De arme Sava wrong zich de handen.
"Piet Bathory!..." riep Sarcany spottend uit. "Roept ge de dooden
te hulp?"
"Neen, Piet Bathory is niet dood!" kreet het jonge meisje in hare
overspanning. "Hij is levend!... Piet Bathory! te hulp! te hulp! Ik
smeek u. Help!"
Dat antwoord trof Sarcany en verschrikte hem meer dan de verschijning
van zijn slachtoffer zou hebben kunnen teweeg brengen. Maar hij
herstelde zich spoedig.
Piet Bathory levend! Piet Bathory, dien hij met vaste hand
getroffen had en wiens lijk hij naar het kerkhof te Ragusa had zien
dragen!... Inderdaad, dat kon slechts in het brein eener krankzinnige
opkomen.
En, was het niet mogelijk, dat Sava onder den invloed der wanhoop
krankzinnig was geworden?
Pescadospunt had intusschen dat geheele gesprek gehoord. Door Sarcany
mede te deelen, dat Piet Bathory niet dood was, had Sava haar leven
in groot gevaar gebracht. Dat was buiten twijfel. Onze acrobaat
hield zich dan ook gereed, om met zijn mes in de hand te voorschijn
te treden, wanneer de ellendeling tot verdere gewelddadigheid zou
willen overgaan. Niemand zal hem verdenken, dat hij zou aarzelen, om
toe te stooten, en wie dat zou willen doen, zou waarlijk Pescadospunt
niet gekend hebben! Hij was in dat oogenblik tot alles in staat, ja,
zelfs tot een moord!
Maar het zou zoover, Goddank, niet komen. Uitkomst was inderdaad nabij.
Plotseling sleurde Sarcany Namir mede. Hij sloot de deur met geweld
toe en draaide den sleutel om, ten einde over het lot van het jonge
meisje te gaan beraadslagen.
Pescadospunt ontrolde zich uit zijn tapijt, toen hij de deur hoorde
toeslaan, en was met één sprong op de been.
"Kom," zei hij tot Sava. "Kom, nu mag er geen enkel oogenblik
verloren gaan!"
Deze keek hem verbijsterd aan. "Zijn wij dan niet opgesloten?" vroeg
zij.
Daar het slot zich aan den binnenkant der deur bevond, beijverde de
behendige kerel zich de schroeven met den schroevendraaier van zijn
zakmes los te maken. Dat was slechts kinderspel voor hem! Dat was
volstrekt niet moeielijk en veroorzaakte geen gedruisch. In weinige
oogenblikken was hij daarmede dan ook gereed, en stak hij zijn mes
weer in den zak.
Toen de deur geopend was en zij naar buiten gestapt waren, sloot
hij haar weer. Daarna schreed Pescadospunt vooruit en sloop door de
galerij langs den muur der patio.
Het kon toen zoo ongeveer half twaalf in den nacht zijn. Eenige
lichtstralen ontsnapten nog door de muurversieringen der
skiffa. Pescadospunt vermeed dan ook zorgvuldig om die zaal voorbij
te gaan, en richtte zich daarentegen naar den tegenovergestelden hoek
der binnenplaats, om langs dien de patio te bereiken.
Toen beiden aan de deur van die gang aangekomen waren, volgden zij
die tot aan het andere uiteinde. Zij hadden nog slechts eenige weinige
passen af te leggen, om de trap van het minarettorentje te bereiken,
toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf, wier hand
de zijne niet losgelaten had, tegenhield. Ook het jonge meisje stond
toen verschrikt stil.
Drie mannen liepen in de eerste binnenplaats rondom het beschreven
waterbekken op en neer. De Moquaddem Sidi Hassan--want deze was
een hunner,--gaf een bevel aan beide anderen. Deze verdwenen bijna
onmiddellijk daarop langs de trap van het minarettorentje, terwijl
hun heer een der zijvertrekken binnentrad.
