vond, "is het de dood van haren zoon, die de geestvermogens van
mevrouw Bathory gekrenkt heeft? Heeft zij zich dat verlies zoozeer
aangetrokken?"
"Neen, mijnheer Antekirrt, neen," antwoordde Borik. "Er is heel wat
anders. Ik zal het u vertellen."
"Wat dan?... Spreek, o spreek!" kreet Piet Bathory onstuimig, terwijl
hij den ouden man bij de handen greep.
Ziehier, wat de trouwe dienaar toen in beknopte trekken, maar met
horten en stooten verhaalde.
Toen mevrouw Bathory, na den dood van haren zoon, alleen op de wereld
achterbleef, had zij Ragusa verlaten en zich in het dorpje Vinticello
gevestigd, waar zij nog eenige bloedverwanten bezat. Gedurende dat
tijdperk zou men het weinige, dat zij in haar bescheiden woning
bezat, te gelde maken, daar het haar voornemen was, het huis in de
Marinella-straat niet meer te betrekken.
Zes weken later keerde zij in gezelschap van Borik naar Ragusa terug,
om de laatste hand aan de regeling harer zaken te leggen, en toen
zij in de Marinella-straat aankwam, vond zij een brief, die in de
bus van het huis gestoken was.
Bij het lezen van dien brief was het reeds alsof hare geestvermogens
geschokt werden. Zij las hem evenwel ten einde toe, stiet toen een
kreet uit en stoof in ijlende vaart de straat op. Zij liep naar de
Stradona-laan, stak die over en klopte aan de poort van het hôtel
Toronthal, die dadelijk geopend werd.
"Het hôtel Toronthal!..." riep Piet Bathory uit. "Mijn God, wat moet
dat beteekenen?"
"Ja, het hôtel Toronthal," antwoordde de oude Borik, "en toen ik
mevrouw Bathory eindelijk ingehaald had, herkende zij mij niet
meer.... O God ... Piet, Piet, zij was krankzinnig! Volslagen
krankzinnig!"
"Maar waarom ging mijne moeder naar het hôtel Toronthal" vroeg Piet
Bathory onstuimig.
Borik keek hem met nieuwsgierigen blik aan, maar antwoordde niet
dadelijk.
"Waarom ging zij naar het hôtel Toronthal?" herhaalde de jonge man,
die den ouden dienaar met een verbijsterd oog aanzag, alsof hij niets
van het gesprokene begreep. "Wat had mijne moeder in Gods naam daar
te doen?"
"Zij wenschte waarschijnlijk mijnheer Toronthal te spreken,"
antwoordde Borik.
"Wat had zij toch met mijnheer Toronthal te maken?" vroeg de jonge
man afgetrokken... "Maar... verder? Verder?"
"Mijnheer Toronthal had evenwel sedert twee dagen met zijne dochter die
fraaie woning van de Stradona-laan verlaten, zonder dat iemand wist,
waarheen zij gegaan waren. Ziedaar alles wat ik op mijne pogingen om
inlichtingen te verwerven, kon vernemen."
"O, noodlot!" riep dokter Antekirrt uit. "Zonder dat iemand wist
waarheen zij gegaan waren?..."
"Ja, heer dokter."
"En die brief... die brief?..." vroeg Piet Bathory zoo hartstochtelijk
mogelijk. "Die brief?..."
"Dien heb ik niet kunnen weervinden, mijnheer Piet," antwoordde de
grijsaard," en hetzij mevrouw Bathory hem verloren of verscheurd
heeft, hetzij iemand haar dien afhandig gemaakt heeft, ik heb nimmer
kunnen vernemen, wat hij inhield, hoeveel pogingen ik daartoe ook
heb aangewend, wanneer ik meende, dat de arme vrouw in meer heldere
oogenblikken verkeerde."
Die brief spoorloos verdwenen! Dat was inderdaad iets geheimzinnigs!
