het binnenland van Alaska ook vele
berkenboomen gevonden, naar welke deze inboorlingen hunnen naam dragen.
Het fort Selkirk wordt bewoond door eenige beambten van de
russisch-amerikaansche handelmaatschappij. Het is eigenlijk niets
dan eene stapelplaats van bont en pelterijen, waar de kooplieden der
kuststreek op vaste tijden hunne inkoopen komen doen.
Deze lieden waren blijde dat er eenige afwisseling in hun eentonig
bestaan kwam en haalden dus de _Schoone Zwerfster_ met groote
ingenomenheid in. Cascabel was daarom te eerder geneigd hier een
etmaal te vertoeven.
Zij besloten echter op dit punt den reiswagen naar de overzijde der
rivier te doen brengen, dewijl anders de overtocht misschien op eene
andere plek onder minder gunstige omstandigheden had moeten plaats
hebben. De stroom wordt namelijk breeder en sneller naarmate hij eene
meer westelijke richting neemt en dichter bij de monding komt.
Dit geschiedde op raad van Sergius, die den loop der Youkon op de
kaart nagegaan en bevonden had dat zij op dit punt van hunne reis
nog tweehonderd mijlen van Port Clarence verwijderd waren.
De _Schoone Zwerfster_ werd dus met eene pont naar den rechteroever
overgezet. Daarbij verleenden niet alleen de bewoners van het fort
hunne hulp, maar ook de in den omtrek gelegerde Indianen die zich
met de vischvangst op de rivier bezig houden.
De komst der karavaan was voor hen eene heugelijke gebeurtenis,
want in ruil voor hunne hulp bij het overvaren, waren de reizigers
in staat den Indiaanschen stam een gewichtigen dienst te bewijzen,
waar zij niet weinig dankbaar voor waren.
Hun opperhoofd lag op dat oogenblik gevaarlijk ziek, ten minste het
had er allen schijn van. Hij had echter geen andere geneeskundige
hulp en geen medicijnen onder zijn bereik dan de geestenbezweerder
van den stam en de middelen die bij deze soort van lieden sedert
onheugelijke tijden in gebruik zijn. Sedert eenige dagen hadden zij
het opperhoofd midden op het dorpsplein nedergelegd, waar dag en nacht
een groot vuur brandende gehouden werd. De Indianen zaten in eenen
kring rondom hem en zongen in koor een smeekgebed aan den grooten
Manitou, hun oppersten god, terwijl de geestenbezweerder al zijne
kunsten in het werk stelde om den boozen geest, die in het lichaam
van den lijder gevaren was, daaruit te verjagen. Teneinde zekerder
van zijne zaak te zijn, beproefde hij zelfs dien geest in zijn eigen
lichaam te doen overgaan, maar het bleek een koppige geest te zijn,
die zijne verblijfplaats niet verkoos te verlaten.
Gelukkig bezat Sergius eenige kennis van de geneeskunde. Door zijn
hulp kwamen zij in het bezit van doeltreffende middelen om den zieke
beter te maken.
Nadat Sergius den lijder onderzocht had, kwam hij er spoedig achter
wat hem schortte. Uit de reisapotheek der _Schoone Zwerfster_ haalde
hij een krachtig braakmiddel, dat beter werkte dan al de bezweringen
van een geestenbanner ooit hadden kunnen doen.
De waarheid was dat het Indiaansche opperhoofd zijne maag overladen
had. De thee, die hij sedert twee dagen bij kommen vol inzwolg,
was niet in staat geweest dit te verhelpen.
Tot groote voldoening van zijnen stam, schoot hij er dus het leven
niet bij in. Dit beroofde de familie Cascabel van het schouwspel
der plechtigheden, waarmede de begrafenis van een Indiaanschen
potentaat vergezeld gaat. Het woord begrafenis is hier echter niet
juist gekozen, want de Indianen zijn niet gewoon de lijken onder den
grond te verbergen; maar hangen ze eenige voeten boven de aarde in de
vrije lucht op. Teneinde hun hiernamaals van dienst te kunnen zijn,
leggen zij in de doodkist de pijp van den overledene, zijnen boog,
zijne pijlen, zijne sneeuwschoenen en de bonte kleedingstukken van
meer of minder waarde die hij des winters gewoon was te dragen. Aldus
toegerust wordt hij door den wind, gelijk een kind in zijne wieg,
in den eeuwigen slaap heen en weder geschommeld.
