R. J. W. RUDOLPH.

Heidelberg, 9 December 1913.

_Geliefde gemeente!_

Wanneer gij dezen ontvangt, hoop ik met mijne vrouw weder in het

vaderland te zijn. Woensdag 10 December vertrekken we D.V. 2,19 van

hier, en hopen dan 's avonds 10,16 in Amersfoort aan te komen. Donderdag

zal wegens de vermoeienis van den vorigen dag 't hoofd wel niet tot

schrijven staan. Daarom zend ik dezen brief thans maar wat vroeger af.

Het voornaamste wat in de afgeloopen dagen met mij heeft plaats gehad,

is de vroeger reeds aangekondigde opsluiting van 5 tot 7 December en de

bestraling met mesothorium radium.

Behalve operatie worden hier voor de kankerbestrijding in hoofdzaak drie

middelen aangewend: 1e. de inspuiting met enzytol, 2e. de

Röntgen-bestraling, en 3e. de radium-bestraling.

Deze volledigheid teekent de voortreffelijkheid der hier gevolgde

methode. Ook in andere steden, als Weenen, Dresden en Parijs wordt de

kanker stelselmatig bestreden; maar nergens heeft men het complete stel

van middelen, dat men hier gebruikt. Schier nergens heeft men de

inspuiting met enzytol, waaraan hier juist zulke groote waarde wordt

gehecht. Op de meeste plaatsen heeft men òf Röntgen-bestraling, òf

radium-bestraling; doch schier nergens, gelijk hier, beide tegelijk.

De voortreffelijkheid der hier gevolgde methode van kanker-behandeling

blijkt dan ook wel 't best uit de verrassende uitkomsten. Een Hollandsch

dokter, die op onderzoek uit is, deelde mij mede, dat hij nergens de

resultaten heeft gezien, die hij hier aanschouwde. We stonden samen bij

een man uit Crefeld, die in zijn geboorteplaats voor de tweede maal aan

maagkanker was geopereerd. Bij de tweede operatie was de opening echter

dadelijk dichtgemaakt; men zag de onmogelijkheid van een tweede operatie

in. Deze man kwam hier. Hij vertelde ons, dat de knechten, die hem in 't

bad hielpen, tegen elkander zeiden: »Deze kan nog naar Crefeld terug,

maar verder niet, anders bezwijkt hij zeker." Hij maakte nu zijn derde

kuur door, had 13 pond aan gewicht gewonnen, maakte zeer groote

wandelingen, en zou spoedig verlof krijgen, om te gebruiken, wat hij

wilde. De dokter, die naast mij stond, fluisterde mij in 't oor: »in

beginsel is hij reeds genezen!"

Zóó zijn hier tal van voorbeelden.

Vooral de radium-bestraling is echter zeer kostbaar. Het radium is de

schoone uitvinding van Madame Curie, een Poolsche van geboorte, met een

Fransch professor gehuwd, zelve gedoctoreerd in de chemie, als ik mij

niet bedrieg, de éénige vrouw, die ooit op wetenschappelijk gebied een

ontdekking deed. Deze vinding plaatste deze princesse de science evenwel

dadelijk in de voorste rijen der grootste geleerden. Zelden is nuttiger

uitvinding gedaan dan deze. Het radium wordt tegenwoordig gebruikt voor

de genezing van allerlei treurige ziekten, waartegen men vroeger

machteloos stond.

Maar gelijk ik reeds zeide, 't radium is zeer kostbaar. Vele centenaars

grondstof zijn noodig om er een milligram radium uit te bereiden. De

grondstof is ook niet in groote hoeveelheden voorhanden. Alzoo gaat de

bereiding slechts zeer langzaam voort, en komt op hooge kosten te staan.

Vandaar dan ook de opsluiting van de patiënten, die met radium worden

bestraald. Ze krijgen voor een groote waarde aan hun lichaam. Ik had

bijv. voor een waarde van 63000 Mark of 37800 Gulden aan mijn hals. Stel

eens, dat zulke patiënten vrij konden rondloopen! Hoe licht zou iemand

in de verzoeking komen, om er mee weg te gaan, of 't weg te stoppen, en

te veinzen 't verloren te hebben, om 't later voor een zeer groote

waarde aan dezen of genen dokter of kwakzalver te verkoopen!

Vrijdagavond zes uur werd de deur van buiten achter mij gegrendeld. Toen

kreeg ik eenig idee van 't vreeselijke der cellulaire gevangenis, en ik

kan mij begrijpen, dat tegenwoordig velen opstaan, die een andere wijze

van straffen voorstaan. Terstond dacht ik ook aan Bunyan en Rutherford,

en stelde mij voor, wat dezen om hun geloof hebben geleden.

En toch, hoe goed hebben deze beide mannen 't in de gevangenis gehad,

wat was de Heere hun daar nabij! De kerker was hun als een paradijs!

Bunyan schreef hier zijn Christenreize, en Rutherford zijn heerlijke

brieven.

Ook mij wilde de Heere wederom sterken. Acht-en-veertig uren moest ik

alzoo gevangen zitten; maar de tijd is omgevlogen. Ik troostte mij

vooral met den 9en en 10en Zondag van den Heidelberger Catechismus. Ik

hief mijn hart op tot Hem, Die vóór alle dingen is, en door Wien alle

dingen zijn. Ik bewonderde Zijn wijsheid, die zulke verborgene krachten

in de schepping legde, en dan den naar Gods beeld geschapen, denkenden,

menschelijken geest 't vermogen gaf, de meest verborgen geneesmiddelen

op te sporen. Ik loofde Zijn goedheid, dat ik 't onwaardeerbaar

voorrecht mocht genieten, thans van dit kostbare middel gebruik te

maken. Niet minder dankte ik Zijne liefde, dat Hij mij alles, wat Hij

mij in den laatsten tijd deed ondervinden, ten goede deed medewerken.

