Een van de belangrijkste vragen voor den land- en tuinbouw, voor de
gezondheid van den mensch, is deze: Hoe bestrijden wij de schadelijke
insecten? Dit moet geschieden volgens een wetenschappelijk plan, dat
rust op de kennis van de levensgeschiedenis van de insecten.
Er zijn 3 methoden van bestrijding:
1º Verandering van kulturen en kultuurmethoden en vruchtwisseling;
vroeger of later, dieper of ondieper zaaien, sterkere soorten
uitkiezen, enz.
2º Bevordering van de uitbreiding van het aantal natuurlijke
vijanden der insecten; dit noemt men de biologische methode.
3º Directe vernietiging der schadelijke insecten door mechanische
of chemische middelen; dit noemt men technische bestrijding.
Wat de eerste methode betreft, deze is zeker de meest werkzaamste. Men
heeft b.v. eenige akkers mosterdzaad, die door de mosterdkevers worden
kaalgevreten. Staakt men nu de mosterdkultuur en gaat men iets anders
verbouwen, b.v. een graangewas, dan sterven de mosterdkevers bij gebrek
aan voedsel. Het derde jaar kan men dan opnieuw mosterd gaan verbouwen.
Een doelmatige wisselbouw is dus een krachtig bestrijdingsmiddel.
Het bevorderen van de uitbreiding der natuurlijke vijanden is eveneens
een uitstekend middel, maar dit kan alleen toegepast worden, als men
veel kennis van het leven der insecten heeft.
In Amerika kweekt men tegenwoordig millioenen sluipwespen en
sluipvliegen, die men weer loslaat op de rupsen. Zijn ze eenmaal in de
vrije natuur, dan vermenigvuldigen zij zich daar wel. Ook in
Oost-Indië, in Deli, is men bezig hiermede proeven te nemen.
In de 12de eeuw verzamelden de Chineezen reeds mieren en lieten die los
in boomgaarden van sinaasappels en mandarijnen. Mieren verslinden
verschillende schadelijke kevers. Ook op Java verzamelt men
mierennesten en brengt die naar de vruchtboomen; het gaat hier tegen
snuitkevers. In 1807 liet men in Europa O. L. Heersbeestjes los op de
hopluizen, en behaalde hiermede succes. En in 1842 heeft men in
Frankrijk rupsendooders (kevers) (33) losgelaten op de rupsen van den
plakker en ook hier beantwoordde het resultaat aan het doel; wie in
zijn tuin weinig last wil hebben van bladluizen, verzamele O. L.
Heersbeestjes en late die in zijn tuin los. Een andere groep van
natuurlijke vijanden der insecten zijn de insectenetende vogels.
Behalve dat wij hen overal moeten sparen, behooren wij hen
broedplaatsen te verschaffen en in den winter voedsel en water. Wij
kunnen hierop niet verder ingaan, maar bevelen de vogels zeer aan in de
welwillendheid van den mensch.
Op welke wijze besmettelijke ziekten onder de insecten kunnen verspreid
worden, laten wij rusten; intusschen bezitten wij ook hierin een middel
om insecten te dooden, al is het resultaat tot heden nog van weinig
beteekenis. Van het meeste belang is voorloopig nog de derde methode,
de technische bestrijding van insecten. De bedoeling hiervan is de
insecten te dooden door hen lichamelijk letsel toe te brengen, door hen
te vergiftigen of door hen in vallen te lokken. Wat men ook aanwendt,
de bestrijdingsmiddelen moeten niet te duur zijn, niet te veel
arbeidskracht eischen, en vooral de planten, waarop de insecten leven,
niet of zoo weinig mogelijk beschadigen. Van belang is het verder de
schadelijke insecten te dooden voor zij volwassen zijn; dan voorkomen
wij het eierleggen. De insecten worden in verschillende stadiën van
ontwikkeling bestreden: de ringelrups bestrijdt men als ei, veel
vlinders als rups, terwijl b.v. de meikevers weer het best bestreden
worden door het vangen van de imago’s. In welke levensperiode een dier
het best bestreden wordt, leeren wij uit de levensgeschiedenis van het
dier. Het slagen van onze bestrijdingsmiddelen hangt geheel af van het
kiezen van het juiste oogenblik, en dat leeren wij vinden door het
bestudeeren van de dieren.
Wat nu de verschillende chemische middelen betreft, die kunnen in
groepen worden ingedeeld:
1º huidvergiften: tabaksstof, zwavelpoeder, versch gebluschte kalk,
heet en koud water, nicotine, insectenpoeder, Bordeauxsche en
Californische pap, petroleum, lysol, carbolineum, benzine, en
andere;
2º verstikkingsvergiften: onderwaterzetting van akkers en weilanden
(afsnijden van de lucht), insectenpoeder, tabaksdampen,
zwaveldampen, zwavelkoolstof, blauwzuur, chloroform en andere;
3º maagvergiften: arsenicum, Bordeauxsche en Californische pap,
nicotine.