Pescadospunt begreep, dat Sidi Hassan er aan dacht, om den omtrek
zijner woning te doen bewaken. Dus het was te voorzien, dat wanneer
het jonge meisje en hij het terras zouden bereiken, dit niet verlaten,
maar wel degelijk bewaakt zoude zijn. Dat zou wel de noodlottigste
teleurstelling wezen, die zij zouden kunnen ondervinden. Dat viel
niet te ontkennen.
"Wij moeten evenwel alles er aan wagen!" zei Pescadospunt vastberaden.
"Ja..... alles!" antwoordde Sava Sandorf, niet minder kloekmoedig.
Beiden bereikten weldra, na de galerij doorgeslopen te zijn, de
trap, die zij met de meeste voorzichtigheid en zonder eenig gekraak
te veroorzaken, bestegen. Toen Pescadospunt op de bovenste trede
aangekomen was, bleef hij staan en keek scherp rondom zich.
Geen gerucht hoegenaamd werd vernomen, zelfs niet de eentonige pas
van de een of andere schildwacht.
Pescadospunt opende zachtkens de deur en, gevolgd door Sava Sandorf,
sloop hij langs de schietgaten van den borstweringsmuur.
Plotseling weerklonk nu uit het bovenste gedeelte van het
minarettorentje een alarmkreet, die door een der wachthebbende
manschappen geslaakt werd. In hetzelfde oogenblik sprong de andere
op Pescadospunt toe, terwijl Namir het terras opvloog en het overige
personeel van den Moquaddem Sidi Hassan zich over de binnenplaatsen
der woning verspreidde.
Zou Sava Sandorf zich weer laten vatten?... Zou zij weer in handen
van hare belagers vallen?
Neen!... Wanneer zij andermaal in de macht van Sarcany geraakte,
dan was zij verloren!... Zij verkoos den dood boven die
wisselvalligheid! Ja, liever den dood!
Het jonge meisje ijlde, na Gode hare ziel aanbevolen te hebben, naar
den borstweringsmuur en sprong, zonder een oogenblik te aarzelen,
van boven het terras naar beneden.
Pescadospunt had den tijd en de gelegenheid niet gehad, om haar te
weerhouden. Hij velde den man, die hem wilde grijpen, met een stomp
onder de korte ribben ter neder, daarop greep hij ijlings het touw,
dat buiten het kanteel werk hing, en eene seconde later was hij buiten
en aan den voet van de muuromheining aangekomen. Een angstig gevoel
maakte zich evenwel onmeedoogend van hem meester.
Hij keek rondom zich en huiverde bij de vreeselijke gedachte, die
bij hem opkwam.
"Sava!... Sava!..." riep hij, terwijl hij zich woest aan de haren
trok. "Sava!"
En toen hij niet dadelijk antwoord kreeg, herhaalde hij:
"Sava!... Sava!... Och, zou het arme meisje een ongeluk overkomen
zijn?"
"Hier is de juffer!..." antwoordde hem eene bekende stem. "Schreeuw
toch zoo niet. Hier is zij!"
"En?..." vroeg Pescadospunt aarzelend.
Hij durfde niet verder.
"En niets gebroken!..." vervolgde de bekende stem. "Neen, haar deert
niets. Daar heb ik voor gezorgd."
"Niets?"
"Neen!... Ik bevond mij daar juist van pas, om... Maar, pas op!... Wat
is dat?"
Een kreet van woede, gevolgd door een dof gerucht, brak den volzin
van Kaap Matifou af.
Namir, door een gevoel van razernij vervoerd, had hare prooi, die
haar ontsnapte, niet willen verlaten. Zij had ook den sprong gewaagd,
maar had zich het hoofd op den grond verbrijzeld, zooals dat Sava
Sandorf ook wedervaren zoude zijn, wanneer de sterke armen van Kaap
Matifou haar niet opgevangen en in haren val weerhouden hadden.
Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren toegeijld
en hadden zich bij Kaap Matifou en Pescadospunt aangesloten. Deze
vluchtten toen terstond naar den kant van het strand. Sava Sandorf
woog, hoewel zij haar bewustzijn verloren had, niet meer dan eene
veer voor de stevige armen van haren redder. Hij zou er wel drie
zulke hebben kunnen dragen.
