ZEKERHEID

Ik heb geen zekerheid noodig, ik ben een mensch wiens ziel

zijn geheele aandacht vraagt;

Ik twijfel niet of van onder de voeten en naast de handen en

het gezicht, die ik van mij ken, zien nu reeds andere gezichten

uìt, die ik niet ken, schoone tastbare gezichten,

Ik twijfel niet of de majesteit en schoonheid der wereld zijn

verborgen in iedere iota der wereld,

Ik twijfel niet of ik ben oneindig en het Universum is

oneindig, vergeefs tracht ik mij voor te stellen hoe oneindig,

Ik twijfel niet of de werelden en hun zonnestelsels snellen

met een goddelijk doel zoo harmonisch door het ruim, en

dat ik eenmaal in staat zal zijn te doen als zij, en mèèr

dan zij,

Ik twijfel niet of het tijdelijke heeft een duur van millioenen

jaren,

Ik twijfel niet of het binnenste heeft zijn binnenste en het

buitenste zijn buitenste en het oogenlicht heeft een ander

oogenlicht en het gehoor heeft een ander gehoor en de

stem een andere stem,

Ik twijfel niet of de dood van de jonge mannen, die zoo innig

wordt beweend, heeft zijn levensbloei, en de dood van

jonge vrouwen en de dood van kindertjes heeft zijn

levensbloei,

(Of denkt gij, dat het leven kan bloeien, en dat de dood, het

doel des levens, niet zijn bloei heeft?)

Ik twijfel niet of de wrakken in de zee ('t doet er niet toe

welke verschrikkingen zij gezien hebben, 't doet er niet

toe wiens vrouw, kind, man, vader, vriend er ook mede is

onder gegaan) bloeien dààr, des levens vol,

Ik twijfel niet of wat daar ooit en ergens gebeurt, heeft in

den samenhang der dingen zijn levensbloei,

Ik denk niet, dat Leven de bloeitijd is van het Al, van Tijd

en Ruimte, maar ik geloof, dat Zalige Dood die bloeitijd is.

Grashalmen · 第 39 / 65 题