De omstreken van Geeraardsbergen.
Vijf en veertig gemeenten, in den omtrek van Geeraardsbergen gelegen,
maakten oudtijds deel van Vlaanderen onder het Rijk.
Boelare -- thans gescheiden in Neder- en Over-Boelare -- was eeuwen lang
de zetel van eene aanzienlijke baronij. Deze telde twaalf dorpen.
De burcht stond te Neder-Boelare, langs den Dender.
Als eigenaars noemt men: Steven van Boelare, die Robrecht van Jeruzalem
naar Palestina vergezelde; -- Nicolaas van Boelare, gehuwd met Ida van
Roeulx, eene nicht van Boudewijn den Moedige; -- de heeren van Liedekerke
en van Reingaardsvliet; -- Philip-Willem van Nassau, prins van Oranje;
-- Frans de Cassina, echtgenoot van Robertina de Nouailles.
De heeren van Boelare, evenals die van Pamele, van Eine en van Cisoing,
voerden den titel van «Beer,» de hoogste onderscheiding, welke de graaf
van Vlaanderen kon toekennen.
Op het grondgebied van Over-Boelare heeft men verschillende voorwerpen
opgedolven, voortkomende van eene Frankische begraafplaats.
Boelare bezat reeds eene kerk in 1070. Het koor van den hedendaagschen
tempel schijnt zeer oud te zijn. Men vindt er eene kleine schilderij,
die het penseel van eenen meester verraadt: twee lieve kinderkens, een
lam, de heilige moeder Anna en O. L. Vrouw. Een meesterstukje, zegt men,
van den Antwerpschen kunstenaar G. DE CRAEYER.
In 1525 trokken de rederijkers «van den lande van Boelaer» te paard naar
Geeraardsbergen, «om den paeyse te vieren.» Dat zij talrijk waren, is
meer dan waarschijnlijk. De stad begiftigde hen trouwens «met twee
tonnen bier.»
Sarlardinge, op de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen, heet
_Zaarlinge_ in den mond des volks.
Vele ingezetenen van Sarlardinge arbeiden in de steengroeven van Lessen.
Op den 31 December loopen de behoeftige lieden naar de huizen der
welstellende menschen, roepende:
Koekebak, koekebak,
Steekt een brood in mijnen zak!
Dit duurt den ganschen dag, want er zijn twee, drie dorpen te bezoeken.
Tegen den avond wacht hen de koffietafel.
Niet verre van Sarlardinge, doch in Henegouw, ligt Everbeke -- Everbecq
-- dat voorheen eene Vlaamsch-sprekende bevolking had. Wie zulks
betwijfelt, vrage maar eens in het dorp naar het _Hoogbosch_ of het
_Hemelrijk_.
Goeferdinge, met zijne heuvelen en valleien, is een schilderachtig
plaatsje. De kerk, staande op de helling eener hoogte, dagteekent uit de
tweede helft der XVIIIe eeuw. Boven de deur kapte men het jaartal 1776.
Goeferdinge heeft geene groote hofsteden; doch men verzekerde ons, dat
schier al de ingezetenen een eigen huis bezitten. Zulks bewijst, dat zij
de orde en de spaarzaamheid liefhebben.
Benoorden Geeraardsbergen ligt Schendelbeke, met eene uitgestrektheid
van ongeveer 590 hectaren. De bodem, die zeer vruchtbaar en heuvelachtig
is, bestaat hoofdzakelijk uit klei.
Schendelbeke mag op eene hooge oudheid bogen. In 1850 heeft men er eene
geslepen steenen bijl opgedolven.
Het volk van Schendelbeke spreekt van den Godsberg, van den Rooden
Driesch, van den Langen meersch en het Jonkheerenveld. Op den Rooden
Driesch bouwde men in 1328 een klooster voor Karthuizers, dank aan de
milddadigheid van Jan Geylinc, heer des dorps. De Godsberg, die nu een
veld is, schijnt behuisd te zijn geweest.
