1. Sedert den val van Athene kende de overmoed der Spartanen geene
grenzen meer. Zij hielpen hunne stamgenooten in het naburige werelddeel
tegen de Perzen, en hun koning Agesilaus veroverde de geheele westelijke
helft van Klein-Azië. De Perzische koning verwekte toen een oorlog van
Korinthe en andere Grieksche staten tegen Sparta (Korinthische oorlog),
waarin de zegepraal wisselvallig was. Maar de Spartanen gaven liever
hunne overwinningen in Azië op dan hunne overmacht in Griekenland, en
sloten daarom in 387 den vrede van Antalcidas, den bewerker, die aan den
Grieksch-Perzischen oorlog en aan dien der Grieken onderling een einde
maakte. Midden in den vrede overvielen de Spartanen nu Thebe, waar
inwendige tweedracht bestond, en stelden er een aristocratisch bestuur
in, gelijk 20 jaar vroeger in Athene. Verschrikt vluchtten vele Thebanen
uit de stad en wendden zich naar Athene. Hier verzamelden zij zich onder
hun hooghartigen medeburger +Pelopidas+, om hun vaderstad weder te
bevrijden. Het gelukte hun ook. De tyrannen werden bij een vroolijk
gelag door sluipmoordenaars van kant gemaakt, en de Spartaansche
bezetting moest zich spoedig overgeven.
Wat Pelopidas koen begonnen was, voltooide zijn vriend +Epaminondas+. De
beide mannen waren van hun vroegste kindsheid af door innige vriendschap
verbonden geweest, ofschoon hun uiterlijke omstandigheden zeer
verschillend waren. Pelopidas was een der rijkste burgers, Epaminondas
een der armsten. Dikwijls had Pelopidas zijn rijkdom willen deelen met
zijn vriend, maar nooit had deze het geringste willen aannemen.
Epaminondas leefde uiterst eenvoudig en bescheiden, was geheel zonder
aanmatiging en streefde nooit naar eereposten. Maar toen het vaderland
zijn diensten verlangde, was hij dadelijk bereid. Men mocht hem een
hoogen of nederigen post aanwijzen: steeds nam hij hem met de grootste
nauwkeurigheid waar. Toen een Perzisch gezant met zakken geld tot hem
kwam om hem om te koopen, zeide hij: "Als de voornemens van uwen koning
voordeelig zijn voor mijn land, heeft het uw geld niet noodig; zijn zij
echter schadelijk, dan zal uw goud mij niet tot een verrader maken.
Verlaat dadelijk de stad, opdat geen anderen door u verleid worden."
Deze rechtschapen man stond nu aan het hoofd van het Thebaansche leger,
om de vijandelijke Spartanen te bestrijden. Zijn vriend Pelopidas had
het bevel over een bijzondere afdeeling van Thebaansche jongelingen, die
zich door een plechtigen eed verbonden te overwinnen of te sterven. Dat
was "+de heilige schaar+", die uit 300 man bestond. Bij +Leuktra+, een
stadje niet ver van Thebe, kwam het tot den strijd, waarbij de 5 maal
zoo talrijke Spartanen verslagen werden. Nu was Thebe de eerste stad van
Griekenland.
2. De koene Epaminondas zocht nu spoedig de Spartanen in hun eigen land
op. Toen dezen voor het eerst sedert eeuwen een vijand voor hun stad
zagen, waagden zij het uiterste en riepen zelfs de Atheners, hun oude
tegenstanders, te hulp. Toen had er een bloedige slag plaats bij
+Mantinea+, 362. -- De Thebanen overwonnen, maar Epaminondas viel. Twee
jaar vroeger was reeds Pelopidas gevallen. Met deze beide helden zonk
ook Thebes grootheid en roem. De rust van Griekenland was weg. Telkens
nam de eene stad de wapenen op tegen een andere, tot er eindelijk een
vreemde heerschappij kwam, die alles onderwierp.