Na een verblijf van vier-en-twintig uren te Selkirk namen de Cascabels
weder afscheid van de bewoners en de Indianen. Hun eerste oponthoud
aan den oever der rivier had hun niet kwaad bevallen. Zij moesten nu
de Pelly-rivier langs trekken over eenen hobbeligen oever die het
de paarden soms lastig genoeg maakte. Eindelijk den 27sten Juli,
zeventien dagen na hun vertrek van fort Selkirk, kwam de _Schoone
Zwerfster_ in het fort Youkon aan.
XIII.
EEN INVAL VAN CORNELIA CASCABEL.
Dit gedeelte der reis tusschen de forten Selkirk en Youkon had de
_Schoone Zwerfster_ op den rechteroever der rivier afgelegd. Zij waren
echter op ongelijken afstand van den waterkant gebleven, teneinde
niet al de talrijke bochten, welke de rivier maakt en die soms door
onbegaanbare moerassen omgeven worden, te moeten omtrekken. Dit laatste
is alleen het geval aan deze zijde, want op den linkeroever verheffen
zich eenige heuvelrijen van matige hoogte, die naar het noordwesten
uitloopen. In een anderen tijd van het jaar hadden zij moeite kunnen
hebben om sommige zijtakken van de Youkon over te komen, zooals de
Stewart-rivier, waar geen overzetveer op onderhouden wordt. Maar in
den zomer staat er op de droogste plekken zoo weinig water dat deze
kleine stroomen doorwaad kunnen worden. Toch zouden zij nog dikwijls
in verlegenheid verkeerd hebben als zij Kayette niet bij zich gehad
hadden, die in de vallei goed thuis was en hun de doorwaadbare plaatsen
aan wist te wijzen.
Het was dus waarlijk gelukkig voor hen dat het Indiaansche meisje
als gids dienst kon doen. Zij was zelve blijde als zij hare vrienden
op de eene of andere wijze nuttig kon zijn; zij voelde zich tevreden
te midden dier lieden die als het ware hare bloedverwanten vervangen
hadden, en boven alles was de moederlijke zorg, die Cornelia haar
toonde en die het arme meisje zoo lang gemist had, haar onuitsprekelijk
veel waard.
Het land was hier en daar nog met bosschen bedekt en op verschillende
plaatsen heuvelachtig. Maar over het algemeen vertoonde het landschap
zich reeds anders dan in den omtrek van Sitka.
De weersgesteldheid, die gedurende acht maanden van het jaar met den
winter der poollanden gelijk staat, is oorzaak dat de plantengroei
hier niet tot groote ontwikkeling komen kan. Behalve hier en
daar eenige populieren, waarvan de toppen boogvormig gekromd zijn,
behooren er in deze landstreek geene andere soorten van boomen thuis
dan dennen en berken. Wat er voor het overige nog gevonden wordt,
zijn armoedige wilgeboomen, schraal van loof en fletsch van kleur,
die door de scherpe winden, welke over de IJszee komen aangieren,
vroegtijdig van hunne bladeren beroofd worden.
Op de reis van fort Selkirk naar fort Youkon had de jacht voortdurend
zooveel opgeleverd dat het niet noodig was geweest den voorraad
ingemaakte voedingsmiddelen aan te roeren om dagelijks de tafel van
het noodige te voorzien. Er werden zooveel hazen geschoten dat onze
reizigers er eindelijk bijna beu van werden, al werd de hazenpeper,
de hazensoep, de gebraden haas en de hazenpastei ook nu en dan
afgewisseld door eenden en ganzen, en door de eieren dier vogels,
welke Sander en Napoleona goed slag hadden om uit de holten, waarin ze
verstopt lagen, te voorschijn te halen. Cornelia was eene volleerde
keukenprinses in het op verschillende wijze klaarmaken van eieren en
andere dagelijks voorkomende spijzen, en liet zich daarop heel wat
voorstaan. Aan eetlust was bovendien nooit gebrek.
