I. 2. 42. Booze Eleonora. Er staat eigenlijk: slecht opgevoede.

I. 2. 68. Waar blijft gij toch, Sir John? Sir was de titel, waarmede

priesters werden aangesproken.

I. 3. 4. Allen gezamenlijk. In the quill, een zeer verschillend

verklaarde uitdrukking, zie H. Irving’s Shakespeare II. p. 80, waar de

beteekenis in a body hoogstwaarschijnlijk gemaakt wordt. Volgens een

andere verklaring zou „zwart op wit” een juiste vertaling zijn.

I. 3. 15. Voor den lord Protector? Hier moet zeker, zooals Marshall

opmerkt, for en niet to gelezen worden.

I. 3. 29. Tegen mijnen meester, Thomas Horner. Volgens de kronieken had

in 1446 met een wapensmid inderdaad plaats, wat hier vermeld wordt. Ook

het voorval met den blinde, die ziende werd, dat in het eerste tooneel

van het volgend bedrijf voorkomt, steunt op een verhaal der kronieken.

I. 3. 141. Mijn waaier, vlug! De koningin houdt zich alsof zij een

hofdame voor zich meent te hebben en eerst later haar vergissing

bespeurt. Zulke eeredames waren nog aan het hof van koningin Elizabeth

niet veilig voor een vorstelijke oorveeg.

I. 3. 171. Mylord van Somerset mij hier zou houden. York zinspeelt er

op, dat Somerset hem niet heeft bijgestaan om Talbot te redden; zie „K.

Hendrik VI”, IV. 3.

I. 4. 33. Een hertog, een die leeft, zet Hendrik af. Het orakel is

dubbelzinnig, daar Een Hertog, zoowel als Hendrik, onderwerp of

voorwerp zijn kan; in ’t oorspronkelijke is het evenzoo met that en

Henry het geval. Ook het hij in den volgenden regel is onbepaald.

Daarom wordt deze uitspraak later door York vergeleken met het orakel,

dat Pyrrhus, koning van Epirus, van Delphi ontving, toen hij vroeg of

hij de Romeinen zou overwinnen, dat op dezelfde wijze zoo wel kan

beteekenen: „Ik zeg, afstammeling van Æacus, dat gij de Romeinen kunt

overwinnen”, als: „dat de Romeinen U kunnen overwinnen”.

I. 4. 53–79. Weg met hen enz. Deze regels zijn hier, volgens de

opmerkingen van Marshall, aan York toegekend.

Koning Hendrik de Zesde · 第 101 / 165 题