VIJFDE TOONEEL.

Aldaar. Voor een der poorten.

Strijdgedruisch. Schermutselingen. Talbot vervolgt den Dauphijn, drijft

hem op de vlucht en gaat heen; dan komt Jeanne d’Arc, de Pucelle,

Engelschen voor zich uitdrijvend, en gaat heen; daarna komt Talbot

weder op.

TALBOT. Waar is mijn kracht, mijn moed en dapperheid?

Ons leger wijkt, en ik kan het niet weerhouden;

Een vrouw in wapenrusting jaagt het voort.

(De Pucelle komt weder op.)

Daar komt zij, zie—Ik wil mij met u meten;

Duiv’lin of ’s duivels moeder, ik bezweer u;

Ik tap, zoo waar ge een heks zijt, bloed u af,

En lever hem uw ziele, wien gij dient.

PUCELLE. Kom dan, ik ben ’t, die u verneed’ren moet.

(Zij vechten.)

TALBOT. Gij hemel, duldt gij, dat de hel dus wint?

Spring’ mij de borst door ’t zwellen van mijn moed

Of barsten ook mijn armen van de schouders,

Toch tuchtig ik die overstoute deern!

PUCELLE. Talbot, vaarwel; uw ure is nog niet daar;

’k Moet fluks in Orleans mondvoorraad brengen.

Vervolg mij vrij; ik spot met uwe kracht.

Ga, ga, bemoedig uw verhongerd volk;

Help Salisbury zijn testament te maken;

De dag is ons, als vele nog na dezen.

(De Pucelle trekt met haar krijgers de stad binnen.)

TALBOT. Mijn brein draait als een pottenbakkerswiel;

Ik weet niet, wat ik ben, noch wat ik doe.

Door vrees, door kracht niet, drijft, als Hannibal,

Een heks ons hier terug en wint naar lust;

Zoo jagen rook de bijen, stank de duiven

Weg uit haar korven, van haar tillen voort.

Ons bijten deed ons Englands honden heeten,

Nu loopen we als hondsjongen jankend weg.

(Een kort strijdgedruisch.)

Landslieden, hoort! hervat op nieuw ’t gevecht,

Of rukt de leeuwen uit het Engelsch wapen!

Verzaakt uw land, en zet voor leeuwen schapen!

Zoo trouwloos vlucht geen schaapstroep voor den wolf,

Geen paarden, rund’ren voor den luipaard ooit,

Als gij voor uw zoo vaak bedwongen knechten.

(Strijdgedruisch. Een nieuwe Schermutseling.)

Het mag niet zijn!—Terug dan in uw schansen

De dood van Salisbury komt op uw hoofd,

Want geen van u deed iets om hem te wreken.—

Trots ons, trots alles wat wij konden doen,

Is de Pucelle in Orleans getogen.

O, ware ik saam met Salisbury gestorven!

Voortaan berg ik om deze schande ’t hoofd.

(Strijdgedruisch. Terugtocht. Talbot met zijn Krijgers af.)

Koning Hendrik de Zesde · 第 12 / 165 题