--Dit is nu toch eens een goed land om in te leven! riep Kruidnagel
bij zekere gelegenheid uit, toen hij aan het afkluiven van eene
overheerlijke ganzenbout was. Jammer dat het niet meer in het midden
van Europa of Amerika ligt.
--Lag het tusschen bewoonde landen, merkte Sergius op, dan zou er
vermoedelijk zooveel wild niet zijn.
--Ten minste.... wilde Kruidnagel antwoorden.
Een blik van Cesar legde hem het zwijgen op en deed hem begrijpen
dat hetgeen hij zeggen ging, onzin was.
Was het land wildrijk, in de beken en riviertjes die zich in de
Youkon uitstortten, wemelde het van visschen. Sander en Kruidnagel
hengelden ijverig en brachten menig heerlijk zoodje thuis, vooral
snoeken van de beste soort. Zij mochten vrij den hengel uitwerpen waar
zij goedvonden, want naar eene visch-akte kwam niemand hen vragen,
zoodat het hen niets kostte dan de moeite van het vangen.
Voor kosten maken was trouwens de kleine Sander minder bevreesd dan
iemand anders. Hij hield zich overtuigd dat, dank zij hem, de toekomst
der familie Cascabel voor altijd verzekerd was. Hij bezat immers
dien geweldigen klomp goud, dien hij in de Caribou-vallei opgeraapt
en zorgvuldig in eenen hoek van den wagen verstopt had, verzekerd
als hij was dat het een steen was van onschatbare waarde. Hij had
zijn geheim zorgvuldig bewaard en wachtte geduldig het oogenblik af
waarop hij zijnen schat in klinkende munt zou kunnen omwisselen. Wat
een vreugde zou dat geven als hij plotseling zóó rijk werd! Niet voor
zichzelf: de goedhartige knaap dacht er niet aan, het geld voor zich
te houden. Zijnen vader en zijne moeder wilde hij er gelukkig mede
maken en hen op die manier ruimschoots schadeloos stellen voor den
laaghartigen diefstal, waar zij de slachtoffers van waren.
Toen de _Schoone Zwerfster_ na ettelijke smoorheete dagen eindelijk te
Youkon aankwam, waren al de reizigers uitgeput van vermoeienis. Er werd
dus besloten dat zij hier niet minder dan eene week vertoeven zouden.
--Gij kunt dat te geruster doen, zeide Sergius, dewijl dit fort slechts
op een paar honderd mijlen afstands van Port-Clarence ligt. Het is
van daag eerst de 27ste Juli, en niet dan over twee of misschien
drie maanden kan het ijs in de Behringstraat sterk genoeg wezen om
den wagen te dragen.
--Dat is zoo klaar als de dag, stemde Cascabel toe. Wij hebben dus
den tijd om eene poos uit te blazen.
Dit was een welkom bericht, zoowel voor het tweehandige als voor het
viervoetige personeel der _Schoone Zwerfster_.
Het fort Youkon is in het jaar 1847 opgericht. Het is de meest
westelijke vestiging van de Hudsonsbaai-compagnie en ligt bijna op den
poolcirkel. Dewijl het fort tot het grondgebied van Alaska behoort, is
de Hudsonsbaai-compagnie verplicht jaarlijks eene schadeloosstelling te
betalen aan de concurreerende vennootschap, de Russisch-Amerikaansche
handelsvereeniging.
Niet vóór 1864 werden de gebouwen gezet waar de vestiging thans uit
bestaat. Zij werden met eene palissadeering omringd en waren juist
gereed gekomen toen de troep van Cascabel in het fort aankwam, met
het voornemen er eenige dagen te vertoeven.
