[Noot 114: "Guilliellemus van Juliers dit verstaen hebbende is
terstont, weynige van syn volck gelaeten hebbende voor het Casteel van
Cassel, met syne troupen naer synen oom Guido gekomen, om met gevoegde magt
de Franschen af te wagten."
_Chronyke van Vlaenderen._]
[Noot 115:
"Binnen desen dat dit gesciede,
soo sende Her Jan van Namen liede,
sine broeders te hulpen dan,
Met platen wel VI hondert man."
_Spiegel Historiael._]
21
[Noot 116:
"Het 's Myn Her Jan van Rinesse;
In die werelt en ess 'er niet sesse,
Omgaens wyt ende breet,
Die het van orloge weet."
_Spiegel Historiael._]
[Noot 117: "Eindelijk zag men komen toegelopen, met vijfduizend
Gentenaars, onder dewelke zevenhonderd zijner magen en vrienden waren, een
der helden van de beruchte slag te Woeringen, de ridder Jan Borluut,
dewelke zich een grote faam van onversaagdheid en kunde had gemaakt."