Toen die kleine bende de kreek bereikte, waar de _Elektriek_ wachtte,
bevond dokter Antekirrt zich met zijne makkers reeds aan boord, en
na eenige weinige omwentelingen van de schroef, waren allen buiten
het bereik hunner vijanden. Het vaartuig stevende de kreek uit en de
buitenhaven voorbij, en was in weinige oogenblikken in het ruime sop
en buiten gevaar.
Sava werd in het salon gebracht. Toen zij daar met dokter Antekirrt
en Piet Bathory alleen was, keerde het bewustzijn weder. Zij vernam
toen, natuurlijk met veel aandoening, dat zij de dochter van graaf
Mathias Sandorf was!... Zij bevond zich weldra in de armen en aan
de borst van haren vader. Welke aandoeningen die man toen ondervond,
zal de lezer waarschijnlijk wel bevroeden. Eene menschelijke pen is
onbekwaam die naar eisch weer te geven.
X.
ANTEKIRRTA.
Vijftien uren nadat zij de kust van Tripoli verlaten had, werd de
_Elektriek 2_ door den uitkijk van Antekirrta geseind. Het vaartuig
was toen nog maar ter nauwernood zichtbaar, maar in den namiddag
lag het in de binnenhaven van het eiland ten anker. Dokter Antekirrt
was tevreden, en moest erkennen, dat die overtocht binnen den kortst
mogelijken tijd volvoerd was.
De lezer zal gemakkelijk kunnen gissen, welke ontvangst het geachte
hoofd van het eiland en zijne wakkere tochtgenoten ten deel viel.
Hoewel Sava zich nu geheel en al buiten gevaar bevond, werd er toch
besloten, dat de banden, die haar aan dokter Antekirrt verbonden,
stipt geheim zouden gehouden worden. Daar bestonden redenen voor, en
ieder die met de ware toedracht bekend was, verbond er zich toe. Die
waren trouwens niet veel, namelijk: Piet Bathory, zijne moeder,
Luigi en Maria Ferrato, Kaap Matifou en Pescadospunt.
Graaf Mathias Sandorf wilde onbekend blijven, totdat hij volledig de
taak zou vervuld hebben, die hij op zich genomen had. Maar het was
voldoende, dat Piet Bathory, die voor hem een zoon was,--zoo veel hield
hij van hem,--verloofd was met Sava Sandorf, om overal en van alle
kanten de vreugde te ontwaren, die dan ook door allen, op werkelijk
aandoenlijke wijze aan den dag gelegd werd, zoowel op het stadhuis
als in Artenak, de kleine hoofdplaats van het eiland Antekirrta.
De lezer zal zich gewis ook kunnen voorstellen, wat mevrouw Bathory
moest ondervinden, toen Sava na zooveel beproevingen teruggevonden
en haar weergegeven was! Die goede vrouw gevoelde zich inderdaad zoo
gelukkig mogelijk.
Het jonge meisje herstelde spoedig. Weinige dagen van geluk waren
voldoende, om haar de volle gezondheid weer te geven.
Wat Pescadospunt betreft, die brave kerel had zijn leven gewaagd;
dat was ontwijfelbaar en dat viel niet te ontkennen, maar volgens
hem was dat zeer natuurlijk, en er bestond geen mogelijkheid om
hem daarover althans in woorden erkentelijkheid te betuigen. Piet
Bathory had hem zoo innig aan zijn hart gedrukt en dokter Antekirrt
had hem met zulk een goedaardigen blik aangekeken, dat hij verder
niets hooren wilde. Volgens zijne gewoonte daarenboven, kende hij de
geheele verdienste van de redding aan Kaap Matifou toe. Ja, aan Kaap
Matifou, zijn tweeling-broeder als het ware.
"Ziet ge," herhaalde hij telkens, "dat is de man, dien gij moet
bedanken. Niet mij!..."
"Loop heen," sprak de reus, half lachende, half gebelgd. "Loop heen
met je praatjes!"