Dokter Antekirrt, die dat verhaal opmerkzaam gevolgd had, wist geen
beteekenis aan de handeling van mevrouw Bathory te verleenen. Welke
kracht had haar naar dat hôtel van de Stradona-laan geleid, waarvan
haar juist alles verwijderd had moeten houden? En waarom had zij zulk
een hevigen schok ondervonden, dat zij er krankzinnig van was geworden,
toen zij het verdwijnen van Silas Toronthal vernam? Inderdaad, dat
alles kwam allen belanghebbenden zeer raadselachtig voor.
Het verhaal van den ouden bediende, hoe dikwijls ook afgebroken door
tranen, was nu spoedig geëindigd.
Het gelukte hem den ongelukkigen toestand van mevrouw Bathory geheim
te houden, terwijl hij zich onledig hield met hare verdere zaken te
regelen en het weinige dat overbleef te gelde te maken. De aard van
den waanzin van de ongelukkige vrouw was zacht en kalm, en daardoor was
het hem mogelijk geweest te kunnen handelen zonder argwaan te wekken.
Hij had slechts één wensch, namelijk Ragusa te verlaten en eene
schuilplaats te zoeken, onverschillig waar, mits dat zij slechts ver
van die gevloekte stad gevonden werd.
Hij slaagde er eenige dagen later in, zich met mevrouw Bathory in te
schepen op een der pakketbooten, die de kustvaart in de Middellandsche
zee uitoefenen, en zoo kwam hij te Tunis of beter bij de Gouleta aan.
Die streek kwam hem afgelegen genoeg voor en daar besloot hij zich
te vestigen.
En hier in die vervallen stulp, wijdde de grijsaard zich geheel en
al aan de verzorging, die de gekrenkte geestestoestand van mevrouw
Bathory noodzakelijk maakte. Zij scheen zelfs het gebruik der spraak
terzelfder tijd met de rede verloren te hebben. Maar hare bezitting
was zoo armzalig, dat hij het oogenblik zag naderen, dat zij beiden tot
de uiterste ellende zouden gedoemd zijn. En dat op zoo'n leeftijd! Het
was verschrikkelijk.
Onder die noodlottige omstandigheden herinnerde de oude zich dokter
Antekirrt en de belangstelling, die hij immer omtrent het gezin van
Stephanus Bathory had laten blijken. Maar Borik wist niet, waar de
dokter zich gewoonlijk ophield. Hij schreef evenwel, en de brief,
die zulk een hartverscheurenden wanhoopskreet inhield, had hij aan
de goede zorgen van de Voorzienigheid toevertrouwd. Het schijnt, dat
de Voorzienigheid nog al goed den dienst der posterij uitoefent, daar
de brief, in weerwil van alles, aan zijn adres terecht gekomen was.
Wat thans te doen viel, was als het ware aangewezen. Mevrouw Bathory
werd, zonder dat zij den geringsten wederstand bood, naar het rijtuig
gevoerd, waarin zij met haren zoon, Borik en Maria Ferrato, welke
laatste haar niet meer verlaten zou, plaats nam. Terwijl zij naar
de Goulet reden, volgden dokter Antekirrt en Luigi Ferrato te voet
het strand. Dat was, zooals wij weten, niet ver. En die lichamelijke
inspanning zou hen een gewenschte afleiding bezorgen.
Allen waren een uur later aan boord van het stoomjacht, dat onder
volle stoomspanning gebleven was, ingescheept. Het anker werd dadelijk
gelicht en zoodra de _Ferrato_ kaap Bon gerond had, stevende zij op
den vuurtoren van Pantellaria aan. In den ochtend van den tweeden dag
daarna, kwam het stoomjacht in de haven van Antekirrta aan, en lag
weldra met zijn kostbaren last aan boord aan de veilige kade gemeerd.
Mevrouw Bathory werd dadelijk ontscheept en naar Artenak vervoerd en
daar in een der beste kamers van het Stadhuis gehuisvest. Maria Ferrato
verliet hare woning om haren intrek bij de ongelukkige weduwe te nemen.
Welke nieuwe oorzaak van verdriet en smart die toestand zijner moeder
voor Piet Bathory was, is wel na te gaan.