Het slot van Schendelbeke stond weleer niet verre van het kasteel van
Boelare. Het werd geslecht in 1458; doch overblijfselen van
middeleeuwsche muren, in eene moerassige weide verborgen, spreken tot
den reiziger van vroeger wel en wee.
De parochiale kerk, toegewijd aan St. Amand, werd onlangs hersteld. Het
hoogaltaar is herkomstig uit de voormalige abdij van Geeraardsbergen.
Bij Idegem kronkelt de Dender het Oosten in, naar Grimmingen.
Noordwaarts, over Zandbergen, ligt Pollare, eene zeer oude gemeente,
waar men Romeinsche steenen en pannen, stukken van vaatwerk en bronzen
lanspunten heeft opgedolven.
Pollare heeft eenen «Nekkersput» en eenen «Steenberg.» Eene oorkonde van
1596 noemt ook een «Hazelaarbosch,» waar de tooveressen der streek met
den duivel omgingen.
Tusschen Grimmingen en Geeraardsbergen praalt Onkerzele, een
allerliefste plaatsje, met eene bevolking van ongeveer 1,700 zielen.
De kerk prijkt op eenen heuvel. De huizen staan in de diepte, en vormen
eenen halven cirkel rondom den tempel.
Deze werd in 1845 herbouwd. Hij bezit eenen lessenaar, die zeker in de
eerste helft der XIVe eeuw werd vervaardigd. Het ijzeren blad vertoont
een lammeken, klaverbladeren en druiven, benevens een Gothisch
opschrift.
Achter de kerk aanschouwt de wandelaar een heerlijk panorama: de
uitgestrekte Dendermeerschen; de torens van Schendelbeke, Op-Hasselt,
Idegem, Grimmingen, Pollare, Appelterre, Zandbergen en Ninove; het
kasteel van Neder-Boelare; eene menigte hofsteden en molens. Elders
daagt het donkere Raspaillenbosch. Naderbij, tusschen twee heuvelen, die
met boomen en struiken bewassen zijn, daalt de weg naar den Dender. Voor
schilders en dichters is Onkerzele een Eden.
Een gehucht der gemeente heet Atenbeke. Daar vindt de wandelaar eenen
reusachtigen eik: de _Jonkvrouw_. Door zijnen weligen groei, door zijne
ongewone hoogte en dikte, door zijne regelmatige kruin en zijne
krachtige takken wekt deze boom de bewondering van landzaten en
vreemden. De stam is van onder tot boven gaaf en gezond. Op eene hoogte
van twee meters boven den grond heeft hij nog eenen omtrek van nagenoeg
vijf meters.
Men wil, dat de «Jonkvrouw» ten minste vijf eeuwen oud zij. Hoort gij
niet, dat het loover, door den avondwind bewogen, oude sagen fluistert?
Dat het spreekt van vreugde en lijden, van vele beproevingen en
oploopen, van vervlogen roem en grootheid?
* * * * *
Wij kennen reeds den oorlog, dien Philip de Goede te voeren had tegen de
overmoedige Gentenaars. De Groententers bemachtigden het slot van
Schendelbeke. Van daar trokken zij naar Geeraardsbergen, dat zij
plunderden; naar Akeren en Lessen, stekende het vuur aan menige hoeven
en kasteelen.
Zoodra nu de hertog een leger verzameld had, besloot hij zich meester te
maken van al de burchten, door zijne vijanden bezet. In de maand Juni
1453 beschoot hij het kasteeel van Schendelbeke, dat hij na weinige
dagen veroverde. Al de belhamers werden aan boomen opgehangen.
Omtrent denzelfden tijd brandde Parike grootendeels af. Het slot van
Poeke ging op zijne beurt na negen dagen wederstands over.
