Voisin.]

[Noot 118: In een oud handschrift, op perkament volgens oorspronkelijke

stukken, in 1482 door Lodewyk van Houtte van Deinze geschreven, hetwelk de

heer Voisin in zijn werk over de slag der gulden sporen aanhaalt, worden

vermeld als hebbende de slag te Kortrijk bijgewoond:--Salomon heer van

Zevekote, die er dood bleef; Arend Drubbel, baljuw van Deinze; de heer van

Zomergem en zijn twee zonen; Jan van Waasberge; de heer Van Maldegem en

zijn zonen; Jan van Deinze, heer van Leerne; de heer Simon Bette van Gent;

de heer Van Severen en zijn zoon die er dood bleef; Jan heer van Aishove;

Jan de Vos, van Gent; Jan heer van Aarsele; Willem van Daknam en zijn

broeder Pieter; Boudewyn Braem, van Gent; de heer van Landegem; de zoon van

de heer van Vinkt; Thomas van Torre, heer van Vorselaar; Hans van Kortrijk;

Philippe Baelde van Ieper; Pieter van Brugge, die er dood bleef; Walter

heer van Merendree; Jacob van Ieper, schildknaap van de Graaf van Namen;

Simon, zoon van de heer van Kaster; Jan heer van Machelen, die er

gevaarlijk gewond werd; Pauwel heer van Knesselare; de heer Frans van

Meulebeke; Amman van Brugge, Pieter Nieuwerkerken, heer van Markegem; Jan

heer van Ingooigem; Pieter Belle van Ieper; Willem en Robrecht Wennemaar,

van Gent; Walter Ryckam van Kortrijk; Jan de Stuuwere en Pieter de Drivere,

van Harelbeke; Jan en Pieter van der Pille en Jan die Bleckere, van

Oudenaarde; Pieter van der Haghen, van Brugge; Jan Willebaert, van Torhout;

Willem de Visschere, van Kortrijk; de heer Lodewyk van der Moere; de heer

van Anzegem; de heer van Nokkere en zijn broeder, de baljuw van Nevele en

Pieter de Schrivere van Tielt.]

[Noot 119: "Guido van Vlaenderen dede alsdan Pieter Deconinck en Jan

Breydel aen het hoofd van 't leger komen, alwaer hy deselve, ten aensien

van een ieder, Ridders geslagen heeft."

_Jaerboeken van Brugge._]

22

[Noot 120: "Ende si lieden te Ryssele comende, so sprak Robrecht van

Artois tot de twee coningen van Mayoorcke en van Melyde: ik duchte dat de

Vlaminghen, die argher syn dan Sarasynen, want si syn vernoyeirde

Kerstenen; eest so dat si ons eenighen oploop doen willen en dat wi se doen

te niete, wi sullen der Gode also lief mede doen ende het wordt ons soo

goede een vaerdt oft wi al Barbaryen metten sweerde wonnen."

_Die excellente Cronike._]

[Noot 121: "Het Franse leger beliep tot boven de vijftigduizend man;

het was nog sterker geworden en had onder zijn gelederen een groot getal

Brabanders ontvangen, te midden derwelke Godfried, oom van de Hertog van

Brabant, zich deed bemerken."

De Leeuw van Vlaanderen Of de Slag der Gulden Sporen · 第 53 / 86 题