VIII.

Naar Harelbeke.

Een wandeltocht naar Harelbeke, langs den schoonen rijksweg van Gent, is

zeker een aangenaam uitstapje. De afstand bedraagt ongeveer vijf

kilometers. Vrees echter niet, lezer, dat de zon te heet schijne; hooge

linden werpen schier overal hunne koele schaduwe op den weg.

Aan de Gentsche poort is in de laatste jaren eene groote wijk ontstaan,

met fraaie huizen, breede straten en belangrijke nijverheidsgestichten.

Links, over de Lei, ligt een afgegraven meersch. Daar heeft men, over

een tiental jaren, oude munten, Romeinsche dakpannen en eenen put

blootgelegd.

Bij de vaart bemerken wij, tusschen slanke populieren, het lustgoed van

Mevrouw Reyntjens. Daar bouwde de gravin Beatrix, weduwe van Willem van

Dampierre, de vermaarde abdij van Groeninge. In 1578, na de

overrompeling van Kortrijk door de Geuzen, werd het klooster met al

zijne afhankelijkheden verwoest en afgebroken.

Weinige boogscheuten verder vinden wij eene ouderwetsche herberg: _de

Blaasbalg_. Vóor het huis loopt de Groeningebeek onder den steenweg.

Verder komen wij langs het groene dal der Lei, waar honderden

werklieden arbeiden. De toren van Kuurne steekt slank in de lucht.

Kuurne is hedendaags eene bloeiende gemeente met meer dan 3,800

inwoners. Over het dorp loopt de Brugsche steenweg naar Ingelmunster. Op

Zondag 28 October 1798 tastten daar de Fransche wapenlieden eene bende

Boeren aan, er verscheidenen om het leven brengende.

Kuurne is de geboorteplaats van den kunstschilder E. CARPENTIER.

Bij Harelbeke heeft de Lei twee armen, die een eiland vormen. Daar

werken een paar aloude watermolens. In 1538 had een Kortrijksche

poorter, Willem Bevele, dezelve in huur. Op zekeren dag nam de heer van

Heule den molenaar gevangen. Den 25 October veroordeelde men den

plichtige om vóor het magistraat zijner heerlijkheid te verschijnen, aan

God vergiffenis te vragen, en in de kerk een geschilderd venster te doen

plaatsen.

Harelbeke is zeer oud. Eene oorkonde van 836, herkomstig uit de

Sint-Pietersabdij, te Gent, maakt inderdaad gewag van «Arlebeca.»

Men wil, dat Harelbeke het gewoon verblijf was van Vlaanderens eerste

landvoogden of forestiers. Een hunner, Liederik de Buck, zou er de

eerste kapel hebben gesticht, om aldaar met zijne opvolgers begraven te

worden.

De oude legende van Liederik en de forestiers is sedert jaren te niet

gedaan. 't Was eene fabel.

Na de strooptochten der Noormannen herbouwde Arnold de Oude het

verwoeste bedehuis. Omtrent denzelfden tijd schonk de vrome graaf aan de

nieuwe kerk de stoffelijke overblijfselen van den H. Bertulphus, een der

meest geliefde patronen van Vlaanderen.

Ten jare 1769 bouwde DEWEZ, van Brussel, den tegenwoordigen tempel.

Nochtans behield men het metselwerk van den toren met den kruisbeuk der

oude, Romaansche kerk. Het gemeentebestuur van Kortrijk kocht 9,091

groote en 23,525 kleine steenen van de «gedemoliseerde kercke.»

Onder het koor der voormalige kerk was «de sinte Pieters crypte, zynde

achttien voeten vierkante.» Op onze dagen is die krocht onder den

kruisbeuk.

De predikstoel is een eigenaardig gewrocht van LECREUX, uit Doornik.

Boudewijn met den IJzeren Arm en zijne echtgenoote stichtten te

Harelbeke een kapittel, aanvaard door den bisschop van Doornik in 1087.

Achter het hoogaltaar, in de parochiale kerk, staan nog altijd de zetels

der kanunniken, als stomme getuigen van vroegere gebeden en lofzangen.

Een tak der vroegere nijverheid was het lakenweven. In 1432 schonken de

wethouders van Kortrijk «den goeden lieden van Haerlebeke, die ter marct

quamen met huerlieder lakenen, twee cannen wijns. » Hedendaags heeft de

gemeente steenbakkerijen, brouwerijen en graanmolens. De tabakshandel in

het groot bestaat er niet meer.

Harelbeke telt ruim 7,200 zielen. Vóor het wethuis, op de Markt, staat

eene hooge, arduinen pomp. Daarop prijkt een klein standbeeld van

Liederik de Buck. In den kerktoren hangt een welluidend klokkenspel.

Alle vijftien minuten werpt het zijne lichte tonen over de gemeente. Te

Harelbeke, in een klein huisje, stond de wieg van PETER BENOIT, geboren

in 1834 en overleden in 1901.

Benoit, een der grootste toondichters van onze eeuw, is de schepper van

_Lucifer, de Schelde, de Oorlog_ en eenige andere oratorio's. Hij

schreef prachtige liederen en leverde eene menigte opstellen om het

nationalismus in de toonkunde te verdedigen.

Het kunstlievende Antwerpen richt den beroemden man een standbeeld op.

Drie eeuwen vroeger leefde een andere zoon van Harelbeke, ANDREAS

PEVERNAGE, die insgelijks de toonkunde beoefende en merkwaardige stukken

naliet. Geboren in 1545, overleed Pevernage ook te Antwerpen in 1591.

Reisjes in Zuid-Vlaanderen · 第 16 / 47 题