"Hij heeft alles gedaan," ging Pescadospunt voort. "Hij alleen,
die sterke vent."
"Ik? Neen, hij!"
"Ja, hij, die Kaap van mijn hart! Als hij er niet geweest was, dan
waarachtig ..."
"Nogmaals, loop heen! Je brengt mij waarlijk uit mijn humeur!" zei
de Hercules blozend.
"Als die goede Kaap niet zooveel behendigheid bij de oefening met dien
staak aan den dag had gelegd, dan zou ik niet met een sprong binnen het
huis van dien akeligen Moquaddem Sidi Hassan hebben kunnen dringen...."
"Schei uit! Je maakt mij inderdaad zeeziek! Je bent een nare
kerel! Hoor je?"
"En Sava Sandorf", ging Pescadospunt voort, zonder op de onderbreking
van Kaap Matifou te letten, "zou den dood gevonden hebben, wanneer
mijn dierbare Kaap niet daar geweest was, om haar in zijn armen op
te vangen!"
"Dat is waar," sprak het jonge meisje met een schalkschen
glimlach. "Dat is ontwijfelbaar waar, mijnheer Matifou!"
"Zal je nu eindigen!" sprak Kaap Matifou half gebelgd tot Pescadospunt.
"Waarom? Waarom zou ik eindigen? Ik spreek slechts de waarheid,
dat kan niemand ontkennen."
"Gij gaat te ver, want het denkbeeld, om..."
"Zwijg, Kaaplief!" viel hem Pescadospunt in de rede.
"Waarom zou ik nu moeten zwijgen? Ik wil en zal thans spreken! Hoort
ge? Niemand zal mij dat beletten."
"Drommels, ik ben niet sterk genoeg, om complimenten van dat gehalte
in ontvangst te nemen, terwijl gij..."
"Nu terwijl ik?" vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijne mouwen
opstroopte en zijne Hercules-armen met welgevallen beschouwde. "Nu,
ga voort, terwijl ik?..."
"Kom, laten wij onzen tuin gaan bebouwen en verzorgen", zei
Pescadospunt lachende. "Daar zullen die cyclopen-armen te pas
komen. Wij hebben onze plantage te lang verwaarloosd."
"Cyclopen-armen!..." pruttelde Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend
volgde. "Gij zoudt willen, dat gij uwe magere asperges tegen die
cyclopen-armen kondet verruilen. Wacht maar... die cyclopen-armen
zullen je die plagerijen wel betaald zetten!..."
Pescadospunt schaterde het uit, maar antwoordde niet en trok zijn
vriend met zich voort.
Kaap Matifou zweeg verder; maar eindigde met zich alle gelukwenschen
te laten aanleunen, alleen "om zijn kleinen Pescadospunt niet te
ontstemmen." Dat duidde op een goedig karakter. Maar ieder was dat
van den zachtaardigen reus gewoon.
Er werd besloten, dat het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf
al zeer spoedig, namelijk op den 9den November zoude voltrokken
worden. Wanneer onze jonge vriend de echtgenoot van Sava geworden
zou zijn, zou hij dadelijk beginnen, om de rechten zijner vrouw op
de erfenis van graaf Mathias Sandorf te doen erkennen. De brief
van mevrouw Toronthal liet omtrent de geboorte en de afkomst van
het jonge meisje geen twijfel bestaan. Wanneer het daarenboven
noodig zoude zijn, dan zou men wel eene gelijkluidende verklaring
van den bankier verwerven. Het behoeft niet verzekerd te worden,
dat de noodige formaliteiten daarbij betracht werden, vooral omdat
Sava Sandorf nog niet meerderjarig was en derhalve den leeftijd nog
niet bereikt had, om hare rechten te doen eerbiedigen. Inderdaad,
zij zou haar achttiende jaar eerst over zes weken bereiken.
