XV. HET BESTRIJDEN VAN SCHADELIJKE INSECTEN.

Een van de belangrijkste vragen voor den land- en tuinbouw, voor de

gezondheid van den mensch, is deze: Hoe bestrijden wij de schadelijke

insecten? Dit moet geschieden volgens een wetenschappelijk plan, dat

rust op de kennis van de levensgeschiedenis van de insecten.

Er zijn 3 methoden van bestrijding:

1º Verandering van kulturen en kultuurmethoden en vruchtwisseling;

vroeger of later, dieper of ondieper zaaien, sterkere soorten

uitkiezen, enz.

2º Bevordering van de uitbreiding van het aantal natuurlijke

vijanden der insecten; dit noemt men de biologische methode.

3º Directe vernietiging der schadelijke insecten door mechanische

of chemische middelen; dit noemt men technische bestrijding.

Wat de eerste methode betreft, deze is zeker de meest werkzaamste. Men

heeft b.v. eenige akkers mosterdzaad, die door de mosterdkevers worden

kaalgevreten. Staakt men nu de mosterdkultuur en gaat men iets anders

verbouwen, b.v. een graangewas, dan sterven de mosterdkevers bij gebrek

aan voedsel. Het derde jaar kan men dan opnieuw mosterd gaan verbouwen.

Een doelmatige wisselbouw is dus een krachtig bestrijdingsmiddel.

Het bevorderen van de uitbreiding der natuurlijke vijanden is eveneens

een uitstekend middel, maar dit kan alleen toegepast worden, als men

veel kennis van het leven der insecten heeft.

In Amerika kweekt men tegenwoordig millioenen sluipwespen en

sluipvliegen, die men weer loslaat op de rupsen. Zijn ze eenmaal in de

vrije natuur, dan vermenigvuldigen zij zich daar wel. Ook in

Oost-Indië, in Deli, is men bezig hiermede proeven te nemen.

In de 12de eeuw verzamelden de Chineezen reeds mieren en lieten die los

in boomgaarden van sinaasappels en mandarijnen. Mieren verslinden

verschillende schadelijke kevers. Ook op Java verzamelt men

mierennesten en brengt die naar de vruchtboomen; het gaat hier tegen

snuitkevers. In 1807 liet men in Europa O. L. Heersbeestjes los op de

hopluizen, en behaalde hiermede succes. En in 1842 heeft men in

Frankrijk rupsendooders (kevers) (33) losgelaten op de rupsen van den

plakker en ook hier beantwoordde het resultaat aan het doel; wie in

zijn tuin weinig last wil hebben van bladluizen, verzamele O. L.

Heersbeestjes en late die in zijn tuin los. Een andere groep van

natuurlijke vijanden der insecten zijn de insectenetende vogels.

Behalve dat wij hen overal moeten sparen, behooren wij hen

broedplaatsen te verschaffen en in den winter voedsel en water. Wij

kunnen hierop niet verder ingaan, maar bevelen de vogels zeer aan in de

welwillendheid van den mensch.

Op welke wijze besmettelijke ziekten onder de insecten kunnen verspreid

worden, laten wij rusten; intusschen bezitten wij ook hierin een middel

om insecten te dooden, al is het resultaat tot heden nog van weinig

beteekenis. Van het meeste belang is voorloopig nog de derde methode,

de technische bestrijding van insecten. De bedoeling hiervan is de

insecten te dooden door hen lichamelijk letsel toe te brengen, door hen

te vergiftigen of door hen in vallen te lokken. Wat men ook aanwendt,

de bestrijdingsmiddelen moeten niet te duur zijn, niet te veel

arbeidskracht eischen, en vooral de planten, waarop de insecten leven,

niet of zoo weinig mogelijk beschadigen. Van belang is het verder de

schadelijke insecten te dooden voor zij volwassen zijn; dan voorkomen

wij het eierleggen. De insecten worden in verschillende stadiën van

ontwikkeling bestreden: de ringelrups bestrijdt men als ei, veel

vlinders als rups, terwijl b.v. de meikevers weer het best bestreden

worden door het vangen van de imago’s. In welke levensperiode een dier

het best bestreden wordt, leeren wij uit de levensgeschiedenis van het

dier. Het slagen van onze bestrijdingsmiddelen hangt geheel af van het

kiezen van het juiste oogenblik, en dat leeren wij vinden door het

bestudeeren van de dieren.

Wat nu de verschillende chemische middelen betreft, die kunnen in

groepen worden ingedeeld:

1º huidvergiften: tabaksstof, zwavelpoeder, versch gebluschte kalk,

heet en koud water, nicotine, insectenpoeder, Bordeauxsche en

Californische pap, petroleum, lysol, carbolineum, benzine, en

andere;

2º verstikkingsvergiften: onderwaterzetting van akkers en weilanden

(afsnijden van de lucht), insectenpoeder, tabaksdampen,

zwaveldampen, zwavelkoolstof, blauwzuur, chloroform en andere;

3º maagvergiften: arsenicum, Bordeauxsche en Californische pap,

nicotine.