Die moeder krankzinnig, die moeder in hare geestvermogens gekrenkt
onder omstandigheden, die waarschijnlijk onopgelost zouden blijven. Als
men nu maar de oorzaak dier waanzinnigheid kende, dan ware de eene
of andere heilzame reactie te beproeven! Maar men wist niets; men
kon niets weten! En dat maakte allen nog radeloozer.
"Ik moet haar genezen!..." had de dokter, die zich geheel en al aan
haar wijdde, meermalen in zich zelven gepreveld. "Ja!... ik moet! ik
zal slagen! In dien strijd moet ik overwinnen!"
Dat was evenwel eene uiterst moeielijke taak; want mevrouw Bathory
bleef voortdurend volkomen bewusteloos, omtrent hetgeen met haar en
rondom haar voorviel.
Maar zou die machtige gedachten-opdringing, die dokter Antekirrt
in zoo hooge mate bezat, en waarvan hij zoo onbetwistbare bewijzen
geleverd had, niet kunnen aangewend worden? Was het nu geen zaak om
haar toe te passen, ten einde den geestestoestand van mevrouw Bathory
te wijzigen? Zou men niet door magnetische invloeden het geschokte
hersenvermogen kunnen herstellen en de rede kunnen vastketenen
totdat de reactie, die toch niet uitblijven kon, ingetreden zoude
zijn? Bedenkelijk schudde de geleerde het hoofd. Hij wanhoopte aan
den uitslag.
Piet Bathory smeekte den dokter, bezwoer hem als het ware, om
toch schier het onmogelijke te beproeven tot genezing zijner arme
moeder. Het was te vergeefsch.
"Neen," antwoordde dokter Antekirrt op diep bedroefden toon, "zelfs
dat kan niet slagen."
"Waarom toch niet?" snikte de arme jongen wanhopig. "Waarom toch niet?"
"Omdat de krankzinnigen juist de sujetten zijn, die het meest weerstand
aan het gedachten-opdringen bieden."
"Maar... zeg mij, ware het toch niet te beproeven? O, dat er toch
iets gedaan worde!"
"Neen, ik mag dat niet beproeven, Piet. Om den invloed der
gedachten-opdringing te kunnen ondervinden," ging de dokter
onverstoorbaar voort, "zou het noodig zijn, dat uwe moeder nog een
persoonlijken onafhankelijken wil had, in wiens plaats ik den mijnen
zou kunnen stellen. Maar, ik herhaal het, dat zou zonder invloed op
haar blijken. Daarenboven, zou zoo iets haar zenuwgestel zeer aandoen."
"Neen...! die uitspraak kan ik niet voor onwederlegbaar
aannemen!" hernam Piet, die er maar niet toe komen kon, om toe te
geven. "Ik kan, ik wil niet aannemen, dat niet den een of anderen
dag mijn moeders brein helder genoeg zal wezen, om haren zoon te
herkennen ... haren zoon, dien zij dood waant...!"
"Ja!... dien zij dood waant!" herhaalde dokter Antekirrt, als in
gedachten verzonken "Maar,... wellicht,... wanneer zij u levend
waande,... of... wanneer zij, voor uw graf gebracht,... u zag
verschijnen...."
Dokter Antekirrt bleef bij dat denkbeeld verwijlen. Wat werkte hij
in zijn brein uit?
Waarom zou zulk een moreele schok, die onder de meest gunstige
omstandigheden aangebracht kon worden, geen invloed op mevrouw
Bathory hebben? In ieder geval zouden er geen nadeelige gevolgen van
te vreezen zijn.
"Ik zal er de proef van nemen!" riep hij uit. "En... o, dat ik mocht
slagen! Dat zou mij veel vergoeden!"
Van nu af werd het tafereel, dat opgevoerd moest worden, en het
welslagen der proefneming kon verzekeren, eene ware studie, de eenige
gedachte van die mannen. Het gold toch niets minder dan bij mevrouw
Bathory de uitwerkselen der herinnering, die in haren tegenwoordigen
toestand vernietigd of verdoofd schenen, te verlevendigen en dat
onder zulke aangrijpende omstandigheden, dat eene reactie in haar
brein kon geboren worden.
