1. De beroemdste stad van Griekenland is +Athene+. Zij zou door den
Egyptenaar +Cekrops+, een tijdgenoot van Mozes, gebouwd zijn. Onder haar
koningen wordt vooral +Theseus+ herdacht, omdat hij Athene onafhankelijk
en machtig maakte. In den tijd, toen Rome gesticht werd, in de 8ste eeuw
voor Chr., ontstond er in Athene een republiek, aan welker hoofd een
+archont+ of staatsregeerder gesteld werd. Toen zich twisten openbaarden
tusschen adel en burgers, zocht +Drako+ met veel strengheid orde te
maken. Dat verbitterde echter de gemoederen nog meer en er zou voorzeker
een burgeroorlog ontstaan zijn, als de wijze Solon geen nieuwe wetten
gegeven had. Solon stamde van de oude Atheensche koningen af, had
zich op reizen groote beschaving verworven en was wegens zijn
rechtschapenheid algemeen bemind. -- 594 v. Chr.
De eerste wetten, die Solon gaf, verlichtten den schuldenlast der armen,
daar zij de interestrekening matigden en de persoonlijke verpanding van
den schuldenaar en zijne familie afschaften. Daarop verzachtte Solon de
harde straffen van Drako en zorgde voor betere behandeling van slaven
en vreemdelingen. Hierop verdeelde hij het geheele volk in 4 klassen
en bepaalde daarnaar de plichten en rechten van ieder. De hoogste
waardigheden, die der +negen archonten+, kon slechts de eerste klasse
bereiken. Naast de archonten stond de +raad van vierhonderd+, die
jaarlijks uit de verschillende klassen gekozen werden. Over alle
gewichtige vragen van oorlog en vrede moest de +volksvergadering+
gehoord worden, waarin ieder vrij burger, die 20 jaren oud was, stemmen
mocht. Daarenboven was er nog een rechtbank van leden, die voor hun
leven benoemd waren en het opzicht over het openbare leven der burgers
hielden, terwijl zij ook het hoogste gerechtshof vormden. De eigenlijke
staatsmacht berustte bij de volksvergadering, wier werkzaamheid alle
geesteskrachten opwekte en veel tot de algemeene beschaving bijbracht.
2. De jeugd, die lang in het ouderlijk huis bleef, werd niet zooals in
Sparta, enkel lichamelijk, maar ook geestelijk ontwikkeld. Vooral moest
zich de jonge Athener daarin oefenen, zijn gedachten schoon en vloeiend
uit te drukken. Wie een betrekking in den staat bekomen wilde, moest
noodwendig wetenschappelijk gevormd zijn. De schoone kunsten, zooals
muziek en schilderen, stonden in hoog aanzien. De geheele stad moest uit
vlijtige en beschaafde burgers bestaan. Ledigheid was streng verboden.
Als het gevolg dezer wijze verordeningen ontwikkelde zich een schoon
volksleven. Handel en nijverheid bloeiden, en in de kunsten en
wetenschappen heerschte de grootste wedijver, zoodat Athene de koningin
der steden, de leermeesteres der volken werd.
3. Hoewel Solon zijn staatsinstellingen niet voor zonder fout hield,
wenschte hij toch, dat zij minstens 10 jaar lang onveranderd nageleefd
zouden worden. Toen de Atheners hem dat beloofd hadden, ging hij weder
reizen, waarbij hij ook koning Croesus van Lydië bezocht. Het duurde
echter niet lang of er braken in Athene onordelijkheden uit en Solon
moest zien, dat zijn werk niet duurzaam was. Uit verdriet daarover
verliet hij zijn vaderstad en ging naar +Cyprus+, waar hij spoedig
daarna overleed.
In Athene ging het als in bijna alle Grieksche staten: gelijk de
koninkrijken van den ouden tijd door republieken waren vervangen, zoo
wierpen zich in deze personen op, die zich van de alleenheerschappij
meester maakten, en daarom +tirannen+ heetten. Zoo ook hunne opvolgers,
al was hun bestuur volstrekt niet tiranniek, overeenkomstig de
tegenwoordige beteekenis van dat woord. De meest bekenden daarvan
zijn: +Periander+ van Korinthe, 600, met Solon en +Thales+ van Milete
behoorende tot de zeven wijzen van Griekenland, +Polycrates+ van Samos,
zoo bekend om zijn geluk en voorspoed, en +Pisistratus+ in Athene. Na
tweemaal verdreven te zijn, nam deze (540) ten derden male de teugels
van 't bewind alleen in handen, en werd na eenige jaren opgevolgd door
zijn zoon Hippias. Deze liet zooveel invloed toe aan zijn broeder
Hipparchus, dat zij gewoonlijk in één adem genoemd worden. Nog eenige
jaren verneemt men van geen verzet tegen deze oppermacht van enkelen.
Maar in 512 werd Hipparchus om eene persoonlijke reden gedood door
Harmodius en Aristogiton, waarop Hippias wantrouwend werd. In 510 werd
hij verdreven en de republiek hersteld.