GIJ DIE GETUIGEN ZULT IN DE VOLGENDE EEUWEN

Gij die getuigen zult in de volgende eeuwen,

Komt, ik wil U vertrouwen in het innigste onder dit onlijdelijk

uiterlijk, ik zal U zeggen hoe gij mij heeten moet,

Noem mijn naam en hang mijn beeltenis op als van den man

die de teederste minnaar was,

Het portret van den vriend, den liefdezoeker, die door zijn

vriend, zijn liefdezoeker zeer teeder werd bemind,

Die zich niet verhief op zijne zangen maar wel op de onmetelijke

zee van liefde in zijn ziel, die hij mildelijk uitstortte,

Die vaak in groote verlatenheid waarde en dan dacht aan

zijne lieve vrienden, aan die hem lief hadden,

Die vèr verwijderd van hem dien hij liefhad peinsde in slapelooze

nachten, vol onvoldaanheid,

Die maar al te goed de pijnlijke, pijnlijke vrees kende, dat hij

hem dien hij liefhad toch heimelijk onverschillig was,

Wiens gelukkigste dagen die waren als, in de verte van alles,

in velden, wouden en op heuvels, hij en een ander wandelden

hand in hand, zij tweeën alleen, van andere menschen

verwijderd,

Die vaak in de straten drentelde zijn arm gebogen over den

schouder van zijn vriend, terwijl de arm van zijn vriend

op zijn schouder rustte.

Grashalmen · 第 21 / 65 题