gelegen aan den voet van eenen berg van denzelfden naam die zich tot
eene hoogte van veertienduizend voet boven de vlakte verheft. In
het Westen vertoonde zich als een verward gevaarte het gebergte
der Coast-Range, dat zij gelukkig niet over behoefden te trekken
om in den Staat Oregon te komen. Het land was echter heuvelachtig
genoeg. Tusschen een grillig net van uitloopers van het gebergte, op
te nauwernood gebaande wegen welke niet dan met moeite op de kaart
te vinden waren, kwam de reiswagen uiterst langzaam vooruit. Hier
waren ook de dorpen dun gezaaid. De reis zou zeker gemakkelijker
geweest zijn indien zij de kuststreek gevolgd hadden waar het terrein
veel minder ongelijk is, maar om dat te doen zouden zij eerst de
Coast-Range achter zich moeten hebben en over dit gebergte leidt
bijna geen begaanbare weg. Het was dus beter nog een eind noordwaarts
op te gaan en de laatste golvingen van den bergketen omtetrekken,
en zoo in Oregon te komen.
Aldus luidde het advies van Jan, die in zaken van aardrijkskunde het
meest te vertellen had. Zijn raad werd dan ook gevolgd.
Den 19den Maart trokken zij voorbij het fort Jones en dienzelfden
dag kwam de _Schoone Zwerfster_ in het stadje Yrika. Zij vonden daar
een goed onthaal en veel bijval, waardoor de kas weder eenige dollars
rijker werd. Het was de eerste maal dat deze streek door een franschen
kunstenmakerstroep bezocht werd en in al die afgelegen gewesten van
Amerika worden franschen met open armen ontvangen. Het volk mag hen
lijden en is zeker vriendelijker tegen hen gezind dan sommige van
Frankrijk's naaste buren in Europa.
In dit plaatsje hadden zij verder gelegenheid tegen een matigen prijs
de noodige hulppaarden te huren, zonder welke Vermout en Gladiator het
zware werk, dat zij hier te doen hadden, niet af konden. De _Schoone
Zwerfster_ kwam dus zonder ongeval over het noordelijkste uiteinde
van den bergketen, ditmaal zonder door gidsen bestolen te worden.
--Natuurlijk! merkte Cascabel op. Het waren immers geen
engelschen! Daarvan had ik mij wel overtuigd!
Men moet hieruit nu niet opmaken dat alles even gemakkelijk en de
wagen over eenen zandweg ging. Maar dank zij de genomen voorzorgen,
liep het zonder ongelukken af.
Den 27sten Maart eindelijk, na eenen afstand van ongeveer vier
honderd kilometer afgelegd te hebben van de Sierra Nevada af, ging
de _Schoone Zwerfster_ de grens van Oregon over. In het Oosten werd
de gezichteinder hier begrensd door den kalen berg Pitt, welke als
een stijl op eenen zonnewijzer zijne schaduw in de vlakte werpt.
Menschen en dieren hadden het hard te verantwoorden gehad, zoodat zij
onvermijdelijk te Jacksonville eene poos rust moesten nemen. Daarna
lieten zij zich de Roques-rivier overzetten en volgden van toen af
de bochten der kustvlakte, die zich zoo ver zij zien konden naar het
Noorden uitstrekte.
Dit is een bergachtig, maar vruchtbaar land, dat alweder veel voor
den landbouw belooft. Weilanden en bosschen wisselen elkaâr af; het
landschap gelijkt in zijne hoofdtrekken op het Californische. Nu en
dan kwamen zij troepen Sastès- of Umpaquas-indianen tegen, doch het
waren vreedzame lieden, van wie zij niets te vreezen hadden.
In deze streek gekomen vond echter Jan, die geen uur verloren liet
gaan dat hij met lezen kon doorbrengen, het noodig eene waarschuwing
tot de anderen te richten, die hij in zijne boeken gevonden had.
Zij waren nu eenige mijlen voorbij Jacksonville, te midden van dichte
bosschen waartusschen het fort Lane, op eenen heuvel van een paar
duizend voet hoogte, verscholen ligt.
