TWEEDE TOONEEL.

Frankrijk. Voor Rouaan.

De Pucelle komt op, verkleed, met haar Soldaten in boerendracht en met

zakken op den rug.

PUCELLE. Dit is de poort der veste, van Rouaan,

Waar onze list een bres zich door moet oop’nen.

Geeft acht, hoe gij uw woorden kiest, weest sluw,

En praat zooals ’t gewone marktvolk doet,

Dat in de stad zijn koren komt verkoopen.

Gelukt het, naar ik hoop, er in te komen

En vinden wij de trage wacht er zwak,

Dan geef ik onzen vrienden ras een sein,

Opdat de prins dauphijn hen overvall’.

EERSTE SOLDAAT. Die plunje helpe ons om de stad te plund’ren

En make ons heer en meester van Rouaan.

Komt! aangeklopt!

WACHT (binnen). Qui est là?

PUCELLE. Paysans, pauvres gens de France;

Marktgangers, die hun graan verkoopen willen.

Koning Hendrik de Zesde · 第 23 / 165 题