11. Alcibiades.

1. Alcibiades, een neef van Pericles, trad door rijkdom, schoonheid

en groote geestesgaven zoo op den voorgrond, dat hij gedurende den

Peloponnesischen oorlog een belangrijken invloed kreeg. Hij had een

ijdel, eergierig karakter, was moedwillig en stout, maar had ook eene,

zelfs in Athene, zeldzame welsprekendheid. Bij zijne geweldige zucht

tot onderscheiding en roem was niets hem gewenschter dan oorlog. Toen

zich nu eene gelegenheid aanbood op Sicilië eene Ionische stad tegen

een Dorische bij te staan, wendde Alcibiades dadelijk al zijne

welsprekendheid aan om de Atheners tot een tocht daarheên te bewegen. De

veldheer Nicias, die kort te voren een vrede met de Spartanen bewerkt

had, ried even als andere mannen den oorlog af. Het volk liet zich

echter door Alcibiades medesleepen; het besloot tot den tocht, en koos

Alcibiades tot aanvoerder daarvan. Nauwelijks echter had deze het

eerste succes op Sicilië behaald, of hij werd weêr teruggeroepen. Hij

was namelijk aangeklaagd, in den nacht vóór zijn vertrek de vele

standbeelden van den god Hermes of Mercurius verminkt te hebben. Toen

verliet hij het eiland Sicilië, ging evenwel niet naar Athene, maar naar

Sparta, in de legerplaats der oude vijanden. Toen de Atheners hem daarop

ter dood veroordeelden, zeide hij: "Ik zal hun toonen dat ik nog leef,"

en hij hield schrikkelijk woord.

Te Sparta leefde de vroeger zoo zwelgende jongeling geheel naar de

strenge wetten van dat volk en verwierf zich spoedig het vertrouwen

daarvan. Uit wraak tegen de Atheners spoorde hij de Spartanen aan, den

gesloten vrede te verbreken en de Atheensche onderneming op Sicilië

te gaan bestrijden. Toen was het geluk der Atheners uit. Zij werden

geslagen en hunne vloot vernield. Het hoog gestegen Athene lag in het

stof.

2. Intusschen haalde Alcibiades zich door zijn opbruisenden zin in

Sparta veel vijanden op den hals en zag zich genoodzaakt de vlucht te

nemen. Hij ging naar Klein-Azië, waar Atheners en Spartanen elkaâr den

voorrang betwistten in de van Perzië bevrijde deelen, en dat het tooneel

van het derde tijdvak des Peloponesischen oorlogs werd. Toen werd hij

door de bemanning der Atheensche vloot zelve met het opperbevel over

deze bekleed. Met Alcibiades keerde ook Athenes geluk terug. Zij sloegen

de Spartanen te water en te land, en vierden der herwonnen held op alle

wijzen.

Maar deze jubeltoon was niet duurzaam. Alcibiades had eenmaal de leiding

der vloot aan een onderbevelhebber toevertrouwd, terwijl hij iets met

de Perzen te verhandelen had. Dadelijk overviel toen de Spartaansche

veldheer Lysander de Atheners en versloeg ze. Ten gevolge dezer

nederlaag zetten de Atheners, veranderlijk als het weêr, Alcibiades af,

die zich naar Klein-Azië terugtrok. Hier moest hij zien hoe de Atheners,

die zijne waarschuwing verachtten, geheel verslagen werden en hoe

Athene, die trotsche stad, veroverd en mishandeld werd, 404. -- De

overwinnende Spartanen hadden den gevaarlijken Alcibiades niet uit het

oog verloren. Zij verlangden van de Perzen, dat hij hun zou uitgeleverd

worden. Wijl dezen hem zeer vreesden, zoo waagden zij niet tegen hem op

te treden. Zij staken daarom 's nachts zijne woning aan, om hem levend

te verbranden. En toen Alcibiades zich met het zwaard in de vuist door

de vlammen heên een weg baande, vloden zij verschrikt, tot het hun

eindelijk uit de verte gelukte, den geduchten strijder zoo met pijlen te

overstelpen, dat hij doorboord ter aarde zonk. Alcibiades bood een trouw

beeld van zijne vaderstad. Gelijk hij vallen moest, zoo was ook de

ondergang van het vrije Athene niet te stuiten.

Algemeene Geschiedenis in Verhalen: Oudheid · 第 15 / 33 题