Er moet bovendien bij verteld worden, dat in dat verloopen tijdvak van
vijftien jaren, een wijziging in de staatkunde plaats had gegrepen,
geheel ten voordeele van de Hongaarsche kwestie, en waaruit een betere
toestand geboren was, vooral ten opzichte van de herinnering, die de
zoo plotseling bedwongen onderneming van graaf Mathias Sandorf bij
eenige staatslieden achtergelaten had. Mildere gevoelens zaten bij
hen voor en zouden hunnen invloed niet missen.
Wat den Spanjaard Carpena en den bankier Silas Toronthal betreft,
omtrent hun lot zou later afdoend beslist worden, evenwel niet vóórdat
Sarcany op zijne beurt een plaatsje in de kasematten van Antekirrta
zoude erlangd hebben. Eerst dan zou de taak van gerechtigheid, die
dokter Antekirrt ondernomen had, volvoerd mogen heeten. Ja, eerst
dan zou de deugd beloond en de misdaad gestraft mogen heeten.
Maar terzelfdertijd, dat de dokter de middelen beraamde, om zijn doel
te bereiken, gebood de noodzakelijkheid ernstig om maatregelen van
voorzorg voor de veiligheid der kolonie te treffen. Zijne agenten in
de Cyrenaïsche streken en in het Tripolitaansche Regentschap meldden
hem toch, dat de Senousistische beweging in belangrijkheid buitengewoon
toenam, vooral in het villayetschap van Ben Ghazi, dat zich het meest
in de nabijheid van het eiland Antekirrta bevond. Speciale loopers
stelden zich onafgebroken in betrekking tot Jerhboub, dat nieuwe
brandpunt van de Islamitische beweging, zooals de heer Duveyrier
dat tweede metropolitaansche Mekka noemde, waar toen Sidi Mohammed
El Mahedi tegenwoordige Grootmeester der Broederschap met zijne hem
ondergeschikte hoofden van de geheele provincie resideerde. Daar nu
die Senousisten de waardige nakomelingen zijn van de oude Barbarijsche
zeeschuimers, dragen zij derhalve een ingekankerden en doodelijken
haat toe aan een ieder, die tot het Europeesche ras behoort. Dokter
Antekirrt begreep dan ook, dat hij zeer op zijne hoede moest zijn
en dat voor het eiland Antekirrta inderdaad zeer gevaarvolle dagen
aanbreken konden.
En werkelijk, moeten niet aan de Senousisten toegeschreven worden
de veelvuldige moorden, die sedert twintig jaren op de Afrikaansche
sterftelijst hebben moeten ingeschreven worden? Als wij Beurman in 1863
te Kanem hebben zien omkomen, Van der Decken met zijne makkers in 1865
op de rivier Djouba, mejuffrouw Alexina Tinne en hare volgelingen in
1865 in de Ouadj Abedjouch, Dournaux Duperré en Joubert in 1874 bij
den waterput van In Azhar, de paters Paulmier, Bouchard en Menored in
1876 in de omstreken van In Calah, de paters Richard Morat en Pouplard
van den zendingspost Ghadames in het noorden van de Azdjer-streek,
den kolonel Flatters, de kapiteins Masson en De Dianous, den dokter
Guiard, de ingenieurs Beringer en Roche in 1881 op den openbaren
weg naar Warglâ, dan moeten alle die moorden toegeschreven worden
aan die bloeddorstige geaffilieerden, die er toe gedwongen worden de
Senousistische leer ten opzichte van stoutmoedige landonderzoekers ten
uitvoer te leggen. Onbedwingbare dweepzucht komt daarbij voornamelijk
in het spel. Dat is niet te betwisten.
Omtrent dit onderwerp onderhield dokter Antekirrt zich zeer dikwijls
met Piet Bathory, met Luigi Ferrato, met de gezagvoerders zijner
flottilje, met de hoofden zijner militie en met de voornaamste
notabelen van zijn klein eiland.
Zou Antekirrta een aanval van die schrikkelijke zeeschuimers kunnen
weerstaan?
Ja, ongetwijfeld, hoewel het geheele versterkingsplan nog niet geheel
ontworpen, en sommige vestingwerken nog niet voltooid waren, zeker
zou Antekirrta zich kunnen verdedigen, evenwel in het geval dat de
aanvallers niet te talrijk zouden zijn.
