II. LICHAAMSBOUW DER INSECTEN.

a) UITWENDIGE BOUW VAN HET LICHAAM.

Hoe verschillend de insecten er ook mogen uitzien, denk b.v. aan een

mier en een vlinder, zij zijn allen volgens hetzelfde beginsel gebouwd.

En dat beginsel is dit: het lichaam bestaat uit 3 goed te onderscheiden

deelen:

1º de kop, 2º het borststuk en 3º het achterlijf.

Elk van deze deelen heeft zijn eigen werk te doen, heeft een bepaalde

functie. Met den kop neemt het dier voedsel op en neemt het zijn

omgeving waar; het kan zich oriënteeren. Door middel van de organen,

die aan het borststuk zitten, de pooten en de vleugels, kan het zich

verplaatsen. In het achterlijf zijn opgeborgen de ademhalings- en

spijsverteringsorganen; als deze organen werken blijft het dier in

leven.

De indeeling van het lichaam berust dus op een verdeeling van arbeid;

ieder deel heeft zijn eigen werk.

Nederlandsche Insecten · 第 7 / 72 题