--Neen, zei de dominus: niet "beroemd". Ik wil niet: "beroemd".
--Je hebt een beroemden troep, Lavinius, verzekerde Martialis. Je
bent zelf beroemd.
--Ik bèn het, zeide de dominus, met kalme eigenwaarde; maar het staàt
niet.... het staat niet waardig. Het staat zoo weinig letterkundig,
artistiek: het doet zoo aan als een opschrift voor koordedansers en
berenleiders. Neen, Tryfo, ik wil niet "beroemd"....
--We zullen dan niet "beroemd" zetten, dominus. Dus:
Door den Troep....
--Ja; door den troep....
--Met roode letters: troep....?
--Ja, troep rood: rood en zwart samen doen mooi.
Tryfo ging voort:
Door den Troep van Lavinius Gabinius.
--Goed zoo, meende de dominus, nu "beroemd" was door geschrapt,
en las nu zelve:
Hymne en Voorspel met Dans, Zang en Fluitspel.
Muziek van Atillius Burrhus voor Rechter- en Linkerfluiten.
--Je copiïsten zijn kunstenaars, Tryfo, meende Martialis.
--Het is heùsch nog al mooi geschreven, bracht Cecilius in het midden,
met jeugdige, wereldwijze waardeering.
--In Alexandrië schreven ze de didascalia met gouden letters,
fluisterde Cecilianus echter minachtend.
Maar voor de deur van het winkeltje verdrongen zich nu de komedianten
en iedereen las op zijn beurt, hard op:
--Acta.... Acta Ludis.... Acta Ludis Megalensibus....