DERDE TOONEEL.

Een ander gedeelte van Blackheath.

Krijgsgedruisch. Beide partijen komen op en vechten. De beide Staffords

worden gedood.

CADE. Waar is Dick, de slachter van Ashford?

DICK. Hier.

CADE. Zij vielen voor u als schapen en ossen, en gij hieldt huis, alsof

gij in uw eigen slachterij waart; daarom wil ik u aldus beloonen: de

vastentijd zal nog eens zoolang duren als nu en gij zult een vergunning

krijgen om een honderdtal beesten min één te slachten.

DICK. Meer verlang ik niet.

CADE. En in waarheid, gij verdient niet minder.—(Hij doet de

wapenrusting van Sir Humfried Stafford aan.) Dit gedenkteeken van de

overwinning wil ik dragen, en de lijken zal mijn paard nasleepen, tot

ik in Londen kom, waar wij het zwaard van den mayor voor ons uit willen

laten dragen.

DICK. Als wij geluk willen hebben en wat willen uitrichten, moeten wij

de tuchthuizen openbreken en de gevangenen vrijlaten.

CADE. Weest onbezorgd; daar sta ik voor in.

Komt, allen voorwaarts, naar Londen!

(Allen af.)

Koning Hendrik de Zesde · 第 84 / 165 题