Van eene andere zijde beschouwd, zouden de Senousisten er eenig belang
bij hebben, het eiland te bemachtigen?
Voorzeker, daar het de geheele Sidragolf beheerschte, die door de
kusten van de Cyrenaïsche en Tripolitaansche streken omzoomd en gevormd
werd. Voor hen vormde dat eiland als het ware een strategische knoop
en was dus zeer belangrijk.
De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat ten zuidwesten van
Antekirrta het eilandje Kenkrof op een afstand van ongeveer
twee mijlen gelegen was. Nu had men den tijd niet gehad, om dat
eilandje te versterken, en dat dreigde gevaarlijk te worden, in
het waarschijnlijk geval, dat eene vloot daarvan hare operatiebasis
wilde maken. Dokter Antekirrt had het dan ook, zooals wij weten, bij
wijze van voorzorgsmaatregel laten ondermijnen, en thans werd eene
schrikkelijke ontplofbare stof, de penkrastiet, in de mijngangen, die
te midden van de rotsachtige massa aangelegd waren, geladen. Verdere
voorzorgen waren voorloopig niet te nemen.
Er was maar eene electrische vonk noodig, die langs een onderzeeschen
metaaldraad, die het eilandje met Antekirrta verbond, afgezonden kon
worden, om Kenkrof, met alles wat zich op zijne oppervlakte bevond,
in de lucht te doen vliegen en te vernietigen.
Ziehier, wat omtrent de andere verdedigingswerken van het eiland
verricht was.
De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht en wachtten slechts
dat de aangewezen bedieningsmanschappen der militie hunne posten kwamen
innemen. Het centraal conisch fortje was gereed om vuur te kunnen
geven met zijne stukken, die zeer ver droegen. Talrijke torpedo's,
die in het vaarwater gezonken lagen, verdedigden den toegang der
haven. Ook de _Ferrato_ en de beide _Elektrieks_ waren tot handelen
gereed, hetzij om den aanval verdedigenderwijze tegen te gaan, hetzij
om bij den uitval op de aanvallende vloot in te loopen. Inderdaad,
de verdedigingsmiddelen van het kleine eiland Antekirrta waren niet
gering te schatten.
Toch had het eiland eene kwetsbare plaats, namelijk de zuidwestelijke
kust. Daar was eene strook, die niet door het vuur der strandbatterijen
en door dat van het fortje bestreken werd, en waar dus gemakkelijk
troepen konden ontscheept worden. Men had nog geen tijd gehad, om
daar het versterkingsplan te voltooien. Dat was wel te betreuren.
Daar bestond het gevaar, en misschien was het reeds te laat, om
afdoende verdedigingswerken te ontwerpen en daar te stellen. Maar
daaraan was nu in de gegeven omstandigheden niets meer te doen. Maar
was het, alles wel beschouwd, onwraakbaar zeker, dat de Senousisten
plan hadden, om het eiland Antekirrta aan te tasten?
Dat was toch, bij eenig nadenken, eene zaak van belang, ja eene
gevaarlijke onderneming, die daarenboven een belangrijk materiëel
vorderde. Luigi Ferrato kon aan dat plan niet gelooven en twijfelde
nog. Dat gaf hij eens te kennen bij gelegenheid dat dokter Antekirrt,
Piet Bathory en hij de versterkingswerken van het eiland in oogenschouw
namen.
"Wat zouden zij hier komen doen?" vroeg hij. "Neen, op Antekirrta
hebben zij het oog niet gevestigd."
"Dat 's mijne meening niet," antwoordde dokter Antekirrt. "Het eiland
is rijk, het beheerscht de streken, die aan de Syrtische Zee gelegen
zijn. Al bestonden ook slechts die redenen, geloof mij, dan zou het
eiland toch vroeg of laat aangevallen worden; want de Senousisten
hebben er zeer groot belang bij, er zich van te bemachtigen!"