--Hier moeten wij oppassen, merkte Jan op, want het krioelt in dit
land van slangen.
--Wat zegt ge, slangen! riep Napoleona verschrikt uit. Dan moeten
wij maken dat wij hier van daan komen.
--Zacht wat kindlief, antwoordde haar vader. Wij moeten alleen een
weinig voorzichtig zijn.
--Zijn dat gevaarlijke beesten? vroeg Cornelia.
--Erg gevaarlijk, moeder, zeide Jan. Het is eene soort van
ratelslangen, die onder de kwaadaardigste van haar geslacht gerekend
worden. Zij vallen niemand aan die niet met haar in aanraking komt;
maar zoodra ze bij ongeluk gestooten of getrapt worden, springen zij
overeind en bijten, hetgeen in de meeste gevallen doodelijk is.
--Waar houden zij zich meestal op? vroeg Sander.
--Gewoonlijk onder droge bladeren, waar ze niet licht in het oog
vallen, hernam Jan. Daarentegen verraden zij zich door dat ze met
de ringen, die aan haar staart geplaatst zijn, een ratelend geluid
maken als van eene krekel. Zoodra ge dat hoort, is het zaak te maken
dat ge uit den weg komt.
--Opgepast dus! zeide Cesar. Ieder moet goed vóór zich kijken en
allen moeten wij luisteren.
Niet zonder reden had Jan hen hier opmerkzaam op gemaakt, want in alle
streken van westelijk Amerika worden slangen in menigte gevonden. Maar
niet alleen slangen, ook tarantula-spinnen, wier steek niet veel
minder gevaarlijk is.
Behoedzaam vervolgden zij dus hunnen weg en op ieder verdacht geluid
werd acht geslagen. Zij moesten bovendien goed op de paarden passen,
want voor deze zijn slangen en ander ongedierte evenzeer te vreezen
als voor menschen.
Jan had er nog bijgevoegd dat die venijnige beesten niet alleen langs
den weg kruipen, maar ook dikwijls in de huizen dringen, zoodat hun
wagen er allerminst veilig voor was. In dit opzicht mochten zij zich
dus op de _Schoone Zwerfster_ niet verlaten.
Des avonds werd er met grooten ijver onder de bedden en in alle
hoeken naar de onwelkome gasten gezocht. Napoleona gilde het uit van
angst zoodra zij iets meende te zien dat haar verdacht voorkwam. Een
opgeschoten eind touw zag zij voor eene ratelslang aan, al lag het
ook doodstil en al zat er geen driehoekige kop aan. Met eenen schrik
sprong zij dikwijls op als zij, half slapende, hier of daar eene
krekel meende te hooren. Wij moeten er echter bijvoegen dat Cornelia
zich niet veel geruster toonde dan de kleine meid.
--Voor den drommel, riep haar man eindelijk uit nadat zij hem een keer
of wat aan 't schrikken gemaakt hadden, gij vrouwen zijt met uwen angst
voor slangen haast even lastig als de slangen zelve! Uw overgrootmoeder
Eva was er zoo bang niet voor. Die praatte er zelfs mêe.
--Ja maar dat was in het paradijs, antwoordde Napoleona.
--Bovendien had zij beter gedaan met dat achterwege te laten, voegde
moeder Cascabel er bij.
Kruidnagel moest des nachts de wacht houden. Eerst had hij voorgesteld
een groot vuur aan te steken ten einde daarmede de slangen op eenen
afstand te houden; maar hier bracht Jan tegen in dat hierdoor de
slangen wel afgeschrikt, maar de tarantula-spinnen daarentegen
aangetrokken zouden worden.
Dit alles maakte dat onze reizigers zich alleen op hun gemak
voelden wanneer zij in het eene of andere dorp nachtverblijf konden
houden. Daar was het gevaar voor onaangename verrassingen veel minder.