Dokter Antekirrt riep de hulp in van Borik en van Pescadospunt, om
de plaatselijke gesteldheid van het kerkhof te Ragusa en den vorm van
het gedenkteeken, hetwelk op den grafkelder der familie Bathory stond,
met genoegzame nauwkeurigheid weer te geven.
Nu verrees er op het kerkhof van het eiland, ongeveer op een mijl
afstand van Artenak gelegen, onder een groep van groenende boomen
eene kleine kapel, welke aan die van Ragusa niet ongelijk was. Men had
slechts de omgeving een weinig te rangschikken, om de gelijkenis der
twee monumenten te treffender te maken. Toen dat geschied was, werd
op den muur van den achtergrond een zwart marmeren steen geplaatst,
waarop:
STEPHANUS BATHORY
1867.
te lezen stond. Dat jaartal was het tijdstip van den dood van den
martelaar voor de vrijheid van Hongarijë.
Den 13den November scheen het oogenblik gekomen te zijn, om met
de voorbereidende proefnemingen tot opwekking der verstandelijke
vermogens van mevrouw Bathory door eene langzame en nagenoeg onmerkbare
opklimming te beginnen.
Zoo omstreeks zeven uur des avonds nam Maria Ferrato, die daarbij
door Borik bijgestaan werd, de weduwe onder den arm en bracht
haar buiten het Stadhuis. Daarna geleidde zij haar door het veld
naar het kerkhof. Voor den ingang der kleine kapel gekomen, bleef
mevrouw Bathory zoo als zij steeds was, wezenloos, en sprak geen
woord, hoewel zij door het heldere schijnsel eener lamp, die in het
gebouwtje brandde, den naam van Stephanus Bathory op de marmeren
plaat had kunnen lezen. Alleen toen Maria Ferrato en de grijsaard
op de trappen der kapel knielden, was het alsof een bliksemstraal,
die evenwel dadelijk verdween, haren wezenloozen blik verlevendigde.
Mevrouw Bathory was ongeveer een uur later op het Stadhuis terug,
alsook zij, die haar nabij geweest waren, of haar gedurende die eerste
proefneming van verre gevolgd hadden.
Den volgenden dag en de verdere dagen hervatte men die proefnemingen,
die evenwel geen resultaat schenen op te leveren. Piet Bathory had
ze met beklemde gemoedsaandoening gevolgd, en verkeerde inderdaad
in volslagen wanhoop door den geringen uitslag, hoewel dokter
Antekirrt hem toch herhaaldelijk verzekerde dat de tijd hun eenige
helper, hun beste bondgenoot moest zijn. Hij wilde dan ook eerst den
laatsten slag slaan, wanneer mevrouw Bathory genoegzaam voorbereid
zou zijn, om er den geweldigen schok van te kunnen doorstaan, niet
eerder. Intusschen viel het niet te ontkennen, dat bij ieder bezoek
op het kerkhof, toch eene zekere verandering in den geestestoestand
van de arme vrouw waar te nemen was. Zoo gebeurde het op een avond,
dat mevrouw Bathory, die eerst achteraf gebleven was, langzamerhand
naderbij trad, en terwijl de oude Borik en Maria Ferrato op de treden
der kapel geknield lagen, het ijzeren hekwerk met hare handen omvatte,
den achterwand, die door de lamp helder verlicht was, scherp aankeek,
en daarop met spoed achterwaarts ijlde.
Toen Maria haar ingehaald had, hoorde zij haar herhaaldelijk een
naam mompelen.
Dat was wel de eerste maal, dat de lippen van de beklagenswaardige
waanzinnige zich openden om te spreken.
Maar hoe groot was de verwondering,--neen meer dan verwondering,--de
verstomming van allen, die haar toen omringden en het gesprokene
verstaan konden.
