Kracht, beleid en moed, dat is het hoogste!
Wat het leven sterkt, sterkt tevens den dood,
En de dooden zijn in de processie des levens even goed als
de levenden zelf,
En de zekerheid der toekomst staat even rotsvast als die
van het heden,
Want de teelkracht der aarde en der menschheid is hetzelfde
als de ziel der aarde en der menschheid,
En niets is blijvender dan de kracht die een man stempelt
tot man.
Wat, denkt gij, is blijvend?
Denkt gij, dat een groote stad blijvend is?
Of een staat, waarin de nijverheid bloeit? Of een weldoorwrochte
constitutie? of de best-gebouwde stoomschepen?
Of huizen van graniet en ijzer? Of chef-d'oeuvres van werktuigkunde,
vestingbouw, verdediging?
Weg er mede! Dit alles leeft geen eigen leven, dat tot liefhebben
bezielt.
O zeker, zij vervullen hun uur, alzoo ook dansen de dansers
en pijpen de pijpers voor hen,
Hun schoonheid gaat voorbij, zij doen wat zij moeten doen,
Dit alles doet wat het moet doen tot het door een enkel
woord der Godheid in het namelooze wordt weggeslingerd.
Dàt is de groote stad die de verhevenste mannen en vrouwen
bezit,
Misschien bestaat zij uit wat vervallen hutten, toch is zij de
grootste stad van heel de wereld.
Een groote stad is niet allereerst de plaats van groote werven,
dokken, fabrieken, opslagen,
Noch de plaats van den altijd-vernieuwden groet van baren
of van hen die het anker lichten voor het vertrek,
Noch de plaats van de hoogste en kostbaarste gebouwen of
winkels waarin goederen van heel de aarde worden verkocht,
Noch de plaats waar de beste bibliotheken en scholen te
vinden zijn, noch de plaats waar geld 't overvloedigst is,
Noch de plaats met de talrijkste bevolking.
De stad van redenaars en barden, die in natuur en arbeid
ziel en lichaam gestaald hebben,
De stad die dezen liefheeft en verstaat en door dezen wederkeerig
wordt geliefd,
Waar de nagedachtenis der helden wordt gehuldigd door het
gewone woord en de gewone daad en niet door monumenten
op de pleinen,
Waar geestdrift en beleid ieder zijn tijd en gelegenheid
vindt,
Waar de mannen en vrouwen lichtelijk denken over geschreven
wetten,
Waar niemand een slaaf is en niemand een meester van
slaven,
Waar de bevolking als een man op staat tegen de onbeperkte
vermetelheid van lieden die enkel kracht vinden
in den volkswil.
Waar mannen en vrouwen wild van verontwaardiging opstorten,
zooals, op 't gefluit van den dood, de zee zwiepende
en rijtende baren opstort,
Waar de achtbaarheid van het kleed altijd achterstaat bij de
achtbaarheid van het hart,
Waar de burger steeds hoofd en ideaal is, en de President,
Mayor, gouverneur, en wie meer, betaalde dienaren,
Waar den kinderen wordt onderwezen, dat zij de hoogste
wetten in de ziel vinden en naar dezen behooren te leven,
Waar in handel en wandel een volkomen eerlijkheid wordt
toegepast,
Waar de bespiegeling van het ongeziene wordt aangemoedigd,
Waar vrouwen in optochten door de straten trekken naast
de mannen,
Waar zij in openbare bijeenkomsten plaats nemen naast de
mannen;
De stad van de trouwste vrienden, De Stad!
De stad van het reine omgaan der seksen, De Stad!
De stad van de gezondste vaders, De Stad!
De stad van de best-belichaamde moeders, De Stad!,
Dàt is de groote stad, dàt is De Stad!