GLOSTER. Hoe is uw eigen naam? 124

SIMPCOX. Sander Simpcox, als het u belieft, heer.

GLOSTER. Nu, Sander, zit hier dan als de ergste leug’naar

In christenlanden. Werdt gij blind geboren,

Dan kunt gij best al onze namen weten,

Zoo goed als ge onze kleuren noemen kunt.

Een nieuw gezicht kan kleuren onderscheiden,

Maar eensklaps ze alle noemen, kan het niet.—

Mylords, gij zaagt van Sint Albaan, een wonder;

Maar vondt gij ook de kunst van hem niet groot,

Die aan den kreup’le hier zijn beenen weêrgaf?

SIMPCOX. O, als de heer dit kon!

GLOSTER. Gij mannen van Sint-Albaans, hebt gij niet stokkeknechts in

uwe stad, en dingen, die men zweepen noemt?

MAYOR. O ja, mylord, om uwe genade te dienen.

GLOSTER. Zend er dan dadelijk om een.

MAYOR. Gij, knaap, loop, en haal den stokkeknecht hier.

(Een Dienaar gaat heen.)

GLOSTER. Breng mij terstond een zitbank. (Er wordt een zitbank

gebracht.) Nu, knaap, als gij de zweep wilt ontgaan, spring dan over

deze zitbank en loop weg.

SIMPCOX. Ach, heer, ik kan niet op mijn beenen staan;

Al pijnigt gij mij ook, het is om niet.

(De Dienaar komt terug met een Stokkeknecht, die een zweep bij zich

heeft.)

GLOSTER. Nu, man, moeten wij u helpen om op de been te

komen.—Stokkeknecht, ransel tot hij over die zitbank springt.

STOKKEKNECHT. Terstond, heer.—Gij knaap, vlug uw wambuis uit.

SIMPCOX. Ach man! wat moet ik doen? Ik kan niet op mijn beenen staan.

(Nadat de Stokkeknecht hem ééns geraakt heeft, springt Simpcox over

de zitbank en loopt weg; het Volk hem achterna, onder het geroep:

„Mirakel!”)

KONING HENDRIK. God! ziet gij dit, en blijft gij nog lankmoedig?

KONINGIN MARGARETHA. ’k Moest lachen, toen ik daar dien schelm zag

loopen.

GLOSTER. Vervolgt den knaap en neemt dat vrouwmensch meê.

VROUW SIMPCOX. Ach heer! wij hebben ’t slechts uit nood gedaan.

GLOSTER. Drijft met de zweep hen voort door ieder marktvlek;

En dit tot Berwick toe, van waar zij zijn.

(De Mayor, de Stokkeknecht, Simpcox’ Vrouw en de Anderen af.)

KARDINAAL. Een wonder heeft heer Humfried daar verricht.

Koning Hendrik de Zesde · 第 59 / 165 题