Die naam was dien van haren zoon niet. Het was het woord: "Piet" niet,
dat aan hare lippen ontgleden was, maar het woord: "Sava." Hoe kwam
die naam in deze oogenblikken haar te ontvallen?
De lezer zal bevroeden, wat Piet Bathory toen moest ondervinden. En
wie zou kunnen beschrijven, wat bij die onverwachte oproeping van den
naam van Sava Toronthal in de ziel van dokter Antekirrt omging? Hij
sprak evenwel geen woord, en liet in niets merken, wat hij bij het
hooren van dien naam moest lijden.
Op een anderen avond, dat de proefneming ook herhaald werd, kwam
mevrouw Bathory, alsof zij door eene onzichtbare hand geleid werd,
uit eigen aandrang op den drempel der kleine kapel knielen. Zij
boog haar hoofd toen voorover, een zucht welde uit hare borst op,
een traan ontsnapte aan hare oogleden. Maar dien avond ontglipte geen
woord, geen naam aan hare lippen, en men zou hebben kunnen meenen,
dat zij den naam van Sava vergeten had.
Toen mevrouw Bathory op het Stadhuis teruggebracht werd, was zij ten
prooi aan eene zenuwachtige opgewondenheid, die haar anders vreemd
was. De kalmte, die tot heden de karakteristieke aanduiding van
haren gemoedstoestand was, had plaats gemaakt voor eene zonderlinge
inspanning. In dat brein werd voorzeker toen eene levenwekkende
arbeid volbracht, die wel geschikt was, om de opmerkers met hoop te
vervullen. Dokter Antekirrt sloeg haar met alle aandacht gade.
Inderdaad, de lijderes bracht een naren en onrustigen nacht door. Zij
prevelde herhaaldelijk woorden, die Maria Ferrato niet vatten kon. Het
was alsof zij droomde. Maar als zij werkelijk droomde, dan was dat
het bewijs, dat het verstand begon weder te keeren. Dat duidde op
genezing, vooral wanneer de rede haar zou bijblijven bij het wakker
worden. De hoop keerde in aller harten weder, nu men het tijdstip
van den einduitslag zag naderen.
Dokter Antekirrt besloot dan ook den volgenden dag eene nieuwe
proefneming te wagen, waarbij het opgevoerde tafereel nog aangrijpender
zoude wezen.
Gedurende dien geheelen dag van den 18den was mevrouw
Bathory onophoudelijk onder den invloed van eene zeer sterke
hersen-overspanning. Dat trof Maria Ferrato zeer, terwijl Piet, die
bijna den geheelen tijd bij zijne moeder doorbracht, er een bijzonder
gunstig voorgevoel van ondervond. De arme jongen was evenwel zelf
onrustiger en zenuwachtiger dan de lijderes.
De nacht brak aan,--een zwarte nacht, zonder dat zich een koeltje,
na een dag, die zelfs onder de lage breedte van Antekirrta zeer warm
was geweest, had laten gevoelen.
Mevrouw Bathory verliet, geleid door Maria Ferrato en door Borik,
tegen half negen het Stadhuis. Dokter Antekirrt volgde, eenigszins
op een afstand blijvende, met Luigi Ferrato en Pescadospunt.
De geheele kleine volkplanting verkeerde in eene angstige spanning
omtrent de verschijnselen, die te wachten waren. Eenige toortsen,
die onder het hooge geboomte van het kerkhof ontstoken waren, wierpen
met hunnen dikken rook een spookachtig schijnsel op de naaste omgeving
der kapel. In de verte werd met regelmatige tusschenpoozen het luiden
der klok van de kerk te Artenak vernomen, hetwelk weerklonk, alsof
eene begrafenis plaats had.
Piet Bathory ontbrak alleen aan de groep, die langzaam door het veld
het kerkhof naderde. Hij was de overigen evenwel vooruit gesneld, om
in het gewichtige oogenblik van die uiterste proefneming op te treden.
Het was ongeveer negen uren, toen mevrouw Bathory op het kerkhof
aankwam. Plotseling liet zij den arm van Maria Ferrato los en stapte
naar de kleine kapel toe.