In den zomer van 1765 machtigde de regeering een vennootschap om
«houillie-aeders» te zoeken binnen de rechtsgebieden van Ninove,
Leeuwergem, Gaver, Oudenaarde, Brakel, Over-Boelare, Viane, Windeke en
andere omliggende plaatsen. De vergunning meldt, dat men tot dan toe
geene diergelijke werken in Vlaanderen ondernomen had.
Den 25 October 1798 vielen de boeren van Moerbeke, Viane en eenige
andere dorpen, gewapend met zeisens, vorken en vlegels, in
Geeraardsbergen. Zij weken terug, zonder groote schade aan te richten;
doch kwamen 's anderendaags weer, kapten nu den vrijheidsboom af en
plunderden den tempel der wet.
De aanleider was uit het Kortrijksche. Hij droeg eenen hoed met zwarte
pluimen.
Geeraardsbergen was eene der weinige steden geweest, die in 1794 de
Franschen welwillend ontvingen. Zelfs hadden de wethouders, als goede
sullen, een deel van hunne bezoldiging afgestaan, om dansfeesten en
dranken te bekostigen ter eere van hunne vreemde meesters. Ondanks dit
alles beschuldigde men thans de bevolking van dubbelhartigheid, van
medeplichtigheid. «De stad,» dus schreef de beruchte Beguinot, «is
aangewezen geworden om de eerste gelegenheid tot opstand waar te nemen.
De openbare overheden zijn niet meer in veiligheid; zij worden zelfs
langs de straat beleedigd...»
Het magistraat wendde voor, dat geen enkele ingezetene aan den opstand
der Boeren had deelgenomen. Dit belette niet, dat men de stad
veroordeelde tot het betalen van eene schadeloosstelling van 2,057.41
fr.
O die lieve, broederlijke Franschen!
* * * * *
Bewesten Geeraardsbergen liggen Neder-Brakel, Op-Brakel en Schoorisse.
Neder-Brakel, met meer dan 4,200 inwoners, wordt besproeid door de
Zwalme, en gelijkt door zijne netheid aan een steedje. Het is de
geboorteplaats van den novellenschrijver E. MEGANCK.
Te Op-Brakel stond de wieg van den wijd en zijd gekenden liedjeszanger
JOZEF SADONES. De man was geboren den 6 December 1755 en stierf te
Geeraardsbergen den 19 October 1816.
Het schijnt, dat de Geuzen aan deze kanten nog al talrijk waren in de
XVIe eeuw. De gebroeders VAN CAMPENE teekenden althans aan, «dat die
van Bracle, Neerbracle en daer omtrent» naar Geeraardsbergen togen, om
verder «het klooster van Beauprees» te plunderen, en dat zij overal den
landman «veel molest deden.»
Op zekeren dag, in de maand Augustus 1566, ontmoette de heer van
Bakerzele, niet heel verre van Geeraardsbergen, eene bende van die
roovers. Twaalf hunner werden neergeveld, vijftig anderen gevangen
genomen en naderhand gekastijd.
Wij komen te Schoorisse -- Escornaiz -- eene gemeente, die nagenoeg
2,500 zielen telt.
Schoorisse ligt, evenals Marke, in eene bekoorlijke vallei, in de verte
begrensd door de wouden van Op-Brakel, Vloesbergen en den Muziekberg.
Westwaarts steekt de toren van Nukerke in de lucht.
De vroegere baronij van Schoorisse bestond uit zeven gemeenten. Zij
behoorde in den loop der tijden aan de edele geslachten van Schoorisse,
van Gaver, van Lalaing, van Berlaimont en van Egmont toe.
In de parochiale kerk vindt de reiziger eenen grafsteen met de namen van
Arnold van Gaver, heer van Schoorisse, en zijne echtgenoote Izabella van
Gistel. Jan van Luxemburg, een andere heer des dorps, stichtte er een
jaargetijde.
Het slot verhief zijne torens bezuiden de kerk, langs den steenweg.