Zij trokken nogal eenige kleine plaatsjes door, zooals Canonville aan
de Cow-kreek, Roseburg, Rochester, Youcalla enz. Daar brachten hunne
voorstellingen telkens weder eenig geld in het laadje. Als Cesar zijne
rekening opmaakte, kostte de reis hem niets want hij verdiende meer
dan hij uitgaf. Gras vonden de paarden in de vlakte, wild was er in
overvloed in het woud, en in de riviertjes werd menige heerlijke visch
gevangen. De kas begon weder langzamerhand aantegroeien, maar het
was er nog verre van daan, dat er uitzicht bestond om de tweeduizend
dollars terug te verdienen die hun daar ginds in de Sierra Nevada
ontstolen waren.
Gelukkig bleven zij allen voor beten of steken van slangen en
tarantula's bewaard, maar daarentegen werden zij na verloop van eenige
dagen door iets anders geplaagd. Dat gaat zoo in de natuur. Die is
wel mild, maar zij bezit ook ontelbare manieren om de menschen het
leven onaangenaam te maken.
Dit gebeurde nadat onze karavaan, altijd haren weg vervolgende over
het Oregon-gebied, de stad Eugène-city doorgetrokken was. Die naam
met zulk een franschen klank had hen allen veel pleizier gedaan en
mijnheer Cascabel had dien landgenoot wel willen kennen, die zeker
een van de stichters der stad geweest was en haar zijnen naam gegeven
had. Dat kon niet anders dan een brave man zijn, en al heette hij ook
niet zooals een van de fransche koningen, Charles, Louis, François,
Henri, Philippe of zelfs Napoleon, een franschman moest het toch zijn,
dat stond als een paal boven water.
Achtereenvolgens hadden zij zich opgehouden te Harrisburg, te Albany en
te Jefferson. Thans liet de _Schoone Zwerfster_ »haar anker vallen"
voor Salem, eene stad van eenigen omvang, de hoofdplaats van den
staat Oregon, gelegen aan een der armen van de Villamette-rivier.
Dit was op den 3den April.
Cascabel bepaalde dat er hier een dag rust gehouden zou worden;
dat wil zeggen dat zij niet verder trekken zouden, want op de markt
der stad werd weder eene voorstelling gegeven en over de opbrengst
daarvan hadden zij alle reden van tevredenheid.
Toen dit afgeloopen was besloten Jan en Sander in de rivier, die zeer
vischrijk heette te zijn, op de vangst uit te gaan.
Maar den daarop volgenden nacht kregen vader, moeder en kinderen op
eens zoo'n ondragelijke jeuk over het geheele lichaam, dat zij een
oogenblik niet anders dachten of een hunner had de anderen eene poets
gebakken, zooals onder kermisklanten wel eens meer gebruikelijk is.
Des ochtends toen het licht geworden was, keken zij elkander echter
stom van verbazing aan.
--Ik zie zoo rood als eene vrouw van de indiaansche Roodhuiden,
riep Cornelia uit.
--Mijn gezicht is een en al blaâr! klaagde Napoleona.
--Kijk eens, ik zit van het hoofd tot de voeten vol bulten! kwam
Kruidnagel vertellen.
--Wat beteekent dat nu? vroeg Cesar. Zou er in dit land de pest
heerschen?
--Ik geloof dat ik wel weet wat het is, zeide Jan, nadat hij met
aandacht de roode vlekken, waarmede zijne armen bedekt waren,
had opgenomen.
--Nu, wat is het dan?
--Wij zijn door de _Yèdre_ gestoken, zooals de Amerikanen het noemen.
--Loop naar de maan met uw _Yèdre_! vertel me liever wat dat is.
--De _Yèdre_, vader, is eene plant, die men maar even heeft aan
te raken, te ruiken, ja zelfs te zien zooals verteld wordt, om er
onaangename gevolgen van te ondervinden. Zij vergiftigt op eenen
afstand.
--Wat zegt ge daar? riep Cornelia verschrikt uit. Zijn we vergiftigd?
--Nu, het is zoo erg niet, haastte Jan zich er bij te voegen. Met
wat jeuk en misschien een beetje koorts zijn we er af.
