VIII. Het PARASITISME.

Onder parasieten verstaan wij dieren, die geheel ten koste van andere

dieren leven en zich voeden met stoffen, die de gastheer voor zich zelf

had bestemd. Een parasiet verslindt zijn gastheer niet in eens, doch

eet hem van lieverlede toch geheel uit.

De insecten hebben vooral van twee soorten parasieten te lijden, die

zelf ook tot de insecten behooren n.l. de sluipwespen en de

sluipvliegen, die ook wel rupsvliegen worden genoemd. Tot de insecten,

die in of op warmbloedige dieren parasiteeren, behooren de horzels, de

luisvliegen en de luizen.

Uit een entomologisch oogpunt zijn vooral de sluipwespen en

sluipvliegen van belang. Met een sluipwesp hebben wij reeds bij de

koolrups kennis gemaakt. Dat was een kleine soort; we zullen nog

grootere leeren kennen.

De sluipwespen hebben allen een lange legboor en een lang gerekt

lichaam. Zij moeten goed snuffelen om een gastheer te vinden, waarin

zij haar eieren kunnen afzetten. Daarom hebben zij goede oogen en

vooral is haar reuk uitstekend; haar sprieten zijn dan ook lang en

altijd in beweging. Het ei wordt ook wel eens op den gastheer gelegd en

dan kruipt de larve, die hieruit komt, of den gastheer in, of zij

blijft op het dier. Is de larve volwassen, dan verpopt ze in of buiten

den gastheer.

Het komt ook voor, dat, als een rups in zich herbergt de larven van een

sluipwesp, dat dan weer een andere soort sluipwesp komt en haar eieren

legt in de larven van de eerste. Dan gaan de eerste sluipwespen er aan

en kunnen ze ons geen hulp meer verleenen. Men noemt zulke sluipwespen

parasieten van den tweeden graad. Er zijn zelfs parasieten van den

derden graad bekend. De beteekenis van de parasieten is zeer groot want

zij helpen ons in den strijd tegen verschillende plantenvernielsters.

Zij vermenigvuldigen zich zeer snel en omdat die vermenigvuldiging

gepaard gaat met het dooden van de rupsen, daarom vallen er zóóvele

schadelijke dieren, dat tenslotte de ergste rupsenplaag tot staan komt.

De sluipwespen vallen ook wel nuttige insecten aan, b.v. Onze

Lieve-Heersbeestjes, maar dit daargelaten, moeten de sluipwespen tot de

nuttigste dieren worden gerekend.

Behalve larven (rupsen), worden ook wel eieren, poppen en imago’s

geïnfecteerd.

Bij het opkweeken van insecten in huis kunnen wij herhaaldelijk kennis

maken met sluipwespen.

Eenzelfde rol als de sluipwespen spelen de sluipvliegen. Zij vertoonen

het echt vliegen-type en zijn in het bezit van groote stekelharen op de

segmenten van ’t achterlijf. Er zijn al meer dan 400 soorten bekend,

die in rupsen leven.

De sluipvliegen leggen haar eieren op de rupsen; de larven, die hieruit

komen, kruipen naar binnen. Soms worden de eieren in de stigma’s, de

ademhalingsopeningen, gelegd; er wordt ook wel eens gebruik gemaakt van

een legstekel.

De eigenaardigste manier van infecteeren is de volgende. De sluipvlieg

legt haar eieren op een plant; terwijl de rupsen nu deze bezette

bladeren eten, peuzelen zij tegelijk de eieren naar binnen, waaruit

zich dan in het lichaam van de rups de larven ontwikkelen. Deze

bijzondere infectie-methode is het eerst waargenomen door een Japanner

bij de Japansche zijderups. Later is dit ook in Europa waargenomen.

Bij het bestrijden van rupsenplagen bewijzen de sluip- of rupsenvliegen

ons groote diensten.

Nederlandsche Insecten · 第 16 / 72 题