"Meent gij?" vroeg Luigi Ferrato hoofdschuddende en nog steeds
ongeloovig.
"Niets is zekerder dan dat," vulde Piet Bathory aan. "En mij dunkt, dat
dit eene gebeurlijkheid is, die ons zeer op onze hoede moet doen zijn!"
"Nu, dat zullen wij!... Maar, intusschen wil het bij mij er nog maar
niet in..."
"Wat mij vooral aan een aanstaanden aanval doet gelooven," hernam
dokter Antekirrt, "dat is, dat Sarcany tot de geaffilieerden van de
Khouâns behoort, en het is mij bekend, dat hij vroeger steeds voor
hen als agent in het buitenland werkzaam is geweest... Hij was het,
die wapens, kruit en lood voor hen opkocht."
"Dat is zoo, maar..."
"Herinnert u nu, mijne vrienden, dat Pescadospunt in het huis van den
Moquaddem een onderhoud tusschen Sarcany en Sidi Hassan afgeluisterd
heeft. In dat onderhoud werd de naam van het eiland Antekirrta
herhaaldelijk uitgesproken... Mij dunkt, dat dit zijne beteekenis
moet hebben. Zijt gij ook niet van die meening?"
"Ja, maar..."
"Sarcany weet," ging de dokter onverstoorbaar voort, "dat het eiland
mij toebehoort, dat wil zeggen aan den man, die een schrik voor hem is,
aan den man die Zirone op de hellingen van den Etna deed aanvallen..."
"Jawel, maar welke..."
"Dus, omdat hij daarginds op het eiland Sicilië niet geslaagd is, zal
hij ongetwijfeld hier trachten te slagen en dat met veel meer kansen in
zijn voordeel. Mij dunkt toch, Luigi, dat die redeneering steek houdt."
"Heeft hij een persoonlijken haat jegens u, heer dokter?" vroeg
Luigi Ferrato.
Antekirrt trok onverschillig de schouders op. De haat van zoo'n
aterling scheen hem niet te deeren.
"Kent hij u ten minste?" vroeg de jonge zeeman, die zich zoo gauw
niet gewonnen gaf, met aandrang.
"Het is mogelijk, dat hij mij te Ragusa gezien heeft," antwoordde
dokter Antekirrt.
"Maar dat is niet voldoende om..."
"In ieder geval," ging de dokter voort, "kan het hem niet onbekend
gebleven zijn, dat ik in die stad in aanraking gekomen ben met de
familie Bathory..."
"Dat is te zeggen...."
"Daarenboven moet hem op het oogenblik, toen Pescadospunt Sava uit
het huis van den Moquaddem Sidi Hassan ontvoerde, bekend geworden
zijn, dat Piet Bathory nog leefde. Dat alles moet in zijn geest eenig
verband gezocht hebben, en hij kan er niet aan twijfelen, dat èn Piet
èn Sava eene schuilplaats op het eiland Antekirrta gevonden hebben. Die
gedachte alleen is meer dan genoeg, om er hem toe te brengen, het
geheele Senousistische hondenpak tegen ons aan te voeren. En van die
hebben wij geene genade te verwachten, wanneer zij er in slaagden,
ons eiland te overweldigen."
Die redeneering was volstrekt niet zonder grond. Het was meer dan
zeker, dat Sarcany nog niet wist, dat dokter Antekirrt en Graaf
Mathias Sandorf slechts één persoon uitmaakten. Hij wist evenwel
genoeg, om alles in het werk te stellen, ten einde de erfgename van het
domein Artenak weer in handen te krijgen. Niemand zal er zich dus over
verwonderen, dat hij den Kalief aangezet had, om een krijgstocht tegen
de Antekirrtsche volksplanting uit te rusten! Hij had zelfs aangeboden,
den aanval te besturen en te geleiden. Een lafaard was Sarcany niet.
Men bereikte evenwel eindelijk den 3en December, zonder dat iets
geschied was, hetgeen op een aanstaanden aanval kon duiden. Het
was tot dien datum in den omtrek van het eiland Antekirrta volkomen
rustig gebleven.