Met de meeste hoogachting Uw dienstwillige

Jim Pimpelmees.

Professor Wells zat met het briefje in z’n hand terwijl allerlei

gedachten hem als ’n molentje in z’n hoofd ronddraaiden. Hij kon er

niet uit wijs worden. De moeilijkste uitvindingen had ie gedaan, maar

nu zat ie voor iets waar hij geen weg mee wist. Die Jim Pimpelmees was

’n brutale kerel en ’n eerste klas inbreker, dat stond vast. Maar James

Maccassy en Jesekia Blubberdub alias Bumpkins en Spigoletti waren

eerste klas detectives, dat stond niet minder vast. Hadden ze niet

onmiddellijk gezegd wie de dief moest zijn? Maar het was de vraag wie

er slimmer was, zij met hun beiden of Jim alleen. Hij noemde hen wel ’n

ezel en ’n schaap en hij had bovendien bewezen dat ie veel durfde,

zelfs vlak onder hun neus, doch misschien waren ze hem op de lange duur

toch nog de baas. Misschien was het wel ’n slimmigheidje van Jim dat ie

hem aanried niets van dat briefje aan de twee speurders te zeggen, maar

als dat zoo was waarom had ie het dan geschreven? En hij beloofde hem

z’n beide machines terug te geven als hij er niets van zei. Was zoo’n

inbreker te vertrouwen? Kon je hem op z’n woord gelooven?

De arme professor Wells wist er geen raad mee. ’t Eene oogenblik wou

hij opstaan om dadelijk naar Bumpkins en Spigoletti te gaan en het

volgende oogenblik voelde hij er meer voor maar te doen wat Jim

Pimpelmees hem geraden had. En dat bleef zoo de heele avond en de

volgende dag en de dag daarna en toen ze eindelijk in Amsterdam waren

afgestapt in het Amstelhotel, had hij nog geen besluit genomen. Maar

hij had in die tusschentijd ’n prachtuitvinding gedaan, n.l. de

electrische fiets met één wiel, waar je binnen in zat. Hij had die

machine nog slechts bedacht, maar hij zou dat dingetje zoodra hij in

Amerika terug was, wel eventjes ten uitvoer brengen. Dat was maar ’n

peuleschilletje en heel wat gemakkelijker dan te beslissen of hij

Bumpkins en Spigoletti iets van dat briefje van Jim zou meedeelen of

niet.

Die twee detectives hadden natuurlijk gedaan wat ze konden om op het

schip die brutale Jim Pimpelmees in handen te krijgen, doch ze waren

daar niet in geslaagd en die slimme dief had het klaargespeeld om met

de andere helft van de wondermachine te ontsnappen. Professor Wells was

daar zeer verdrietig om, doch Bumpkins en de Italiaan verzekerden hem

allebei, dat er geen reden was om er z’n humeur door te laten bederven,

want dat ze die Jim vast en zeker te pakken zouden krijgen. Professor

Wells begreep, dat ie er toch niets aan veranderen kon en liet dus de

twee Amerikanen hun gang maar gaan.

En nu troffen die twee het al heel gelukkig, want de Nederlandsche

kranten hadden in die dagen juist allerlei berichten over het

onzichtbare varken, de haan en de telefoonpaal. Het had eerst in ’n

klein krantje gestaan en daarna was het terecht gekomen in ’n grootere

krant en eindelijk maakten ook de groote, het Handelsblad, de Telegraaf

en de Nieuwe Rotterdammer er melding van.

De portier van het Amstelhotel had het juist gelezen toen Bumpkins en

Spigoletti bij hem kwamen om hem iets te vragen. De portier maakte ’n

praatje en vertelde, wat ie juist gelezen had. Hij vond het zoo’n gekke

geschiedenis, zei hij, maar Bumpkins en Spigoletti hadden hun ooren

gespitst en geen woord was hen ontgaan en daarna lieten ze de portier

het heele bericht voorlezen, natuurlijk in ’t Engelsch, wat die portier

heel vlot deed, want portiers in groote hotels kunnen je in heel wat

talen te woord staan.

’n Half uur later zaten Bumpkins en Spigoletti in de trein die hen naar

de Veluwe reed.

In de bagagewagen stonden twee splinternieuwe fietsen, die ze zich

hadden aangeschaft.

„Wel,” zei Bumpkins toen ie z’n pijp opnieuw stopte, „hoe vindt je ’m?”

„Prachtig.... ’t Is ’n fortuin waard. Ditmaal snappen we Jim.”

„Met allebei de machines.”

Spigoletti en Bumpkins deden ieder ’n lange haal aan hun pijp, knikten

vergenoegd waarna Bumpkins zei:

„We boffen man.”

De verdwijn-machine · 第 14 / 19 题