Dit was inderdaad het geval. De _Yèdre_ is eene ongezonde en venijnige
plant. Het uiterst lichte zaad van dezen heester wordt door den wind
voortgedreven en zoodra het in aanraking komt met de menschelijke huid,
wordt die rood en komen er jeukende puisten op. Hoogst waarschijnlijk
was de reiswagen, terwijl zij door de bosschen in den omtrek van Salem
trokken, door zulk eenen met _Yèdre_-zaad bezwangerden luchtstroom
gegaan. Gelukkig duurde deze huid-uitslag, waarvan zij geen van allen
verschoond bleven, niet langer dan vierentwintig uren. Dien tijd
brachten zij echter door met zich aanhoudend te krabben, zoodat zij
allen iets van John Bull kregen, die in gewone omstandigheden zich met
dit bij de apen zoo geliefkoosde tijdverdrijf pleegde bezig te houden.
Den 5den April schudden de passagiers van de _Schoone Zwerfster_
het Salemsche stof weder van hunne voeten, niet zonder eene jeukende
herinnering aan hunnen tocht door het bosch langs de Villamette-rivier,
hetgeen echter niet weg kon nemen dat zij dit een mooien naam, vooral
voor fransche ooren vonden.
Over Fairfield, Canemah, Oregon-City en Portland, altemaal steden
van vrij wat beteekenis, naderde de karavaan den 7den April de
Columbia-rivier, de grensscheiding van Oregon, in welken Staat zij
weder eenen afstand van honderdvijftien mijlen hadden afgelegd.
Naar het noorden strekte zich nu het gebied uit, dat toen nog als
het Washington territorium bekend stond, maar sedert onder de Staten
der Unie opgenomen is geworden. Het meest bergachtige gedeelte dezer
streek liet de _Schoone Zwerfster_ op haren verderen tocht links
liggen, dat is in het Oosten. Hier liggen de uitloopers van een
gebergte genaamd Cascade-Ranges, waaronder toppen gevonden worden
als die van Sint Helena, van Baker en van Bainer, de eerstgenoemde
negenduizend zevenhonderd, de twee anderen ongeveer elfduizend
voet hoog. Het is alsof de natuur, na zich een tijdlang rust en aan
uitgestrekte vlakten het aanzijn gegeven te hebben, nog eens hare
krachten heeft willen toonen door in het Westen der Nieuwe Wereld
eene reeks geweldige hoogten te doen verrijzen. Als men de geheele
landstreek bij eene zee wilde vergelijken, zou men kunnen zeggen,
dat die aan den eenen kant zoo effen ligt als een meer, maar aan den
anderen kant door een nimmer ophoudenden stormwind bewogen wordt,
waarbij dan de bergruggen de kruinen der golven zouden wezen.
Jan maakte inderdaad deze vergelijking en zijn vader had daar niet
weinig schik in.
--Juist zoo, zeide hij. Eerst hebben we mooi weer gehad en nu komt
er storm. Maar onze _Schoone Zwerfster_ is een kloek zeilschip en
gaat niet licht naar den kelder. Komaan, kinderen! Aan boord en het
anker gelicht!
Ieder maakte zich op en de bewegelijke woning ging weder aan 't
»varen" over de onstuimige zee. Gaandeweg--om bij de vergelijking te
blijven--werden de golven echter kleiner en dank zij de goede zorgen
harer bemanning, kwam de ark der Cascabels behouden over de ergste
plekken. Wel ging de reis niet altijd even snel, maar het schip liep
toch op geen enkele klip of zandbank.
Ook vonden zij nog overal een goed onthaal, in de kleine stadjes als
Kalmera en Monticello zoowel als in de forten, waar bijna geen andere
bewoners gevonden werden als de manschappen van het garnizoen. De
wallen van deze versterkingen bestaan uit niets dan staketsels van
zware palen, en de bezettingen zijn niet talrijk, maar beide zijn
voldoende om de zwervende Indianen-stammen die het land doorkruisen
in bedwang te houden.