Alles bracht mij nader tot Zijnen Eeuwigen Zoon. Jezus werd mij steeds

dierbaarder. O Hij, Hij alléén, is mijn Alles, mijn wijsheid, mijn

rechtvaardigheid, mijn heiligmaking, mijn verlossing, mijn vreugde, mijn

liefde, mijn hope, mijn troost. Ik ken en aanbid dan ook de bedoeling,

die de Heere met mijne zware beproeving heeft. Hij zendt ze mij

uit liefde, met vaderlijke hand toe, om mij hoe langer zoo meer te

louteren. Deze kennis geeft mij geduld in dezen tegenspoed, geeft mij

dankbaarheid, wanneer ik eenigen vooruitgang bemerk en geeft mij ook

genade om mij met een volkomen vertrouwen voor de toekomst aan den Heere

over te geven, wetende, dat niets mij zal scheiden van Zijne liefde in

Christus.

In dit vertrouwen ga ik dus zonder vreeze de onbekende toekomst in.

De hoofdkuur is nu afgeloopen.

Wat is 't resultaat?

Dit zal nader moeten blijken.

Blijf ik, zooals ik nu ben, dan zou ik, zij 't met groot lichamelijk

gebrek, mijn arbeid weer kunnen doen. Bij de eerste kuur kwam er een

omwenteling ten goede in mijn gestel. Deze is bij de tweede bevestigd.

Maar er is meer noodig.

Zoolang de kanker nog niet is uitgeroeid, blijft steeds een catastrophe

te vreezen.

Ik zal dan moeten afwachten, wat de Heere nu verder werkt. Is de

nawerking der hoofdkuur goed, dan hoop ik met goeden moed een derde kuur

te ondernemen, in de stille hope, dat de Heere dan een volkomene

genezing geeft.

Zooals Hij doet, zoo is 't echter wèlgedaan.

Neemt Hij mij weg, dan hoop ik den God mijn levens, den God van zoo

rijke en vrije genade, in mijn sterven te mogen verheerlijken, en zal ik

stervend Zijnen goeden Naam nog danken, dat Hij mij door mijn bezoek aan

Heidelberg de gelegenheid heeft geschonken, getuigenis af te leggen van

de genade, die Hij mij wilde bewijzen. De Heere vergist Zich nimmer; ook

in mijn sterven zal Hij dan Zijn naam grootmaken.

De eerste leerlingen van de Geneefsche Universiteit werden door Calvijn

naar Frankrijk gezonden. Calvijn had zich heel wat voorgesteld van den

arbeid dezer beide evangeliepredikers in zijn geliefd geboorteland.

Nauwelijks zijn zij echter over de grenzen, of zij worden

gevangengenomen en verbrand.

Welk een slag voor Calvijn! Slechts voor een korten tijd! Spoedig leerde

Calvijn inzien, dat deze beide jonge mannen in hun martelaarsdood

krachtiger prediking hadden gedaan, dan zij heel hun leven hadden kunnen

houden.

In Amerika sterft een jeugdig proponent, en wordt begraven op den dag,

dat hij zijn intrede zoude doen. Wijlen Ds. Beuker zou bij de begrafenis

de lijkrede houden. Hij begon te zeggen: »Deze jonge man dacht 't

evangelie te prediken in de lijdende en strijdende kerk! God heeft

wat beters over hem voorzien, hij mag nu aan de heilige engelen Gods

verkondigen de veelvuldige wijsheid Gods, in de verlossing der gemeente

openbaar".

God rechtvaardigt altijd zijn doen.

Nu zien we dat nog niet ten volle.

Hoeveel duisters er echter ook zij in 't Godsbestuur, hiervan ben ik

zeker, dat 't einde aller dingen de allerheerlijkste Theodicee of

rechtvaardiging Gods zal zijn.

Hoe de Heere dus ook doe, wat Hij doet, is altijd wijs, heilig en goed.

Behaagt 't Hem, mij nog jaren tot mijne levensjaren toe te voegen, dan

heb ik de begeerte, dat Hij mij slechts een hemelsch leven geve, opdat

ik reeds op aarde den hemel meer en meer mag beginnen.

Geliefden, laten wij die genade veel van onzen God bidden! O, wat zal 't

ons dan goed zijn, wat zal God in al ons doen verheerlijkt worden, en

wat zal ook de wereld dan werkelijk worden jaloersch gemaakt!

Eenigen tijd geleden verscheen een werk, dat veel opzien baarde, en dat

den titel voerde: »Briefe, die Ihn nicht erreichten!" »Brieven, die hen

niet bereikten."

En wie waren die brieven?

Dit waren de Christenen. Zij zijn de brieven, die de Heere aan de wereld

schrijft, opdat zij uit den wandel der Christenen zullen leeren hun

leven te verbeteren.

Maar helaas, vele van deze brieven bereiken de menschen der wereld niet.

De wereld kan aan vele Christenen niet zien, dat zij werkelijk

Christenen zijn.

Zulke brieven komen niet aan hun adres, en blijven als onbestelbaar

liggen.

Neen geliefden, zoo mag 't niet zijn!

Laat ons dus om genade bidden, dat wij een waarlijk hemelsch leven mogen

beginnen! Zegene Hij daartoe voor ons tezamen ook het schrijven dezer

brieven!

Van strak gespannen snaren · 第 23 / 56 题