De beambten boden hun gastvrij een verblijf binnen het fort aan, want
in de loodsen en pakhuizen was plaats genoeg om hen te herbergen;
maar Cascabel bedankte met eenige sierlijke en klinkende volzinnen
voor hunne uitnoodiging. Hij was aan de geriefelijkheden van de
_Schoone Zwerfster_ gewend en wilde die niet missen.
De bevolking van het fort bestond uit een twintigtal beambten der
compagnie, meerendeels amerikanen, met eenige indiaansche bedienden. In
de nabijheid van het fort waren echter ettelijke honderden inboorlingen
gelegerd.
De oorzaak daarvan was dat het fort Youkon de voornaamste
verzamelplaats in Alaska is voor den handel in bontwerk en
pelterijen. Daar komen al de inlandsche stammen van het gewest bijeen,
de Kotch-à-Koutchins, de An-Koutchins, de Tatantchoks, de Tananas
en voornamelijk de talrijkste aller stammen, de Co-Youkons, die het
meest in de nabijheid der groote rivier gevestigd zijn.
Het fort is bijzonder gunstig voor dezen ruilhandel gelegen, want het
is gebouwd in eenen hoek, dien de Youkon bij hare samenvloeiing met
de Porcupine maakt. De rivier splitst zich op deze hoogte in vijf
armen, langs welke de handelaars gemakkelijk tot in het binnenland
kunnen doordringen en zelfs over de Mackenzie-rivier met de Eskimo's
in aanraking kunnen komen om met deze handel te drijven.
Dit net van waterwegen is dan ook vol vaartuigen die zich voor den
stroom laten afdrijven of er tegen oproeien. Dit zijn vooral de
zoogenaamde _baïdarres_, lichte sloepjes van geöliede beestenvellen
gemaakt, die op de naden met vet worden bestreken om ze beter
waterdicht te maken. Met deze broze vaartuigen zien de Indianen niet
tegen groote watertochten op, terwijl zij hunne schuitjes uit het
water nemen en op hunnen rug verder dragen zoodra het varen door
stroomversnellingen of watervallen onmogelijk wordt gemaakt.
Intusschen is het vervoer te water slechts gedurende drie maanden van
het jaar open, want al de overige maanden liggen de wateren met eene
dikke ijskorst bedekt. De _baïdarre_ verandert dan van bestemming en
wordt eene slede. Het voertuig, van voren uitloopend in eene omgebogen
punt als de voorsteven eener schuit, wordt met riemen van elandenvel
bijeengehouden; een span honden of rendieren trekt het en het vliegt
met groote snelheid voort. Voetgangers met hunne lange sneeuwschoenen
aan de voeten, komen echter nog vlugger vooruit.
Cesar Cascabel mocht weder van geluk spreken! Hij kwam juist op het
geschikte tijdstip te fort Youkon, terwijl de pelterijenhandel het
levendigst was. De Indianen hadden bij honderden in den omtrek der
factory hun kamp opgeslagen.
--De drommel moge mij halen, riep Cesar uit, als wij daar niet een
voordeeltje van hebben. Het is hier eene echte kermis; wij zijn
kermiskunstenaars; wat is dus natuurlijker dan dat wij onze kunsten
eens vertoonen? Wat zegt gij er van, mijnheer Sergius?
--Ik heb er niets tegen mijn vriend, maar ik twijfel of de opbrengst
veel te beteekenen zal nebben.
--In elk geval maken wij toch onze kosten goed, want die bedragen
niemendal.
--Dat moge waar zijn, antwoordde Sergius, maar ik zou toch wel eens
van u willen hooren hoe die eenvoudige inlanders hunne plaats moeten
betalen, want zij hebben evenmin Amerikaansch als Russisch geld.
--Welnu dan betalen zij met muskusrattenvellen, met beverhuiden,
weet ik het, met alles wat zij hebben! In het ergste geval zullen
deze vertooningen het goede gevolg hebben dat wij er onze spieren
weder eens mede uitrekken, want ik ben altijd maar bang dat onze
ledematen door gebrek aan oefening zullen achteruitgaan. Wij moeten
nog voorstellingen geven, te Perm, te Nisjni en op andere plaatsen en
ik verkies geen dwaas figuur met mijnen troep te maken als wij op uw
geboortegrond komen werken. Zoo iets zou ik niet overleven mijnheer
Sergius, ik verzeker u dat ik er dood van zou gaan!
