Naar den Lauweberg.
In zes minuten tijds snelt een trein van Kortrijk naar Marke.
Rechts ontwaart de reiziger het Magdalenakerkhof, het kasteel der edele
familie Bethune en Bissegem; links den Pottelberg, eene groote, omwalde
hofstede en de Markebeek, kronkelend door velden en weilanden.
Het kerkhof is Kortrijks oude Lazarij. Deze bestond reeds in 1233.
Bij het genoemde kasteel is het gehucht «de Markebeek.» Hier vond men,
op het einde der XVIIIe eeuw, eene stokerij. Tijdens den Boerenkrijg,
bepaaldelijk in den morgen van 29 October 1798, brachten eenige
hartelooze republikeinen daar drie personen om hals: Jan Carlier,
Augustijn Vroman en Jan-Baptist Vroman. Een steen, in den voorgevel van
het huis gemetseld, herinnert deze treurige gebeurtenis.
Een lief boschje, toebehoorende aan M. Vandenpeereboom, bezet de helling
des Pottelbergs.
De omwalde hofstede, langs den Bruyninkweg, is een overblijfsel van het
oude landgoed Roodenburg, bestaande uit een kasteel met boomgaarden,
hof, molen en loopende landen.
Op het einde der XIIe eeuw was Roodenburg een eigendom van Wouter,
protonotaris van Boudewijn IX.
Wouter had drie kinderen: Joanna, Agnes en Gillis. Toen hun vader
stierf, wenschten beide dochters zich van de wereld af te zonderen,
weshalve zij de hun toebehoorende goederen opdroegen aan Joanna van
Constantinopel, opdat zij daarmede een klooster zoude stichten. De
oorkonde voegt er bij, dat het recht van Gillis werd voorbehouden.
Ziedaar in korte woorden den oorsprong der abdij van Marke (1237). Deze
werd verplaatst, vóor 1284, en nadien de abdij van Groeninge geheeten.
Bissegem en Marke zijn zeer nijverige gemeenten, wier bevolking in de
laatste jaren ten minste verdubbelde.
In de nabijheid van Marke's spoorhalle rijst eene groote en prachtige
pannenfabriek. Langs dit gesticht voortwandelende, beklimt men den
Lauweberg, die wel vijftig meters hoogte heeft.
De Lauweberg vertoont steile verhevenheden en diepe zonken. Een groot
gedeelte is begroeid met boomen en kreupelhout: populieren,
elzestruiken, brem, dorens, heide.
Westwaarts kronkelt de Lei door een schoon landschap, rijk gestoffeerd
met boomen, huizen en molens. De torens van Lauwe, Wevelgem, Rekkem,
Meenen en Moorsele verheffen hunne spitsen boven het geboomte.
Lauwe telde, in de XVIe eeuw, nog al eenige ingezetenen, die wegens
ketterij veroordeeld werden. Willem de Duutsche moest, «om zyne
demeriten,» de wijk nemen (1555); Jan van Raes werd in 1566 met vijf
andere personen «gejusticieert.»
Tussen Lauwe en Wevelgem, langs de Lei, ligt het Kloosterhof, eene der
aanzienlijkste hoeven van heel Vlaanderen. De landen en meerschen hebben
eene uitgestrektheid van 75 hectaren.
Het Kloosterhof is een overblijfsel van de abdij van Wevelgem, aldaar
gesticht omtrent het midden der XIIIe eeuw. De kapel en eenige andere
gebouwen zijn verdwenen; de Westpoort, de smis, de huizing, de stallen
en de schuren staan nog recht. Het oudste overblijfsel is een steenen
duivenhok, gebouwd in 1690. Bij de Westpoort vindt men nog de bank,
waarop de arme lieden mochten rusten, als zij hunne aalmoezen kwamen
ontvangen.
De voormalige abdij van Wevelgem bezat, sedert 1561, een gedeelte van de
kroon des Heilands. Dit heiligdom is nu in de kerk der gemeente. Het is
een takje, dat ongeveer negen centimeters lengte heeft en drie
ongeschonden doornen draagt.
Wevelgem is eene schoone, zindelijke gemeente, met nette huizen, vier
breede straten en een kasteel.
De kerk dagteekent van 1880-1882, en behoort tot den Romaanschen stijl.
Wevelgem is de geboorteplaats van MGR DE NECKERE, gewezen bisschop van
Nieuw-Orleans, in Amerika. L.-F. NUTTIN, de bevallige dichter der
_Nieuwe Vlaamsche fabels_, is ook een zoon van Wevelgem.
Bijna op het hoogste van den Lauweberg schuilt eene hofstede achter het
geboomte.
Eenige meters verder gaat het oog over een tweede landschap, met de
bergen van Bellegem aan den horizont.
Bellegem is eene oude plaats. Eer het kapittel van O.-L.-Vrouw te
Kortrijk bestond, en wel in 1195, aanvaardde Boudewijn IX, voor zijnen
kapelaan, eene gift van haver, gedaan door Gommar van Bellegem. In 1302
stonden twee heeren van Bellegem, Daniël en Olivier, met hun gevolg
onder het vaandel der Klauwaarts. Beiden verloren hun paard in den
strijd.
De kerk van Bellegem heeft eenen merkbaar hellenden toren. Het koor is
blijkbaar zeer oud.
De grond der gemeente is zwaar en kiezelachtig. Bij droog weder komen
hier en daar eene menigte keitjes te voorschijn. Onder den invloed der
warmte breken zij echter gemakkelijk.
Tusschen de Lei en den Lauweberg loopt de ijzeren weg.
Noordwaarts daagt, hoog en statig, de toren der Sint-Martenskerk.