Vind ik in U opnieuw een hart dat zich door mij voelt aangetrokken?
Laat ik U dan dadelijk waarschuwen, ik ben zeker heel
anders dan gij denkt;
Denkt gij dat gij in mij uw ideaal zult vinden?
Denkt gij dat 't zoo gemakkelijk is mijn liefde te winnen?
Denkt gij dat mijn vriendschap U onvermengde voldoening
zou schenken?
Denkt gij dat ik geloofwaardig ben en getrouw?
Ziet gij dan niet dieper dan den schijn, niet beneden mijne
zachte en verdraagzame woorden?
Gelooft gij dat ge met uwe voeten op de werkelijkheid voortschrijdt
naar een werkelijken held?
Is niet wel eens de gedachte in U op gekomen, o Droomer,
dat dit alles misschien niets is dan maya, illusie.