Een vlakte in Gasconje.
York komt op, met troepen; een Bode nadert hem.
YORK. Zijn nog de vlugge ruiters niet terug,
Die ’t machtig leger des dauphijns verkenden?
BODE. Zij zijn terug, mylord, en geven op,
Dat hij is aangetrokken op Bordeaux,
Ten strijd met Talbot. De bespieders zagen,
Dat op zijn marsch twee andre benden, sterker
Dan ’t leger des dauphijns, zich bij hem voegden,
En verder met hem trokken naar Bordeaux.
YORK. Vervloekt die schurk, die booswicht Somerset,
Die den beloofden bijstand zoo vertraagt:
De ruiterij, voor dit beleg verzameld!
De groote Talbot rekent op mijn hulp,
En mij bedriegt een schurk, een laag verrader,
Dat ik den eed’len held niet helpen kan.
God sta hem bij in dezen bitt’ren nood! 15
Als hij bezwijkt, vaarwel dan, Fransche krijg!
(Sir William Lucy komt op.)
LUCY. O vorst en legerhoofd van Englands kracht,
Die nooit op Frankrijks grond zoo noodig was,
IJl spoorslags tot ontzet van de’ eed’len Talbot,
Die door een ijz’ren gordel wordt omsloten,
Rondom door grijnzende’ ondergang bekneld.
Op, hertog, naar Bordeaux! York, naar Bordeaux!
Of Talbot, Frankrijk, Englands eer, vaarwel!
YORK. O God! waar’ Somerset, die mij vol wrevel
Zijn ruiterij onthoudt, op Talbot’s plaats!
Dan wierd een dapper edelman gered,
Door ’t off’ren van een lafaard en verrader.
Mijn toorn, aartswoede, perst mij tranen af;
Een trage booswicht slaapt, ons gaapt het graf.
LUCY. Om bijstand roept de held; hij zij verhoord!
YORK. Hij sterft, wij gaan te grond; ik breek mijn woord.
Wij treuren, Frankrijk lacht; zij zijn gered,
Wij veeg, door ’t vuig verraad van Somerset.
LUCY. O, dan zij God held Talbot’s ziel genadig,
En John, zijn zoon, dien ik, twee uur geleden,
Op reis naar zijn krijgshaften vader vond.
In zeven jaar zag hem zijn vader niet;
Thans ziet hij hem, nu beider leven vliedt.
YORK. Helaas! wat vreugd voor Talbot, welk ontmoeten,
Zijn jongen zoon dus aan zijn graf te groeten!
Van hier! het is me, of wee mijn gorgel sloot;
Zulk wederzien in de ure van den dood!
Vaarwel!—Wat kan ik? vloeken op den man,
Die oorzaak is, dat ik niet helpen kan.
Maine, Blois, Poitiers en Tours—door ons ontruimd,
Alleen, wijl Somerset zijn plicht verzuimt!
(York met zijn troepen af.)
LUCY. Aldus, terwijl de gier der ijverzucht
Zich in de borst van zulke grooten mest,
Geeft, door te slapen, laag en laf verzuim
De winst des nauwlijks kouden overwinnaars,
Des onvergeetb’ren vijfden Hendriks op.
Uit loutre zucht tot tegenkanting geven
Zij alles prijs, èn land èn eer èn leven!
(Lucy af.)