Verschillende van deze middelen werken in meer dan één richting. Van
andere weet men niet precies te zeggen, hoe ze werken; alleen weet men,
dat de resultaten goed zijn.
Deze vergiften worden door speciale werktuigen over de dieren
uitgespreid; men noemt ze pulverisateurs, besproeiers, bestuivers. Bij
het gebruik van deze middelen dient gelet te worden op den toestand van
het weer en van de planten.
In den handel zijn een massa z.g. „bestrijdingsmiddelen”, die onder
allerlei vreemde namen worden aangeboden. Het publiek kan hieruit
natuurlijk niet kiezen en daarom raden wij ieder aan, bij deskundigen
inlichtingen in te winnen.
Verschillende van deze vergiften zijn óók weer voor den mensch
gevaarlijk, sommige zelfs levensgevaarlijk, b.v. arsenicum,
zwavelkoolstof, blauwzuur. Zwavelkoolstof is zeer vluchtig en zeer
brandbaar. ’t Is een goede stof om kleine ruimten als doozen en kisten
te ontsmetten; alle dieren, die er in zijn, worden gedood.
Zwaveldampen werken vernielend op onze slijmvliezen. Men zwavelt wel
kelders uit, die ’s winters vol muggen zitten.
Blauwzuur is een zeer zwaar vergift. Men ontwikkelt dit door zwavelzuur
op cyankalium te doen. In Amerika worden met dit gas van tijd tot tijd
„landverhuizershotels” ontsmet. In ons land wordt het gebruikt om in
plantenkassen de insecten op planten te dooden. De aanwending hiervan
moet volgens de wet onder deskundige leiding geschieden, juist omdat
het zoo gevaarlijk is. Bij de afzonderlijke beschrijving der insecten
komen de bestrijdingsmiddelen nog nader aan de orde.
Onder de mechanische middelen verstaan wij die, waardoor de dieren
lichamelijk letsel bekomen, in vallen worden gelokt of op een andere
wijze worden verzameld. Tot die middelen behooren de volgende:
1º het schudden van boomen en struiken; de insecten komen dan naar
omlaag en worden opgevangen of op den grond gedood. Op deze wijze
schudt men in de morgenuren de meikevers uit den boom en vangt ze
op lakens op of veegt ze bij elkaar.
2º het wegsnijden van bezette takken en het uitsnijden of
verbranden van rupsennesten; men snijdt deze takken af met een z.g.
rupsenschaar. Zoo haalt men ’s winters de rupsennesten van den
bastaardsatijnvlinder en het boomwitje uit den boom.
3º het gebruiken van een teerslede; dit is een met teer besmeerde
plank waarmede men in ’t voorjaar over de planten gaat, waardoor de
aardvlooien in beweging komen en op de teer vastraken.
4º vanglantaarns; de meeste schemer- en nachtdieren komen op licht
af; met speciaal daarvoor ingerichte lantaarns vangt men vele
dieren.
5º vangpotten; men graaft bloempotten in den grond tot aan den
rand; nachtinsecten, die wat haastig over den grond tippelen,
vallen naar beneden en kunnen niet meer naar boven.
6º vangplanten; men zaait tusschen de gewone kulturen planten, die
door bepaalde insecten gaarne worden gegeten; als ze deze planten
bezet hebben, worden ze met plant en al onschadelijk gemaakt.
7º vangbanden; door vangbanden om boomstammen te binden geeft men
den insecten gelegenheid een winterkwartier op te zoeken:
verwijdert men deze banden later, dan neemt men al de wintergasten
mede.
8º lijmbanden; dit zijn stukken bordpapier, waarop lijm is
gesmeerd; insecten, die naar boven of naar beneden willen om eieren
te gaan leggen of om te verpoppen, vinden in deze lijmbanden, die
om boomstammen worden gebonden, een versperring, waarop zij ten
slotte vastraken; deze lijmbanden dienen om kruipende insecten te
verschalken.
Wij zouden over dit onderwerp nog heel wat kunnen zeggen, doch moeten
ons beperken. Zoodra een of ander insect daartoe aanleiding geeft,
komen wij er bij de afzonderlijke bespreking nog wel op terug.
Bovendien komt ditzelfde onderwerp ook in het volgende hoofdstuk ter
sprake. Intusschen kunnen wij dit wel vaststellen, dat er vele middelen
bestaan, om de schadelijke insecten onschadelijk te maken.