19. Marius en Sulla.

1. +Marius+, een dagloonerszoon, was zonder eenig onderwijs opgegroeid,

sterk gebouwd, forsch van aanzien en ruw van zeden. Door wilde koenheid

en dapperheid had hij zich in den oorlog onderscheiden en eindelijk den

veldheersrang verworven. Tot volkstribuun gekozen, wist hij zich de

gunst der lagere klassen te winnen. Ook wierf hij voor het eerst een

leger uit de armste burgers, waardoor de grond gelegd werd tot de

heerschappij der soldaten. Nadat hij den Afrikaanschen koning Jugurtha

overwonnen had, voerde hij een hevigen strijd tegen de Cimbren en

Teutonen. De eerste, een der vorsten van Numidië, had zijne medekoningen

laten vermoorden, bij 't veroveren van hun gebied de stad Cirta genomen

en de geheele mannelijke bevolking er van omgebracht, waaronder een

aantal Romeinen waren. Toen de regeering in Rome zich dit aantrok, wist

Jugurtha gezantschappen, tribunen en veldheeren om te koopen, behalve

Metellus, die hem versloeg. Maar de volkspartij, sedert der Gracchen

dood de onderliggende, had het hoofd opgestoken, en benoemde uit haar

midden Marius tot consul en opperbevelhebber tegen Jugurtha. Ook deze

overwon (107) en Jugurtha werd gevangen genomen en stierf te Rome.

Reeds even vóórdat de strijd met Jugurtha was begonnen, waren

bovengenoemde Germaansche of Duitsche volksstammen uit het noorden in

de Romeinsche provinciën gevallen. Zij waren van reusachtige grootte,

in dierenvellen gehuld en vreeselijk om aan te zien. Hunne breede

zwaarden en zware strijdkolven werkten inderdaad ontzettend; zelfs

den ouden soldaten van Marius kwamen de Duitsche barbaren zoo

schrikkelijk voor, dat hij ze eerst weken lang aan hun aanblik

gewennen moest. Herhaaldelijk hadden zij de Romeinsche legers onder

andere hoofden reeds geslagen, waarom de volksklasse de herbenoeming

van Marius tot consul had doorgedreven, wat zij nog vier jaren

achtereen herhaalde. Het was een geluk voor de Romeinen, dat de

Teutonen zich van de Cimbren scheidden en alleen marcheerden. Zij

werden geheel verslagen, in 't zuid-oosten van het tegenwoordige

Frankrijk 102.

Intusschen waren de Cimbren over de Tiroler Alpen in noord-Italië

gevallen. Zij hadden zich op hunne groote schilden van de ijs- en

sneeuwhellingen laten afglijden en toen groote rotsbrokken en

boomstammen in de Etsch geworpen, om daarover den tegenovergestelden

oever te bereiken. Toen ijlde Marius met zijne van roem dronken troepen

daarheen. In de nabijheid van Verona kwam het tot een ontzettenden slag,

waarin de Cimbren overwonnen werden 101.

Marius werd als redder van den staat, als "den derden stichter der

stad", "den tweeden Camillus", begroet.

2. Niet lang daarna brak een inwendige oorlog uit, daar de Italiaansche

bondgenooten van Rome zich gelijke rechten als de Romeinen wilden

verwerven. In dezen strijd trad Sulla op den voorgrond, een man van

zeldzame gaven en uit voornamen stand. Terwijl Marius de ziel der

volkspartij was, was Sulla het hoofd van den adel. Toen om dezen tijd

de koning +Mithradates+ van Pontus, aan de Zwarte zee, zich tegen de

Romeinen verhief en een geweldig leger op de been bracht, koos de

Romeinsche senaat Sulla tot opperbevelhebber. Maar het volk nam met die

opdracht geen genoegen, het verlangde Marius als aanvoerder tegen den

vijand. Zoo begon de eerste burgeroorlog; maar Sulla joeg Marius op de

vlucht naar de puinhoopen van Karthago en ging nu den eersten strijd

tegen Mithradates voeren. Terwijl hij (Sulla) dezen herhaaldelijk sloeg,

werd Marius door zijn wapenbroeder Cinna teruggeroepen en ten zevenden

male consul (86). De aanhangers van den senaat werden met ontzettende

wreedheid vervolgd en gedood; Marius zelf stierf binnen weinige weken.

Sulla liet in Rome zijne tegenpartij razen, en zette in 't oosten zijne

taak voort. Toen hij echter deze glorierijk voltooid had, kwam hij naar

Italië terug, vast besloten de volkspartij uit te roeien. Hij overwon

zijne tegenstanders en woedde nu nog oneindig wreeder dan dezen gedaan

hadden. Het aantal der gedooden wordt op 50000 geschat. Nadat hij geheel

de macht van den senaat hersteld had, trad hij van het staats-, en

weldra ook van het levenstooneel af. Evenals Marius, stierf hij aan de

gevolgen van onmatigheid, vooral in het drinken. Eene geduchte ziekte

vernietigde zijn leven op smartvolle wijze. Hij had zich gaarne den

gelukkigen genoemd, en stierf toch als de ongelukkigste der menschen.

Algemeene Geschiedenis in Verhalen: Oudheid · 第 23 / 33 题