100 el was de rots hoog boven het hoofd der mineurs.

Uit deze inscriptie bleek dus duidelijk, dat de arbeiders aan dezen

tunnel gelijktijdig van beide zijden waren begonnen. Deze bijzonderheid

spoorde de oudheidkundigen aan terstond hieromtrent een plaatselijk

onderzoek in te stellen en het kanaal door te kruipen, totdat men

aan eene plaats kwam, waar men aan de holten der ingedreven beitels

inderdaad kon zien, dat hier de arbeiders elkaar hadden ontmoet.

Welk eene onderneming dit werk dus geweest is, kan men zich nauwelijks

voorstellen. Toen ik aan den ingang van het kanaal bij den Siloa-vijver

stond, was ik vol bewondering voor den oudheidkundigen onderzoeker, die

de moeite niet ontzag om zich door dat enge kanaal heen te wringen van

de eene naar de andere zijde, ten einde dit gedenkwaardige kunstwerk der

oudheid nauwkeurig te onderzoeken.

Maar wat is dit in vergelijking met het moeitevolle werk zelf, dat het

voorgeslacht zoovele eeuwen geleden tot stand heeft gebracht?

Toen voor eenige jaren de tunnel gemaakt werd door den St. Gothart voor

den spoorweg, die Zwitserland en Italië verbindt, werd er telkens met

zekeren ophef vermeld, dat men dit werk van twee zijden had aangevangen

en elkander in het midden van den tunnel had ontmoet. Men noemde dat

toen het wonder der 19de eeuw; men stond verbaasd, men was er over

verbijsterd!

En nu ontdekt men in Jerusalem, dat men daar reeds eeuwen voor onze

jaartelling hetzelfde deed en onwillekeurig komt ons een glimlach op

de lippen, als wij daarbij denken aan de wijze opmerking van den nog

zooveel ouderen Koning te Jerusalem: „Hetgeen er geweest is, hetzelve

zal er zijn en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden;

zoodat er niets nieuws is onder de zon. Is er eenig ding, waarvan men

zou kunnen zeggen: ziet dat, het is nieuw? Is het er niet al geweest in

de eeuwen, die voor ons geweest zijn?” (Pred. I: 9, 10).

Reisindrukken in het Oosten · 第 20 / 44 题