Het fort Youkon is de voornaamste nederzetting in deze streek en op
een ruim terrein aan den rechteroever der rivier gelegen. Het heeft de
gedaante van een langwerpigen vierhoek, op de hoeken versterkt door
vierkante torens, die vrij veel overeenkomst hebben met de molens op
een bewegelijk bovenstuk, zooals die in het Noorden van Europa worden
aangetroffen. Binnen het fort staan verscheidene gebouwen, dienende
tot woonplaatsen voor de beambten der compagnie en hunne gezinnen;
verder twee groote afgesloten loodsen, die als bergplaatsen dienen
voor pelterijen en waar altijd een voorraad huiden van marters,
bevers en zwarte of zilvergrijze vossen gevonden wordt, benevens
verschillende vellen van minder waarde.
Het is niet alleen een eentonig, maar ook een treurig leven dat door
de bewoners van het fort geleid wordt. Hun voornaamste voedsel is
elandenvleesch, gebraden, geroosterd, gekookt of gestoofd, eene enkele
maal afgewisseld door rendierenvleesch. Alle andere benoodigdheden
moeten zij doen komen uit de factorij York, aan de Hudsonsbaai,
op zes of zevenhonderd mijlen afstands gelegen. Het spreekt dus van
zelf dat de gemeenschap met die afgelegen plaats niet druk is.
In den namiddag nadat zij de _Schoone Zwerfster_ onder dak gebracht
hadden, ging Cascabel met zijn gezin een bezoek brengen aan de tusschen
de Youkon en de Porcupine gelegerde Indianen.
De tijdelijke woningen waarin deze inboorlingen verblijf hielden,
verschilden naarmate van den stam waartoe zij behoorden. Het waren
hutten van boomschors of van dierenvellen, steunende op palen en
met bladeren overdekt; of tenten van eene katoenen stof die door de
Indianen geweven wordt; of ook planken loodsen die in en uit elkaar
genomen kunnen worden naarmate het noodig is.
Wat eene vermakelijke verscheidenheid ook in de kleederen! Sommigen
droegen ze van dierenvellen, anderen van lijnwaad; als hoofddeksel
gebruikten zij allen eenen krans van bladeren, tevens een
voorbehoedmiddel tegen de muggenbeten. De vrouwen droegen eene wijde
jurk en sieraden van schelpen aan neus, lippen en ooren. De mannen
pronkten met eene soort van nestels, waarvan de naalden dienden om des
winters hun lange overjas van elandenvel, met het bont binnenwaarts
gekeerd, vast te maken. Mannen en vrouwen waren bovendien niet weinig
trotsch op hunne snoeren valsche paarlen, die meer op prijs gesteld
worden naarmate ze grooter zijn. Onder de verschillende stammen
waren de Tananas gemakkelijk te onderscheiden aan hunne met allerlei
kleuren beschilderde gezichten, en aan de vederen die zij op hun hoofd
droegen en die met stukken roode klei overeind gehouden werden. Zij
hadden een lederen vest en een broek van rendierenvel aan, waren met
vuursteengeweren gewapend en voorzien van kruithoorns, die zij met
veel smaak weten uit te snijden en te versieren.
Bij wijze van geld gebruiken deze Indianen schelpen van eene soort,
_dentalium_ geheeten, die ook bij de stammen op Vancouver-eiland in
gebruik zijn. Zij dragen die bevestigd aan het kraakbeen van hun neus
en nemen er zooveel af als noodig is als zij iets te betalen hebben.
--Dat is een goedkoope portemonnaie, merkte Cornelia op, en zij loopen
geen gevaar die te verliezen.
--Ten minste als hun neus niet afvalt, meende de snuggere Kruidnagel.
--Als het 's winters erg koud is, kon dat wel eens gebeuren,
antwoordde Cascabel.
De legerplaats der Indianen gaf een zonderling en woelig tafereel
te zien.