NYM (tot Page). En dit is waar; den humor van de leugen mag ik niet.
Hij heeft mij in enkele humors beleedigd. Ik had haar den humorbrief
moeten brengen; maar ik draag een zwaard, en dit zal bijten, als ik het
noodig heb. Hij bemint uw vrouw, dat is het lange en het korte van de
zaak. Mijn naam is korporaal Nym; ik spreek, en ik betuig, dat het waar
is;—mijn naam is Nym, en Falstaff bemint uw vrouw.—Vaarwel; ik mag den
kaas- en broodhumor niet; en dat is de humor er van. Vaarwel.
(Nym af.)
PAGE (ter zijde). „De humor er van,” zegt hij; dat is een knaap om den
humor uitzinnig te maken.
FORD (ter zijde). Ik wil Falstaff opzoeken.
PAGE (ter zijde). Ik heb nog nooit zulk een langdradigen, kwasterigen
vlegel gehoord.