1. +Marius+, een dagloonerszoon, was zonder eenig onderwijs opgegroeid,
sterk gebouwd, forsch van aanzien en ruw van zeden. Door wilde koenheid
en dapperheid had hij zich in den oorlog onderscheiden en eindelijk den
veldheersrang verworven. Tot volkstribuun gekozen, wist hij zich de
gunst der lagere klassen te winnen. Ook wierf hij voor het eerst een
leger uit de armste burgers, waardoor de grond gelegd werd tot de
heerschappij der soldaten. Nadat hij den Afrikaanschen koning Jugurtha
overwonnen had, voerde hij een hevigen strijd tegen de Cimbren en
Teutonen. De eerste, een der vorsten van Numidië, had zijne medekoningen
laten vermoorden, bij 't veroveren van hun gebied de stad Cirta genomen
en de geheele mannelijke bevolking er van omgebracht, waaronder een
aantal Romeinen waren. Toen de regeering in Rome zich dit aantrok, wist
Jugurtha gezantschappen, tribunen en veldheeren om te koopen, behalve
Metellus, die hem versloeg. Maar de volkspartij, sedert der Gracchen
dood de onderliggende, had het hoofd opgestoken, en benoemde uit haar
midden Marius tot consul en opperbevelhebber tegen Jugurtha. Ook deze
overwon (107) en Jugurtha werd gevangen genomen en stierf te Rome.
Reeds even vóórdat de strijd met Jugurtha was begonnen, waren
bovengenoemde Germaansche of Duitsche volksstammen uit het noorden in
de Romeinsche provinciën gevallen. Zij waren van reusachtige grootte,
in dierenvellen gehuld en vreeselijk om aan te zien. Hunne breede
zwaarden en zware strijdkolven werkten inderdaad ontzettend; zelfs
den ouden soldaten van Marius kwamen de Duitsche barbaren zoo
schrikkelijk voor, dat hij ze eerst weken lang aan hun aanblik
gewennen moest. Herhaaldelijk hadden zij de Romeinsche legers onder
andere hoofden reeds geslagen, waarom de volksklasse de herbenoeming
van Marius tot consul had doorgedreven, wat zij nog vier jaren
achtereen herhaalde. Het was een geluk voor de Romeinen, dat de
Teutonen zich van de Cimbren scheidden en alleen marcheerden. Zij
werden geheel verslagen, in 't zuid-oosten van het tegenwoordige
Frankrijk 102.
Intusschen waren de Cimbren over de Tiroler Alpen in noord-Italië
gevallen. Zij hadden zich op hunne groote schilden van de ijs- en
sneeuwhellingen laten afglijden en toen groote rotsbrokken en
boomstammen in de Etsch geworpen, om daarover den tegenovergestelden
oever te bereiken. Toen ijlde Marius met zijne van roem dronken troepen
daarheen. In de nabijheid van Verona kwam het tot een ontzettenden slag,
waarin de Cimbren overwonnen werden 101.
Marius werd als redder van den staat, als "den derden stichter der
stad", "den tweeden Camillus", begroet.
2. Niet lang daarna brak een inwendige oorlog uit, daar de Italiaansche
bondgenooten van Rome zich gelijke rechten als de Romeinen wilden
verwerven. In dezen strijd trad Sulla op den voorgrond, een man van
zeldzame gaven en uit voornamen stand. Terwijl Marius de ziel der
volkspartij was, was Sulla het hoofd van den adel. Toen om dezen tijd
de koning +Mithradates+ van Pontus, aan de Zwarte zee, zich tegen de
Romeinen verhief en een geweldig leger op de been bracht, koos de
Romeinsche senaat Sulla tot opperbevelhebber. Maar het volk nam met die
opdracht geen genoegen, het verlangde Marius als aanvoerder tegen den
vijand. Zoo begon de eerste burgeroorlog; maar Sulla joeg Marius op de
vlucht naar de puinhoopen van Karthago en ging nu den eersten strijd
tegen Mithradates voeren. Terwijl hij (Sulla) dezen herhaaldelijk sloeg,
werd Marius door zijn wapenbroeder Cinna teruggeroepen en ten zevenden
male consul (86). De aanhangers van den senaat werden met ontzettende
wreedheid vervolgd en gedood; Marius zelf stierf binnen weinige weken.
Sulla liet in Rome zijne tegenpartij razen, en zette in 't oosten zijne
taak voort. Toen hij echter deze glorierijk voltooid had, kwam hij naar
Italië terug, vast besloten de volkspartij uit te roeien. Hij overwon
zijne tegenstanders en woedde nu nog oneindig wreeder dan dezen gedaan
hadden. Het aantal der gedooden wordt op 50000 geschat. Nadat hij geheel
de macht van den senaat hersteld had, trad hij van het staats-, en
weldra ook van het levenstooneel af. Evenals Marius, stierf hij aan de
gevolgen van onmatigheid, vooral in het drinken. Eene geduchte ziekte
vernietigde zijn leven op smartvolle wijze. Hij had zich gaarne den
gelukkigen genoemd, en stierf toch als de ongelukkigste der menschen.