VIJFDE TOONEEL.

Een ander gedeelte van het veld.

Strijdgedruisch; krijgsgewoel; daarna seinen ter terugroeping. Dan

komen op: Koning Edward, Clarence, Gloster en Troepen, met Koningin

Margaretha, Oxford en Somerset als gevangenen.

KONING EDWARD. Zoo heeft dit muitziek twisten nu een einde.

Wat Oxford aangaat, voert hem naar ’t slot Ham;

En Somerset, het schuldig hoofd hem af!

Gaat, voert hen weg; niets wil ik van hen hooren.

OXFORD. Ik zal u niet met woorden lastig vallen.

SOMERSET. Noch ik; gelaten draag ik wat mij treft.

KONINGIN MARGARETHA. Wij scheiden treurig in dit jammerdal;

Het schoon Jeruzalem vereene ons blijde.

(Oxford en Somerset af, met een wacht).

KONING EDWARD. Is ’t omgeroepen, dat wie Edward vindt,

Een vorstlijk loon erlangt, en hij zijn leven?

Koning Hendrik de Zesde · 第 156 / 165 题