Noch de Chinoux, noch de Nesquallys, welke stammen het land Walla-Walla
voornamelijk in bezit hebben, deden dus de _Schoone Zwerfster_ eenig
kwaad. Tegen den avond kwamen de Indianen dikwijls op den stilstaanden
reiswagen af, die hunne nieuwsgierigheid gaande maakte, maar zonder
booze bedoelingen. Het meest stonden zij verbaasd over John Bull
en over de malle gezichten die hij trok, want in dit gedeelte van
Amerika zijn in 't geheel geen apen en sommigen dachten niet anders
of het beest was een der leden van het gezin.
Dat vond Sander eene goede gelegenheid om weder eens eene grap te
hebben en hij verzekerde hun plechtig dat John Bull zijn jongste
broertje was, maar zijne moeder kwam daar met groote verontwaardiging
tegen op.
Eindelijk kwamen zij te Olympia, de hoofdstad van het
Washington-territorium, en daar werd »op vereerend verlangen" de
allerlaatste voorstelling gegeven, die de troep voornemens was op
het grondgebied der Vereenigde Staten te vertoonen.
Niet ver van daar ligt de grens der Vereenigde Staten in het
noordwesten van Noord-Amerika.
Van hier af liep de weg langs de kust van den Stillen Oceaan, of om
juister te spreken, zij moesten de talrijke inhammen en zeeboezems
volgen, Sounds genaamd, waar Van Couvereiland en het eiland
Queen-Charlotte door worden ingesloten.
Voorbij het stadje Steklakoom moesten zij, om te beginnen, de
Pagget-Sounds omtrekken. Zoo kwamen zij aan het fort Bettingham,
dicht bij de zeeëngte, door welke de eilanden van het vasteland
gescheiden worden.
Vervolgens kwam het vlek Whatcome, waar de berg Baker als een reus in
de verte boven de wolken uitsteekt en een weinig verder Srimiahmoo,
een plaatsje aan den mond van de Georgia-straat.
Den 27sten April eindelijk, na ongeveer driehonderdvijftig mijlen
sedert Sacramento afgelegd te hebben, bereikte de _Schoone Zwerfster_
de grensscheiding, welke bij het tractaat van 1847 tusschen de
republiek der Vereenigde Staten en Britsch-Columbia is vastgesteld.
VI.
VERVOLG VAN DE REIS.
Voor de eerste maal in zijn leven zette Cesar Cascabel, de natuurlijke
en onverzoenlijke vijand van Groot-Brittannië, den voet op engelschen
bodem! Nog nooit had het stof van dezen grond, dien hij instinktmatig
haatte, aan zijne zolen gekleefd. Onze lezers moeten niet denken dat
wij deze overdreven uitdrukkingen billijken, maar op eene andere wijze
kunnen wij geen denkbeeld geven van de vrij belachelijke voorstelling,
welke onze kermiskunstenaar zich maakte van de gevoelens die ieder
goed franschman koesteren moet tegenover den zoogenaamden erfvijand
van zijn land. Dit was een dwaas vooroordeel en in 't geheel niet
in overeenstemming met de begrippen van onzen tijd, maar de man was
eenmaal niet anders.
Hij zag daarbij nog over 't hoofd dat Columbia geen europeesch
land is en dus geen deel uitmaakt van het echte Groot-Brittannië,
bestaande uit Engeland, Schotland en Ierland, waartegen in vroeger
tijd de volkshaat der franschen gericht was. Voor Cesar Cascabel was
het genoeg dat de britsche vlag er wapperde, evenals zij bijvoorbeeld
wappert boven de Indiën, Australië of Nieuw-Zeeland.
Britsch-Columbia is eene provincie van Nieuw-Brittannia, waaronder
eene van de belangrijkste koloniale bezittingen der engelschen
verstaan wordt, want de geheele Canada-Dominion, dat is Boven- en
Beneden-Canada, alsmede de onmetelijke uitgestrektheden lands die
aan de Hudsonsbaai-compagnie zijn afgestaan, behooren ertoe. Twee
oceanen, de Stille en de Atlantische, begrenzen het aan den West-
en den Oostkant. De Zuidergrens vormen de Vereenigde Staten en deze
loopt van het Washington-territorium in het Oosten tot den Staat
Maine in het Westen.