Men liet haar geheel vrijheid van handelen onder den indruk van het
nieuwe gevoel, hetwelk haar geheel en al scheen te beheerschen. Een
ieder ging uit den weg voor haar, maakte plaats voor haar.
Te midden eener doodsche stilte, die slechts afgebroken werd door
het eentonige klokkengelui, bleef mevrouw Bathory een poos stil en
bewegingloos staan. Toen knielde zij op de eerste trede, en boog het
hoofd voorover, terwijl men haar duidelijk hoorde weenen.... Dat
was eene handeling, die volgens dokter Antekirrt een zeer gunstig
voorteeken opleverde.
In dit oogenblik ging het hek van de kapel langzaam open en verscheen
Piet Bathory, in een wit lijklaken gehuld, alsof hij uit zijn graf
opstond, in het volle licht....
"Mijn zoon!... mijn zoon!..." riep mevrouw Bathory, de handen naar
Piet toestekende uit, terwijl zij daarbij in zwijm viel. Gelukkig
dat zij bijtijds door liefderijke armen werd opgevangen.
Die val was niets! Maar de herinnering en de gedachten waren bij haar
herboren! En dat was alles!
De moeder had zich in dien kreet geopenbaard! Zij had haren zoon
herkend! Dat was het voornaamste!
Door de zorgen van dokter Antekirrt was zij weldra weder bijgebracht
en toen zij tot bewustzijn wedergekeerd was en hare oogen den blik
van haren zoon ontmoetten, riep zij:
"Levend!... mijn Piet,... levend! O, God! is dat toch
waar?... Levend!... Mijn Piet!"
"Ja, zeker levend, moeder! levend voor u, levend om u, dierbare,
dierbare moeder te beminnen!"
"En om haar ... ook te beminnen ... haar ... Piet, gij weet wel
... gij herinnert u toch nog?"
"Haar?..." riep Piet Bathory ten hoogste verwonderd uit. "Haar?..."
"Ja, haar!..."
"Wie haar? Moeder, spreek. Wie haar? Spreek dan toch, wat ik u
bidden mag."
"Zij!... Sava!..."
"Sava Toronthal?..." riep dokter Antekirrt op zijne beurt ten hoogste
verbaasd uit.
"Neen, niet Sava Toronthal, maar Sava Sandorf!" antwoordde de arme
moeder haastig.
Bij die woorden tastte mevrouw Bathory in haren zak en bracht daaruit
den verkreukelden brief te voorschijn, die door de stervende mevrouw
Toronthal geschreven was, en reikte hem den dokter over.
De regels, die deze las, lieten geen den minsten twijfel omtrent de
geboorte van Sava over!
Sava was het kind, hetwelk van het kasteel van Artenak opgelicht
was! Dat was onwraakbaar duidelijk.
Sava was de dochter van graaf Mathias Sandorf!
Wat er in dat oogenblik in het hart van dien vader omging, zullen de
lezers wel beseffen.
VII.
EEN HANDDRUK VAN KAAP MATIFOU.
Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet
Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein
eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen,
om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had,
die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter
daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd werd,
had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen
niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden
te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou
hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den
bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel
malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas.
Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel
verheven. Het bewijsstuk lag daar.
Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in
het vaderhart.
Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt
wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij... hij, Mathias
Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide
jongelieden te beletten!
En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer
geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door
een wonder terugbekomen had!
Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak
gebeurd?
O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen
van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk
gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd
geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde,
had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op
te voeden.
Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne
medeplichtige uitgevoerd.
Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud
zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen;
en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden
zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou
weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn
schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van
Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd.
Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt
was, het was toch voortreffelijk beraamd.
Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want
wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast
hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken.
Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans
ondervinden?
Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling van
feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet
Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen
zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem
bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken;
eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen
hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen
zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij
geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve
in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een
samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten
had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet
in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas
Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet
erkend worden.
Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles.
O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den
rampzaligen vader radeloos.
Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede
vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed.
Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te
ontrukken?