Verschillende van deze middelen werken in meer dan één richting. Van

andere weet men niet precies te zeggen, hoe ze werken; alleen weet men,

dat de resultaten goed zijn.

Deze vergiften worden door speciale werktuigen over de dieren

uitgespreid; men noemt ze pulverisateurs, besproeiers, bestuivers. Bij

het gebruik van deze middelen dient gelet te worden op den toestand van

het weer en van de planten.

In den handel zijn een massa z.g. „bestrijdingsmiddelen”, die onder

allerlei vreemde namen worden aangeboden. Het publiek kan hieruit

natuurlijk niet kiezen en daarom raden wij ieder aan, bij deskundigen

inlichtingen in te winnen.

Verschillende van deze vergiften zijn óók weer voor den mensch

gevaarlijk, sommige zelfs levensgevaarlijk, b.v. arsenicum,

zwavelkoolstof, blauwzuur. Zwavelkoolstof is zeer vluchtig en zeer

brandbaar. ’t Is een goede stof om kleine ruimten als doozen en kisten

te ontsmetten; alle dieren, die er in zijn, worden gedood.

Zwaveldampen werken vernielend op onze slijmvliezen. Men zwavelt wel

kelders uit, die ’s winters vol muggen zitten.

Blauwzuur is een zeer zwaar vergift. Men ontwikkelt dit door zwavelzuur

op cyankalium te doen. In Amerika worden met dit gas van tijd tot tijd

„landverhuizershotels” ontsmet. In ons land wordt het gebruikt om in

plantenkassen de insecten op planten te dooden. De aanwending hiervan

moet volgens de wet onder deskundige leiding geschieden, juist omdat

het zoo gevaarlijk is. Bij de afzonderlijke beschrijving der insecten

komen de bestrijdingsmiddelen nog nader aan de orde.

Onder de mechanische middelen verstaan wij die, waardoor de dieren

lichamelijk letsel bekomen, in vallen worden gelokt of op een andere

wijze worden verzameld. Tot die middelen behooren de volgende:

1º het schudden van boomen en struiken; de insecten komen dan naar

omlaag en worden opgevangen of op den grond gedood. Op deze wijze

schudt men in de morgenuren de meikevers uit den boom en vangt ze

op lakens op of veegt ze bij elkaar.

2º het wegsnijden van bezette takken en het uitsnijden of

verbranden van rupsennesten; men snijdt deze takken af met een z.g.

rupsenschaar. Zoo haalt men ’s winters de rupsennesten van den

bastaardsatijnvlinder en het boomwitje uit den boom.

3º het gebruiken van een teerslede; dit is een met teer besmeerde

plank waarmede men in ’t voorjaar over de planten gaat, waardoor de

aardvlooien in beweging komen en op de teer vastraken.

4º vanglantaarns; de meeste schemer- en nachtdieren komen op licht

af; met speciaal daarvoor ingerichte lantaarns vangt men vele

dieren.

5º vangpotten; men graaft bloempotten in den grond tot aan den

rand; nachtinsecten, die wat haastig over den grond tippelen,

vallen naar beneden en kunnen niet meer naar boven.

6º vangplanten; men zaait tusschen de gewone kulturen planten, die

door bepaalde insecten gaarne worden gegeten; als ze deze planten

bezet hebben, worden ze met plant en al onschadelijk gemaakt.

7º vangbanden; door vangbanden om boomstammen te binden geeft men

den insecten gelegenheid een winterkwartier op te zoeken:

verwijdert men deze banden later, dan neemt men al de wintergasten

mede.

8º lijmbanden; dit zijn stukken bordpapier, waarop lijm is

gesmeerd; insecten, die naar boven of naar beneden willen om eieren

te gaan leggen of om te verpoppen, vinden in deze lijmbanden, die

om boomstammen worden gebonden, een versperring, waarop zij ten

slotte vastraken; deze lijmbanden dienen om kruipende insecten te

verschalken.

Wij zouden over dit onderwerp nog heel wat kunnen zeggen, doch moeten

ons beperken. Zoodra een of ander insect daartoe aanleiding geeft,

komen wij er bij de afzonderlijke bespreking nog wel op terug.

Bovendien komt ditzelfde onderwerp ook in het volgende hoofdstuk ter

sprake. Intusschen kunnen wij dit wel vaststellen, dat er vele middelen

bestaan, om de schadelijke insecten onschadelijk te maken.

Nederlandsche Insecten · 第 23 / 72 题