HORNER. En ik aanvaard het tweegevecht volgaarne. 216

PETER. Ach, edele heer, ik kan niet vechten; om Gods wil, heb

medelijden met mij! de boosaardigheid van de menschen is mij te sterk!

O Heer, wees mij genadig! Ik ben niet in staat om een enkelen slag te

vechten. O, lieve God, mijn hart!

GLOSTER. Neen, knaap, zoo is het: vechten zult ge of hangen.

KONING HENDRIK. Voert hen gevangen weg; de laatste dag

Der maand, die volgt, zij voor ’t gevecht bepaald.—

Kom, Somerset, wij reeg’len uw vertrek.

(Allen af.)

Koning Hendrik de Zesde · 第 54 / 165 题