De wegen zijn vaak =krom=, en toch =recht=,
Waarop Gij, Heer, Uw kinderen voert,
Daar pleegt 't er vaak wonder zeldzaam uit te zien.
Toch triumfeert =ten laatste= Uw goede raad!
Ja, krom schijnen vaak de wegen, waarop de Heere Zijne kinderen leidt
tot het voorgestelde doel!
Israël wordt uit Egypte geleid; maar in plaats van dadelijk wonderdadig
Kanaän te worden binnengeleid, wordt 't gansche volk in de engten van
Pi-Hachirôth oogenschijnlijk dadelijk ten doode gewijd!
Aan Jozef wordt verhooging beloofd, en hij wordt in de diepste
vernedering weggestooten!
David wordt tot koning gezalfd, en de gezalfde des Heeren moet als
balling buiten zijn vaderland zwerven, bij de Filistijnen zelfs een
schuilplaats zoeken!
Kromme wegen!
Toch zijn ze recht als een kaars!
Aan de Roode Zee wijken op Gods bevel de wateren des doods voor de
koningskinderen. Als een rij soldaten staan de wateren aan weerskanten
van 't doortrekkend volk. Het is, alsof ze hun zwaarden tegen hun
schouder drukken, om den kinderen Israëls militaire eer te bewijzen. Op
de Egyptenaren stormen ze in met de scherpte hunner wapenen. En Mozes
en Israël zingen 't lied, dat de paaschpsalm der eeuwen, 't lied der
eeuwigheid werd!
Was Jozef een minder voortreffelijk onderkoning, omdat hij in 't
kerkerhol had gezucht, of was hij de rechte man op de rechte plaats om
den nood van heel een volk te lenigen?
Heeft 't David kwaad gedaan, dat hij een balling was, voordat hij koning
werd. Neen, in de ballingschap is de lier gestemd, waarbij de koning
voor zijn volk zong; meer nog, is zijn hart gevormd, om een rechte
koning te zijn over het arme volk van God.
Zal 't mij hinderen in mijn arbeid onder de verwaarloosde jeugd, onder
zwervers, ontslagen gevangenen en drankzuchtigen, wanneer ik straks als
uit de dooden opgestaan in hun midden mag staan om de groote werken Gods
te vertellen?
O, mocht 't eens waarheid worden, dat ik in Februari of Maart mijn werk
weer mocht opvatten!
Bidt, Geliefden, de Heere is de Hoorder der gebeden! Hem is niets te
wonderlijk! O, verhoore Hij uwe en onze smeekingen, en verblijde Hij ons
door Zijn groote daden!
Uw u liefhebbende oud-leeraar,