XLIX.

Veranderingen.

De schuchtere Linares was ernstig gestemd en vol ongerustheid. Hij had

daar juist een brief ontvangen van Doña Victorina, die in behoorlijke

taal overgebracht, zoo luidde:

"Geachte Neef,

Binnen drie dagen hoop ik van u te vernemen of de _alférez_

u reeds gedood heeft of gij hem.

Ik wil niet dat er nog een dag langer voorbijgaat, zonder dat

die vlegel zijn straf krijgt. Als deze termijn verstreken

is, en gij hem nog niet hebt uitgedaagd, zeg ik aan Don

Santiago, dat ge nooit sekretaris geweest zijt, en evenmin

jongeluis-partijtjes gegeven hebt aan Canovas of pret gemaakt

hebt met generaal Don Arseno Martines. Dan zeg ik aan Clarita

dat het alles praatjes geweest zijn. En ik geef je geen roode

duit meer. Maar als gij hem uitdaagt, beloof ik u alles wat

je wilt. Dus, zorgt er nu voor dat ge hem uitdaagt: ik zeg u

vooruit dat ik niets weten wil van voorwendsels of uitvluchten,

Uw hartelijk liefhebbende nicht:

Victorina de los Reyes de Espadaña.

Noli me tangere: Filippijnsche roman · 第 54 / 70 题