Er was dus geen mogelijkheid voor onze karavaan om op haren tocht
naar het Noorden deze engelsche bezitting te ontwijken. Wel waren
het maar een paar honderd mijlen, want zoo lang is de kortste lijn
tot aan de zuidelijke grens van Alaska, waar het russische gebied
in westelijk Amerika eenen aanvang neemt. Maar twee honderd mijlen
mochten eene kleinigheid wezen voor de _Schoone Zwerfster_, die wel
andere reizen achter den rug had, het was toch precies tweehonderd
maal meer dan Cesar Cascabel pleizierig vond in zulk een «vervloekt
land" te vertoeven. Hij deed dus wat hij kon om het oponthoud zoo
kort mogelijk te doen zijn.
Er zou dus nergens halt gehouden worden als alleen om te eten en te
rusten. Ook van kunstenmaken, koorddansen of worstelen mocht niets
inkomen. De familie Cascabel zou geen paarlen voor de zwijnen werpen en
geen engelsche oogen op hare toeren vergasten. Voor muntstukken met het
borstbeeld van koningin Victoria koesterde zij niets dan minachting
en een papieren dollar was haar meer waard, dan een zilveren kroon
of een gouden pond sterling.
Met deze voornemens bezield, kozen de passagiers der _Schoone
Zwerfster_ hunnen weg zoover mogelijk buiten de steden of dorpen. Als
zij onder weg gelegenheid vonden om door de jacht aan leeftocht te
komen, behoefden zij hunne beurs niet open te maken en de winkeliers
in dit verafschuwde land geen voordeel van hunne reis te doen hebben.
Niemand verbeelde zich dat dit eene soort van aanstellerij van Cesar
Cascabel was, het ging bij hem inderdaad van harte. Kalm als een
wijsgeer had hij zich geschikt in de grievende teleurstelling welke
hij ondervonden had; weinige uren waren voldoende geweest om hem na
den schandelijken diefstal zijne opgeruimdheid te doen herkrijgen;
maar van het oogenblik af dat hij de grens van Nieuw-Brittannië
overtrok, was hij kregelig en uit zijn humeur. Met een zuur gezicht,
het hoofd voorover en zijnen hoed over de ooren liep hij voort,
terwijl hij met stuursche blikken de onschuldige voetgangers, die hij
tegenkwam, monsterde. Hij was niet goed-lachs meer zooals anders en
dat ondervond Sander bij eene grap die hij zich veroorloofde, maar
die met een onverwachten uitbrander beloond werd.
Op een mooien dag ging die kwajongen opeens achteruit loopen, wel
een kwartier lang, waarbij hij de gekste bokkensprongen en grimassen
maakte.
Knorrig vroeg zijn vader wat het beduidde om zich op die manier veel
meer te vermoeien dan noodzakelijk of nuttig was.
--Wel, wij reizen immers den verkeerden kant uit! was Sander's
antwoord.
Al de anderen schoten in eenen lach, zelfs Kruidnagel, die het een
heel geestig gezegde vond... als het tenminste niet uiterst flauw was.
--Sander, klonk het echter op strengen toon uit den mond van het hoofd
des gezins, als je weer van die aardigheden verkoopt op oogenblikken
dat het in 't geheel niet te pas komt, zal ik zoodanig aan je ooren
trekken dat ze op je hielen komen te hangen!
--Maar vader.....
--Mond gehouden! zoo lang wij in dit land van engelschen zijn, wordt
er geen gekheid gemaakt.
Van dit oogenblik af waagde niemand meer eene grap in tegenwoordigheid
van den geweldigen Albion-hater, al voelden de anderen ook niet zoo
'n heftigen afkeer van engelschen.
Dit gedeelte van Britsch-Columbia, dat zich uitstrekt tot aan
de kust van den Stillen Oceaan, is zeer ongelijk van bodem. In
het Oosten vormt het Rotsige Gebergte een hoogen scheidsmuur,
die zijne vertakkingen tot in de poollanden uitzendt, en naar
het Westen wordt de kust van Bute, die door een aantal _fjords_,
even als de Noorweegsche kust, wordt ingesneden, beheerscht door
schilderachtige en hooge rotsgevaarten. Zulke steilten worden nergens
in Europa aangetroffen, zelfs niet in het land der Alpen, terwijl
de gletschers in uitgestrektheid en diepte de Zwitschersche verre
overtreffen. Zoo is bij voorbeeld de berg Hocker niet minder dan
vijf duizend achthonderd meter hoog, dat is duizend meter meer dan de
Mont Blanc, en is de berg Brun, ofschoon lager dan de eerstgenoemde,
toch weder hooger dan de reus der Alpen.
Gelukkig voor onze karavaan ligt er tusschen de gebergten van het
Oosten en het Westen eene breede en vruchtbare vallei, waar open
vlakten en trotsche wouden elkander afwisselen. Langs den straatweg,
die door dit dal loopt, stroomt eene belangrijke rivier, de Frazer,
die over eene lengte van ongeveer honderd mijlen van Zuid naar Noord
stroomt, en zich uitstort in den nauwen zeearm, welke ingesloten
wordt door de kust van Bute, Vancouver-eiland en eene ontelbare
menigte kleine eilandjes.
Vancouver-eiland is tweehonderd vijftig geografische mijlen
lang en drieenzeventig mijlen breed. De portugeezen hebben er
zich eerst meester van gemaakt, maar later zijn deze verdrongen
door de Spanjaarden, die er in 1789 bij tractaat bezitters van
werden. Vancouver heeft het eiland driemaal bezocht in den tijd toen
het door de inboorlingen nog Noutka geheeten werd; het heeft een
tijdlang den naam van dien engelschen ontdekker en tevens dien van den
spaanschen kapitein Quadra gedragen, maar in de laatste jaren van de
achttiende eeuw is het voorgoed in handen van de engelschen overgegaan.
De hoofdplaats van het eiland is Victoria, maar Nanaimo is de grootste
stad. Vertegenwoordigers van de Hudsonsbaai-compagnie hebben het
eerst de rijke kolenmijnen ontgonnen, die tegenwoordig onder de
belangrijkste afvoerbronnen behooren, welke de drukke scheepvaart
tusschen San Francisco en de verschillende punten der Westkust van
Noord-Amerika voeden.
Een weinig noordelijker dan Vancouver-eiland ligt
Queen-Charlotte-eiland, het grootste der eilandengroep van dien naam
die mede behoort tot Engelands uitgestrekte bezittingen in dit gedeelte
van den Stillen Oceaan.
Ieder begrijpt, dat Cascabel er even weinig aan dacht de steden op
deze eilanden te gaan bezoeken als hij den voet had willen zetten
in Adelaïde of Melbourne in Australië, of in Madras of Calcutta in
Britsch-Indië. Zoo snel zijne paarden voortwilden trok hij de vallei
der Frazer-rivier door en hij zorgde met geen andere bewoners in
aanraking te komen dan met de lieden van het indiaansche ras.
Zoolang de reizigers zich in dit dal bevonden, hadden zij geene moeite
om aan het noodige wild te komen, dat in de dagelijksche behoefte
der tafel ruimschoots voorzag. Aan herten, hazen en patrijzen was
geen gebrek, en die brave beesten--merkte Cesar op--die zijn oudste
zoon met zelden falende hand het lood in het lijf joeg, dienden op
die manier ten minste tot voedsel voor eerlijke lieden. Zij zelven
hadden geen droppel engelsch bloed in hunne aderen en ze konden door
een franschman opgegeten worden zonder dat hun vleesch hem walgde!
Even voorbij fort Langley reed de reiswagen de diepe kloof der
Frazer-vallei binnen. Een eigenlijke rijweg was hier niet; de grond
lag als aan zichzelf overgelaten; op den rechteroever der rivier
strekten groote grasvelden zich uit, in het westen begrensd door
dichte wouden, waarboven ver naar achteren de hooge bergen tegen de
meestal grijsachtig gekleurde lucht afstaken.